Shoutout naar Day en Chris, wiens namen Alex hier spontaan niet wist, en aangezien ik herschreef ik dus ook niet.

Aangekomen bij de begane grond liep ik samen met Derk en Sophie de lift uit, en ik volgde ze half rennend aangezien ze te snel voor me waren. Ik kon echt niet snel rennen, hoewel ik die middag wel de pet van Flynn gestolen had, waarna hij me een aardig lange tijd achterna zat. Ik kon dus wel een beetje rennen, of Flynn probeerde gewoon niet hard genoeg om me in te halen. Wat eigenlijk wel lief was. Ik glimlachte.
Derk en Sophie stonden stil voor een gebouw wat er erg oud zag.
"Hier moet je zijn." Ik had verwacht dat ze me het gebouw in zouden duwen, zoals gewoonlijk, maar dat bleef uit, waar ik wel blij mee was.
Ik liep het gebouw in en keek om me heen. Het was er erg groot, en er stonden her en der een paar tafeltjes.
Het was er erg rustig, maar dat kwam waarschijnlijk doordat ik er erg vroeg was. Ik besloot maar naar de tafel met eten toe te gaan, en daar bleef ik een beetje staan, en soms nam ik een paar aardbeien, maar ik wist niet zeker of het de bedoeling was dat ik ze al at, dus ik durfde ze niet allemaal te eten. Geloof me, ik had het wel gewild.
Langzamerhand kwamen er andere tributen binnen, en ik dacht dat iedereen er was, totdat mijn nachtmerrie binnenkwam: nee, het was niet Aderyn (hoewel dat ook erg zou zijn), maar het was May.
Schoonheid kon dodelijk zijn, en daar was May een goed voorbeeld van.
Ik liep zo snel mogelijk naar de dichtstbijzijnde tribuut toe, in de hoop dat May me dan niet zag, of me niet aan wilde vallen.
Er stond een meisje dichtbij en ik knoopte snel een gesprek aan.
"Kijk achter me. Niet opvallend kijken," begon ik, waarna het meisje veel te opvallend achter me keek.
"Ik zei niet opvallend!" snauwde ik.
"Sorry." Oh nee, nu voelde ze zich slecht. Kon ik het vorige nog terug nemen en het iets aardiger zeggen?
"Maakt niet uit, geen sorry zeggen. Ik ben gestresst," zei ik geruststellend, waarna ik mijn verhaal weer vervolgde. "Goed, dat is May. De May die me in elkaar sloeg."
"Ja, dat had ik wel door. Met dat vuurrode haar valt ze erg op, maar die dodelijke blik waar mee ze je aankijkt, die is niet te missen. " Ze glimlachte voorzichtig, en ik glimlachte vriendelijk terug, om haar op haar gemak te laten voelen. Dat ik niet sociaal was betekende niet dat zij zich dan ongemakkelijk of verlegen hoefde te voelen.
"Ik heb geen zin om weer in de ziekenboeg te liggen, dus wij waren druk in gesprek, zodat ze me niet aanvalt. Hopelijk," ging ik verder.
"Eh, oké, waarom wil ze je eigenlijk zo graag pijn doen?" Oh oh. Hoe ging ik dat nou weer goed uitleggen zonder mezelf in een verkeerd licht te zetten?
"Nou. Ze stond laast v-vrij heftig met me te zoenen e-en toen kwam er iemand anders en die begon me ook te zoenen, snap je? Aderyn zag dat en toen vertelde ze het door aan May. En toen... dit," zei ik, wijzend naar mijn in gips verbonden pols. “Maar iedereen heeft dat wel gezien in de trainingshal, denk ik.”
"Klopt. Maar het viel wel mee, mensen hadden het er niet de hele dag over. Minstens een uur, maar niet de hele dag.” Nou, fijn, dat hielp. Ik hield niet van in de belangstelling staan, dus een uur was langer dan ik had gevreesd. “Het ziet er pijnlijk uit, sterkte dan maar, Alex is het toch?" Zij wist mijn naam wel, maar ik die van haar niet… Ik had echt op moeten letten bij de boete-herhaling.
"Ja. Oh nee, ik ben heel slecht in namen, wat was jouw naam ook alweer?" begon ik. Door de jaren heen had ik geleerd hoe je zo subtiel mogelijk een naam vroeg. Maar dat betekende niet dat ik dat in praktijk kon brengen.
"Ada."
"Oh ja!" Eigenlijk wist ik het daarvoor niet, maar dat hoefde zij niet te weten. Ik wierp een blik achter me, naar May, die gelukkig stond te praten met iemand anders, waardoor ik weer veilig was. Ik kon weer lekker in een hoekje staan en zo min mogelijk met anderen praten.
"Heel erg bedankt, Ada. Ik zie je later wel weer eens!" Ik liep weg, zonder op een reactie te wachten, wat eigenlijk best wel asociaal was, hoewel ik het niet gemeen bedoelde.
Bij feestjes stond ik altijd heel ongemakkelijk bij het eten te wachten tot er iets gebeurde of totdat het feest over was. Dat was niet de leukste bezigheid ooit, maar sociaal zijn of iets anders doen kon en wilde ik niet. Door verveling liet ik mijn blik over de mensen op het feest glijden. Samuel, Ada, May, ik en twee tributen die ik wel gezien had, maar wiens namen ik niet (meer) wist.
Mijn blik bleef meerdere keren hangen bij May, voor ik me bedacht dat ze me waarschijnlijk haatte en ik weer verder rondkeek. Het viel me op dat May ook verrassend vaak naar mij keek, en het maakte me bang.

Ik werd afgeleid door een geval wat leek op een soort taart wat door de lucht vloog, recht op het gezicht af van een van de tributen waar ik de naam niet van wist.
"Die is omdat je Day nodig had om sorry te zeggen tegen me!" hoorde ik Ada - de werpster van de taart - schreeuwen. Ten eerste had ik geen idee wie Day was, en ten tweede vond ik het zonde dat er met taart rondgegooid werd. Één ding minder dat ik kon eten, en iemand had daar tijd en moeite in gestoken.
Ada richtte haar aandacht op May, met een kom dipsaus in haar hand. De kom bleef niet lang in haar hand, want even later vloog hij met inhoud en al op May af, en ik wilde May verdedigen tegenover Ada, maar May zou me misschien vermoorden of ik zou zelf een lopende slagroomtaart worden door Ada.
Gelukkig gooide Ada mis en kwam het bord een stukje voor May op de grond neer. Ada pakte een kom vol met tomatensaus en probeerde nog een keer om voedsel op May te gooien. De schaal tomatensaus bereikte nu wel zijn bestemming en May’s haar was nu nog roder dan eerst, door alle tomatensaus.
"Maakt het uit of je vriendje vreemdgaat of niet, één van jullie gaat toch dood, als jullie het alle twee niet zijn!" Au. Dat was niet iets wat ik nodig had. En ik was May’s vriendje niet. Of wel. Maar misschien toch ook niet. Twee dagen ervoor nog wel, maar dan ook niet. Het was lastig uit te leggen, zelfs voor mezelf.
Ada gooide nog een bord op een of andere vrouw uit het Capitool en op de kapstok, de tribuut uit District 2. Ik lachte even; hij was altijd al gemeen tegen me en hij verdiende de champignons met kaassaus die overal over zijn onderbenen en voeten zat. Veel tijd om te lachen om Samuel kreeg ik niet, aangezien er tomatensaus op me af kwam vliegen. En ik was nog zo aardig tegen Ada! Ten minste, dat wilde ik zijn, maar misschien was het niet zo aangekomen door mijn gebrek aan sociale vaardigheden.
Mijn hele bovenlichaam was bedekt in tomatensaus, en ik vroeg me af of ze het ooit nog uit mijn kleding gingen krijgen. En wat Derk en Sophie zouden zeggen. Oh nee.
May wierp een boze blik op Ada nadat ze tomatensaus op me gooide, en toen keek ze mij weer aan. Ik keek snel weg, want ze maakte me bang met die blikken.
Er vlogen nog meer borden in de rondte en iedereen - behalve alle mensen uit het Capitool, en een duidelijk niet geamuseerde Samuel - begon mee te doen. Het werd een hele grote rotzooi, en omdat het toch al zo erg was kon ik maar net zo goed meedoen.
"Beesten!" klonk het door de zaal, "Monsters! Schoften!" Het was niet heel goed te horen omdat een aantal tributen luidruchtig aan het schreeuwen waren, maar je kon toch wel horen dat het Capitool niet al te blij was met ons. Ada kreeg een taart in haar gezicht en pakte er zelf een die vervolgens terecht kwam bij een vrouw uit het Capitool. Ze begon zó verschrikkelijk hard te schreeuwen dat ik haar nog kon horen als ik keihard muziek aan het luisteren was.
"En nu is het genoeg! Alle tributen terug naar hun appartement!" Het echode door en de hele zaal werd helemaal stil. Zelfs de gesprekken van de Capitoolmensen vielen stil.
De kleine vrouw was helemaal rood van het schreeuwen, bijna net zo rood als de aardbeien op de taart die ze tegen zich aan kreeg. Arme aardbeien. Arme taart.
Ik had net een komkommer gegooid - mijn eerste toevoeging aan het voedselgevecht (ik hield niet van voedsel verspillen, maar komkommers waren niet te vertrouwen, dus die mocht ik van mezelf wel gooien) - die ik nog terug wilde nemen omdat de vrouw zo boos klonk, maar hij lag een paar meter voor me op de grond en het was raar om erheen te lopen dus ik liet hem er liggen.
Samuel, die duidelijk geen zin had in het hele voedselgevecht-gebeuren, wilde weglopen.
"Stelletje idioten. Ik ga slapen, dan heb ik morgen tenminste nog iets aan de training - en aan meze-" Hij werd abrupt onderbroken doordat hij viel. Hij viel niet zomaar, nee. Hij viel over mijn komkommer.
Mijn gezicht werd net zo rood als de tomatensaus die mijn eerst prachtig witte overhemd rood gekleurd had en ik hoopte dat Samuel niet doorhad dat het mijn komkommer was, want dat kon misschien nog wel mijn dood betekenen als ik hem tegenkwam in de arena. Ik keek onschuldig naar de rechterbovenhoek van de kamer, in de hoop dat dat hielp.
"Hé Samuel, als je wil leren hoe je goed moet vallen, ga dan maar naar District 3, die hebben daar héél veel talent voor!" riep een van de naamloze tributen.
"Zal ik zeker doen,” antwoordde Samuel, "op de Zegetoer als ik gewonnen heb." Hij stond op om de komkommer weg te schoppen en daarna liep hij weg.
"Tuurlijk joh! als je voor die tijd niet in je eigen zwaard gevallen bent!" riep een naamloze tribuut hem nog na.
Ik besloot ook maar weg te gaan; ik had niet het idee dat er nog iets nuttigs te doen was. Ik liep iets later dan Samuel het gebouw uit, weg van al het verspilde voedsel, weg van de komkommer en weg van de blikken van May, die me het hele feest al achtervolgden.

Aangekomen bij mijn appartement probeerde ik naar mijn kamer te gaan zonder gezien te worden door Sophie en Derk (of Beth, die verraadster), maar helaas zagen ze me net voordat ik mijn kamer in kon glippen. Ze zagen mijn rode shirt wat ooit wit was en ik zag teleurstelling in hun ogen. Alweer.
"Geen commentaar. Vraag maar niet," zei ik, nog voordat ze de mogelijkheid hadden om te reageren.
In mijn kamer aangekomen ging ik gelijk onder de douche staan, en drukte ik één van de vele knopjes in, in de hoop dat het water me schoon maakte en niet ijskoud was. Maar tevergeefs. Het water was én ijskoud, én rook naar komkommers. En dat was toch wel het laatste dat ik wilde ruiken. Ik drukte nog zo’n zes knopjes in, en het water werd gelukkig warm, en rook naar rozen. Maar het was ook roze, en ik hoopte dat dat maar niet in mijn huid trok.
Toen ik uit de douche kwam, ging ik gelijk mijn bed in, en zoals gewoonlijk viel ik binnen een paar minuten in slaap.

Reacties (4)

  • Incidium

    pfft Alex heeft gelijk. Komkommers zijn niet te vertrouwen. Zeker als je Samuel heet:D
    Alex zijn leven is een quality verhaal en ik geniet

    1 jaar geleden
  • Samanthablaze

    Maar ik had ik de originele tekst dus echt precies Day en Chris niet???

    Jep oeps maar ik noemde Alex ook niet tbh

    want dat gebeurt, toch??

    Ik vind van wel

    1 jaar geleden
  • Megaeraaa

    Kwam die komkommer van Alex !?xD
    Dit is echt geweldig!!!!!! (Ik lach me dood!!)
    Arme Samuel!
    Arme Alex!
    Arme May!
    Arme tomatensaus!

    1 jaar geleden
  • Samanthablaze

    ik en twee tributen die ik wel gezien had, maar wiens namen ik niet (meer) wist.

    Au(huil)
    Also, ben je nou gewoon de naam vergeten van iemand in je top 3? Day was er ook, right?

    Ten eerste had ik geen idee wie Day was

    Alex! Schaam je!

    Hij viel over mijn komkommer.

    JAJAJA KOMKOMMER WOOHOOO(yeah)

    "Hé Samuel, als je wil leren hoe je goed moet vallen, ga dan maar naar District 3, die hebben daar héél veel talent voor!"

    HA wat een sukkel
    Wacht eens even is dat míjn sukkel?
    CHRIS NEEEE stop alsjeblieft met praten

    1 jaar geleden
    • groei

      LMAO SORRY KIJK dit is gewoon mijn originele tekst en dan aangepast... Maar ik had ik de originele tekst dus echt precies Day en Chris niet??? Maar ik kon net niet vinden wie het waren dus heb ik maar gelaten dat het onbekenden waren. Schuldgevoel!! Als Ilse dit ooit ook leest, uhh sorry???

      ik ga later, als Alex de bosjesmannen tegenkomt (want dat gebeurt, toch?? idk ik herinner me het echt slecht) even lief zijn over ze <3

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen