Foto bij Peter, de Beuk

Vergeet zeker geen reactie achter te laten over wat je er van vond en of dat je misschien een interessante theorie hebt?

'En, lieverd? Hoe voelt het om bijna volwassen te zijn?'
Mijn moeder glimlacht naar me zodra ik beneden kom, maar ik weet niet wat ik moet antwoorden. Ik haal mijn schouders op en check mijn telefoon.
'I don't know, het voelt een beetje apart.'
Mijn vader zit op de bank de krant te lezen en kijkt even naar me om. 'Geniet nog van je laatste dagje zeventien, Petertje.'
'Wat ga je vandaag doen, lieverd?'
Even kijk ik naar de grond. 'Ik denk dat ik weer naar de beuk ga. Mijn gedachten even legen.'
Ik zie dat een van mijn vrienden, Koen, me een bericht heeft gestuurd rond drie uur 's nachts.
Hey man, ik vroeg me af of je morgen zou willen langskomen.

'Ik ben blij dat je deze keer er in mee ging.' zegt Koen met de sigaret in z'n hand. 'Vooral aangezien je morgen officieel bij de groep hoort.'
Ik knik afwezig. De geur van z'n sigaret prikt in m'n neusgaten en ik word er een beetje misselijk van. Hij had me zelf al een trekje aangeboden, die ik had afgewezen omdat ik niet in de problemen wilde komen. Mijn ouders zijn fantastisch, ze willen me alles geven wat ik zou willen, maar ze zijn streng in de dingen als drugs en tattoeages.
'Je mag best een tattoo als je wilt en als het jou gelukkig maakt om dronken te worden, is dat jouw keuze. Maar doe het in ieder geval wanneer het legaal is. Dus pas zodra je achttien bent!'
Dit had ik mijn moeder dan ook beloofd en het is niet alsof ik zó graag wil gaan drinken.
'Je zegt niet veel, Peet.' reageert Koen terwijl hij z'n hand door z'n steile, donkere haar haalt. 'Is er iets? Je bent toch niet weer aan het denken over dat domme blondje?'
Ik wil schreeuwen. Ik wil roepen dat ze geen dom blondje was en dat hij haar niet zo zou moeten noemen, maar ergens ben ik blij dat Koen geen andere manieren gebruikt om haar te omschrijven. Hij houdt ervan om straattaal te praten, waar ik persoonlijk geen problemen mee heb. Maar wel vind ik het iets minder wanneer hij ziektes gebruikt om mee te schelden, of woorden als "bitch" of "hoer". Vooral omdat ze dat niet was.
'Bek dicht.' snauw ik, mijn blauwe ogen gevuld met vuur in zijn ijskoude, bruine ogen. Koen grinnikt en haalt één van z'n wenkbrauwen op.
'Vertel me niet dat je haar nog steeds leuk vind.' grijnst hij. 'Nee toch?'
Ik kijk weg van hem en zucht geërgerd. Hoe ben ik ooit met deze arrogante, harteloze jongen bevriend geraakt?
'Ah, ik zie het al. Je víndt Alissa nog steeds leuk, hè? Zou je haar foto kussen als je de kans had?'
Hij lacht hard en ik snap niet wat er mis is met hem, maar veel boeit het me niet. Alissa. Ik weet nog steeds precies hoe ze eruit ziet. Geen make up, maar natuurlijke schoonheid. Waarschijnlijk is haar natuurlijke schoonheid altijd gewoon een gevolg geweest van haar lieve persoonlijkheid. Golvende, blonde haren en glinsterende, smaragdgroene ogen. Een echte doener. Nooit bang. Ik glimlach zacht als ik aan haar denk. Koen ziet het en begint nog harder te lachen, dus draai ik me om en loop weg. Naar de enige plek waar ik rust zal kunnen vinden. De beuk.
Zodra ik er aan kom, voel ik de wind door mijn zwarte haar waaien en sluit ik even mijn ogen. Er is geen mens aanwezig en de andere bomen om me heen zijn kleuters in vergelijking met de beuk. De wind laat de blaadjes een beetje bewegen en sommigen vallen er af. De zon schijnt door de takken en ik ga tegen de stam aanzitten. Ik sluit mijn ogen en stel me voor dat ze voor me staat met haar prachtige glimlach. Het kalmerende geluid van fluitende vogels laat me een beetje meer ontspannen, totdat ik in mijn hoofd haar stem hoor weerkaatsen.
'Daar ben je eindelijk!' Ik open me ogen en zie haar voor me staan. Ze kijkt me aan met haar speelse blik en haar glimlach is het enige dat me meer kan verwarmen dan het vuur van schuldgevoel. 'Weer uitgehangen met Koen?'
Ik ontwijk haar blik en kijk naar een paarse lelie. Ze volgt mijn ogen en loopt er naar toe voordat ze er neer hurkt.
'Prachtig is het, niet?'
Ik knik, niet weten wat ik anders zou moeten doen. 'Ze herinneren me aan jou.' Ik krijg de woorden amper uit mijn mond. Ze staat weer op, langzaam, en kijkt me aan met een strenge blik.
'Peter. Nee.'
'Maar ik hou van je... Echt waar!' Ze sluit haar ogen en zucht.
'Als je zoveel van me houdt, waarom gaf je er mij dan de schuld van?' Haar stem is vast, maar toch kan ik een paar tranen spotten. 'Geef daar maar geen antwoord op. Ik weet het al. Omdat je het niet wil geloven. Je laat iedereen geloven dat ik, die vijf jaar geleden, voorstelde de beuk in te gaan en toen was er weer een nieuw graf op de begraafplaats bijgekomen. Je geeft míj de schuld ervan, terwijl we allebei weten dat jij degene was die de uitdaging voorstelde.'
Mijn ogen beginnen weer te prikken en ik weet dat ze gelijk heeft.
'Het is gewoon zo dat m'n ogen me nog steeds bedriegen, net zoals mijn hoofd.' probeer ik haar te vertellen. 'Toch weet ik het, maar ik was bang, oké? Ik was nog te jong om die waarheid onder ogen te komen. En nu is het te laat.'
Ze zucht en gaat naast me zitten. Ze legt haar hand op mijn rug en de zon lijkt haar te beschijnen, alsof ze een engel is. 'Ik weet het. Maar misschien moet je het gewoon laten gaan, oké?'
Ik knik. 'Het gaat wel moeilijk worden. Ik zal nog steeds naar de psycholoog moeten. En ik zal nog steeds iedere week huilen.'
'Weet ik, maar het zal ook een nieuwe kans zijn voor een nieuw leven.'
'Zal je me blijven bezoeken?'
Ze kijkt even naar de beuk en legt haar hand er tegen aan. 'Het mag dan wel een trauma zijn, maar ik zal hier blijven komen. Je zal me hier altijd kunnen vinden.'

Later die dag, loop ik naar de begraafplaats in de stad. De beelden van de levenloze ogen en de gebroken nek blijven even voor mijn ogen verschijnen. Als twaalfjarige, had ik nooit nagedacht over een beslissing die ik in mijn leven gemaakt had. Na het ongeluk wel. Ik had er niet even over kunnen nadenken voordat ik voorstelde de boom in te klimmen. "Wie als eerste boven is!". Eerst gelach. Toen een schreeuw. En toen complete stilte.
Ik loop het kleine bergje op met de bloemen in me hand, totdat ik de correcte grafsteen zie.

20 april 2001 - 27 mei 2013

Ik voel enkele tranen langs mijn wangen stromen en val op mijn knieën. Ik leg de bloemen neer en kijk naar de prachtige, paarse kleur van de bladen. Het schuldgevoel in me groeit als een hele waterval van verdriet volgt. Ik kan amper haar naam lezen. De naam van het persoon dat ik heb vermoord. Ik mompel in mezelf dat het me spijt, hopend dat iemand mijn gebeden zal kunnen horen. Zodra ik eindelijk stop, sta ik op om weg te gaan. Nog één laatste keer kijk ik om naar het graf om te glimlachen. Als ik niet huil als ik haar naam hoor, glimlach ik wel.

Alissa Jones

Reacties (1)

  • Duendes

    Oef ik had al zo'n gevoel dat ze dood zou zijn eh auwtsj arme jongen oef. Wel heel mooi geschreven wat de gevolgen zijn van zo'n actie zo lang geleden! En ik vind Koen echt wel stom waarom is hij daar nou vrienden mee bah :')

    1 jaar geleden
    • MissEL

      Ik ben heel erg blij dat je hebt genoten van het verhaal:). Als je zelf een leuk idee hebt voor een persoon met een tragisch achtergrondverhaal, voel je vrij me een privébericht te sturen!

      1 jaar geleden
    • Duendes

      Hahah ik bedoel, natuurlijk heb ik ideeën zat, ik maak mijn personages gebaseerd op drama oepsxD

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen