Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Na mijn lip bijna kapotgebeten te hebben, schraap ik licht ongemakkelijk mijn keel en zeg ik: 'Paige, er is iets waar we het even over moeten hebben.'

Paige neemt nog een slokje thee alsof mijn uitspraak haar hart niet doet kloppen in haar keel en zet dan de mok voor haar op tafel.
'Wat is er?' vraagt ze. Ze probeert luchtig en nonchalant te klinken, maar zelfs zij slaagt er niet altijd in om alle zorgen uit haar blik weg te filteren.
'Ik heb eens zitten denken...' antwoord ik een beetje onzeker, 'en het lijkt me misschien een goed idee als we in relatietherapie gaan.'
Ik had me op een hele hoop reacties voorbereid. Ik had me voorbereid op woede, op verwarring, op ontkenning, op verontwaardiging. Waar ik me niet op voorbereid had, was dat ik haar recht in haar ogen aan zou kijken en haar hart zou zien breken. Ik heb nog nooit iemand zo snel in paniek zien raken.
'W-Wat?' sputtert ze. Ze is van het een op het andere moment helemaal verbleekt. Één seconde is ze stil, en dan begint ze ineens te huilen, doodsbang. 'Wacht, wat? Nee. Ga je bij me weg? Nathan, ga alsjeblieft niet bij me weg. Oh God, het spijt me zo. Ik kan beter zijn. Alsjeblieft. Ik kan beter zijn.'
Geschrokken kom ik overeind en ik loop om de tafel heen naar haar toe. Ik kom naast haar zitten en sla troostend mijn armen om haar heen.
Zolang ik haar ken, heeft ze zo'n beetje aan alles getwijfeld dat ooit op haar pad is gekomen, maar ze is nog nooit zo spontaan gaan twijfelen aan mijn liefde voor haar.
'Natuurlijk ga ik niet bij je weg. Liefje, natuurlijk niet. Ik blijf net zo lang bij je tot je me helemaal zat bent, oké?' beloof ik haar.
Ze knikt, maar ze blijft nog altijd zachtjes beven. Ze is echt helemaal van slag, en ik begrijp niet helemaal waarom.
Ik houd haar vast tot de tranen op zijn en draai haar gezicht dan naar de mijne, zodat ik teder de tranen van haar wangen kan vegen.
'Natuurlijk ga ik niet bij je weg, gekkie. Waarom denk je dat?' vraag ik.
'I-Ik weet niet... Het is gewoon...' Ze haalt even beverig adem. 'Na die droom e-en na wat ik gedaan heb was ik gewoon zo bang dat je niet meer van me hield of dat je misschien niet meer met me verder zou willen, en ik... ik weet... Toen je dat zei werd ik gewoon ineens zo bang en...'
Ze zucht en laat vermoeid haar hoofd zakken. Ze ziet er zo verloren uit dat het pijn doet en ik strijk zachtjes een plukje haar achter haar oor. Ze bijt op haar lip en ik zie haar nog wat tranen wegdringen. De afgelopen week is ze zo emotieloos als wat geweest, en nu lijkt ze een beetje overdonderd door alles wat ze voelt.
'Hé, kijk me eens aan,' zeg ik zachtjes, en dat doet ze. Ik kijk haar indringend aan en beloof haar: 'Ik ga niet bij je weg. Echt niet. Ik hou van je, en het enige wat ik wil, is dat onze relatie zo sterk mogelijk wordt.'
Dus dan vertel ik haar over die relatietherapeut waar Hailey me over vertelde. Ik leg haar uit dat zij voornamelijk koppels behandelt die een trauma aan het verwerken zijn en benadruk dat dat ook de reden is dat ik dat wil doen, en dat ik niet denk dat onze relatie slecht of te zwak is.
'Ik weet dat je het idee van therapie een beetje eng vindt, en om eerlijk te zijn deel ik dat gevoel wel, maar ik denk dat we er allebei best wel veel baat bij zouden hebben. Ik... Ik denk om eerlijk te zijn in ieder geval dat ik het wel kan gebruiken, na alles wat er gebeurd is,' geef ik uiteindelijk toe.
Paige knikt, met een zachte uitdrukking op haar gezicht.
'Ik... Ik denk dat ik het wel wil proberen,' zegt ze dan. Ze klinkt een klein beetje onzeker, maar ik denk dat het wel goedkomt.
Ik verberg mijn gezicht even in haar hals en snuif haar geur op.
'Daar ben ik heel blij mee, liefje. Ik... Om eerlijk te zijn maak ik me een beetje zorgen om de manier waarop je dit allemaal verwerkt,' geef ik dan toe, ook al was ik eigenlijk niet van plan om het te zeggen.
Paige kijkt me fronsend aan. Ze ziet er niet beledigd of verontwaardigd uit, maar gewoon oprecht verbaasd.
'Hoe bedoel je?' vraagt ze verward. 'Ik bedoel... Kom op. Geef me even. Het is pas twee dagen geleden.'
Nu is het mijn beurt om te fronsen, en daarna verbleek ik ineens.
'Hoe bedoel je "twee dagen geleden"?' vraag ik.
Ze kijkt me een beetje onzeker aan. Ze trekt het gezicht dat ze altijd trekt wanneer ze iets aan het tellen is, en knikt dan beamend.
'Ik bedoel: twee dagen. We zijn pas weer twee dagen thuis uit het ziekenhuis.'
Ik kijk haar heel lang strak aan, en ze kijkt een beetje ongemakkelijk terug. Ik herhaal keer op keer wat ze zegt. Ik wend en keer het op wel duizend manieren, maar de betekenis verandert niet.
'Paige,' zeg ik dan voorzichtig. 'We zijn al acht dagen thuis.'
Nu is het haar beurt om mij doorgrondend aan te staren. Ze is heel lang stil. Dan zegt ze: 'Maar... Maar het zijn maar twee dagen.'
Ik vraag haar om alles te beschrijven wat er volgens haar is gebeurd sinds ons ontslag uit het ziekenhuis, op chronologische volgorde.
Ze vertelt dat we richting het begin van de avond thuis aankwamen, en dat ze het zo enorm koud had en zich zo ziek voelde en dat we gingen slapen. Ze zegt dat we wakker werden, dat ze in bad ging, en dat ik eten klaarmaakte, en dat we toen gegeten hebben. Ze herinnert zich nog dat we gepraat hebben, en dat we daarna weer zijn gaan slapen. Dat deel klopt nog.
Maar daarna beschrijft ze dat de dag erna - eergisteren, volgens haar verhaal - vooral heel moe was en last had van haar ribben. Ze zegt dat ze vooral geslapen heeft, en dat ze zich daar niet zoveel van herinnert. Ze zegt dat ik die avond voor het slapengaan dat boek aan haar had voorgelezen, en dat we daarna zijn gaan slapen. De volgende dag - gisteren - ben ik na de lunch boodschappen gaan doen en ben ik naar het ziekenhuis geweest voor een controle-afspraak. Die nacht had ze die nachtmerrie, en nu zijn we hier. In conclusie: twee dagen en één avond.
Alles wat ze beschrijft is wel echt gebeurd, en de volgorde klopt eigenlijk ook nog wel, maar ze mist alle dingen die ertussenin zijn gebeurd. Alle dagen dat ze met die lege blik bij het raam heeft gezeten zijn haar ontgaan. Ze leek niet alleen afwezig, maar ze was dat ook echt, en alles is langs haar heen gegaan zonder dat ze het heeft onthouden.
Ik vertel haar wat er echt is gebeurd, en bewijs het door haar de datum te laten zien. Ik vertel haar over elke dag, met alle details die ik me kan herinneren. Ik vertel haar over het koken, en over de rubik's cube, en de uren dat ik haar doodongerust geobserveerd heb terwijl ze als een geest bij dat raam zat. Ik vertel haar over de dingen die ze zich wel herinnert, en geef aan op welke dagen dat is gebeurd. Ik vertel haar hoe leeg en absent ze was op de momenten die ze zich niet meer herinnert. Ze zag er al vrij verbijsterd uit, maar toen ik haar vertelde hoe ze zonder jas of schoenen aan door de sneeuw was gaan dwalen toen ik boodschappen ging doen, verdwijnt definitief alle kleur uit haar gezicht.
Wanneer ik klaar ben, kijk ik haar een beetje afwachtend aan, en ik kan niet voorkomen dat ik enorm veel medelijden met haar heb.
Ze kijkt me aan met de meest verloren blik ooit en zegt dan zachtjes: 'Maar... Maar het waren maar twee dagen.'
Ik bijt op mijn lip wanneer ik haar verslagen houding zie en wrijf troostend over haar rug.
'Hé, liefje, gaat het wel?' vraag ik.
Ze kijkt verbouwereerd naar me op en antwoordt: 'Ik kan het me echt niet herinneren.'
'Ik weet het, lief. Maar er valt eigenlijk ook niet heel veel te herinneren. Je was gewoon echt heel afwezig. Je had eigenlijk gewoon net zo goed in een coma kunnen li- Wacht, dit helpt niet, of wel soms?'
Ze glimlacht een beetje waterig. 'Nou... Nee, niet echt.'
'Sorry, lieverd.'
Ze glimlacht weer, en deze keer ziet het er wat minder droevig uit.
Ik strijk met de rug van mijn vingers over haar nog altijd vochtige wang, en geef haar dan haar mok thee weer aan.
'Hier, drink even wat. Je hebt veel vocht verloren,' dring ik aan, en ze knikt instemmend.
Wanneer ze gedronken heeft, stel ik voor om op de bank te gaan zitten, want dat zit waarschijnlijk iets gemakkelijker. Ook daar stemt ze mee in en we ploffen neer op de sofa.
'Ik ben zo blij dat je weer terug bent,' zeg ik, en ik kan maar hopen dat ze niet weer in die vreemde, catatonische staat terecht zal komen.
'Ik ook, denk ik.'
Ik geef een kus op haar haar en zeg: 'Je hebt me goed laten schrikken, de afgelopen week.'
Ze komt wat dichter tegen me aan zitten en legt haar hoofd tegen mijn schouder, bijna in mijn hals, en murmelt dat het haar spijt.
Ik verzeker dat ze er niets aan kon doen, want er zijn al genoeg dingen waar ze zich onnodig schuldig over voelt.
Ik ga even wat verzitten en leg gewoontematig mijn hand op haar bovenbeen, zoals ik normaal gesproken ook zou doen. Paige hapt echter verschrikt naar adem en binnen een fractie van een seconde staat ze overeind, wankel op haar benen. Ze ziet er minstens net zo geschrokken en verward uit als ik, en volgens mij besef ik nog eerder wat er aan de hand is dan zij.
De nachtmerrie. Het komt door die nachtmerrie die ze over mij gehad heeft. In die droom heb ik haar verschrikkelijke dingen aangedaan, en ondanks het feit dat ze weet dat ik het niet echt zou doen is het heel ingrijpend voor haar. En toen ik haar aanraakte op een vrij intieme plek, nam ineens die dubbelzinnige angst het over.
Eerst kijkt ze me geschokt aan, maar dan realiseert ze het zich ook en verschijnt er een combinatie van schaamte en schuldgevoel en medelijden op haar gezicht. Ze kijkt me een tijdje in stilte aan, maar stamelt dan: 'Sorry, ik... Sorry.'
Ik wil opstaan, maar ze ziet er nog steeds uit als een gespannen springveer en ik weet niet of ze daar misschien geïntimideerd door zal raken, dus ik doe het niet.
'Het is oké,' zeg ik, en ik steek voorzichtig mijn open hand naar haar uit, de palm naar boven. 'Denk je dat je weer wil komen zitten?'
Ze knikt en komt een beetje onzeker naast me zitten. Ze legt haar hand in de mijne en kijkt heel lang naar onze verstrengelde vingers.
'Gaat het een beetje?' vraag ik zachtjes.
Ze knikt aarzelend.
'Ja. Ja, i-ik denk het wel. Het voelt gewoon een beetje raar. Het was... Ik wist gewoon niet zo goed wat er gebeurde,' sputtert ze.
'Het spijt me. Ik had er wat meer rekening mee moeten houden,' geef ik dan toe, maar ze schudt haar hoofd.
'Het is jouw schuld niet. Ik weet zelf ook niet echt wat ik hiermee moet. Ik zag het ook niet aankomen.'
Ik geef haar de kans om haar hand los te maken van de mijne, maar dat doet ze niet. Ze blijft geconcentreerd naar mijn gezicht staren, wel minutenlang, en ik laat het toe. Ze neemt me volledig in zich op, elk plekje en alle oneffenheden en alles wat mij mij maakt.
Dan zegt ze uiteindelijk, als een conclusie: 'Dit is niet het gezicht van een man die mij pijn zou doen.'
Ik knik beamend.
Haar blik verplaatst zich van mijn gezicht naar mijn handen, die de hare vasthouden.
'E-En dit zijn niet de handen van een man die mij pijn zou doen.'
'Nooit,' beloof ik haar.
'En dit is niet de stem van een man die mij pijn zou doen.'
Ook dat beaam ik weer.
'Want jij bent Nathan Darling. En jij zou mij nooit zoiets aandoen.'
'Nooit.'
'Want je houdt van me.'
'Met heel mijn hart.'
Ze slikt en knikt.
'Wil je iets drinken? Eten?' vraag ik in een vlaag van zorgzaamheid.
Ze schudt stilletjes haar hoofd en schuif wat dichter naar me toe.
'Mag ik ook gewoon een knuffel?' vraagt ze.
Ik knik meteen en neem haar direct in mijn armen, haar lichaam dicht tegen de mijne.
Terwijl ik haar zo vasthoudt, en zij mij, weet ik zeker dat ze weer terug is. Ik heb dat de afgelopen week wel vaker gedacht, maar nu weet ik het écht zeker. Ze is weer terug. Ik ben haar bijna kwijtgeraakt, en we zijn nog een beetje een puinhoop, maar ze is wel weer terug.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Woww dat is wel erg zeg... denken dat er 2 dagen voorbij zijn...

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh, Paige is wel op weg naar boven gelukkig!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen