Ik besteed verder geen aandacht aan Revans sarcasme en loop naar de kar met katapulten.
Revan pakt er een en probeert ermee te schieten, maar hij faalt en komt niet eens in de buurt van het doel. Sukkel.
Ik lach. "Probeer het nog eens."
Hij schiet nogmaals, maar mist weer.
"En dat was poging twee. Poging drie?" Ik glimlach naar hem en hij kijkt me geërgerd aan.
Hij spant zijn katapult, en het volgende moment voel ik een harde tik tegen mijn hoofd. “Oh, sorry, Valerie!” Hij kijkt me overdreven geschrokken aan. “Gaat het? Ik ben ook zo onhandig met dit ding.”
Ik klem mijn kaken op elkaar, maar glimlach. Waar denkt hij wel niet mee bezig te zijn? Idioot. Hij gaat eraan. "Geeft niet, hoor,” zeg ik liefelijk.
“Gelukkig, ik wist wel dat je het zou begrijpen.” Hij schiet opnieuw, bijna op het bord. Goh, wat een prestatie. “Kijk, het gaat al beter! Oefening baart kunst!” grijnst hij.
"Laat mij eens." Ik pak een katapult en schiet tegen Revans hoofd. "Oeps."
Revan glimlacht geërgerd. “Maakt niet uit, Engeltje. Blijkbaar zijn we hier allebei niet zo goed in.”
"Meer oefenen dan." Ik schiet nog een steentje tegen zijn hoofd, en hij schiet op zijn beurt een steentje terug.
“Goed plan.”
"Wie het eerst de roos raakt?" Ik gebaar naar de schietschijf.
“Doen we.” Deze keer mikt hij weer op de schijf, maar hij mist. Net als ik. Het ligt niet aan mij, dat is zeker. De katapult is zeker stuk. Vast een technisch probleem.
Ook Revans volgende poging faalt, maar dat ligt gewoon aan zijn gebrek aan talent. Ik heb wel talent. Alleen werkt mijn materiaal niet mee.
Ik loop naar de schietschijf en schiet vanaf een halve meter afstand in het doel. "Ik win."
“Kan je niet op een eerlijke manier winnen?” vraagt hij uitdagend.
"Dit scheelt tijd."
“Je kan gewoon niet tegen je verlies.”
"Jij niet, nee, anders zou je er niet zo over zeiken."
“Niet als het oneerlijk gaat, nee, maar ik gun het je wel, hoor. Voor deze keer.”
"Oh, wat ontzettend sportief van je."
“Alleen omdat jij het bent, hoor.”
"Ach, wat lief."
“Weet ik, ik ben wel eens aardig.” Hij rolt met zijn ogen.
"Ga je zelf ook nog proberen te scoren of hoe zit dat?"
Hij schiet, maar raakt mijn hoofd weer, omdat hij denk ik heel graag dood wil. “Oh, sorry! Het is ook niet erg handig om bij de roos te blijven staan, hè.”
"Oh, ik dacht eigenlijk dat dat juist de veiligste plek zou zijn. Ik bedoel, je gaat die roos toch niet raken."
“Dat was dan een verkeerde inschatting, want ik raakte je nu alsnog. Gaat het wel?”
"Ja, ik voel me prima." Ik schiet nogmaals in de roos.
Revan schiet ook nog een keer, en eindelijk raakt hij. “Weet je, dit is echt een nutteloos wapen.”
"Geen enkel wapen is nutteloos. Bied de katapult je excuses aan."
“Oh ja, je kan hem altijd nog opfikken.” Hij trekt sarcastisch zijn wenkbrauwen op en ik rol met mijn ogen.
"Heb je ooit de Hongerspelen gekeken? Die van twee jaar geleden, bijvoorbeeld? Onze eigen mentor gebruikte een katapult."
“Die mentor die je met een paar woorden hebt weggejaagd, bedoel je?'
"Ze heeft meer moorden gepleegd dan jij." Het mag dan waar zijn, ik neem het alleen maar voor haar op om Revan te irriteren. Ze is een zwak kind.
“En ze is gebroken.”
"Wat heeft dat met de katapult te maken?"
“Niets, hoezo?”
"Precies. Je wisselt van onderwerp."
“Ik betrek er gewoon meer factoren bij.”
"Factoren die niet van belang zijn."
“Alles speelt mee.”
"Interessant. Vertel eens, Revan, op wat voor manier speelt bijvoorbeeld het humeur van mijn nicht hier in mee?"
“Daarvoor moet je bij een psycholoog zijn, zo ver ben ik niet gespecialiseerd. Wacht, je nicht?”
Ik haal mijn schouders op. “Het eerste wat in me opkwam."
“Je bent een onmogelijk persoon soms, weet je dat?”
"Wie? Ik?""
“Ja, jij.” Hij zucht. “Ik ben er wel zat van voor vandaag.”
"De zaal blijft open, misschien ga ik straks nog wel even als er minder mensen zijn. Zullen we gaan?"
“Goed plan.” Hij legt de katapult weg achter en loopt richting de lift. Ik volg zijn voorbeeld.
Revan leunt tegen de wand van de lift. “En bevalt het Capitool je een beetje?”
"Ja hoor. Iedereen is zo aardig."
“Dacht ik al wel. Je bent helemaal in je element hier.”
Ik grinnik. "Klopt." Ik stap de lift uit en loop naar mijn kamer. Voor ik naar binnen loop draai ik me om. "Trouwens, ik heb geen nicht." Ik doe de deur achter me dicht, pak mijn map en plof op mijn bed. Tijd om wat te gaan studeren.

De tweede dag sta ik voor dag en dauw op om naar de trainingszaal te gaan. Ik gris een zwaard uit het rek en probeer wat aan mijn technieken te werken.
Ik ben nog niet heel lang bezig als Revan komt aanlopen en zorgvuldig een zwaard kiest. “Jij bent al vroeg bezig.”
"Jij bent laat, doornroosje."
Hij maakt wat gecontroleerde bewegingen met het zwaard. “Laat, maar wel op tijd.”
"Laat maar eens wat zien. Doe je wel een beetje rustig aan met me?"
“Natuurlijk, geen zorgen.” Hij kijkt even om zich heen. “We beginnen rustig.”
Ik wissel mijn zwaard om voor een redelijk licht exemplaar, bekijkt het even, trek een gezicht en ga klaar staan.
Revan haalt beheerst naar me uit met het zwaard. Ik probeer het te blokkeren, wat maar half lukt. "Ellendig zwaard," mompel ik. Waarom doen deze wapens niet wat ik wil?
“Geeft niet, je doet het goed. Nu jij.”
Ik haal uit, maar hij blokkeert het zonder al teveel moeite.
“Je moet de zwakke plekken in de verdediging vinden, niet precies tegen het zwaard slaan,” begint de instructeur opeens te zeiken.
"Bemoei je er niet mee, idioot." Ik leg het zwaard weg en pak de dao zwaarden. Kijk, hier kan ik wat mee.
“W-wat?” De man kijkt me even verbaasd aan, maar herpakt zichzelf dan. “Dat is niet handig, die zwaarden zijn nog lastiger te hanteren. Je kan beter beginnen met een gewoon zwaard.”
Revan grijnst. “Dat was een grote fout, man,” mompelt hij zacht.
Ik ga in de houding staan dingen en richt de zwaarden. “Oh, ik vind het wel meevallen."
“Maar het hoort-” probeert de instructeur, maar Revan kapt hem af.
“Ja, we weten het. Komt goed. Doei.” Hij wuift hem weg met zijn zwaard.
"Revy, denk je dat hij jaloers is?"
“Zeker weten, maar daar kan hij natuurlijk niets aan doen. Dat is heel menselijk.”
Ik knikt. “Niet iedereen is zo'n knap en getalenteerd wonder als ik. Als dat wel zo zou zijn, was de wereld veel mooier geweest zijn."
“Ja, ja, maar dan was het helemaal niet meer bijzonder geweest. Gewone mensen mogen er ook zijn, laat die arme instructeur nou. Hij doet gewoon zijn werk.”
Ik zucht diep. “Maar van zulke lelijke mensen gaan mijn ogen straks nog bloeden..."
Revan tikt zacht met de zijkant het zwaard tegen mijn been. “Gedraag je, Engeltje. Je moet mensen niet op het uiterlijk beoordelen. Tenminste, de meeste mensen niet.”
Opnieuw trek ik een gezicht, terwijl ik zijn volgende slag blokkeer.
“Je bent heel wat beter met deze zwaarden.”
Ik rol met mijn ogen. "Natuurlijk. Oké, nu weer rustig aan."
“Inderdaad.” Hij haalt slordig uit. “Anders gaat het nog mensen opvallen dat ons engeltje eigenlijk een duiveltje is.”
Ik blokkeer zijn slag op een net zo slordige manier "Ik ben wel een engel. Een zwarte engel."
Revan grinnikt. “Met wat duivelse trekjes.”
Ik haal mijn schouders op en we gaan door met trainen. Na een tijdje laat Revan het zwaard zakken. “Ik ben er wel zat van. Ik ga eens even rondkijken.” Hij legt het zwaard weg. “Zie je zo wel weer, Val.”
Ik leg mijn zwaarden ook weg. "Tot straks." Ik werp de instructeur nog een dodelijke blik toe en loop dan naar het onderdeel ‘wonden verzorgen’. Oftewel: wat niet te doen als je slachtoffers op sterven liggen. Erg interessant is het niet. Meer iets voor de echte engeltjes. Blablabla, genezen, blablabla. Onze lieve mentor had het vast leuk gevonden. Al snel ben ik het zat, en speur ik de zaal af naar Revan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen