Selma kuchte even nep en opende zorgvuldig het papiertje. 'Onze vrouwlijke tribute van dit jaar is...' Ze liet een stilte vallen om de spanning op de bouwen. 'Capra Butcher!' Er viel een pijnlijke stilte terwijl iedereen verwachtingsvol om zich heen keek. Uiteindelijk bleven alle blikken stilstaan. Ze keken mijn richting uit. Ook ik bleef rond me kijken waar het ongelukkige meisje stond. Toen drong het tot mij door dat ik het was. Ik was de geit die geslacht zou worden. Verlamd bleef ik staan. 'Wil de gelukkige naar voren komen?' Ongeduldig bleef Selma op het podium staan. Als de tribuut eens bekend was, moest het vooruit gaan.
Plots grepen twee armen me stevig vast. Ik ving een glimp op van het oranje van vredebewakers uniformen. Ik herstelde me en druppelde snel en elegant het podium op. 'Een daverend applaus voor onze toekomstige winnares!' Alsof een district 10 ooit kon winnen. Het bleef stil en in gedachten bedankte ik alle mensen die niets deden.
Het ergste was nog dat ik de hele tijd moest blijven staan terwijl Selma haar toneelstukje herhaalde voor de jongens. Ik lette niet meer echt op en zag een jongen het podium op komen. Hij zag er heel gewoon uit met zijn bruin haar en bruine ogen. Selma dwong ons elkaar een hand te geven. We gehoorzaamden en toen herkende ik hem. Hij was de broer van Isabel. Nummer 16, dacht ik er vlug achteraan. Hij was niet zo blij geweest dat ik het hart van zijn zus had gebroken, maar hij vond het ook maar niets dat zij iets had met iemand als Cicon. Vorig jaar toen mensen moesten stemmen over wie er naar de Spelen moest, had hij nog redelijk veel stemmen. Waarschijnlijk omdat hij snel ruzie had. Ik had zijn naam niet gehoord en kon er ook niet meteen op komen. Wel wist ik dat hij een tijd geleden ruzie had gemaakt met de burgemeester omdat die niet wilde dat zijn paard geslacht werd, maar de jongen bleef volhouden dat het een paard was als elk ander en ze een bestelling paardenvlees hadden binnengekregen. Waarschijnlijk was dat de reden dat hij haar zat. Ik had ook ooit een gesprek opgevangen van de dochter van de burgemeester die haar vader had gevraagd haar ex-vriendje naar de Spelen te sturen omdat hij het had uitgemaakt.
In de menigte vond ik mij broer. Ik zag hem een snelle blik wisselen met een meisje. Dat was genoeg. Volgens mij was dat Emma, de nicht van Cabe. Ik zou het onthouden, deze keer kwam hij er niet zo makkelijk mee weg.

Twee vredebewakers grepen ons ruw vast en duwden ons het gebouw in. Meteen verdween Selmas glimlach. 'Jullie mogen nu afscheid gaan nemen van jullie famllie', zei ze nors. Ik werd alleen achtergelaten in een kamer en alle tranen die ik daarnet binnen had gehouden, kwamen in één keer naar buiten. 'Niet huilen, Capra.' De zachte stem van mijn moeder deed me opkijken. Ik had ze niet eens binnen horen komen. 'Alles komt goed', probeerde mijn vader. Hij wist niet goed wat te zeggen. Ik keek naar mijn broer die een stuk achter mijn ouders stond. Ik zag dat hij geschrokken was, ook al probeerde hij het te verbergen. Hij had het me duidelijk nog niet vergeven van gisteren, maar toch keek hij me met medelijden aan. Dit had hij me ook weer niet toegewenst. Ik rende naar hem toe en omhelsde hem. Dat was jaren geleden en ik merkte dat hij wat geschrokken was. Toch knuffelde hij terug. 'Sorry', mmompelde ik tegen hem. Daarna richtte ik me ook tot mijn ouders. 'Ik ga waarschijnlijk dood, maar vergeet nooit dat ik het beste leven gehad zal hebben dat ik maar kon wensen. Ik ga er iets goed van proberen te maken. Dat beloof ik.' En er was geen woord van gelogen. Ik had heel mijn leven bij de geiten kunnen doorbrengen en veel plezier gemaakt met mijn vrienden. En ik wist dat ik zelfs als ik een pijnlijke dood zou sterven, nog steeds plezier zou maken. Wacht maar af.
Na een laatste knuffel voerden enkele vredebewakers hen naar buiten. Terwijl ik afwachtte of er nog iemand zou komen, probeerde ik mijn tranen weg te krijgen.

Plots vloog de deur open en Zale en Zody kwamen binnengestormd en vlogen me in de armen. Ik was enorm blij dat ik mijn twee beste vriendinnen nog een laatste keer kon zien. Er kwam nog iemand de zaal binnen. Cabe. Ongemakkelijk bleef hij een paar meter van ons af staan. Ik vond het vreemd dat hij hier was. We waren niet eens vrienden. Toen trok Zody weer mijn aandacht door aan mijn arm te trekken. 'We weten dat je een districtaandenken mag meenemen', begon ze, ' en dit is eigenlijk nog van jouw.' Het was even stil terwijl ze een hangertje aan een felgroen touwtje bovenhaalde. 'Team Geit staat achter je.' Zei ze plechtig terwijl ze het ding rond mijn hals hing. Nu pas herkende ik het weer. Ik had het ooit gewonnen bij een danswedstrijd. Ik zag een geit in het misvormde stukje zilver en had het aan Zody gegeven, omdat wij Team Geit waren. We werkten altijd samen in de stal van de geiten. Terwijl ik de geiten verzorgde, mestte zij de stal uit. Niet het leukste werk, maar we waren een topteam. Zij heeft me later ook aan Zale voorgesteld. Maar nu wijk ik af.
Ik was dus afscheid aan het nemen, toen Cabe plots naar voor stapte en me omhelsde. Onder normale omstandigheden had ik het vreemd gevonden en hem van me af geduwd, maar nu ik toch niet meer lang te leven had, vond ik het niet erg. Plots liet hij me los en keek me serieus aan. Te serieus. Ik had hem nog nooit zo zien kijken. Cabe was een vrolijke jongen en dat zijn ogen zo donker stonden kon niets goed betekenen. 'Ik moet je iets vertellen', begon hij. O nee! Hij zal toch niet- Nee. Dat kon niet, onderbrak ik de gedachte die door mijn hoofd flitste. 'Ik wou het je deze ochtend al vertellen, maar ik vond er geen goed moment voor.' Zijn gezicht betrok. 'Het gaat om Sikje. Gisteren vroeg de slager een geitje van ongeveer 4 jaar oud. Ik dacht dat het een vergissing moest zijn, maar blijkbaar wilden ze in het Capitool opeens oudere geiten eten. Ik heb hem alle geiten tussen 3 en 5 jaar aangeboden, maar hij moest persé Sikje hebben. Het spijt me.'

Het was alsof mijn hele wereld instortte. Sikje, mijn schatje van een geit, die ik heb zien geboren worden, die ik van het slachtmes heb kunnen redden, die mij altijd begrijpt en kan opvrolijken, is dood. Geslacht. Net als ik geslacht zal worden. Ze had nog een heel leven voor zich, en dat wordt plots zo bruusk afgebroken door het wrede Capitool.
En toen, net op het moment dat ik in huilen uit zou barsten, kwamen de vredebewakers me weghalen.

Voordat we naar buiten gingen, sprak Selma ons nog op dwingende toon aan. 'Een van jullie moet en zal winnen zodat ik eindelijk weer eens promotie maak. Ik kan niet tegen die stank hier. Het is een schande. Ze kunnen mij niet eens een deftig pompoenpauwblauw kleed geven voor de boete.' Ze draaide zich met een ruk om en plakte haar nepglimlach weer op haar gezicht. Ik begreep echt niet hoe zij dat kon.
We volgden haar naar de auto en ik probeerde mijn waardigheid zoveel mogelijk te behouden. Ik zou me niet als een schaapje naar de slacht laten leiden. Nee, ik was Capra, de Geit. Ik zou me verzetten. Uiteindelijk zou ook ik geslacht worden, maar ik zou het ze niet gemakkelijk maken. Ze zouden me wel leren kennen. Met een zelfverzekerde glimlach stapte ik in de auto. Ik probeerde de gedachte aan Sikje zo veel mogelijk te verdringen tot we in de trein waren.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen