De kleine jongen kijkt me vol angst aan, met grote, bange ogen, alsof hij elk moment in tranen uit kan barsten. Maar dat kan hij niet. Hij is te erg gebroken, te geschrokken door de plotselinge bedreiging om iets uit te brengen. De boterbloem en de bosbessen vallen op de grond en hij rent weg.
“Bam, weer een kind getraumatiseerd.” Revan trekt zijn wenkbrauwen op. “Ga je lekker, Val?”
"Ja, ik ben best goed bezig." Ik laat mijn knokkels kraken. "De rest bewaar ik tot de arena, maar hij gaat zo snel dood dat ik de kans niet meer krijg."
“Het grootste gedeelte gaat al zo snel dood, ben ik bang. Dus, maar verder met je lijstje afwerken?”
"Nee, voor nu is het genoeg. Ze moeten me wel blijven geloven. Eén of twee bange kinderen kan nog, maar als het er te veel worden gaan ze misschien begrijpen dat ik niet zo heel lief ben."
“Jij? Niet lief?” zegt hij sarcastisch. “Dat kan ik me haast niet voorstellen.”
"Nee, ik ook niet, gek hè? Ik zou nooit een vlieg kwaad doen, en... en... Ik moest wel naar de Hongerspelen, ik móést haar beschermen, dat arme kind,” snik ik dramatisch.
“Ja, ja, gelukkig zijn er nog zulke dappere mensen als jij in deze wereld. Dat je jezelf zó hebt opgeofferd." Hij rolt met zijn ogen, maar grijnst licht.
"Ik had geen keus, Revy! Ik moest wel! Dat arme kind!"
“Ach, Val, je bent veel te goed voor deze wereld, meid.”
"Nee, Revy, ik probeer alleen maar te helpen waar ik kan. Ik probeer de wereld een klein beetje beter te maken, zodat uiteindelijk overal vrede en liefde is."
“O hemel, Val. Halleluja, liefde en vrede op aarde.” Hij trekt een gezicht. “Straks ga je nog gratis knuffels uitdelen.”
"Oh, wat een fantastisch idee!" Ik pak mijn notitieboekje en pen uit mijn zak en schrijft het op. "Staat genoteerd!"
Revan werpt me een strenge blik toe. “Nee, je gaat niet Caesar een knuffel geven tijdens je interview.”
"Briljant idee! Dat kan ik doen!" Ik geef hen een knuffel. "Ik ben zo blij dat jij mijn allerbeste vriend voor eeuwig en altijd bent!"
“Ja, geweldig. Glitters en regenbogen. Laat me nu maar weer los.” De haat en irritatie druipt van zijn stem. Mooi.
"En vergeet de eenhoorns niet!" ga ik vrolijk door met hem irriteren.
“Natuurlijk niet, dat is een belangrijk detail.”
Ik glimlach breed en kijk naar de plek waar de kleine jongen daarnet nog stond. Weggevlucht. Verstandig. “Kom, Revy, laten we naar het volgende onderdeel gaan!’ Ik pak hem bij zijn arm en sleep hem mee naar een van de andere onderdelen. Vuur maken. Mijn specialiteit. Ik pak een vuursteen op en hou hem voor Revans neus."Zou je me alsjeblieft even willen helpen, Revy?" Ik glimlach lief. Ik heb een creatief ideetje. Met mijn lippen vorm ik het woord ‘ontploffing’.
De ogen van mijn districtsgenoot beginnen te twinkelen en hij glimlacht. “Natuurlijk, Val, jou altijd.” Hij wuift de instructeur die aan is komen lopen weg. “Het lukt ons prima en als we hulp nodig hebben, vragen we het wel.”
Ik buig me over de spullen. Veel heb ik niet, maar het moet lukken. Een explosie is in principe gewoon verbranding. Ik heb genoeg ontploffingen gezien en veroorzaakt bij ons thuis, dit is geen probleem.
Even later klinkt een zachte knal. Het vuur brandt en sintels vliegen eraf, maar het geluid was niet hard genoeg om echte opschudding te veroorzaken. Ik bijt op mijn lip. Het was zoveel leuker geweest als het wat meer mensen van het vuurwerk zouden kunnen genieten. Goed, in mijn rol blijven. Ik sla mijn handen voor mijn mond en kijk ‘verschrikt’ naar het vuur.
De instructeur komt paniekerig aanrennen en dooft het vuur. “Wat doen jullie?! Straks was alles in de brand gevlogen!”
Revan trekt een schuldig gezicht. “Het spijt me, meneer, het is mijn schuld. Ik lette niet goed op met wat ik deed en toen ontplofte het.”
Ik kijk hem vol medelijden aan en leg bemoedigend mijn hand op zijn schouder. "Het geeft niet, Revy. Misschien is dit gewoon geen onderdeel voor jou. Jij bent vast heel goed in hele andere dingen."
De instructeur gromt. “Ja, het lijkt me inderdaad beter als jullie hier weggaan.” Hij kijkt ons kwaad aan. “Stelletje vervelende koters ook altijd, ieder jaar weer! Ze kunnen ook helemaal niets,” mompelt hij nog zacht, maar ik vermoed dat dat niet voor onze oren bedoeld is.
Revan grijnst breed, maar verbergt het achter zijn hand. “Dat is ook niet aardig,” zegt hij zacht. “Kom je, Val? Er zijn onderdelen waar het vast beter gaat.”
Ik knik en pak zijn hand. "Waar zullen we heen gaan?"
Hij glimlacht. “Knopen, daar kan niet zoveel misgaan. Zullen we daar maar heen?”
Ik knik. "Oké, is goed." Samen lopen we naar het onderdeel, waar de instructeur ons een aantal relatief eenvoudige vallen en strikken uitlegt, waarna we zelf aan de slag gaan.
We zijn met klaar als Andrea, het meisje uit 5, aan komt lopen. Ze slaat haar armen over elkaar en kijkt naar de val. Oh, dit wordt leuk. Showtime. Ik loop naar haar toe."Ehm, hoi. Andrea, is het toch? Is het goed als ik je Andy noem?"
Ze werpt nog een blik op de val voor ze zich tot mij richt. "Noem me hoe je wil. Binnen een week is toch een van ons dood. Jij, als het aan mij ligt."
"Ik... maar..." Ik schud triest mijn hoofd. "Waarschijnlijk wij allebei."
Ze rolt met haar ogen. "Doe nou eens niet zo naïef, je bent zeventien, geen zeven. Als je doden zo afgrijselijk vond had je die val niet hier midden in het gangpad gezet."
"Oh, dat was Revans idee. Tja, hij is best lief enzo, maar soms niet zo slim. Gelukkig zijn er geen gewonden gevallen."
Andrea kijkt Revan aan. "Ja? Zou jij zoiets doen? Je zou toch denken dat de 'allerbeste vriend' van zo'n onschuldig kind toch minstens half zo lieftallig is,” zegt ze sarcastisch.
Revan glimlacht en stapt naar haar toe. “Natuurlijk, ik had gewoon even niet nagedacht. Gelukkig ben je er niet in gestapt, ik weet niet wat er anders gebeurd zou zijn.”
"Ik ben blij dat je in orde bent. Revy, misschien moeten we het hier maar snel weghalen voor er echt iemand gewond raakt."
"Alsjeblieft, zeg. Stop deze dramashow. Als jullie niemand pijn wilde doen, hadden jullie in de eerste plaats geen val gezet. Die explosie was ook echt geen ongeluk wat mij betreft. In het kort, dit is nep, een slechte act om mensen je te laten vertrouwen." Ze kijkt me doordringend aan. Erg intimiderend komt ze niet over, als dat kleine, nietige insect dat ze is.
"I-ik... waarom..." Ik kijk haar gekwetst aan.
"Ik geef toe, je bent goed. Zelfs mijn mentoren geloofden in je onschuldigheid en overduidelijke zwaktes."
Ik zet een stap achteruit en kijk naar de grond. "Ik heb zoveel zwaktes, net als iedereen. Jij vast ook. Het maakt ons menselijk, toch?"
Revan, die achter me is komen staan, slaat zijn arm om mijn schouders en glimlacht bemoedigend. Opnieuw heb ik een reden om hem te vermoorden.
Andrea rolt weer met haar ogen. "Wat ons menselijk maakt is dat we om anderen geven. Met die definitie val jij helaas, net als ik, buiten de boot."
"Maar... Ik..." Ik kijk even naar Revan. Dit gaat niet werken. Oké, over op plan B.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen