Btw nee dit is geen Blackpink fanfictie omdat de hoofdpersoon Jennie heet lol

De muren waren kaal. De vloer was kaal. Zelfs het plafond was kaal. Ik woonde al drie volle dagen in het nieuwe appartement in Washington, maar ik was er nog niet aan toe gekomen om de dozen uit te pakken. Ik had enkel wat kleren in mijn nieuwe, kale klerenkast gelegd en mijn make-up op mijn nieuwe IKEA-bureau uitgestald. Ma hield er niet van as ik mijn make-up in de badkamer liet slingeren.
De eerste dag na de verhuizing hadden ma en ik de woonkamer ingericht, en verder dan dat waren we niet gekomen. De tweede dag had ma één van haar zwangerschap dagen waarin ze neerstortte op de bank en dan alleen op stond om naar de WC te gaan. Zulke dagen haatte ik. Het was niet omdat ik het erg vond dat ik alle klusjes op me moest nemen, maar omdat er dan altijd zo’n bedrukte sfeer in het huis hing. Ma was een van de sterkste, moedigste en knappe vrouwen die ik kende, en ik werd er altijd een beetje verdrietig van als ik haar als een zombie op de bank moest zien liggen terwijl ze mij altijd vertelde hoe ik mijn rug recht moest houden. Soms wenste ik dat ze nooit zwanger was geworden van de man waarmee ze een half jaar geleden twee maanden in een relatie was geweest. Soms wenste ik dat ik voor altijd haat enige kleine meisje kon zijn, want het maakte me als zestienjarige nog steeds altijd onbeschrijfelijk gelukkig wanneer ze me zo noemde.
De derde dag had ze me wat geld gegeven om naar de winkel te gaan voor verf, zodat we binnenkort mijn kamer zouden kunnen gaan verven. Maar ondanks dat ik de verf wel had weten te vinden, was ik verdwaald geraakt, was ik ondertussen maar bij de Starbucks gestopt, en was het tegen zes uur ’s avonds toen ik weer thuis was. Gelukkig was ma niet boos geworden, en had ze me een kus op mijn voorhoofd gegeven en op het hart gedrukt dat het verven er volgend weekend wel van zou komen.

Terwijl ik de vierde dag naar mijn kale plafond zat te staren, realiseerde ik me dat de volgende dag mijn eerste schooldag zou zijn. Dat herinnerd te hebben, sprong ik op, hees ik mijn korte spijkerbroek op, en begon ik als een malle de verhuisdozen uit te pakken. Ik had er geen zin in om school te beginnen in de puinhoop van de verhuizing.
Toen ik klaar was voelde de lege ruimte opeens een stuk minder leeg, maar toch was het nog niet thuis. Het voelde hetzelfde als wanneer je als kind je favoriete knuffel meenam wanneer je bij iemand ging logeren. Alleen omdat je die knuffel bij je had betekende het niet opeens dat je in je eigen bed lag.
Mijn spullen stonden er wel, maar het was nog geen thuis. Ik wist dat ik het tijd moest gunnen.

Om kwart voor zeven ging mijn wekker die ochtend, en om zeven uur wist ik mezelf uit bed te hijsen. Ik at een kom muesli en dronk was sinaasappelsap uit het pak. Terwijl ik mijn snor van sinaasappelsap van mijn bovenlip veegde snelde ik terug naar mijn kamer waar ik het gebruikelijke halfuur voor mijn kledingkast besteedde, en zowat elk kledingstuk paste voordat ik eindelijk een outfit bij elkaar had gesprokkeld.
Met mijn paarse tandenbotstel in mijn mondhoek vlocht ik mijn haar in twee vlechten en bestudeerde ik even hoe de roze dip dye die ik die zomer geprobeerd had weggevaagd en uitgegroeid was. Ik zag er als een erg normaal meisje uit. Ik droeg niet ontzettend veel- of weinig make-up, had blauwe ogen en blond haar. Ik vond het fijn om te denken dat ik normaal was en tussen de andere meisjes paste. De kleren die ik droeg waren niet bepaald wat alle populaire meisjes droegen, mar het was niet al te alternatief of opvallend. Ik hield van pastelkleuren en kortgeknipte broeken met panty’s en gympen er onder. Het was leuk om te experimenteren tussen stoer en zacht, gewaagd en tam. Soms zag ik er graag sexy uit, en soms vond ik het leuk om me te kleden als een alternatieve twaalfjarige.

‘Jennie!’
Ik had mijn rugtas al over mijn rug gehesen, en mijn leren jack al aan. Ik trok net een muts over mijn haar toen ma me riep en in haar badjas naar me toe schuifelde om me gedag te zeggen.
‘Veel succes, lieve Jennie,’ wenste ze me toe.
‘Dank je, mam. Bel maar als ik uit school nog wat van de supermarkt moet meenemen, oké?’
Ma omhelsde me en wenste me opnieuw heel veel succes.

Het was maar een kwartier fietsen naar school, en ik arriveerde net op tijd om me gauw voor te stellen aan mijn nieuwe mentor voordat ik me naar geschiedenis haastte. Perfect, ik was niet de eerste en niet de laatste. Ik kon me precies door mijn nieuwe klasgenoten manoeuvreren zodat ik niet opviel en een goed plekje in het midden van de klas kon vinden.

‘Stilte, graag!’
De leraar klapte in zijn handen, en enkele seconden later doofde het geroezemoes in de klas uit.
‘Zoals ik vorige week al heb verteld hebben jullie een nieuwe leerlinge in de klas.’
Een aantal mensen draaiden zich om in hun stoel om me te zien, en ik knikte een beetje ongemakkelijk terug wanneer iemand naar me staarde. Ondertussen was de leraar achter zijn computer verdwenen en had hi de namenlijst van de klas tevoorschijn getoverd. Hij klikte op het fotootje waar mijn gezicht op stond zodat die vergroot werd, maar het voelde alsof er een bak ijs in mijn maag voel toen de vergrootte foto op het bord verscheen. Onder de foto van mijn oude school, waar in feite niet veel mis mee was, stond in koeienletters mijn naam. Het was mijn naam, maar het was geen Jennie Foy.
Jonathan Foy, was er te lezen onder het gezicht van een meisje die een beetje nerveus in de camera glimlachte.
Een luider geroezemoes en gelach steeg op vanuit de klas terwijl de docent paniekerig oogcontact met mij zocht. Ik keek dwars door hem heen. Een onzichtbare hand had mijn luchtpijp dichtgeknepen, en ik was vergeten hoe ik moest ademen.
De leraar probeerde de foto van het bord weg te krijgen, maar hij was zelf bijna net zo prehistorisch als een dinosaurus. In zijn paniek had hij het document geopend die mijn oude school naar mijn nieuwe school had gestuurd, en waar mijn gegevens in stonden. Waarschijnlijk had hij verwacht daar een foto te vinden waar mijn oude naam niet meer onder stond, maar wat nu op het bord stond was geen tikkeltje minder rampzalig. In de plaats van het nerveus lachende meisje stonden er nu ook mijn oude schoolfoto’s op het bord: foto’s van een doodongelukkige, bleke jongeman die er ongezond en onverzorgd uit zag. Een twaalfjarig homo jongetje met halflang haar die stiekem wanneer hij alleen thuis was zijn moeders lippenstift op deed en vervolgens het er huilend in de douche weer af spoelde. Een hoofdstuk uit mijn leven waarvan ik hoopte het af te kunnen sluiten met de verhuizing, die nu blootgelegd stond op het bord.

Het gefluister en gegniffel werd nog luider, als een boze zwerm bijen die rond mijn hoofd vloog. Mede-leerlingen keken van het bord naar mij, en weer terug naar het bord.
‘Jonathan?!’gierde iemand.
Ik hoorde het bijna al niet meer. Ik had mijn schouders op getrokken en hoopte de afschuwelijke beelden van Jonathan achter mijn vlechten te verbergen terwijl mijn zicht langzaam vervaagde achter de opwellende tranen. Ik voelde me opeens ontzettend bloot in mijn t-shirt, alsof iedereen dwars door mijn huid kon kijken. Krampachtig sloten mijn vingers zich rond mijn bovenarmen, en hielden die vast alsof ik uit elkaar zou vallen als iets me niet bij elkaar hield.

‘Stilte!’ bulderde de dinosaurus. ‘Ik denk dat er een foutje is gemaakt door Jennie’s oude school, en dat ze per ongeluk haar oude naam onder haar foto hebben gezet. Dat kan gebeuren, nietwaar? Wat ik wilde zeggen is dat ik hoop dat jullie het goed met elkaar zullen vi-‘
‘Waarom draagt Jonathan make-up en meisjeskleren? Is hij een travestiet of zo?’ vroeg een jongen op de eerste rij, onmiskenbaar de clown van de klas.
Ik moest op mijn tong bijten om er voor te zorgen dat de tranen mijn ogen niet verlieten. Het bloed steeg naar mijn wangen en het was plotseling alsof ik koorts had. Mijn hart bonkte in mijn oren, maar ik voelde geen woede, enkel koude, klamme schaamte. Ik voelde me misselijk.
‘Jonathan… eh…’ begon de dinosaurus aarzelend ‘Jonathan was eerst Jonathan, en nu is ze Jennie,’ zei hij plompverloren ‘dus nu is ze een ze.’
De dinosaurus probeerde de les voort te zetten en ons over de oude Grieken te leren, maar niemand had hun hoofd er compleet bij. Ik kreeg het hele uur om de minuut wel op z’n minst drie blikken, en ik kon me maar niet op mijn boek focussen. Opnieuw en opnieuw krabbelde ik “Jonathan” in mijn schrift, en zette er een vervolgens een dikke streep doorheen. Jonathan was iets van vroeger, Jennie is het heden.

De volgende les was Spaans, en we werkten in tweetallen. Omdat ik de eerste schoolweken gemist had, vroeg ik mijn partner of ze me misschien wilde uitleggen waar we mee bezig waren. Maar ze snauwde allen dat ik maar in het boek moest kijken, trok het papiertje naar haar toe, en bleef er de hele les overheen gebogen zitten. Ik probeerde een paar keer te vragen of ik mocht zien wat ze aan het doen was, maar dat weigerde ze.
Tegen het einde van de les tikte de lerares me op mijn schouder, en keek me aan het een blik die niet veel goeds kon betekenen.
‘Waarom laat jij Jennifer al het werk alleen doen, Jennie? En ik dacht nog wel dat je als nieuwe leerlinge een beetje inzet kon tonen.’
‘Ja maar-‘ begon ik.
‘Ja, ik vraag steeds of Jonathan me wilt helpen, maat hij zegt dat hij het niet snapt,’ viel mijn partner, Jennifer, me in de reden.
‘Jennie’, protesteerde ik zwakjes, maar waarschijnlijk hoorde ze me niet, want ze zat onschuldig met haat wimpers naar de lerares te flapperen.
‘Ik had beter van je verwacht, Jo-…Jennie’, besloot de lerares, en ze liep verder naar de volgende tafel. De misselijkheid die ik tijdens geschiedenis had onderdrukt kwam weer terug, en ik voelde de tranen weer prikken. Voordat ik iets kon doen boog Jennifer zich met een grijns weer over het papiertje.

Voor de rest verliep de dag niet al te dramatisch, en vluchtte ik zo gauw mogelijk naar huis toen de bel ging.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here