De klap die ik haar uitdeel doet zeer aan mijn eigen hand, maar ik zie zwart voor mijn ogen. Ik heb amper door dat ze de kamer uit vlucht, het boeit me geen fuck.
Ik voel de pijn als ik de scherven opruim, het fotootje is een beetje gedeukt door de val.
Als ik mijn handen open haal aan de scherven vloek ik, het bloed valt op de grond en wordt al snel gemengd met mijn tranen.
Ik huil hard, ik val op de grond en druk de foto tegen mijn borst. Ik kan er niks aan doen en na jaren laat ik het gaan, alle pijn en verdriet.

"Ow Rose, lieve, lieve, Rose, het spijt me zo". Huilend, snikkend en snotterend zit ik op de vloer. Ik kan het niet helpen, maar ik kan het niet stoppen. Mijn lieve Rose, mijn lieve zusje. Ze was op de verkeerde tijd, op de fucking verkeerde plek.
Ze hadden haar zonder enige emotie neer geknald, ik zie het nog gebeuren. Ik begin te schreeuwen, ik sta op, laat de foto los en smijt een stoel, die naast mij staat door de kamer.
Hij knalt uit elkaar op de muur, dat voelt zo goed dat ik alles grijp wat binnen hand bereik ligt. De lampen, planten, sierstukken en zelfs een nachtkastje gaat door de kamer.
Uiteindelijk laat ik mijzelf hijgend op op grond zakken, als de tranen gestopt zijn en ik mijzelf weer in de hand krijg sta ik op.
Ik zal haar krijgen, ik ransel haar helemaal kapot, ik kan haar wel vermoorden!

Hard roep ik haar naam, terwijl ik mijn kamer uit kom.

"Isabelle, je kunt maar beter komen, want je maakt het alleen maar slechter voor jezelf!"
Maar ze verschijnt niet, ik hoor ook helemaal niks. Ik sla een lamp kapot uit ergernis, ik ben zo, zo kwaad.
"Kom verdomme, nu!"

Ik zoek haar in haar kamer, waar ze niet te vinden is. Als ik de trappen afren kom ik in de hal uit, hier slaat mijn hart even een slag over. Koude wind waait in mijn gezicht en er ligt sneeuw in de hal, dat naar binnen gewaaid is, door de open deur.
Ik loop naar buiten en zie niks, ze is in geen velde of wegen te bekennen, nee ik kan haar niet kwijt zijn.

Ik ren naar boven, ik grijp mijn kisten en rek ze aan. Mijn jas van gisteren vind ik en ik ruk zo hard de deur van de sleutelkast open, dat het hele kastje van de muur komt.
Godver, waarom is dit huis zo groot?
Het duurt even voor ik in de garage kom en de deur open gooi, ik start mijn motor en laat hem onder mij brommen als een soort monster. Ik rij met een snelle vaart de garage uit, mij niet druk makend om het huis dat open en bloot erbij ligt. De sneeuw spat op als ik hard over de landweg rij, ze kan maar 1 kant opgerend zijn.

Die fucking bitch!

Dan als ik eenmaal richting het kleine dorpje rij valt mij iets op, ik rij terug en zie takken waar de sneeuw vanaf is. Op de grond zitten sporen van een soort worsteling en ik zie de aarde tussen de spier witte sneeuw, ik zet mijn motor aan de kant en volg het spoor.
Ik kom uit in het bos, wat aan de rand van het dorpje ligt. Daar hoor ik haar, ik hoor haar gil. Ik ken deze als geen ander, want ik ben normaal gesproken de gene, die haar zo laat gillen. Dit is haar paniek gil, haar gil van lichamelijke pijn en angst.
Ik ren op het geluid af en zie 5 mannen, met daar tussen een huilende Isabelle. Haar shirt ligt, naja, mijn shirt, ligt kapot op de grond terwijl ze met haar vrije benen hard heen en weer trapt. Ze doet haar best haarzelf te beschermen tegen de woeste mannen, die over haar heen gebogen staan.

"We hebben een hoertje van die fucking Styles, we zullen je helemaal kapot neuken en je dan netjes afleveren, in stukjes".

Mij bloed kookt bij deze woorden, maar ik moet mij focussen, dit zijn 5 grote mannen, ik mag niet uit woede vechten. Ik moet mijn hoofd erbij houden, ik moet mij concentreren. Maar dat is makkelijker gedacht dan gedaan, ik ben pis link en woede is haast alles wat ik voel.

"Als jullie ook maar 1 vinger aan haar leggen, vermoord ik jullie alle 5".
Ze draaien zich geschrokken om, o shit... zelfs voor mij is 5 mannen veel. Maar als mijn blik op Isabelle valt, weet ik dat ik het moet doen. Ik kan haar niet aan haar lot overlaten, hoe kwaad ik ook op haar ben.
"Alstublieft meneer, meester, het spijt me zo". Ze klinkt gebroken en huilend kijkt ze mij aan, ik pers mijn lippen op elkaar en trek mijn jas uit.
"Jullie hebben nog de kans om bij haar weg te gaan, zonder dat ik jullie iets aan doe". Maar ze lachen bespottelijk naar me.
Ik heb blijkbaar die mannen iets aan gedaan, zonder dat ik mij daar bewust van ben. Ik kan ook niet alles onthouden.

"Je dacht toch niet, dat je haar zo gemakkelijk terug zou krijgen, wat is ze? Je little bitch?"
Ik bal mijn vuisten, "beter, ze is mijn fucking eigendom".

Dan loop ik naar ze toe en deel mijn eerste, harde slag uit. Mijn ringen maken een enorme snee in het gezicht van de eerste man, het bloed loopt over mijn hand, maar ik pak hem bij zijn kraag en ik smijt hem tegen zijn maat aan.
Ik duik weg voor de handen die naar mij grijpen, ikzelf haal uit naar een been. Deze maakt een knak en met een gil valt 1 van de mannen op de grond, ik trap hem hard in zijn gezicht en dan sluiten er 2 handen zich om mijn nek.
Ik voel dat mijn adem mij wordt ontnomen en ik moet een paar keer knipperen om bij te blijven, dan klauw ik naar de handen om mijn nek en weet met moeite een vinger te pakken en deze met een ruk weg te trekken. Een schreeuw en een harde klap tegen mijn hoofd, maar ik hou mijzelf staande. Het duurt even voor mijn zicht weer helder is en ik moet snel reageren.
De wat dunnere man komt met een mes op mij af gerent, ik kreun als het mes over mijn buik gaat. Even kijk ik ernaar, het is precies onder mijn tattoo. "Jij fucker!"
Zijn ogen worden groot, bij het zien van mijn gezicht. Ik pak zijn hoofd vast en zonder na te denken draai ik met een ruk zijn nek om, de harde knak is duidelijk te horen en de handen die mij paniekerig vast gegrepen hadden vallen van mij af. Zijn lichaam valt voor mijn voeten en ik stap erover heen, naar de man met de grote wond in zijn gezicht en de nog niet beschadigde man.
Deze trekt ook een mes en komt met stekende bewegingen op mij af, ik weet een paar keer zijn arm weg te slaan. Maar dat lukt me niet, als de gast met de wond in zijn gezicht achter mij gaat staan. Ik kreun als een stuk van het mes mijn huid in boort ter hoogte van mijn rechter bovenarm, opnieuw steekt de man mij. Dit keer kan ik hem net tegen houden en voorkom dat het met zijn hele zij doorboort. Ik schreeuw en trap de man hard in zijn maag. Hierdoor struikelt hij achteruit, met mijn andere hand trek ik het mest woedend uit mijn arm en zie het bloed stromen, fuck!
Ik grijp het mes en steek deze recht in de maag van de man achter mij, die mij niet langer wist vast te houden. Ik draai het mes met kracht, ten hoogte van waar zijn lever moet zitten.
Maar meteen draai ik mij weer om als ik de ander man hoor komen, mijn vuisten geven hem een liver shot, zo hard dat hij bewusteloos op de grond valt.
Hijgend kijk ik naar de man op de grond, met de gebroken knie, die haastig zijn weg probeert te maken. Maar ik laat hem gaan, ik kan niet meer, ik strompel op Isabelle en laat mij op de grond naast haar vallen.

Isabelle kijkt me vol angst aan, "ze zijn dood". Hoor ik haar piepen, terwijl ze zich weg probeert te krijgen bij mij. Ik negeer haar gejammer en grijp haar hardhandig vast, tot zover dat gaat. "Hier blijven, ja ze zijn dood. Ze hadden je anders toch wel vermoord, alles goed? Hebben ze je ergens aan geraakt of verwond?" Ze schut haar hoofd, ik voel mijzelf beetje licht worden, als ik naar mijn arm kijk, zie ik het bloed stromen. Als ik naar mijn buik kijk, knijp ik mijn ogen ducht. De huid ligt lelijk open en is heel diep.
"Fuck, fuck ,fuck". Ik hoor een scheurend geluid en zie dat Isa het kapotte shirt, nog meer kapot trekt en een stuk om mijn arm bind, boven de wond.
Wankel sta ik op, maar val meteen weer neer. De hele wereld gaat heen en weer en ik kreun, dan voel ik 2 warme handen mijn broekzak in gaan en ik zie dat ze mijn telefoon eruit grist.

"Wachtwoord?" Ze kijk mij aan, maar ik schut mijn hoofd. "Verdomme, geef mij je wachtwoord". Kreunend val ik nu echt op de grond als ze haar vinger hard in de wond van mijn buik duwt, "jij trut". Sis ik naar haar, maar ik geef het wachtwoord. Hoe dan ook kan ze zo weg, ze kan zo mijn motor pakken en er vandoor gaan.
Ik kijk haar nog even aan, terwijl ik haar geconcentreerd met bebloede handen mijn telefoon zie vasthouden.

De wereld begint steeds meer te draaien, ik verlies te veel bloed.
Ik raak haar kwijt, ik kan niet ook haar kwijt raken. Maar dan kan ik er niet meer tegen vechten, mijn oogleden worden zwaar en dan word ik opgeslokt door de duisternis.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Isabelle blijft, om hem te verzorgen..

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen