Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Morgen kunnen we ook even langs Hailey gaan, om te kijken hoe het gaat en of ze eventueel tegen de man zou willen getuigen. Misschien is ze dan ook bereid om meer los te laten over Dean, die haar overduidelijk volledig in zijn macht heeft.

'Ik wil niet dat je andere mannen zomaar bij hun voornaam noemt,' zegt Dean zodra we in zijn auto gestapt zijn en wegrijden. Mijn eigen auto staat nog op de parkeerplaats. Ik weet niet precies hoe of wanneer we die op kunnen halen.
'Sorry,' murmel ik. 'Maar ze wilde dat ik hen bij hun voornaam zou noemen.'
'Dat kan me niet schelen,' zegt hij bars, waarna zich houding wat verzacht. 'Sorry, liefje. Ik wil niet boos doen. Ik ben gewoon heel erg geschrokken, oké?'
Ik knik stilletjes en doe mijn ogen dicht. De hoofdpijn is zo intens dat ik bijna denk dat ik flauw ga vallen. Tegen de tijd dat we thuis zijn aangekomen, ben ik bijna in slaap gevallen. We stappen uit, en Dean draagt de boodschappentassen voor me.
Binnen pakt hij een pijnstiller en wat water voor me. Terwijl ik uitzoek welke boodschappen wel of niet vergaan zijn in de val, bestelt hij avondeten. Ik dek tafel en ga daarna op de bank zitten, mijn ogen stijf dichtgeknepen. Elke beweging of lichtflits doet zo ontzettend veel pijn dat ik er misselijk van word, en ik wil gewoon alleen nog maar slapen.
Wanneer de bezorger van het eten komt, snijdt het geluid van de deurbel dusdanig door mijn hoofd dat ik een klein, gekweld piepje niet in kan houden. Dean zet het eten op tafel en ik kom ook zitten. Het is Indiaas eten, blijkbaar.
Hij schept op, en daarna pak ik ook iets, ook al voel ik me zo ziek dat ik nauwelijks een hap door mijn keel kan krijgen. Ik ben zo verward en gedesoriënteerd dat ik na een tijdje opeens zacht begin te huilen. Dean komt meteen overeind en komt snel naar me toe, zijn armen om me heen.
'Hé, schatje, wat is er? Voel je je zo ziek?' vraagt hij zachtjes. 'Oh, liefje, toch.'
Ik verberg zachtjes snikkend mijn gezicht tegen zijn schouder.
'Sorry. I-Ik voel me gewoon zo raar. Ik weet ook niet precies waarom ik moet huilen. Ik voel me gewoon zo warrig,' weet ik beschaamd uit te brengen.
'Dat geloof ik best, lieverd. Je hebt volgens mij best een harde klap gemaakt,' zegt hij. 'Zal ik anders even een lekker warm bad voor je vol laten lopen? Dan kun je na het eten meteen in bad. En daarna kun je slapen en zal ik je elke twee uur even wakker maken, vanwege je hersenschudding.'
Ik knik stilletjes, en hij rent de trap op naar de badkamer. Ik hoor de kraan aangaan, en even later komt hij weer terug. We eten weer verder en Dean spoort me telkens weer aan om nog een klein beetje meer te eten, nog één hapje. Wanneer hij klaar is en ik ook echt niets meer op kan, helpt hij me in bad.
Wanneer het badwater afkoelt, helpt hij me weer om op te staan en kleedt hij me aan in wat ondergoed en een pyjama. Het is maar iets van negen uur, maar ik ben al helemaal uitgeput, en ik zie dat Dean zelf ook al zijn pyjama aanheeft. Hij leidt me naar bed en ik kruip onder de dekens. Hij heeft de gordijnen helemaal dichtgedaan, waardoor het eindelijk helemaal donker is en mijn hoofdpijn iets afzwakt.
Dean komt achter me liggen en slaat zijn armen om me heen. Ik voel me beschermd, zo in zijn omhelzing, en langzaam maar zeker begin ik me beter te voelen.
'Je bent het beste wat me ooit is overkomen. Dat weet je, toch?' murmelt hij zachtjes, en er bloeit een warm gevoel in mijn buik op. 'En ik hou zo veel van je. Meer dan wie dan ook.'
Ik voel me zo gelukkig dat ik er licht in mijn hoofd van word.
'Ik ook van jou. Voor altijd,' beloof ik hem, en hij geeft een zacht kusje in mijn nek.
Ik ben zo ontzettend moe en ellendig dat ik dacht dat ik meteen in slaap zou vallen, maar de pijn is er te hevig voor. In plaats van kalmte krijg ik alleen nog maar meer onrust, en al snel dwalen mijn gedachten af naar gisteren, en de ruzie die ik met Dean gehad heb. Ik voel me er zo slecht over dat mijn buik er zeer van doet.
Dean heeft nooit aangegeven dat hij in de nabije toekomst een gezinnetje wilde stichten, maar toch durfde ik het hem niet te vertellen toen ik erachter kwam dat ik zwanger was en abortus wilde laten plegen. Ik wilde hem er gewoon niet mee belasten, maar nu voelt het gewoon alsof ik achter zijn rug om zijn kindje vermoord heb. Het was iets wat we samen hadden moeten overleggen, en wat ik gedaan heb was fout. Maar heel, héél diep vanbinnen weet ik wat de echte reden was: ik was bang dat hij de baby zou willen houden. Hij is inmiddels al eenendertig, dus het zou niet vreemd zijn geweest als hij nu vader zou willen worden. Maar ik ben nog vijfentwintig. Ik studeer nog. Ik wil chirurg worden. Ik ben goed in wat ik doe. Mijn carrière moet nog beginnen. Het was niet alsof we echt aan het proberen waren om zwanger te worden. Ik ben aan de pil, maar waarschijnlijk heb ik die een paar keer uitgebraakt en was het daardoor minder effectief was. De zwangerschap was onbedoeld, maar toch hield iets me tegen om hem erbij te betrekken. Ik heb hem een aantal keer uitspraken horen maken die nogal neigden naar anti-abortus. En die bleven maar door mijn hoofd galmen, vanaf het moment dat ik de uitslag van de zwangerschapstest zag tot het moment dat ik - alleen - de abortuskliniek uitliep.

De volgende dag neem ik voldoende pijnstillers om de pijn acceptabel te maken en ga naar de universiteit voor mijn colleges. Ik doe een zonnebril op in de hoop dat het felle licht niet zo pijnlijk zal zijn, en het lijkt vrij goed te werken. Het is vrij rustig - alle studenten waar ik normaal naast zit zijn allemaal met een afschuwelijke kater thuis gebleven, appten ze - dus ik ben nogal verbaasd wanneer ik ineens in mijn ooghoek zie dat er iemand naast me komt zitten. Ik ben nog duizend maal verbaasder wanneer ik zie dat het Davis is. Ik kan niet voorkomen dat mijn mond letterlijk openvalt.
'Je weet dat die zonnebril je blauwe oog niet kan verbergen, toch?' vraagt hij nonchalant terwijl hij zijn boeken erbij pakt.
'Ik draag hem niet om het blauwe oog te verbergen,' antwoord ik defensief, waarna ik verklaar: 'Hersenschudding.'
Ik voel dat hij onwillekeurig zijn spieren aanspant.
'Heeft Dean dat gedaan?'
'Nee,' antwoord ik, net iets te fel en te hard. Ik zucht. 'Nee. Gisteren heb ik in de supermarkt een duw van een winkeldief gekregen en toen ben ik nogal hard gevallen. Ik viel een beetje ongelukkig met mijn hoofd.'
'Oh, fuck. Kut, zeg. Gaat het een beetje?' vraagt hij. Hij reikt zijn handen bijna naar me uit, alsof hij mijn hoofd wat beter wil bekijken, maar bedenkt zich dan.
Ik knik - grote fout - en vraag: 'Wat doe je hier eigenlijk? Je zou toch een tussenja-'
Terwijl ik het vraag, kijk ik hem voor het eerst pas echt aan, en de adem stokt ik mijn keel. Hij is volledig in elkaar geslagen. De zonnebril kan mijn verbazing niet verbergen en ik houd verschrikt mijn hand voor mijn mond.
'Oh ja, dat. Je vriendje mag me niet zo.'
Ik wist dat Dean iets gedaan had. Ik wist het. Hij zei dat hij zich ingehouden had, en dat Davis niet naar het ziekenhuis zou hoeven. Zo erg is het inderdaad niet, maar het voelt als een stomp in mijn maag. Al snel wordt zijn gezicht wazig achter de tranen in mijn ogen en ik zoek wanhopig naar de woorden die ik niet vinden kan.
'Hij... Davis, hij is gewoon heel erg bang om me kwijt te raken. Hij heeft echt hele erge verlatingsangst. En... En hij was gewoon heel erg bang,' probeer ik, ook al voelen de woorden niet goed om uit te spreken.
'En dat maakt het goed?' vraagt hij.
Hij zegt het niet eens op een hele gemene manier, maar ik krimp toch ineen.
'Nee,' zeg ik. 'Nee, maar... Dave, ik vind het zo erg wat hij gedaan heeft. Maar ik hou echt heel veel van hem. Hij is echt een heel goed persoon. En hij houdt echt van me.'
Hij zucht en haalt een hand door zijn haar.
'Maar ik hou ook van je, Hails. En... En ik zie gewoon wat hij met je doet. Als de rollen omgedraaid waren, zou jij me ook bij hem weg proberen te halen.'
Mijn schouders gaan hangen.
'Je... Je kent hem niet zoals ik hem ken,' probeer ik wanhopig.
'Dat is nou precies waar ik bang voor ben. Hij is waarschijnlijk nog erger tegen jou, wanneer jullie alleen zijn,' zegt hij met een vertrokken uitdrukking op zijn gezicht.
Ik zucht, want ik weet dat we het hier niet over eens gaan kunnen zijn. Mijn hele lichaam voelt zwaar van ellende, want ik voel me gewoon zo'n slechte vriendin, voor Davis op een vriendschappelijke manier en voor Dean op een romantische.
'We houden van elkaar. Heel veel,' verzeker ik hem. 'En... En hij is niet perfect, maar hij is goed voor me. Hij is een goed persoon. Hij houdt van me.'
Davis zucht en kijkt me smekend aan.
'Ik weet niet wat ik moet zeggen...' murmelt hij.
'Je hoeft niets te zeggen,' zeg ik, waarna ik weer vraag: 'Wat doe je hier? Ik dacht dat je een tussenjaar zou nemen.'
Hij haalt zijn schouders op.
'Ik zou een tussenjaar nemen met John. Maar nu het uit is...' Hij zucht weer. 'Bovendien kan ik nu meer met jou omgaan. Gelukkig heb ik ze zover gekregen om me toch nog toe te laten, en die ene eerste week kon ik in één dag wel inhalen.'
Ik glimlach zwakjes, ook al voel ik een loodzware ellende aan mijn lijf trekken.
'Ik ben blij dat je er bent,' geef ik toe.
Hij grijnst en geeft me een zacht klopje op mijn rug.
'Ik kan het toch niet hebben dat jij eerder chirurg wordt dan ik?' grapt hij. 'We zijn een team! Toch?'
Mijn glimlach wordt breder, en een heel stuk gemeender.
'Zeker,' beaam ik.

De colleges zijn ontzettend interessant, en ik heb het heel erg naar mijn zin gehad met Davis, maar aan het eind van mijn dag doet mijn hoofd zoveel zeer dat ik wel kan janken. Dave zegt dat het waarschijnlijk niet slim is als ik nu in de auto stap, en dat het beter is als ik even wacht. Ik kan hem geen ongelijk geven, zeker aangezien het Deans auto is - mijn auto staat nog bij het winkelcentrum - en ik hem niet wil beschadigen. We gaan ergens een kwartiertje op een bankje zitten en ik hou gewoon hopeloos mijn hoofd in mijn handen tot de steken weggaan. Dave wrijft troostend over mijn rug en zegt dat hij hoopt dat het snel beter wordt.
Uiteindelijk rijd ik toch naar huis zonder te verongelukken. Ik ben uitgeput, en ik verlang ernaar om gewoon even uit te rusten. Al mijn plannen vallen echter in het water wanneer ik een politieauto met die twee agenten - Marco Kowalski en Nathan Darling - voor ons huis zie staan, hevig in discussie met Dean.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen