Isabelle Hardy


Ik schrik wakker van een harde knal en zit meteen rechtop in mijn bed. Ik hoor gestommel, met een hoop gekreun. In de badkamer hoor ik kastjes geopend worden, gevolgd door een hoop gevloek van Zayn.
Opgelucht haal ik adem, als ik Zayn's stem herken. Nieuwsgierig stap ik uit mijn bed en loop ik naar de badkamer toe.
"Wat ben jij in hemelsnaam..." de woorden stokken in mijn keel, als ik Zayn zie. Zijn gezicht is bond en blauw en ligt op verschillende plekken open. Mijn ogen worden groot bij het zien van de grote bloedvlek op zijn shirt.

"Ies, ga naar bed." Zijn woorden klinken vreemd, wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door de beginnende zwelling op zijn kaak.
"Houd je mond." Beveel ik hem. Hij probeert er nog iets tegen in te brengen, maar daar heeft hij de kracht al niet meer voor. Ik haal een houten stoel uit de keuken en zet hem daar op neer. Zayn probeert me nog tegen te houden maar ik kijk hem streng aan, waarna ik zijn shirt omhoog trek.
Ik sla mijn handen voor mijn mond en voel me even licht in mijn hoofd worden.
"W-wie...?" Stamel ik. Wie zou zo iets vreselijks doen.? Op zijn onderbuik zit een grote vleeswond, waar ooit een tattoo van een hart had gezeten.
"Styles." Gromt Zayn. "Harry fucking Styles." Hij spuugt wat speeksel gemengd met bloed in het doucheputje naast hem op de grond.
"Hij heeft je geskind?" Zeg ik ongelovig. Welke barbaar doet zo iets? Je moet toch ieder greintje menselijkheid verloren zijn, als je iemand zo toetakelt?

Ik zet de schrik aan de kant en besluit dat het tijd is voor actie. Zayn had de medicijndoos al opgedoken. Uit de doos pak ik wat alcohol en gaas. Ik bekijk de wond nog goed eens goed. Die Harry Styles moest dit vaker gedaan hebben, want hij had daadwerkelijk alleen de huid verwijderd. Ik had vaker voor Zayn een wond gehecht, ik was er niet perse erg goed in, maar hij had het altijd overleefd. Deze wond is niet te hechten.
Ik doordrenk het gaas met de alcohol en dep de wond schoon. Zayn grijpt de stoel vast en vloek luid.
Nadat ik de wond verbonden heb geef ik Zayn twee ibuprofen en een paracetamol, met het idee dat deze twee elkaar zullen versterken en Zayn zo hopelijk een beetje pijnloos kan slapen. Ik help hem overeind en begeleid hem naar zijn bed.

De volgende ochtend gaat mijn wekker veel te vroeg. Ik kom kreunend uit mijn bed en wrijf in mijn ogen. Ik had de slaap gisteren niet meer kunnen vatten en had nog uren liggen woelen in mijn bed. De gedachte dat iemand zo iets vreselijks kon doen, had me helemaal van mijn stuk gebracht. Harry Styles moest wel in en in slecht zijn. Ik weet ook wel dat zayn lieverdje is, in zijn wereld zou er nou eenmaal altijd geweld aanwezig zijn. Ik had het al vaak zat gezien, het was niet de eerste keer geweest dat Zayn toegetakeld thuis kwam, maar dit, dit is geen normaal geweld meer. Dit is een psychologisch spelletje, een ziek spelletje wat deze Harry Styles speelt. De nare smaak van gisteravond komt in mijn mond en maakt me misselijk.

Ik besluit nog snel bij Zayn te gaan kijken, hij slaapt nog vredig. Hoe kan hij dit toch zo normaal vinden? Even vraag ik mij af of Zayn hier ook toe in staat zou zijn? Eigenlijk besprak hij dit soort dingen nooit met mij en ik vroeg er al zeker niet naar.
Ik til de deken op en zie Zayn in alleen een joggingsbroek liggen, boven zijn broek zie ik de afgeplakte wond. Voorzichtig peuter ik de pleisters los om de wond te bekijken, Zayn is gelukkig een diepe slaper. De wond ziet er rustig, dus plak ik het snel weer af. Vanmiddag zal ik hem wel zeggen dat hij de wond moet laten luchten, voor nu lijkt het me fijner dat de wond niet vastplakt aan zijn dekbed. Ik dek Zayn weer snel toe en haast mij dan weer naar mijn slaapkamer, waar ik mijn sportkleren aan trek. Ik fris mij nog even op in de badkamer, waarna ik eindelijk en zeker 10 minuten later dan anders de deur uitstap voor mijn gebruikelijke ronde.

Ik trek mijn paardenstaart nog even iets strakker en begin mijn ronde in een lekker tempo. Ik volg de straat richting het park, ik begroet de postbode en ren dan het park in. Bij de speeltoestellen stop ik en begin ik mijn rekoefeningen. Ik leg mijn enkel op het bankje en buig me voor over.
Ik kijk verschrikt op als ik gefluit hoor. In de verte staat een man, ik probeer de man te negeren en me te focussen op mijn strekoefeningen, maar hij fluit weer. Het is niet alsof het park normaal leeg is, het park wordt vaak al vroeg bezocht door sporters en mensen die een shortcut nemen naar hun werk. Toch voelt dit vreemd. De man lijkt dichterbij te komen, terwijl hij vrolijk blijft fluiten. Ik besluit mijn gevoel te vertrouwen en de strekoefeningen voor nu maar te laten. Snel zet ik het weer op het lopen, om de afstand tussen mij en de man te vergroten. Gelukkig blijft de man lopen en is hij snel uit beeld. Opgelucht haal ik adem en vervolg mijn weg.

Eenmaal het park uit voel ik me al een stuk beter, de man was vast niks, ik had me vast nog te veel adrenaline in mijn lijf van vannacht. Tevreden over mijn theorie ren ik verder, tot ik het weer hoor. Het gefluit.
Nerveus scan ik de straat af, naar waar het gefluit vandaan komt, maar ik kan niemand ontdekken. Mijn hart gaat te keer en niet het normale te keer gaan van het hardlopen. Mijn lichaam schreeuwt dat ik weg moet wezen, maar ik weet niet eens waarom. Ik versnel mijn tempo en blijf de straat af-scannen. Als ik de hoek om gaat hoor ik het weer. Het gefluit, maar nog steeds niemand. Ik begin nog iets harder te rennen. Ik raak helemaal buitenadem en hijg als een malle. Weer het gefluit, dit maal zie ik wel iemand. Of beter gezegd, meerdere personen. Er komen twee mannen, gekleed in het zwart een steegje uit. Als ze me beginnen te volgen, op een snel tempo, weet ik het zeker. Ik moet hier weg, NU!

Op mijn snelste tempo begin ik te rennen, maar de mannen lijken me al snel in te halen. Tranen beginnen over mijn wangen te rollen als ik mij beseft dat dit helemaal fout gaat. Ik wil gillen en om hulp roepen, maar ik weet ook dat ik dan helemaal niet meer vooruit kan komen. Als ik de hoek om ren lijken de mannen mij niet meer te volgen. Gelukkig want mijn energie raakt op en ik weet niet hoelang ik dit nog vol houd. Het liefste zou ik stoppen en op adem komen, maar de angst dat ze me dan weer inhalen doet mij door rennen. Volledig overstuur ren ik door. Ik weet dat ik ongeveer halverwege ben en dat ik nog een eind naar huis moet rennen.

Na een tijdje durf ik eindelijk te stoppen om op adem te komen. Mijn keel is kurkdroog en ik heb het gevoel dat ik geen lucht meer krijg. Uit pure angst begin ik te hyperventileren. Ik probeer mij zelf rustig te krijgen, terwijl de tranen over mijn wangen lopen. Ik verstijf als ik het wéér hoor.
"Nee, nee, nee." Begin ik te huilen. "Nee, niet weer." Huil ik en begin weer te rennen. Weer verschijnen er mensen, ditmaal tussen een paar geparkeerde auto's. Ze spelen een spelletje met me, realiseer ik mij. Ze hebben daar gewoon zitten wachten tot ik weer op adem was, ze jagen me op, als een prooi.
In een helder moment pakt ik mijn telefoon uit mijn zak en bel Zayn.
"Neem nou op," smeek ik als de telefoon overblijft gaan. Er wordt opgenomen, er klinkt een kreun aan Zayn's kant.
"Zayn!" De paniek moet hoorbaar zijn in mijn stem, want Zayn klinkt daarna helemaal wakker.
"Ies, wat is er?!" Vraagt hij.
"Help, Zayn. Ze zitten achter me aan." Huil ik.
"Waar ben je?" Ik hoor Zayn bewegen aan zijn kant van de lijn. Ik scan wanhopig de straten af naar een naambordje maar kan niks vinden.
"Wie zit er achter je aan?" Ik probeer antwoord te geven, maar ik kan alleen maar huilen. "Wie, Ies, wie?!" Schreeuwt Zayn.
Voor ik antwoord kan geven klap ik vol tegen een gedaante op. Ik klap op de grond, waarbij mijn telefoon kapot op de staat valt. Als ik omhoog kijk, stokt mijn adem.

"Harry Styles"

Reacties (1)

  • AmorAmor

    Dit is spannend!

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here