We waren laat uit die dag, en ik moest na school nog langs de supermarkt, dus leek het me verstandig om Ian de dag daarna wel te sms’en. Ik wilde nu gewoon het liefste naar huis en naar bed.

Maar toen ik de supermarkt uit liep, zag ik iets wat me deed stilstaan. In een donker hoekje naast de winkelwagentjes zat er een jongen op de grond, naar voren gebogen met wat er uit zag als bloed op zijn handen. Hij zat te snikken, en hij regende nat van waar hij zat.
Aarzelend liep ik op de jongen af, en hurkte neer.
‘Hee, gaat het? Wat is er aan de hand?’
Mijn hart leek tot in mijn gympen te zinken toen ik het bebloede gezicht herkende. Het was Lucas, de clown van de klas die me eerder die dag lastig gevallen had! We keken elkaar even geschrokken aan, en hij probeerde snel de tranen van zijn wangen te vegen, maar vergat dat zijn handen onder het bloed zaten, waardoor hij zijn gezicht alleen maar erger besmeurde. Het leek erop dat het bloed uit zijn neus kwam.

Mijn eerste instinct was om keihard weg te rennen. Maar op de een of andere manier kon ik me het niet over mijn hart verkrijgen om hem zo achter te laten in de regen en in het donker, zelfs na wat hij me had aangedaan.
‘Hier’, zei ik, terwijl ik een zakdoek uit mijn rugzak viste en die aan hem gaf.
Hij nam de zakdoek wel aan, en drukte die tegen zijn neus, maar keek me vuil aan. ´Wat moet je?’ vroeg hij nors. Hij leek veel minder agressief en intimiderend dan hij op school was. Nu klonk er meer schaamte en breekbaarheid door in zijn stem. Hij was nog steeds aan het huilen, al probeerde hij dat niet te laten zien.
‘Ik zag je zitten, maar ik wist niet dat jij het was’, zei ik. Ook mijn toon was anders dan op school: koeler, minder angstig.
‘Wat kan jou dat nou weer schelen? Je haat me toch, of niet dan?’
‘Heb ik nooit gezegd, al kan ik niet echt zeggen dat ik je aardig vind. Ik denk dat jij mij erger haat, nietwaar?’
Ik wist niet waarom de situatie bijna komisch voor me was. Misschien was dat wel omdat het voelde alsof de rollen omgedraaid waren. Nu was híj opeens de breekbare, de zwakke.
‘Natuurlijk haat ik je, nicht. Wat dacht je anders?’
Misschien was dit het moment om het te vragen: ‘Waarom haat je me zo?’
Lucas stootte een hatelijk lachje uit, misschien wel om zijn tranen te verbergen.
‘Homo’s, transgenders, wat dan ook, ik haat ze allemaal.’ Het kon geen verbeelding zijn dat zijn ademhaling weer onregelmatiger werd, en zijn stem hoger. Hij leek weer erger aan het huilen dan eerst, en hij merkte dat zelf ook.
‘Kras op! Ik heb je niet gevraagd om hier te komen aapjes kijken! Vind je me grappig?’
Ik zei niks, maar overhandigde hem nog een zakdoekje, nu niet voor het bloed. Nee, ik vond hem niet precies grappig, al kon ik ook niet zeggen dat ik nou zoveel medelijden met hem had.
‘Waarom?’ vroeg ik opnieuw.
‘Luister eens goed, domme hoer, ik snijd nog liever mijn eigen lul eraf dan dat ik jou dat zal vertellen.’
Opeens kwam er een gedachte in me op. Voordat ik er over na kon denken wat de gevolgen zouden kunnen zijn, flapte ik eruit: ‘Ben je soms zelf homo?’
Tot mijn schrik begon Lucas nu hartverscheurend te snikken, en het bloed drupte op de stoep onder hem. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik nam die reactie aan als een bevestiging op mijn vraag, al wist ik niet of ik het zelf wel kon geloven.
‘Mijn ouders haten me’, fluisterde hij. Ik wist niet of het zijn bedoeling was dat ik hem zou horen of niet.
‘Is dat waarom..?’
‘Ja, godverdomme, dat is waarom ik hier zit te janken en waarom ik toegetakeld ben. Lach maar, dat vind je vast zo leuk, hè? Kijk hem daar eens zitten, die lozer!’
Maar ik vond het helemaal niet leuk. Ik voelde totaal geen genoegen of gevoel van karma.
‘Is er iets wat ik voor je kan doen?’
Voor de eerste keer in ons gesprek, als je het zo kon noemen, voelde ik me bang, toen Lucas met vuurspuwende ogen me bij de kraag greep en giftig siste: ‘Luister goed, vieze slet, als je hier ook maar één ding over zegt, als je ook maar dóét alsof je me hier ooit gezien heb, dan vermoord ik je! En dat is geen beeldspraak, als ik je dan te pakken krijg dan-‘
‘Prima, alsof het mij wat kan schelen! Laat me los!’
‘Nee, ik wil dat jij heel goed begrijpt waar ik tot in staat ben. Ik weet dat ik er nu misschien wel uitzie als een zwak watje, maar ik heb connecties, en als ik wil dat iemand pijn lijdt, dan zal ik daar voor zorgen ook!’
Ik trok mezelf los en stond op. ‘Ik zei al dat het me geen bal kan schelen. Als je denkt dat ik verwacht dat íemand mij zal geloven als ik dit doorvertel heb je het mis. Ik ben niet achterlijk, en ik ben ook geen zielige lul zoals jij die zoiets tegen iemand houdt. Ik hoop gewoon dat je inziet dat we in het zelfde schuitje zitten en dat je eigen onzekerheden op mij afreageren je echt niet verder helpt-‘
Lucas onderbrak me door een aantal lelijke scheldwoorden te roepen, en hield daar niet mee op voordat ik weg was.

Ik was oprecht niet van plan om dit door te vertellen, al was het misschien wel aanlokkelijk. Maar realistisch gezien wist ik dat niemand me zou geloven, en dat ik door “leugens” te verspreiden mezelf alleen maar erger in de nesten zou werken. En ik zou aan het liegen zijn als ik niet toe zou geven dat ik een beetje bang voor Lucas was. Ik kon zijn advies maar beter opvolgen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here