De man die zijn kop koffie nu kwijt is kijkt me even aan en loopt zonder iets te zeggen verder. "Bedankt voor de koffie." Mompel ik tegen mezelf. Net op het moment dat ik mijn tas wil oprapen zie ik dat een paar papieren uit mijn tas zijn geschoven. Met een zucht kniel ik neer en probeer ik ze bij elkaar te rapen, al is dat niet gemakkelijk nu ze helemaal doorweekt zijn van de regen. Ik zie hoe de inkt meer en meer uitloopt naarmate het papier een druppel opvangt. Voorzichtig steek ik de papieren terug in mijn tas. Mijn blik valt wat verder dan de tas en ik zie de foto liggen. Haastig sta ik op en loop naar de foto. Op het moment dat ik de foto wil opnemen, bukt een vreemdeling zich en raapt de foto op. Snel kom ik tot stilstand en kijk de vreemdeling aan. "Dat is mijn foto meneer" zeg ik op een vriendelijke toon. De man kijkt naar mij en dan weer naar de foto. "Maar natuurlijk, dat ziet iedereen!" zegt hij glimlachend. "Hier zo, ik zou hem wel even te drogen leggen, anders heb je er niet veel meer aan." Met deze vriendelijke woorden geeft de man de foto aan mij en vervolgd zijn weg. "Bedankt!" roep ik nog snel naar de man maar hij hoort haar niet meer. Ik kijk naar de foto en een glimlach speelt op mijn gezicht. Snel steek ik hem in mijn tas en vervolg ook ik mijn weg naar huis.

In de verte zie ik de winkel al en een kleine rilling gaat door me heen. Deze negeer ik en zet een glimlach op mijn gezicht. Met een duw doe ik de deur open en een belletje weerklinkt door de winkel. Snel loop ik door de winkel naar het woongedeelte. "Richie ik ben thuis!" roep ik terwijl ik mijn jas uit doe. Mijn jas hang ik op een stoel om te drogen en ik kijk naar mijn t-shirt. Een grote bruine vlek is duidelijk zichtbaar. Ik merk op dat er geen antwoord komt en roep nog eens. "Richie, waar ben je?" Een beetje bezorgt loop ik de gang in en zie dat er licht schijnt in de rommelkamer. Stil ga ik in de deuropening staan en leun tegen de deurpost. Ik zie hoe Richie met een hoofdtelefoon op achter de oude piano zit. Zijn handen trekken mijn aandacht en ik zie hoe ze bibberen. Een gevoel van medelijden borrelt op en ik loop naar hem toe. Ik leg mijn handen op zijn schouders en geef hem een kus op zijn hoofd. Verschrikt zet hij zijn hoofdtelefoon af en kijkt me aan. "Dag Amelia, ik had je niet gehoord." zegt hij zacht. Ik geef hem een kus op de wang en knikt naar de piano. "Wat ben je aan het doen?" vraag ik. "Ik wou kijken of ik het nog kon, vandaag heb ik een goede dag." antwoord hij met een glimlach. "Zal ik wat te eten klaarmaken?" stel ik voor. "Heel graag, jij mag kiezen." zegt Richard. En net op dat moment weerklinkt de winkelbel door de gangen. Snel staat hij op en baant zich een weg naar de winkel. Even staar ik naar de piano en ga met mijn vingers over de toetsen. Zachtjes speel ik een melodie die ik nog ken van vroeger en een herinnering dringt zich op. Mama had deze melodie zo vaak voor me gespeeld en het mij zelfs aangeleerd. Tranen borrelen op in mijn ogen en ik klap de piano dicht. Ik wrijf even in mijn ogen en herpak mezelf. Ik verdring de gedachte en ga naar de keuken. Kijkend in de koelkast en de kasten beslis ik wat ik ga klaarmaken om te eten. Het gaat lasagne worden.



Snel begin ik eraan en als de lasagne in de oven staat ruim ik de keuken zorgvuldig op. Ik dek de tafel en Richard komt naar binnen gelopen. Hij neemt plaats aan tafel en schenkt zichzelf een glas water in. Erg geconcentreerd op zijn hand neemt hij het glas vast en neemt een slok. Onbewust kijk ik hem aan en glimlach. "Het eten is zo klaar, heb je de winkel al afgesloten?" vraag ik. "Ik moet alleen de deur nog op slot doen." antwoordt Richard. "Ik zal dat wel even gaan doen, blijf rustig zitten." En met die woorden ga ik naar de winkel, loop tussen de rekken door naar de deur. Een draai aan de sleutel, het bordje omhangen naar 'gesloten' en de klus is geklaard. Heel even staar ik naar buiten en kijk recht naar de plek. De plek waar vroeger 2 grote torens stonden en nu een leegte is.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen