Foto bij H97: Terug in de hotelkamer ~ Khana

“Hier”, zei Nick en hij gaf me een kom soep aan. Ik mompelde een bedankje en begon ervan te drinken, terwijl Nick ook zijn avondeten pakte en bij me aan tafel kwam zitten. We waren vrij vlot bij ons hotel aangekomen en Nick was snel wat te eten gaan halen, waarna hij had gekookt. Ik had net het laatste restje van mijn drankje ingenomen, dus het ging al een stuk beter met me. Enkel de vermoeidheid en koude bleven, maar ik kon tenminste weer staan zonder dat mijn omgeving leek te draaien. “Hoe gaat het met je schouder?” vroeg Nick opeens en ik bewoog hem wat, waarna ik antwoordde: “Hij voelt wat stijf aan, maar voor de rest doet het geen pijn.” Nick knikte en we aten verder. Hij had de wonde gekuist, maar het leek alsof er gewoon bloed op mijn schouder was gemorst: er was namelijk geen wonde te bekennen. Aangezien ik me echt niet meer kon herinneren wat er was gebeurd, kon ik niet zeggen vanwaar dat bloed dan kwam.

Terwijl ik de afwas deed, schoot mij opeens iets te binnen en ik draaide me om naar Nick die op bed zat. “Oh ja, Nick? Hoe was jouw ‘date’ eigenlijk? Waar ben je heen gegaan?” vroeg ik terwijl ik aanhalingstekens in de lucht maakte met mijn vingers bij het woord ‘date’. Hij keek op van zijn gsm en hij keek me met een vreemde blik aan, maar zei toen: “Het viel wat tegen. Ik ontmoette een vreemd wezen en… Laten we het erop houden dat onze ontmoeting niet echt aangenaam was.” “Oh… spijtig om te horen…”, antwoordde ik en spoelde het laatste bord af. “Welk wezen was het?” vroeg ik toen en begon mijn handen af te drogen. “Geen idee, hij had een dikke bierbuik en was niet groter dan een kind”, zei Nick en ik stopte met mijn bewegingen. Toen pakte ik een handdoek en begon alles af te drogen, terwijl ik aarzelend vroeg: “Had hij toevallig een verbrand gat in zijn voorhoofd?” “Ja… hoe weet je dat? Ken je het wezen?” vroeg hij verrast en ik knikte weer twijfelend. “Ja, volgens mij heb je een tikoloshe ontmoet… Er bestaan veel verhalen en mythes over, maar over het algemeen zijn het slechte wezens die met duistere magie enzo werken”, vertelde ik en Nick maakte een nadenkend geluidje. Even leek hij iets te willen zeggen, maar hij bedacht zich en bleef stil.

“Khana?” vroeg Nick opeens en ik keek hem vragend aan. Hij wreef over zijn slapen en zuchtte diep, waarna hij mompelend zei: “Ik heb zoveel vragen dat mijn hoofd er nog van gaat ontploffen, maar het komt er op neer dat we moeten praten.” Meteen verkrampte mijn lichaam en ik keek hem wantrouwig aan. Wat ging hij vragen? Of wat wou hij weten? Hij bleef even stil en dat maakte me ongemakkelijker dan eigenlijk goed voor me was. “Toen je dronken was, zei je dat…”, begon hij, maar er klonk opeens een harde bonk tegen het raam bij het terras. Geschrokken sprongen zowel Nick als ik op en Nick transformeerde spontaan naar zijn halve kitsune-gedaante. “Is het een mythisch wezen?” vroeg ik en meteen werden Nicks ogen groot. Hij keek gespannen naar het raam terwijl hij zei: “Ik wist dat er iets niet klopte…” Toen ik hem vragend aankeek, verduidelijkte hij: “Toen ik die tikoloshe ontmoette, kreeg ik dat vreemde gevoel niet…” Zijn lichaam stond helemaal gespannen en ik keek hem bezorgd aan. Wat was er aan de hand? Plots klonk er wat gerammel en toen hoorden we het geluid van het schuifraam dat open ging. De gordijnen blokkeerden echter ons zicht en ik haalde mijn dolk boven. “Help… me…”, klonk er opeens moeizaam en iemand duwde het gordijn opzij.

“Davion?” zei ik stomverbaasd terwijl ik naar de man keek. Hij zag er bleek uit en er stonden tranen in zijn ogen. Net toen ik naar hem toe wou gaan, trok Nick zijn katana en hield deze voor me. “Blijf staan”, zei hij slechts en ik besloot maar te luisteren. Davion was tenslotte degene die ik me nog als laatste herinnerde voordat alles wazig werd, dus misschien had hij mij iets aangedaan. Plots zakte Davion door zijn knieën en snikte: “Het spijt me zo, Khana… Help me alsjeblieft… Help me… Ik wil dit niet meer…” Mijn hart leek te breken bij die woorden, maar Nick belette me om bij hem te komen en hij vroeg kil aan Davion: “Wat heb je met haar gedaan? Ze was gewond en had veel bloed verloren.” “Het spijt me…”, herhaalde Davion slechts en kromp opeens volledig ineen. Een hevige donderslag klonk buiten en uit het niets slaakte Davion een luide schreeuw. Geschrokken deinsde ik achteruit en Nick nam een verdedigende positie aan. Tot onze grote ontzetting begon hij opeens te transformeren en zijn schreeuw veranderde in een hoge rauwe kreet van een vogel. Zijn lichaam veranderde in dat van een mensgrote vogel en plots voelde ik een heftige steek op de plek waar de vermoedelijke wonde zou zitten. Ik hapte naar adem en probeerde steun te zoeken bij de muur naast me, maar opeens begon die plek tussen mijn schouder en nek te branden en ik kermde gepijnigd. Toen ik die plek vast greep, voelde deze gloeiend heet aan en mijn zicht werd wat wazig. “Khana? Wat is er aan de hand?” hoorde ik Nick bezorgd op de achtergrond vragen en ik zag nog net hoe Davion als vogel weg liep, maar toen zakte ik weg en verloor ik het bewustzijn.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen