Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Net wanneer de man me passeert, zet ik een stapje in zijn richting en probeer ik zijn arm vast te pakken, maar hij beukt me keihard met mijn schouder opzij. De lucht wordt uit mijn longen geperst en de duw was toch iets harder dan gedacht, want ik raak volledig uit balans en struikel. Mijn hoofd knalt tegen de muur, hard genoeg om me van mijn bewustzijn te ontnemen.

Om zes uur zijn we klaar met werk, en nog altijd gekleed in onze uniforms gaan we naar de supermarkt om iets te kopen voor het avondeten. Het was gelukkig een vrij rustige werkdag, maar ik ben blij dat het nu over is. Ik heb inmiddels knap honger, en volgens mij geldt hetzelfde voor Nathan.
In het gangpad met de tomatensaus, komen we een vrouw tegen. Ik gok dat ze ongeveer even oud is als wij. Ze heeft een dikke dos donkerblond haar, net als ik, ook is haar haar langer en zijn de punten daarom wat lichter dan de rest. Ze is vrij lang, denk ik, ook al zijn Nathan en ik wat langer. Ze heeft twinkelende, lichtblauwe ogen, en een vriendelijke lach. En ze is helemaal in elkaar geslagen.
Hoewel ik het wil verbergen, zoals een goede politie-agent doet, breekt er iets van schok in mijn neutrale uitdrukking door, en het ontgaat me niet dat ze dat gezien heeft. Ze draait snel haar hoofd opzij, pakt een pot salsa, en loopt weg. Ze loopt een beetje moeizaam, en het lijkt alsof haar rechterenkel een beetje gezwollen is, ook al kan ik het vanwege de kleren niet zo goed zien.
Ik kijk verbaasd naar Nathan, die er minstens even bezorgd uitziet. Ik pak gewoon de tomatensaus en gooi die in het wagentje, waarna ik vraag: 'Wat moeten we doen?'
Hij aarzelt even. We werken allebei nog maar een paar maanden bij de politie, dus het voelt een beetje onwennig om te beseffen dat wij de mensen zijn die dingen op moeten lossen, ook als we niet zo goed weten wat we moeten doen.
'Laten we zometeen even naar haar toe gaan en vragen of we haar kunnen helpen. Als iemand mij in elkaar zou slaan, zou ik ook gewoon een beetje bang zijn. Ook voor politieagenten,' stelt hij voor.
Ik knik, en we lopen zo niet-bedreigend mogelijk weer naar haar toe. Ik voel me eigenlijk best wel heel onzeker, want Nathan en ik zijn allebei best wel groot en het laatste wat we willen is haar intimideren. Het liefst zou ik gewoon vijf jaar vooruit in de tijd gaan, zodat ik al wat meer ervaring heb met het politie-zijn en precies weet wat ik moet doen.
Wanneer we een eindje achter haar staat, schraap ik aarzelend mijn keel en zeg ik: 'Pardon, mevrouw?'
Ze draait zich om en werpt een netje uien in haar winkelwagentje. Ze vouwt haar armen om haar buik heen en lijkt zich wat kleiner te maken. Ze durft ons niet recht aan te kijken.
'Kan ik jullie ergens mee helpen?' vraagt ze, met een stem die zacht en helder tegelijk is.
'Hoi, ik ben Marco Kowalski. Zeg maar gewoon Marco,' stel ik mezelf snel voor. 'Dit is Nathan. Darling. We willen u niet storen, maar we zagen de verwondingen op uw gezicht en vroegen ons af wat er gebeurd is. We zouden u graag willen helpen.'
Ze slikt en schudt haar hoofd. Ze lijkt heel nerveus, en een beetje duizelig.
'Niet nodig,' antwoordt ze op een manier die me heel sterk doet vermoeden dat het toch wel nodig is. Ze voegt er vlug aan toe: 'Dank u wel.'
'Weet u dat zeker? We kunnen u helpen, echt. Wie heeft dit gedaan? Bent u er al mee naar de politie gegaan?' vraag ik een beetje te ratelend.
Ze grijpt haar winkelwagentje vast alsof ze het nodig heeft voor steun en schudt van nee.
'I-Ik... Ik wil gewoon boodschappen doen. Alstublieft,' brengt ze bijna smekend uit.
'Sorry. Dat begrijp ik, echt, maar-' begin ik, maar ze loopt echter al snel weg. Ze trilt een beetje.
Ik draai me gestrest naar Nathan om.
'Wat moeten we nu doen? We kunnen haar niet lastigvallen. Ze hoeft niet mee te werken of aangifte te doen,' zeg ik.
'Ik weet het ook allemaal niet. Laten we morgen anders even in het systeem kijken of er iets van een mishandeling gemeld is of zo. Of we vragen het aan wat collega's. Chris of zo,' oppert Nathan.
Ik heb een hekel aan Chris. Maar in principe is het wel een goed idee, en er zijn genoeg anderen om het aan te vragen, dus ik knik.
We verzamelen gewoon maar al onze spullen en betalen. Wanneer wij aan het afrekenen zijn, zie ik de vrouw op hetzelfde moment aan een andere kassa staan. Hoewel ik slim genoeg ben om niet naar haar te staren, begin ik wel een beetje te fronsen.
Ik heb er een slecht gevoel bij. Het geweld was duidelijk eenzijdig. Als je iemand slaat, schaaf je je knokkels. Haar handen waren echter helemaal intact. En ze leek zo bang, voor alles en iedereen.
Ik reken een beetje afwezig af en net wanneer Nathan en ik alles in hebben gepakt, hoor ik een vakkenvuller verbijsterd iets schreeuwen. We kijken op en zien een winkeldief wegrennen. Wanneer hij langs de poortjes bij de uitgang van de supermarkt rent, begint er van alles te piepen.
Nathan en ik laten meteen al het andere gaan om erachteraan te rennen, maar hij is al vrij ver gekomen. Ik zie de vrouw van bij de salsa echter uit het niets naar de man toestappen en hem vastgrijpen. Ze krijgt geen grip en hij beukt haar keihard opzij. Ik heb zelden iemand zo ongelukkig zien vallen, en ze komt niet meer overeind.
Met één blik hebben Nathan en ik de taken verdeeld. Terwijl hij achter de dief aanrent, sprint ik naar de vrouw toe. Ze is niet lang buiten bewustzijn, maar ze heeft wel heel hard haar hoofd gestoten en is overduidelijk enorm verward.
Ik hurk bij haar neer en houd haar tegen wanneer ze verschrikt overeind wil springen, haar ogen groot als schoteltjes.
'Hé, shh. Het is oké. Ik ben het. Marco. Blijf maar eventjes liggen. Je hebt nogal hard je hoofd gestoten,' leg ik uit.
Ik denk niet dat het helemaal binnenkomt. Ze probeert weer overeind te komen, en ik wil haar niet op de grond duwen of zo, dus ik sta toe dat ze gaat zitten, met haar rug tegen de muur. Ze huilt zachtjes - meer door de verwarring dan door de pijn, vermoed ik - en ze probeert van alles te zeggen, ook al versta ik er niets van.
'Ik ga heel even kijken of je bloedt, oké? Ik ga je dus even aanraken. Niet schrikken, oké?' sus ik haar, en ik breng mijn handen naar haar hoofd om tussen haar dikke haren te zoeken naar een eventuele hoofdwond of bloed. Ze beeft haast van angst, maar blijft wel stilzitten.
Hoewel ze wonder boven wonder niet bloedt, vermoed ik dat er wel een hele grote bult gaat komen, en ze is duidelijk maar half bij bewustzijn.
'Ik ga even een ambulance bellen, oké? Dan brengen ze je naar het ziekenhuis en dan kijken ze hoe het met je hoofd gaat. Ik weet er niet zo heel veel van. Is dat goed?'
Iets van mijn verhaal lijkt toch bij haar binnen te komen, want ineens lijkt een immense angst haar over te nemen en ze kijkt me doodsbang aan. Ze pakt me bij mijn mouw vast, schudt zacht snikkend haar hoofd.
'Geen ziekenhuis,' jammert ze. 'Ik wil niet naar een ziekenhuis. Waar is Dean?'
'Dean? Wie is Dean? Kun je me meer over hem vertellen?' vraag ik. Misschien is het haar vader of broer of vriend of zo, en kan hij verder helpen. Of misschien is hij de gast die haar in elkaar heeft geslagen.
'Waar is Dean? Ik wil hier weg. Wat is er gebeurd?' ratelt ze, en ze kijkt zoekend om zich heen.
'Een winkeldief heeft je een hele harde duw gegeven en toen heb je je hoofd gestoten. Ik ben hier nu om je te helpen, oké? Laat me je helpen.'
Haar lippen trillen.
'Waar is Dean?' kermt ze. 'Nee. Ik wil naar huis.'
'Is Dean je vriend?' vraag ik, omdat ze misschien wel op directere vragen kan reageren.
Ze knikt, ook al moet dat waarschijnlijk heel veel pijn doen aan haar hoofd.
'Kun je hem anders bellen?' vraag ik. 'Dan kan hij met je mee naar het ziekenhuis. Dan kan hij helpen.'
'Geen ziekenhuis,' jammert ze.
'Oké, oké. Maar kun je hem wel bellen?' stel ik voor.
Ze maakt een instemmend geluidje en haalt haar telefoon uit haar jaszak. Gelukkig is de mobiel niet beschadigd geraakt in de val. Met bevende handen weet ze hem te bellen. Zodra hij opneemt, probeert ze iets te zeggen, maar ze begint ineens te huilen. Ik kan niet voorkomen dat ik een steek van medelijden voel, en dat die ook voor een fractie van een seconde op mijn gezicht te zien is.
Dan zie ik echter dat Nathan op een drafje naar ons toe komt en ik richt mijn aandacht op hem, ook al zou ik graag meer willen weten over die Dean.
'Hey, waar is die gast?' vraag ik. 'Heb je hem te pakken gekregen?'
Nathan knikt, nog lichtjes hijgend.
'Ja. Ik heb hem overgedragen aan de beveiliging van het winkelcentrum en zij regelen het wel met de politie. We zijn nu officieel niet aan het werk, en we kunnen hem niet gewoon in jouw auto afvoeren, leek me.'
Ik knik en zeg dat hij het goed gedaan heeft, waarna ik snel even de situatie met de vrouw aan hem uitleg. Zijn blik verdonkert een beetje, en ik vermoed dat hij hetzelfde nare gevoel heeft bij die Dean als ik. Net wanneer ik klaar ben met uitleggen, hangt Hailey weer op en stopt met onvaste bewegingen haar telefoon weg.
Nathan en ik hurken weer bij haar neer.
'Hé, is het gelukt?' vraag ik, en ze knikt.
'Hij komt er nu aan,' antwoordt ze zachtjes. Haar paniekerige verwarring heeft nu plaats gemaakt voor een soort traagheid.
'Kun je vertellen hoe je heet?' vraagt Nathan, zo vriendelijk en niet-bedreigend mogelijk.
Ze knippert een paar keer, alsof ze nog niet doorhad dat hij er was, en kijkt hem dan aan.
'Hailey May,' antwoordt ze dan. Ze kijkt weer naar mij. 'I-Ik voel me heel raar.'
'Dat kan best. Ik denk dat je een hersenschudding hebt,' zeg ik. 'We wachten even tot Dean er is.'
Ze knikt weer, en dan verschijnt er een soort glazigheid in haar ogen, alsof ze ergens wegzakt.
'Hey, daar is een bankje. Zullen we daar gaan zitten?' stel ik voor.
Ze kijkt op en na een paar seconden, wanneer het tot haar door is gedrongen, knikt ze.
'Oké, je gaat waarschijnlijk een beetje duizelig zijn als je opstaat, dus ik zou je graag willen helpen met balans houden tijdens het lopen. Maar dan moet ik je wel aanraken, waarschijnlijk. Vind je dat oké?' vraag ik.
Ze aarzelt, maar knikt dan, en ik help haar overeind. Met een arm om haar heen geslagen loop ik naar het bankje, en Nathan volgt met haar en onze boodschappentassen. Ik laat haar neerzakken op het bankje en we komen naast haar zitten.
Ik zoek tussen de boodschappen die ik gekocht heb en vindt een flesje sinaasappelsap. Ik bied het Hailey aan.
'Probeer eens iets te drinken, misschien,' zeg ik.
Het duurt weer even, maar dan begrijpt ze het en knikt ze dankbaar. Aangezien haar handen zelf nog te veel beven, draai ik het flesje voor haar open en geef het haar dan aan om zelf wat te kunnen drinken.
Ze neemt haar paar slokjes en geeft het dan terug.
'Ik voel me niet zo goed,' murmelt ze dan.
'Denk je dat je over moet geven?' vraag ik, maar ze schudt van nee.
'Ik voel me gewoon...' Ze valt stil, en de woorden sterven weg. Ik sta op en kniel voor haar neer, zodat ik haar aan kan kijken. 'Ik... Gewoon niet zo goed.'
De woorden smelten in elkaar over, en ze is nauwelijks meer verstaanbaar. Ik weet bijna zeker dat ze elk moment flauw kan vallen. Haar lichaam is zo slap.
'Voel je dat je buiten bewustzijn zal raken?' vraag ik.
Ze knippert traag, en bijna ben ik bang dat haar ogen dicht zullen blijven.
'Ik wil gewoon slapen,' murmurt ze.
'Nee, niet slapen,' zeg ik snel. 'Probeer wakker te blijven, oké? Drink anders nog wat. En blijf gewoon met mij praten, oké?'
Ik druk het flesje weer in haar hand. Ze drinkt weer wat.
'Hailey!' klinkt er opeens van richting de ingang van het winkelcentrum.
Ze komt meteen overeind en begint in de richting van het geluid te strompelen. Ik stap meteen naar haar toe voor het geval ze omvalt.
Ik zie een man op een drafje naar ons toe komen rennen. Hij heeft zwart haar, dat licht begint te grijzen, en donkerbruine ogen. Hij is ongeveer even lang als ik, en daarmee net iets langer dan Hailey. Hij is ouder dan zij is. Ik denk dat hij dertig of zo is, terwijl Hailey niet ouder dan midden twintig kan zijn. En ik mag hem nu al niet. Met grote stappen komt hij op ons af.
Ik zie dat Haileys schouders beginnen te schokken en wanneer ze bijna bij elkaar zijn, steekt ze wanhopig haar armen een beetje naar hem uit. Hij trekt haar snel tegen zich aan, half koesterend en half bezitterig. Ze huilt weer, en ze is weer helemaal in de war. Ze doet weer verwarde pogingen om iets onverstaanbaars uit te brengen, en ik erger me aan het feit dat Dean niet eens probeert om haar verstaan.
Hij wendt zich tot mij en Nathan en snauwt: 'Hoe hebben jullie dit kunnen laten gebeuren?'
Hailey krimpt ineen van zijn barse stem en ik hoor haar zachtjes jammeren.
'We waren er niet direct bij toen het gebeurde,' legt Nathan uit. 'Er is niets wat we hadden kunnen doen.'
'Oh, dus het is haar schuld? Jullie geven haar de schuld?' bitst hij.
'We geven haar niet de schuld,' probeer ik hem te sussen. 'Het is de schuld van de winkeldief die haar duwde. Hij is naar het politiebureau gebracht en zal berecht worden.'
Hij gromt iets onverstaanbaars, en mijn blik valt op zijn handen. Zijn knokkels zijn geschaafd.
'Het is fijn dat u er bent. Ze wilde niet naar het ziekenhuis gebracht worden. Het zou fijn zijn als u mee kunt gaan om haar gerust te stellen,' leg ik uit.
'Ze hoeft niet naar het ziekenhuis,' zegt hij snel, wat voor mij de "misschien" in "hij heeft zijn vriendin misschien in elkaar geslagen" laat verdwijnen als sneeuw voor de zon.
'Ik denk dat een arts daar beter over kan beoordelen, meneer,' opper ik. Ik doe zo mijn best om beleefd te blijven.
'Ze is arts. Net afgestudeerd,' bijt hij me toe. Dan pakt hij Hailey bij haar schouders vast en buigt zich iets achterover om haar aan te kijken. 'Hé, lieffie, wat vind jij ervan? Moet je naar het ziekenhuis? Nee, toch?'
Ze schudt sloom haar hoofd. 'Hoeft niet, hoor.'
Hij glimlacht een glimlach die zijn ogen niet bereikt en strijkt even langs haar wang.
'Dat dacht ik al, schatje.'
'Pardon? Ze heeft overduidelijk een hersenschudding. Ik geloof best dat ze arts is, maar ze is nu niet in staat om helder na te denken,' komt Nathan tussenbeide.
'Dus je noemt mijn vriendin idioot?' sist hij.
'Niemand noemt uw vriendin idioot. We zijn alleen bezorgd. Ze heeft overduidelijk medische assistentie nodig,' probeer ik hem gerust te stellen.
'Niet waar. Dat geeft ze zelf ook aan. Ze heeft gewoon een hersenschudding,' raast hij door. 'Ik kan thuis prima voor haar zorgen. Ze heeft wel eens eerder een hersenschudding gehad.'
'Oh. Hoe is ze aan die hersenschudding gekomen?' vraag ik. Ik moet heel erg opletten dat ik hem nergens regelrecht van beschuldig. Aan zijn horloge te zien kan hij hele duren advocaten betalen, als hij er zelf al niet een is.
Hij kijkt me met een hele donkere blik aan. Hij weet wat ik denk.
'Een huishoudelijk ongelukje,' antwoordt hij dan, poeslief en messcherp tegelijk.
'Oké. En haar huidige verwondingen. En de schaafwonden aan uw knokkels. Komen die ook door een huishoudelijk ongelukje?' vraag ik.
Zijn ogen vernauwen zich tot spleetjes.
'Is dit een officiële beschuldiging?' vraagt hij.
Ik begin bijna te knarsetanden. Ik kan het nog net tegenhouden.
'Nee, dat is dit niet,' geef ik toe.
'Kunnen we nu dan gaan?' vraagt hij.
Ik ben zo overdonderd dat ik bijna ja zeg, maar net op tijd realiseer ik me iets en ik schud van nee.
'We zouden graag Haileys contactgegevens willen. Adres en telefoonnummer. Ze kan mogelijk nog een belangrijke rol spelen met betrekking tot de zaak over de winkeldief.'
Hij zucht, alsof de hele situatie hem vooral irriteert. Hij maakt zich zo weinig zorgen om hoe het echt met Hailey zelf gaat dat ik zijn ogen uit wil krabben.
'Prima, geef maar pen en papier,' zegt hij.
Nathan haalt een notitieblokje en een pen uit zijn zak, en geeft die aan Hailey. Dean grist het echter uit haar handen en laat haar los om te kunnen schrijven. Door het plotselinge verdwijnen van zijn ondersteuning raakt ze uit balans en ze brengt een angstige, zachte "Marco" uit. Ik pak haar vlug bij haar elleboog vast om haar te stabiliseren en al snel slaagt ze erin om zelf overeind te blijven.
Dean kijkt met een gevaarlijke blik op.
'Marco?' vraagt hij. Het bevalt hem duidelijk niet dat ze me bij mijn voornaam noemt.
'Ik ben Marco Kowalski. Zeg maar Marco,' stel ik mezelf voor, en ik steek uitnodigend mijn hand uit.
Hij schudt me de hand. 'Dean Clarke. Aangenaam kennis te maken, Kowalski.'
Nathan stelt zich ook voor, en Dean schrijft snel de laatste informatie op. Hailey werpt een halve blik op het blaadje en de verbaasde frons op haar gezicht vertelt me nu al dat hij zijn eigen telefoonnummer op heeft geschreven, en niet die van haar. Ik bijt gewoon op mijn tong en neem het briefje in ontvangst.
'Dank u wel.'
'Was dit dan alles?' vraagt Dean bits.
Ik knik.
'Voor nu wel. We nemen nog contact op,' zeg ik.
Nathan pakt hun boodschappentassen en geeft die aan Dean.
Hailey ontwijkt ieders blik en murmelt dan: 'Ik heb de tassen ook laten vallen. Ik denk dat sommige dingen misschien kapot zijn gevallen.'
Het is overduidelijk dat ze er heel erg mee zit. Ik wil heel graag dat Dean haar vertelt dat het niet erg is, maar dat doet hij niet.
'Thuis kun je wel even kijken wat nog heel is. Ik laat wel wat eten aan huis bezorgen,' zegt hij, en hij slaat weer een arm om haar heen. 'Kom mee.'
Hailey neemt nog snel even afscheid, maar dan sleurt Dean haar weer mee.
'Dean, niet zo snel,' hoor ik haar nog zachtjes zeggen, maar hij negeert haar.
Nathan en ik blijven verbijsterd achter, en ik kijk hem sprakeloos aan.
'Vond jij dat ook 's werelds grootste klootzak?' breng ik dan uit.
'Zeker,' antwoordt hij, met een stem die verraadt dat hij zich enorm in heeft moeten houden om hem niet in zijn gezicht te slaan.
'We regelen dit morgen wel,' zeg ik. 'En we gaan nog zeker een keer bij hen langs.'
We moeten heel voorzichtig zijn. Dat is me wel duidelijk. Deze gast is een enorme klootzak, en daar is hij heel erg goed in. Hij kent overduidelijk de wet, en weet precies wat wij hem wel en niet kunnen maken. En Hailey lijkt niet heel happig om de situatie te veranderen, dus dit zou nog wel eens heel moeilijk kunnen worden.
We kunnen nu toch niets meer doen, en gaan maar gewoon naar huis om te eten. Morgen zullen we wel wat meer te horen krijgen over die winkeldief. Meestal is het gewoon een wanhopige, straatarme gast die tot alles bereid is om zichzelf of zijn gezin te kunnen voeden, want anders ga je geen eten uit de supermarkt stelen. Ik hoop dat hij er gewoon een beetje goed mee wegkomt, eigenlijk.
Morgen kunnen we ook even langs Hailey gaan, om te kijken hoe het gaat en of ze eventueel tegen de man zou willen getuigen. Misschien is ze dan ook bereid om meer los te laten over Dean, die haar overduidelijk volledig in zijn macht heeft.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen