Foto bij Eveline, Zee van tranen

Dit is een van de verhalen waar jongere lezers misschien niet tegen kunnen. Als je niet kan tegen zelf-beschadiging, adviseer ik je deze even over te slaan

Ik lig in mijn bed, starend naar het plafond. Mijn arm is nog steeds hevig aan het bloeden en ik weet niet meer wat ik moet doen.
Ik ben opgegroeid in een erg religieus gezin, alhoewel dat erg ouderwets zou kunnen klinken. Mijn ouders geloven zeer sterk en accepteren dan ook een stuk minder mensen. Ook accepteren ze mij niet. Dat deden ze vroeger al niet. Mijn moeder sloeg me regelmatig en mijn vader vertelde me altijd dat ik niet goed genoeg was. Ik voelde me altijd leeg en een mislukking. Totdat ik zestien was dan, toen ontmoette ik het persoon waar ik al mijn leven lang op had gewacht. Korte, blond haren en oceaanblauwe ogen. Mijn ware liefde, zoals ik het wilde noemen. Maar ik kon niet met mijn zielverwant samenzijn. Ik betwijfelde mijn seksualiteit niet meer, maar mijn ouders zouden me nooit accepteren. Ik zou nooit samen met haar zijn. Toch spraken we regelmatig af. Altijd bij ons eigen plekje. Iedere week gingen we 's nachts naar de zee en spraken we daar af. We zouden dan wat kletsen en eventueel de zee ingaan. Totdat ik het huis uit ging, deed ik het altijd stiekem. Ik heb het zo'n drie jaar volgehouden, maar nu zal ik nooit meer tijd met haar kunnen doorbrengen.
Mijn ouders belden me laatst en vroegen of ik langs zou willen komen. Ik was bang dat ik weer iets had misdaan, of nog erger, dat ze mijn relatie hadden ontdekt, maar toen ik daar aankwam, besefte ik wat het echte probleem was.
'Je broer is weggelopen.' Mijn broer, wiens naam Thomas is, had nooit geloofd, wat mijn ouders nooit hadden kunnen accepteren. Ze hadden allerlei manieren bedacht hem te bekeren, maar het had nooit gewerkt. Thomas was een hele intelligente jongen, als je het mij vraagt. Hij genoot van de tijd met zijn vrienden, wie mijn ouders niet konden beschouwen als mensen. Zijn beste vriend was een Afrikaanse jongen en hij was altijd heel vriendelijk. Ook tegen mij, ik kon het heel erg goed met hem hebben en ondanks ons leeftijdsverschil van vijf jaar, waren we de beste vrienden. Net zoals ik bij Thomas terecht kon met al mijn problemen, vertrouwde ik hem al mijn geheimen toe. Mijn vader legde me uit wat er was gebeurd vanuit zijn perspectief.
'Thomas is vele zonden begaan, maar als je het mij vraagt, is dit de meest schandalige! De reden dat wij wilden dat je kwam, was dan ook niet omdat we hem willen zoeken. Integendeel, we dragen je op geen enkel contact meer met hem te hebben. Hij is niet onze zoon meer en niet jouw broertje, begrepen?'
Ik knikte uiteraard, maar ik wist dat ik niet zou gehoorzamen. Ik wist dat ik hem niet hoefde te bellen om te vragen of hij onderdak nodig had, want hem kennende vond hij wel een manier. Natuurlijk doet hij dat, hij was veel zelfstandiger dan ik was toen ik vijftien jaar oud was. Bovendien was hij degene die opkwam voor onze familie.
Ik ging weer naar huis en belde mijn vriendin onmiddellijk om haar alles uit te leggen. Ze was meteen erg bezorgd om me en kwam zowel meteen naar mijn huis om met me te praten erover.
'Weet je wat? Ik zal je vanavond meenemen naar het strand. Dan kunnen we even alleen zijn, wat dacht je daarvan?'
Meteen ging ik ermee akkoord, maar toch kon ik de woorden van mijn ouders niet uit mijn gedachten halen. Niet alleen bleef ik hun nieuwere bevelen horen, maar ook de oudere. "Stel me niet teleur" en "Ga enkel om met Gods kinderen". Vooral dat laatste was iets waar ze ons voor zouden straffen. Mijn moeder was al eens uit bed gekomen om me te vertellen dat God haar zogenaamd een droom had gestuurd dat zijn kinderen enkel degene waren die de regels gehoorzamen en zijn zoals ze moeten zijn. Mensen mogen geloven in wat ze willen wat mij betreft, maar dan zonder anderen te discrimineren of pijn te doen.
Toen we bij de zee aankwamen hand in hand, wist ik het al meteen. Deze avond was een van de beste avonden van mijn leven. Dit dacht ik bij iedere avond dat ik samen was met haar, maar toch wist ik dat dit de beste zou zijn. Maar in plaats van een prachtige nacht, was het een van de ergste van mijn leven. We trokken allebei onze kleren al uit met daaronder onze zwempakken en sprongen in het koude water. De lucht was gevuld met donkere wolken en het enige beetje licht was van de maan dat weerkaatste in haar ogen. Het water was door de duistere lucht donkerblauw en het frisse water gaf me een beetje kippenvel, maar de warmte van haar lichaam maakte het stukken beter. We hielden elkaar dichtbij, voordat ze me in mijn ogen kijk en toen pas zag ik hoe nerveus te eigenlijk was.
'Hey, Eveline. Ik wil je iets vragen.' Haar stem was een fluister en meteen bevroor ik. 'Zou je met me willen trouwen?' Nadat ze die vraag gesteld had, hoorde ik mijn ouders. Ik voelde enkele tranen over mijn wangen biggelen en het volgende wat ik me kan herinneren is haar levenloze lichaam drijvend op het wateroppervlak.
En nu ben ik hier. Met een bloedend mes in mijn hand en sneden op mijn arm. Na de moord die ik gepleegd had, haalde ik haar lijk uit de zee en begroef haar in het bos.
'Ik hoop dat je me kan vergeven.'
Mijn liefde voor haar was nog net zo sterk en ik was iedere dag naar dat ene bergje gegaan waar ze lag. Ik had zoveel bloemen daar geplant als een teken dat ze altijd in mijn hart zal blijven. Ik wilde haar niet om het leven brengen. Ik wilde met haar trouwen en een nieuw leven beginnen, maar ik verloor de controle! Nog meer tranen lopen naar beneden op mijn met bloed bedekte laken en ik snik een beetje terwijl ik haar naam blijf mompelen. Uiteindelijk zie ik nog maar één ding dat ik kan doen.
Ik schrijf een briefje met de exacte coördinaten van waar ze ligt begraven, voordat ik het stuur naar het politiebureau. Bellen is te riskant, want ze mogen nooit, maar dan ook nooit, weten dat ik het was totdat ik officieel verdwenen ben. Zodra ik de tweede brief heb geschreven met de bekenning van de misdaad, leg ik het op mijn keukentafel. Ik ga nog één laatste keer naar haar graf, voordat ik weet dat het voor mij tijd is om te gaan.
Met kleren en al sta ik op het strand, starend over de zee. De zoute lucht prikt in mijn neusgaten en even vergeet ik over alles. Dan loop ik naar het water terwijl ik haar zingende stem hoor. Mijn hoofd is onder water, maar ik blijf stappen zetten. Uiteindelijk voel ik hoe mijn lichaam zuurstof nodig heeft en ik vecht tegen het impuls om naar boven te gaan voor adem. Als mijn lichaam toch weigert nog langer mijn gedachten te gehoorzamen, wordt mijn beeld zwart en is het enige wat ik nog langer hoor stilte.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen