Foto bij H96: Wat is er gebeurd? ~ Nick

“Oké, begrepen. Bedankt Nick, fijne reis nog”, zei de vrouw aan de andere kant van de lijn en ik legde in. Een donderslag klonk buiten en ik probeerde de spanning in mijn lichaam weg te laten ebben. “Het ziet ernaar uit dat het de komende dagen gaat onweren”, zei Bokamoso en hij floot even. Ik knikte en we liepen het café uit. Terwijl we in de auto stapten, zuchtte ik even diep en wreef over mijn gezicht. Ik had net de Raad van Japan op de hoogte gebracht van wat ik had gelezen, maar ook zij leken er niets van te snappen. Het leek alsof er enkel meer vragen kwamen dan dat er antwoorden werden gevonden. Een nieuwe donderslag klonk door de hemel en ik besloot om wat te mediteren, zodat ik mijn energieniveau wat omlaag kreeg. Dit plan werd echter verpest doordat Bokamoso begon te praten: “Het is al even geleden dat het nog heeft geonweerd, weet je? Misschien is dit het werk van een impundulu… Hopelijk legt hij geen ei hier!” Niet-begrijpend keek ik hem aan en vroeg: “Wat is een impundulu?” “Oh, ken je dat niet? Als ik me niet vergis, wordt hij ook wel bliksemvogel genoemd. Hij is even groot als een mens en kan onweer veroorzaken. Op de plek waar de bliksem in slaagt, legt hij een ei ondergronds. Dat ei moeten we zo snel mogelijk vernietigen, want het brengt ongeluk! Gelukkig is een verre oom van me een sjamaan, hij kan het ei wel vernietigen, maar dat is niet zo eenvoudig en…”, ratelde Bokamoso terwijl hij terug begon te rijden. Ik knikte af en toe en keek toen afwezig uit het raam.

“Bedankt Bokamoso”, zei ik en hij glimlachte breed, waarna hij nog zwaaide en weg reed. Hij had me zo dicht mogelijk bij Boulder Beach afgezet, zodat ik nog naar Khana kon gaan. Hoewel ik graag haar verschillende vragen wou stellen over haar verleden, besloot ik te proberen het los te laten en in plaats daarvan mij voor te bereiden over een hele uitleg over haar date. Enkele mensen liepen weg en ik ging door de poort heen. Er was wel wat wind komen opzetten en ik wandelde via een houten pad verder. Net toen ik dacht dat Khana hier misschien toch niet was, kwam ik bij een uitkijkplatform aan. Er was niemand meer, behalve een persoon. “Khana?” vroeg ik en wandelde naar haar toe. Hier was de wind nog harder en schuimende golven kwamen ruw op het strand af. Khana stond naar de zee gericht en reageerde niet. Voorzichtig ging ik schuin voor haar staan, maar ze leek het nog steeds niet door te hebben. Ik had echter meteen door dat er iets flink mis was. Haar ogen stonden dof en ze staarde leeg voor zich uit. Waar ik me toch het meeste zorgen over maakte, was de gestolde bloedvlek in de plooi tussen haar schouder en nek. “Khana?” vroeg ik en ging vlak voor haar staan, om dan mijn hand op haar schouder te leggen. Ze voelde koud aan en opeens zakten haar ogen dicht, waarna ze door haar knieën zakte en ik kon haar nog maar net op tijd opvangen. Toch wel gealarmeerd liet ik haar neerzakken op de vloer en bekeek de wonde. Er zat ook wat bloed op de kraag van het vestje dat ze aan had, maar voor de rest leek het erop dat de wonde zich enkel in haar nek bevond en al gestold was.

Net toen ik dacht dat het misschien wel slim zou zijn om op zijn minst haar uit de wind te halen, fronste Khana en opende ze met moeite haar ogen. Zodra ze mij zag, keek ze me verward aan en vroeg: “Nick? Wat is er gebeurd?” “Dat kan ik beter aan jou vragen, ik vond je hier alleen en je keek levenloos voor je uit… om dan nog te zwijgen van dat bloed in je nek. Wat is er gebeurd? Waar is Davion?” vroeg ik en Khana sloeg haar armen om zich heen. Ik creëerde een illusie om ons heen, zodat niemand ons zo zou zien. “Ik… ik weet het niet… Alles is zo vaag… Ik herinner me nog dat Davion over pinguïns vertelde, maar daarna kan ik me niets meer herinneren. Daarbij, waarom ben je al hier? Je zou toch pas vanavond naar hier komen?” vroeg ze en er ging een rilling door haar heen. Mijn verbazing veranderde in bezorgdheid en ik zei: “We zijn al in de avond, je hebt hier al een tijdje gestaan vermoed ik.” Toen stond ik op, om dan Khana ook overeind te helpen. Ze greep echter meteen mijn arm vast en zei: “Wacht, ik voel me wat licht in mijn hoofd…” Ze zag er bleek uit en ik sloeg haar arm over mijn schouders om haar te ondersteunen. “Ik ben niet zeker, maar je hebt volgens mij vrij veel bloed verloren… Kan je wandelen?” vroeg ik en ze knikte twijfelend, waarna ik zei: “Laten we dan maar terugkeren naar het hotel, dan kan ik jouw wonde beter bekijken.” Weer knikte ze en zo gingen we op weg.

We waren echter nog niet ver op straat geraakt toen Khana zei: “Nick, stop even alsjeblief, alles draait weer.” Meteen stopte ik met wandelen en liet haar op de grond zitten. In de verte zag ik nog iemand snel weg lopen en ik keek naar de hemel. Het leek bijna nacht en de wind wakkerde alleen maar aan. Iedereen was naar huis gelopen, want er hing een zekere spanning in de lucht. Opeens hoorde ik een vreemd geluid en ik keek even rond, om dan te beseffen dat het van Khana kwam. “Khana?” vroeg ik en ze wreef over haar armen, waarna ze klappertandend zei: “Het is zo koud opeens.” Hoewel het naar mijn mening toch wel mee viel, voelde ik aan haar handen en die waren ijskoud. “We moeten je zo snel mogelijk naar het hotel brengen, zodat je kunt opwarmen”, mompelde ik en kwam overeind. In deze staat kon ze niet tot aan het hotel wandelen en de straten waren verlaten, want iedereen had beschutting gezocht voor de eventuele aankomende storm. Als mens zou ik haar kunnen dragen, maar het zou nog steeds een half uur duren voordat we er zouden zijn. Tenzij… Hoewel dit tegen mijn principes in ging en ik er absoluut niet van hield, leek me dit toch de beste oplossing. Ik hurkte weer naast Khana neer en zei: “Khana, ik ga zo meteen transformeren naar een vos, maar dan een iets grotere versie. Klim op mijn rug, dan heb je het automatisch warmer met mijn vacht en dan kan ik sneller rennen. Laat het wel duidelijk zijn dat dit uitzonderlijk is en dat ik er niet van hou als je aan mijn vacht trekt, oké?” Ze knikte en ik nam wat afstand van haar, waarna ik transformeerde. Mijn omgeving leek iets kleiner te worden en ik ging naast Khana liggen. Ze keek me nog even verrast aan, maar ging toen met moeite op mijn rug liggen. “Je bent zacht en warm”, mompelde ze terwijl ze haar armen half om mijn nek heen sloeg. Ik stond op en controleerde of ze stabiel lag, waarna ik met grote sprongen op weg ging naar ons hotel.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen