Het getjilp van spotgaaien die beroemde liedjes zingen en het geluid van een zacht briesje klinken door de lucht. ‘Ontspannende’ walvisgeluiden en de stemmen van zeemeeuwen. Rust, vrede, ‘natuur’. Ik haat het.
Ik kijk geïrriteerd op van mijn notities. Ik zie niet in hoe dit rustgevend zou moeten zijn. Ik zie ook niet in waarom iemand ooit van dat lawaai op zou nemen om het binnen te luisteren, juist op een plek waar de geluiden van de natuur niet kunnen komen. Maar goed, dit is het Capitool, en dat bestaat voor 99,9% uit gekken.
Celese, een van de grootste gekken, komt vrolijk aan trippelen terwijl ze haar make-up nakijkt in een klein, oranjerood spiegeltje dat met edelsteentjes belegd is. “Oh, jullie zijn al vroeg uit de veren!” zegt ze als ze even opkijkt en mij en Revan opmerkt. Laten we dan maar gaan ontbijten, of niet?”
Ik kijk haar niet aan, geef geen reactie, maar stop mijn aantekeningen weg en loopt naar het eten. Onderweg druk ik de muziek uit. Tijd voor wat échte rust.
Ik schep mijn bord vol en ga zitten, terwijl ik het onzinnige geklets van Celese zoveel mogelijk probeer te negeren.
Ik neem een hap van mijn met zeventien soorten graan bezaaide broodje, dat het enige eten is dat op iets van thuis lijkt. Het heeft dezelfde donkerbruine kleur en is ongeveer even groot, alleen heeft dit brood een perfecte vorm, een ietwat dikkere korst en veel meer soorten graan. Ook zijn de graankorrels iets grover gemalen en is het percentage aan maanzaad groter dan ik van thuis gewend ben. En het smaakt veel beter, zoet als mijn toekomstige overwinning. De smaak van het brood is perfect in balans met de smaak van de relatief dunne laag bosbessenjam die erop zit. De jam heeft een aparte, erg donkerblauwe kleur, die je normaal gesproken niet zou eten omdat donkerblauw eten over het algemeen niet zo lekker is, zeker niet als het betreffende eten ook nog behaard is. Maar dat kennen ze hier in het Capitool niet. Nee, ze hebben eten in overvloed. En het is allemaal heerlijk. De jam heeft een gladde, zachte structuur, zonder grote stukken van bessen, en is verrassend genoeg niet erg plakkerig. Ik neem nog een hap. Als ik over een weekje terug naar huis kan, kan ik elke dag zo'n maaltijd regelen.
"Vandaag begint jullie training,” zegt Luna, die al aan het ontbijt begonnen is, plotseling. “Jullie worde-"
Ik zucht diep. Alsof we dat niet weten. "Om tien uur verwacht, jaja, we kennen het principe." Ik neem nog een hap en de stilte keert terug.
Als ik mijn brood op heb, sta ik op. "Zullen we gaan?"
“Goed plan,” zegt Revan. Hij staat ook op en loopt naar de lift, gevolgd door mij. We stappen in, hij drukt op het knopje en de deuren gaan dicht. Irritante liftmuziek klinkt terwijl we naar beneden zoeven. “Wat gaan we doen?” vraagt hij dan opeens.
"Trainen,” antwoord ik droog.
“Goh, echt waar? Dat had ik niet verwacht.” Hij trekt een wenkbrauw op. “Wat gaan we trainen?”
Ik haal mijn schouders op. "Iets van knopen ofzo. Niets gewelddadigs."
“Oh nee, niets gewelddadigs, natuurlijk, daar hou jij niet van.” Hij grijnst schamper. Hij heeft écht een hekel aan dit hele toneelspel. Hij kan de edele kunst van het acteren gewoon niet waarderen, zelfs niet als het door een ontzettend knappe en getalenteerde actrice als ik wordt beoefend. Cultuurbarbaar.
"Precies,” zeg ik. “We moeten de vrede bewaren en elkaar liefhebben alsof we allemaal een familie zijn."
“Oh, zoals dat kleine etterbakje uit 12 zei?” Hij grinnikt even. “Wat leuk dat jullie er hetzelfde over denken, misschien kan je zelfs wel met hem samenwerken!”
Ik rol met mijn ogen. Alsof ik ooit met zo'n rotkind zou samenwerken. "Prima. Ik zat te denken aan met sint Juttemis?"
“Klinkt goed. Vrede op aarde, enzovoort." De lift is beneden, de deuren gaan open en Revan stapt uit.
"Ja, we kennen het,” zeg ik, terwijl ik ook uitstap. “Wat een liefde."
We lopen de trainingszaal in, Waar een groot deel van de tributen al aanwezig is. Een Avox speldt het cijfer 11 op mijn rug en dan voeg ik me bij de andere tributen.
Een vrouw die ons aankijkt alsof ze tachtig manieren weet om ons te vermoorden die ze graag toe zou passen -wat waarschijnlijk ook zo is- komt voor ons staan. “Welkom bij de training. Hier zullen jullie het merendeel van de komende drie dagen doorbrengen. Jullie kansen in de arena hangen voor een deel af van hoe actief je gebruik maakt van de faciliteiten hier. Bij elk onderdeel kunnen jullie uitleg voor beginners en een onderdeel voor gevorderden vinden. Ik zal jullie niet verder ophouden.”
“Dus, waar wil je heen, vredelievende Val?” vraagt Revan mij.
Wapens vallen voor nu af, dus het wordt iets waarmee je het niet redt als het erop aankomt. "Misschien naar al die planten en bloemen! Dat doet me zo aan thuis denken..."
“Inderdaad, laten we daar dan maar heen gaan.”
We lopen naar de tafel met planten, waar de instructeur druk bezig is met een speech over het belang van zijn vak. Ik rol met mijn ogen en laat mijn blik over de tafel glijden. Dit is wel heel simpel, ik kende de namen en eigenschappen van deze planten al toen ik vijf was.
De kleine jongen uit 9 blijkbaar niet. Hij kijkt wanhopig van de bosbessen in zijn ene hand naar de boterbloemen in zijn andere hand. Dom jochie, en dat voor een kind uit een district waar ze gewoon natuur hebben. “H-hoi, weten... weet één van jullie welke van deze twee eetbaar is?” vraagt hij met onvaste stem, terwijl hij me met grote, onzekere ogen aankijkt.
Ik zak door mijn knieën, zodat ik op gelijke hoogte met hem ben. "Natuurlijk weet ik dat, lieverd." Ik ga weer recht staan en ga verder met het bekijken van de planten.
Revan zucht geërgerd. “Valerie…”
De kleine jongen kijkt even op naar mijn districtsgenoot, maar richt zich dan met een opgeluchte blik in zijn ogen weer op mij en glimlacht. “Oh, gelukkig! Mijn naam is Sterran, hoe heet jij?”
Wat een irritant, naïef kind. Hopeloos, binnen een minuut na de gong is hij dood. Als hij niet eerder van zijn plaat af dondert. Maar in plaats van meteen zijn nek om te draaien, glimlach ik. "Ik ben Valerie. Sterren dus? Aangenaam.”
Hij kijkt me ontzet aan als ik zijn naam verkeerd uitspreek. “Nee, je zegt het verkeerd! Niet sterren! Sterran, met een a!”
"Oh, sorry schat,” zeg ik zonder op te kijken van de nachtschot die ik aan het bestuderen was.
Even blijft het stil. Dan tikt dat domme joch me aan. “Welke van de twee is nou eetbaar, dan?”
Ik heb er genoeg van. Dit kind gaat er zó erg aan. Langzaam en pijnlijk, als het even meezit. Ik kijk hem even aan, leg dan mijn handen op zijn schouders en breng mijn gezicht vlakbij dat van hem. Ik glimlach, maar mijn ogen fonkelen van bloeddorst. "Luister, schat, sterretjes doven. Sterretjes zoals jij, nietig en zwak. En alles wat er dan overblijft is eeuwige duisternis. En raad eens," Ik breng mijn hoofd vlakbij hem, en ik kan de doodsangst voelen. "Ik ben die duisternis."

Reacties (1)

  • Megaeraaa

    "Luister, schat, sterretjes doven. Sterretjes zoals jij, nietig en zwak. En alles wat er dan overblijft is eeuwige duisternis. En raad eens," Ik breng mijn hoofd vlakbij hem, en ik kan de doodsangst voelen. "Ik ben die duisternis."
    Kinderbeul!
    Dit is gewoon eng

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen