Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik ben uitgeput, en ik verlang ernaar om gewoon even uit te rusten. Al mijn plannen vallen echter in het water wanneer ik een politieauto met die twee agenten - Marco Kowalski en Nathan Darling - voor ons huis zie staan, hevig in discussie met Dean.

De volgende ochtend besteden Nathan en ik vooral aan het invullen van papierwerk en anderen inlichten over het winkeldiefstalincident van gisteravond. We vragen toestemming om die middag contact met Hailey May op te nemen, en die krijgen we.
‘s Middags moeten we nog wat andere rotklusjes doen, maar rond een uur of half vijf kunnen we toch naar Haileys huis rijden. We dubbelchecken het adres en nog voor we aan kunnen bellen komt onze favoriete klootzak naar buiten: Dean.
Hij is net gekleed, in een overhemd en dure broek, ook al denk ik gezien het tijdstip niet dat hij vandaag gewerkt heeft. Hij heeft thuis gewerkt, hoogstens.
'Hallo,' zegt hij meteen, met een kil soort vriendelijkheid. 'Kan ik iets voor jullie doen?'
'We zouden Hailey May graag willen spreken op het bureau,' antwoord ik, zo kalm mogelijk. 'Met betrekking tot het incident van gisteren. Een getuigenverklaring.'
Hij schenkt me een beleefde glimlach.
'Ik ben bang dat Hailey er niet is. Ze is naar haar colleges gegaan. Ze studeert chirurgie,' legt hij uit.
'Ook nu ze een hersenschudding heeft?' vraagt Nathan.
Hij knikt.
'Ze is erg gedreven,' antwoordt hij. 'Maar, in ieder geval: ze is er niet, dus jullie kunnen weer vertrekken.'
Ik zie echter dat zijn blik wegglijdt naar de weg achter ons en draai me om om te zien dat er een auto aan komt rijden. Wanneer de auto dichterbij komt, zie ik dat het Hailey is die achter het stuur zit. Ze parkeert de auto bij het huis en komt met een bezorgde uitdrukking naar ons toe lopen.
'Hey, Dean,' zegt ze. 'Wat is er aan de hand?'
Dean laat beschermend - of bezitterig - een arm om haar middel glijden en trekt haar tegen zich aan.
'Ja, officier Kowalski, wat is er aan de hand?' vraagt hij, terwijl hij me met een staalharde blik aankijkt.
Iets in zijn stem maakt Hailey ongemakkelijk. Ik kan het aan haar gezicht zien.
'Juffrouw May,' zeg ik met een geruststellende glimlach. 'Er is niets aan de hand. Niet echt. We zouden gewoon graag willen dat u mee zou komen naar het bureau, zodat u een verklaring af kan leggen met betrekking tot de gebeurtenissen van gisteren. Zou u daartoe bereid zijn?'
Ze knikt.
'Ja, hoor. Is goed. Zeg maar je, trouwens. En Hailey,' zegt ze.
'Goed, Hailey, zou je-'
'Ik ga ook wel mee,' onderbreekt Dean me, wat een frons van Hailey oplevert.
'Dat acht ik niet nodig,' mengt Nathan zich in het gesprek, zo beleefd mogelijk.
'Nou, ik wel,' zegt Dean, bijna in een snauw. 'Voor het geval er iets misgaat, wat best nog wel eens zou kunnen, want jullie belasten hier een vrouw met een hersenschudding.'
'Dean...' zegt Hailey zachtjes. 'Tijdens mijn colleges ging het ook gewoon goed.'
Ik zie al dat dit niet een strijd is die we gaan winnen, en ik wil koste wat het kost voorkomen dat dit escaleert, voor Haileys welzijn. Ik heb geen bewijs, maar ik weet dat dit een man is die zijn handen niet thuis kan houden, en als we hem nu boos maken, is Hailey uiteindelijk degene die daar de dupe van wordt.
'Geen probleem,' zeg ik, waardoor Nathan me een beetje verbaasd aankijkt. 'Kom maar mee.'
Ik houd de deur naar de achterbank voor hen open. Hailey gaat als eerste naar binnen, gevolgd door Dean. Ondertussen gaat Nathan achter het stuur zitten, en ik voeg me even later op de passagiersstoel bij hem.
We rijden naar het bureau, waarna we naar de verhoorkamer lopen die ook voor getuigenissen wordt gebruikt. Deans arm verlaat Haileys middel geen moment.
'Ik ben bang dat u niet verder mag gaan dan hier. Alleen Hailey mag aanwezig zijn, wanneer we haar verklaring afnemen,' zeg ik.
Er vlamt iets op in Deans ogen. Iets heel gevaarlijks. Waarschijnlijk is het maar een paar seconden stil, maar het voelt als uren.
'Is goed,' zegt hij, en hij laat Hailey zo snel los dat ze bijna uit balans dreigt te raken. Hij geeft haar nog een kus op haar slaap en voegt eraan toe: 'Succes, schatje.'
Hailey knikt en volgt Nathan en mij naar de verhoorkamer.
We nemen haar verklaring af, wat niet zo heel bijzonder is, maar dan vraag ik toch: 'Hailey, wie heeft je geslagen?'
Ze verstijft, en schuift haar stoel een paar millimeter naar achteren, alsof ze elk moment weg wil lopen. Ik weet niet waar er meer van in haar blik ligt: angst of wanhoop.
'Was het Dean?' dring ik aan. 'Je bent veilig om het ons te vertellen. Wij zijn van de politie. We zijn hier om je te beschermen.'
Ik zie de schuchtere blik in haar ogen en weet dat het niet gaat helpen.
Omdat ik me ineens afvraag of ze misschien slechte ervaringen heeft met de politie, voeg ik eraan toe: 'En ook als we geen politieagenten waren geweest, zouden we je willen helpen. Echt.'
'Dean en ik houden van elkaar,' zegt ze dan, met een gemaakte onwetendheid. Ze glimlacht, alsof ze alleen maar lief en onnozel is. In haar blik zie ik echter dat ze heel goed begrijpt waar we het over hebben. 'Maak je maar geen zorgen.'
'Nou, dat doe ik dus wel,' zeg ik, iets feller dan bedoelt. De flits van angst in haar ogen zorgt ervoor dat ik de woede wegslik. 'Je hoeft niet in zo'n situatie te leven.'
'Nee, maar ik wil het. I-Ik ben thuis bij hem,' sputtert ze.
'Je bent in gevaar. We kunnen het niet bewijzen, maar iedereen in deze kamer weet wat er aan de hand is,' zegt Nathan, terwijl hij haar indringend aankijkt. 'Het hoeft niet zo te zijn. Dit hoeft niet door te gaan tot het te laat is.'
Hailey komt overeind, bijna bevend.
'I-Ik wil dat jullie me naar huis brengen,' brengt ze met onvaste stem uit. 'Ik wil naar huis.'
Ik zucht, wetend dat we geen andere keus hebben.
'Is goed,' zeg ik dan. 'We brengen je terug.'
Nathan en ik staan ook op en laten haar naar buiten, waar Dean in de gang aan het ijsberen is. Wanneer hij Hailey ziet, schenkt hij haar een warme glimlach. Ze versnelt iets en laat hem haar omhelzen.
'Gaat het wel?' vraagt hij, een beetje bezorgd. 'Het... Je ziet er een beetje...'
'Ik heb een beetje hoofdpijn,' zegt ze zachtjes.
Ineens begrijp ik heel goed dat ze hem niet gaat vertellen over de beschuldigingen die Nathan en ik gedaan hebben, en ook waarom. Als hij het zou weten, zou hij ontploffen. En als hij zou ontploffen, zou hij haar bezeren.
Net wanneer ik wil zeggen dat we terug zullen lopen naar de auto, komt commissaris Morris naar ons toe lopen.
'Kowalski. Darling. Laat hen twee maar aan Cassidy over. Ik wil jullie even spreken,' zegt hij, en ik kan niet goed uit zijn stem of gezicht opmaken of we in de problemen zitten of niet.
Ik knik, en in mijn ooghoek zie ik Chris Cassidy al aanlopen.
Hij schenkt Hailey een iets te... vriendelijke... glimlach - de zoveelste reden dat ik hem niet mag. Voor het eerst ben ik Dean bijna dankbaar voor zijn beschermende gedrag, want hij laat weer een arm om Hailey heen glijden en schenkt de politieagent een blik die zelfs een man als Chris kan intimideren.
'Ik rijd jullie wel terug naar huis,' zegt hij, gelijk een stuk minder enthousiast.
Ik kijk ze even na en volg dan Nathan en de commissaris naar zijn kantoor. Binnen aangekomen wijst hij ons een stoel en gaat hij achter zijn bureau zitten.
'Wat kunnen we voor u doen?' vraagt Nathan.
'Ik... Het is mij opgevallen,' zegt hij, zorgvuldig zijn woorden kiezend, 'dat jullie wat interesse getoond hebben in Dean Clarke.'
Ik voel een assertiviteit in me opkomen die me eigenlijk niet zo bekend is. Voordat ik iets kan zeggen, echter, doet Nathan zijn mond al open.
'Ja, inderdaad. Het lijkt me ook wel nodig. Omdat hij zijn vriendin slaat en zo,' zegt hij met gif in zijn stem.
De blik in Morris' ogen word ineens een stuk donkerder, waardoor er een ijzig gevoel in mijn hart ontstaat.
'Aha,' zegt hij. 'Nou, ik zou het waarderen als jullie ermee op zouden houden.'
Het voelt alsof ik een klap in mijn gezicht krijgt.
'Pardon?' sputteren Nathan en ik op hetzelfde moment.
Hij kijkt ons met een strak gezicht aan.
'Jullie hebben me wel gehoord.'
Ik kan mezelf nauwelijks inhouden.
'Maar...' Ik knars even met mijn tanden. 'Heb je enig idee... Die vrouw is in gevaar.'
'Ik ben hem nog een gunst verschuldigd,' zegt hij, niet eens proberend te verbergen dat hij een corrupte klootzak is. 'En, als jullie niet doen wat ik zeg, zou het zomaar kunnen zijn dat er een bepaald schandaal naar buiten zou komen. Bijvoorbeeld over twee jonge agenten die nog wat regels gebroken hebben. Onder invloed tijdens werktijd. Ongepast gedrag tegen vrouwelijk arrestanten. Misbruik van het dienstwapen. Achterhouden van bewijsmateriaal.' Hij fronst bedenkelijk en knikt zijn hoofd. 'Hele ernstige dingen.'
Nathan en ik komen allebei overeind. Mijn hart klopt in mijn keel.
'Dat is niet waar,' stoot ik uit.
'Het maakt niet uit of het waar is of niet,' buldert hij. 'Het zal waar zijn omdat ik het zeg.'
Ik kijk hem verbijsterd aan. In mijn ooghoek zie ik dat Nathan lijkbleek is geworden.
'Maar...' sputter ik dan. Ik wilde iets zeggen, maar de woorden komen niet uit mijn keel.
Zijn uitdrukking verzacht.
'Luister, jongens...' verzucht hij, 'jullie zijn deugdelijke jongemannen, en goede agenten. Ik raad jullie aan om jullie carrière niet te verpesten vanwege een of andere vrouw die zelf niet eens bij hem weg wil.'
Er is genoeg wat ik tegen hem zou willen zeggen, maar Nathan en ik staan allebei met onze monden vol tanden.
Hij pakt een stapeltje papieren en schuift dichter naar het bureau toe, bijna achteloos.
'Ik heb niets meer te zeggen. You're dismissed.'
We zijn zo uit het veld geslagen dat we het nog doen ook. Woordeloos strompelen we naar buiten.
Aangekomen in de gang doet Nathan de deur dicht, en we blijven allebei even woordeloos staan. De wereld lijkt te tollen en tegelijkertijd stil te staan.
‘Wat... Wat is dit in godsnaam?’ weet ik na een eeuwigheid uit te brengen.
Het duurt eventjes voordat Nathan antwoordt.
‘Ik denk,’ zegt hij dan, ‘dat dit een hele belangrijke keuze is, die we moeten maken.’

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen