Foto bij H98: Straf ~ Halatir

Vier. Vier druppels van die vloeistof waren nodig om de parel te breken. Ik keek naar de scherven die op tafel verspreid lagen en ik snoof even. Mijn lichaam had nog wat tijd nodig om het grote aantal demonen en energie te verwerken, maar ik voelde me met de dag beter en beter worden. Met een veeg schoof ik alle scherven in een kom en sloot het flesje met de agressieve vloeistof. Ik had Davids parel als laatste vernietigd, maar het was een vrij stevig geval. Voor de andere parels van kitsunes die ik had, waren twee druppels al genoeg om ze volledig op te lossen. Die van David had er vier nodig en was toen zelfs niet volledig opgelost, maar uit elkaar gespat door de energie die erin zat. Deze was dan ook meteen in mij overgekomen, maar ik voelde dat er iets niet helemaal mee klopte. Het leek zich maar als een soort bal in mij te gedragen en ik kreeg er niet de krachten uit die ik wou. “Heruamin, er is een probleem bij de beesten”, sneerde een vrouwelijke stem opeens en ik keek met opgetrokken wenkbrauwen om. Lirva, de voormalige bazin over de duistere dieren die bij ons zaten, keek me met een hatelijke blik aan. Ik tilde mijn hand lui op en ze zakte kermend in elkaar. Met een zucht stond ik op van mijn stoel, om dan op haar neer te kijken. “En welk probleem is er dan?” vroeg ik en ze keek met moeite op. “Komt u maar zelf kijken…”, snoof ze, maar ik greep haar keel vast en bracht haar gezicht vlak bij de mijne. “Dat zal ik doen, maar ik kan je al beloven dat jij alvast een prachtige straf krijgt, slaaf”, siste ik in haar gezicht en gooide haar toen opzij, waarna ik begon te wandelen. “Breng haar naar beneden”, beval ik de oger die voor mijn deur stond en deze knikte, waarna hij naar binnen ging en ik mijn tocht verder zette.

“Hoe is dit nu kunnen gebeuren?” vroeg ik met een kalme stem, maar iedereen begon ongemakkelijk te bewegen en niemand zei iets. Ik trok mijn zwaard en stak de dichtstbijzijnde duistere elf neer, waarna ik mijn vraag herhaalde: “Ik vroeg: hoe is dit kunnen gebeuren?” Angstig keken ze me doodstil aan en ik zuchtte gefrustreerd. Net toen ik een vervloeking op een andere elf wou afvuren, ging de gigantische poort achter me open. “Deze klungels hebben een fout mengsel gebruikt heruamin, daardoor raakte de ontsnapte Usiququmadevu niet voldoende verdoofd en is ze uitgebroken”, zei Uln’hyrr en ik knikte. “Dankje, Uln’hyrr. Zo, jullie gaan nu terug aan het werk en ik bedenk ondertussen nog wel wat straffen”, beval ik en meteen liep iedereen weer naar hun bezigheid. “Wel, er valt niet veel meer aan te doen, we kunnen haar moeilijk terughalen… Is de rest van de kweek wel in slaap geraakt?” vroeg ik aan Uln’hyrr toen hij naast me stond en hij knikte. “Ja, daar heb ik persoonlijk voor gezorgd. Ik heb gehoord dat onze ontsnapte Usiququmadevu binnenkort in Zuid-Afrika zal bovenkomen, ze zal er waarschijnlijk veel schade aanrichten. Ze is tenslotte niet getemd”, vertelde hij en ik grijnsde. Ik keek nog even naar het lege bassin, maar draaide me toen om naar Uln’hyrr en zei: “Mooi, dan hebben de mensen daar al een voorproefje van wat hen nog te wachten staat… Maar er mogen geen andere blunders gebeuren. Je hebt goed gehandeld, Uln’hyrr.” Hij knikte kort als waardering en ik liep de zaal met wezens uit. Een trol kwam naar me toe en knikte, waarna ik grijnsde en verder liep naar de laboratoria.

“Lirva… Ik vraag me af waarom ik je in leven heb gelaten, misschien kun jij daar een antwoord op geven?” vroeg ik rustig terwijl ik rond de tafel wandelde. De elfin probeerde zich los te trekken, maar ik had de riemen stevig aangespannen en een amulet om haar nek gehangen, waardoor ze haar magie niet kon gebruiken. Ze gromde, maar ik stak weer een soort spijker in haar arm en ze kromp ineen. Zoals de vorige keren gaf ze geen kik, net zoals elke zwarte elf zou doen. “Dat dacht ik al, ik kan ook op geen enkele reden komen”, vervolgde ik en liep naar de hoek van het labo. Ik opende een soort doos met gaten in en keek grijnzend naar de insectachtige wezens die erin rondkropen. Met een sadistische grijns pakte ik de lange tang naast me, om dan een van de wezentjes vast te pakken en ik hield hem in de lucht. Terwijl het beestje met zijn pootjes in de lucht spartelde, draaide ik me om naar Lirva en zei: “Weet je, ik haat je niet. Je hebt alle wezens perfect getraind en je hebt geweldige kweekprocessen op gang gebracht. Helaas ben je geen voorstander van mijn heerschappij… Jammer.” Haar ogen werden groot en ze begon harder aan de riemen te trekken terwijl ik langzaam op haar af kwam. “Dat durf je toch niet”, siste ze toen, maar ik hoorde de twijfel in haar stem.

Toen ik bij haar benen stond, keek ik even naar het wezentje en zette hem toen op het tafelblad. Ik liet hem echter nog niet los, waardoor hij als een bezetene begon te krabben. “Je kent dit wezentje, nietwaar? Natuurlijk ken je dit diertje, je hebt het tenslotte zelf gekweekt… Het dringt je huid in en eet je vlees, maar zodra het een bloedvat heeft gevonden en van het bloed heeft gedronken, wordt hij pas echt wild. Dan kruipt hij onderhuids verder tot aan je organen, waar het zich doorheen vreet. Bij de longen aangekomen vreet hij zich rechtstreeks door naar het hart, om uiteindelijk het hart helemaal op te eten. Schattig, vind je niet? En je blijft leven, totdat de belangrijkste organen het begeven en jij een pijnlijke dood sterft”, vertelde ik en keek grijnzend naar het diertje. Lirva was bleek weggetrokken en dat was de eerste keer dat ik een zwarte elf zo bang zag kijken. “Venorsh”, beval ik en ik zag hoe Lirva’s kaken zich meteen op elkaar klemden. Enkel haar ogen bewogen nog en ze keek me ontzet aan, maar dankzij deze spreuk zou ze niet kunnen schreeuwen van pijn. Toen zette ik het wezentje op haar been en het groef zich al deels in haar been in, waardoor een gedempte kreet uit haar keel kwam. “Klaar? Start!” zei ik vrolijk en ik liet het wezentje los. Deze kroop meteen in haar been, waarna ik het onderhuids zag bewegen en hij zette langzaam koers naar haar torso. Lirva schudde wanhopig met haar hoofd, maar gelukkig werden haar schreeuwen gedempt.

Ik ging naast haar hoofd staan en leunde met mijn ellebogen op de tafel, waarna ik zei: “Weet je wat erger is dan een pijnlijke dood? Een pijnlijke dood met spijt. Heb je spijt, Lirva? Spijt dat je niet zo listig bent als gewone zwarte elfen, waardoor je rechtstreeks je ongenoegen naar mij uitte? Je bent niet de enige die mij weg wilt, maar wel een van de enigen die dit recht in mijn gezicht zegt. Je bent zielig, Lirva. Je bent geen zwarte elf, je bent een zwakkeling.” Ik zag iets in haar blik breken en ik grijnsde voldaan. Trots was een van de weinige punten waar de zwarte elfen gevoelig aan waren en net dat had ik haar ontnomen. Ze spartelde wanhopig, maar het had geen zin: in mijn ooghoeken zag ik hoe het wezentje bij haar torso was aangekomen. De onderhuidse bult verdween en Lirva begon spastisch te schokken. Ik greep haar kaak vast en dwong haar mij aan te kijken. “Kijk me aan. Mijn gezicht is het laatste dat je ooit te zien krijgt”, zei ik duister en haar angstige ogen staarden in de mijne. Opeens begon er bloed over haar lippen te stromen en bevuilden mijn hand, maar ik bleef haar in de ogen kijken. Pas toen haar blik leeg en doods was, liet ik haar los en begon mijn hand aan haar tuniek af te vegen. “Ik heb het begrepen”, zei een stem opeens en ik draaide me om. De jonge vrouw die ik al deze tijd in het labo genegeerd had, kwam los van de muur en knielde voor me. “Mooi”, zei ik enkel, waarna ik me omdraaide en mijn nieuwste en beste aanwinst achter liet bij het lijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen