Foto bij H94: Wezen in archief ~ Nick

Hoi iedereen!
Het is een vrij zware periode voor me (problemen op het werk en thuis) en ik raak niet altijd aan schrijven toe, maar het is me toch gelukt:)
Geniet ervan!

Korte samenvatting:
Khana en Nick zijn in Zuid-Afrika aangekomen. Terwijl Khana naar pinguïns is gaan kijken, nam Bokamoso (privéchauffeur van Nick in opdracht van het ministerie) Nick mee naar het ministerie. Daar zou Nick meer info over Khana's verleden vinden, werd hem gezegd...

“Ik ga in het café daar iets drinken, dus na het bezoek kunt u me daar vinden en dan rij ik u wel terug naar uw bestemming”, zei Bokamoso en ik knikte, waarna ik me omdraaide en naar het gebouw liep. De lucht voelde zwaar aan en de wolken waren donker, maar er viel geen druppel uit de lucht. Eenmaal in het gebouw, werd ik al meteen onthaald door een man. “Nick Newland?” vroeg hij en ik hoorde een soort van spanning in zijn stem. “Ja, dat ben ik”, antwoordde ik en de man knikte, waarna hij zei: “Volgt u me maar.” Er was geen begroeting, geen handdruk, geen papierwerk en geen beleefdheden. Hoewel ik dat al verdacht vond, bereikte mijn wantrouwen bijna zijn hoogtepunt toen de hand van de minister trilde om de deurklink nog maar vast te pakken. Hij zag er gespannen uit en om de zoveel tijd veegde hij met een zakdoek wat zweet van zijn voorhoofd. “Meneer, voelt u zich wel goed? Is er iets?” vroeg ik op een diplomatische toon terwijl ik hem nauwkeurig in het oog hield. We waren al verschillende deuren en trappen gepasseerd, waardoor we nu waarschijnlijk ondergronds zaten. De gang waar we in stonden was leeg en ik zag dat de minister geschrokken was van mijn vraag. Met een ongelooflijk neppe glimlach zei hij: “Ja hoor, niets aan de hand. Gewoon een beetje warm…” Ik geloofde er niets van, maar ik zag dat we bij een deur waren aangekomen waar ‘Archief 03’ op stond. “Hier… is het”, zei de man en zijn stem trilde. Ik vertrouwde het helemaal niet meer en creëerde een illusie om mij heen, om dan in mijn halve kitsune-gedaante te veranderen. De minister zag mij dankzij de illusie nog steeds als mens en hij opende de deur, waarna hij zei: “Kom… Komt u maar… mee.” Met een hand op mijn katana, liep ik behoedzaam achter de minister aan.

“Ah, is hij degene die de Raad van Japan heeft gestuurd? Mooi, kom maar verder hoor”, hoorde ik een stem vanachter een kast zeggen en de minister kromp ineen. Ik sloeg de hoek om, om dan een weerzinwekkend wezen aan een tafel te zien. Hij was niet groter dan een kind en had een enorme bierbuik, maar zijn ogen waren slechts lege holtes en in zijn voorhoofd zat een zwart verbrand gat. Zijn vleermuisachtige neus bewoog wat terwijl hij zei: “Ik ruik een vos… Ben je een kitsune? Oh ja, meneertje minister? Je kunt gaan.” Hij sprak zo neerbuigend dat ik de minister vernederd naar beneden zag kijken, maar hij knikte en wandelde weg. Zodra de deur achter hem was dichtgevallen, gebaarde het wezen naar een stoel voor zich en zei: “Ga zitten, kitsune. Ik zal je de info geven die je wilt weten.” Gespannen ging ik op de stoel zitten en het wezen leunde achterover, waarna hij een sigaret pakte en hem aan stak. Terwijl hij er een trek van nam, vroeg hij: “Hoe heet je?” “Dat is voor ons beiden niet van belang, geef me de informatie”, antwoordde ik ietwat bot en het wezen grijnsde. “Oh, gaan we moeilijk doen? Trek je niets van die mens aan, ik heb hem gewoon op zijn plaats gewezen. Ik zal zijn gezin voorlopig nog wel met rust laten…”, zei hij en hij lachte. Als ik hier niet zou zijn geweest in opdracht van de Raad, was ik al lang weg gegaan. “Goed, laten we ter zaken komen. Je wou info over Khana Davis, nietwaar? Meer specifiek over haar verleden”, zei hij plots ernstig en boog voorover.

Hij schoof een map over de tafel naar me toe en zei: “In deze map zit wat bewijsmateriaal.” Ik blikte nog even kort naar zijn gezicht, maar hij staarde neutraal voor zich uit en ik opende de map. Meteen zag ik dat de eerste papieren brieven waren. Ik pakte er eentje en las hem door. Hoewel er veel onbenulligheden in stonden, ging het over het algemeen om een goedkeuring vanuit het Zuid-Afrikaanse ministerie. “Over wat gaat deze goedkeuring?” mompelde ik in mezelf, maar het wezen had het gehoord en zei: “De eerste vijf papieren overslaan, dan zie je het wel.” Ik deed wat hij zei, waarna ik in het groot op een papier zag staan:
‘Hierbij geven wij, als ministers van Zuid-Afrika, toestemming aan Khana Davis om het kamp te verlaten en in de huidige samenleving te komen. Wij sluiten ons hierbij dus ook aan bij de beslissing van de overige ministeries uit Afrika, Amerika, Europa en Oceanië, die zich ook uitspraken over deze zaak. Het kamp zal ook de nodige maatregelen treffen opdat Khana Davis zich moeiteloos kan inmengen met de maatschappij, zonder dat dit vragen op zal roepen. Wij geven haar hierbij ook mee dat ze in ons land welkom is en dat ze onze toestemming heeft om hier te leven, mocht haar voorkeur uitgaan naar Zuid-Afrika als permanente verblijfplaats. Ondergetekende, …’
Daaronder stonden verschillende handtekeningen en ik fronste verrast. Wat had dit te betekenen?

“Nu,” zei het wezen en ging wat overeind zitten, “jij hebt de info gekregen, dus ik wil mijn beloning.” Mijn blik verduisterde automatisch bij die woorden en ik vroeg met een lagere toon dan normaal: “Hoe kom je aan deze info?” Er verscheen een frons op het voorhoofd van het wezen, maar die verdween en hij drukte zijn sigaret uit op het tafelblad. “Kijk, kitsune,” zei hij met een sneer, “dat is voor ons beiden niet van belang, ken je die zin toevallig?” Hij grijnsde voldaan en ik voelde mijn energie zich in mijn lichaam opstapelen. In twee stappen was ik bij het wezen en ik tilde hem ruw bij zijn keel op. Ik kneep vrij hard en vroeg dreigend: “Dat is wel van belang, hoe kom je aan deze info? Dit lijkt me niet iets dat in een menselijk archief bewaard wordt…” “Oké al goed, jij je zin! Ik heb deze info van mijn slaaf gekregen… Het werd bewaard bij een heksenfamilie die de vroegere eigenaren van mijn slaaf waren, laat me nu los!” zei hij terwijl hij met zijn korte beentjes spartelde. Mijn vossenoren schoten alert omhoog bij het woord ‘slaaf’, maar ik liet het wezen wel los. Hij viel vrij behendig op zijn voeten en wreef over zijn keel, om dan met een grom te zeggen: “Ga nu, kitsune, we zijn klaar hier. Ik eis mijn beloning wel op een ander moment op.” Hoewel alles in mij riep om dit wezen in stukken te snijden met mijn katana, draaide ik me ruw om en stapte met grote passen het archief uit.

Reacties (1)

  • Hermione2003

    Het maakt niet uit dat je rustiger aan doet hoor! Hoewel ik uiteraard uitkijk naar nieuwe hoofdstukken begrijp ik best dat je naast schrijven ook een leven hebt. Neem de tijd die je nodig hebt!

    1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen