De volgende dag is het tijd voor de privésessies. Natuurlijk ben ik als een van de laatsten aan de beurt, dus mag ik fijn een paar uur wachten.
Als de eerste negen negentien mensen door de deur verdwenen zijn, besluit ik dat ik geen zin meer heb om stil te zitten en alleen maar Revan te negeren. Mijn oog valt op Holly Hilde Wakefield, het meisje uit 10. Leuk, een gesprekspartner. Ik loop naar haar toe en nodig mezelf uit om te gaan zitten. "Hoi, Holly, is het toch?"
“Ja, ik ben Holly,” zegt ze op gespannen toon, alsof ze nerveus van me wordt. “En jij was Valerie?”
"Ja, aangenaam." Ik werp een blik op deur, waar al een hoop tributen door verdwenen zijn. "En, zenuwachtig?"
Ze volgt mijn blik. “Een beetje, jij?”
"Ook wel een beetje,” lieg ik. Ik weet precies wat ik ga doen, hoe ik het ga doen, en hoe ik een onvoldoende ga halen. “Al denk ik niet dat het veel uit zal maken, ik haal toch wel een twee."
“Hoezo? Zo slecht ben je vast niet.”
Scherp zicht, kleine meid. Zo slecht ben ik inderdaad niet. Maar opzettelijk en overtuigend falen in iets waar je goed in bent kan net zo moeilijk zijn als een wereldtitel halen in iets waar je slecht in bent. Daar heb je talent voor nodig, en dat hebben niet zoveel mensen. Ik wel, dat is wel duidelijk.
Ik haal mijn schouders op. "Nou ja, ik kan niets indrukwekkends, en bovendien denk ik niet dat de spelmakers opletten bij een meisje uit 11."
“Opletten doen ze toch al niet vermoed ik, maar er zal vast wel iemand kijken,” zegt ze bemoedigend. Achterlijk kind. Natuurlijk zal er iemand kijken, daar zorg ik wel voor.
Ik zucht. "Ik hoop het. Misschien haal ik dan wel een drie."
“Zo erg is het vast niet.”
Ik glimlach even. "Misschien heb je gelijk. Ik moet niet zo pessimistisch doen."
Voorzichtig glimlacht ze terug. “Ik kan ook niet zo heel goed met wapens omgaan hoor.”
Mijn intuïtie zegt me dat dat niet helemaal waar is, maar ook geen volledige leugen. "Vast beter dan ik,” zeg ik, hopend op verdere uitleg.
“Valt mee. Het enige wapen waar ik mee geoefend heb is een stok.”
Interessant. Niet mijn eerste keus, maar als je mensen kunt vermoorden met een bezem, werkt een stok vast ook. "Waarschijnlijk kun je daar meer mee dan ik met wat voor wapen dan ook. Ik heb vaker mijn districtsgenoot dan het doel geraakt met mijn katapult." Dat is niet helemaal waar. Technisch gezien was mijn districtsgenoot het doel, en de ene keer dat hij niet het doel was, raakte ik het daadwerkelijke doel, dus heb ik vaker het doel geraakt dan hem.
“Dan is er tenminste iemand geraakt, ook al is het niet wie je wilde... Meer dan bloedende knokkels houd je niet aan mij over, vermoed ik.”
Ik trek een gezicht. "Het enige wat ik bereikte is dat Revan geïrriteerd werd. Daar redt ik het niet mee in de arena. Met een stok kun je nog iemand tegen zijn slaap slaan."
“Het gaat erom of je iemand pijn wil doen. Als je het niet wil, kan het ook niet zo makkelijk. Als je het wel wil, doe je het heel de tijd.”
Ik zucht weer. Het is waar wat ze zegt, maar binnen de Spelen ligt het anders. Hier gaat het niet om ‘niet zo makkelijk’. Je wil het, je doet het, je blijft doden, je wint. Je wil het niet, je doet het niet, je doodt niemand, je verliest en wordt zelf gedood. Man, ik hou van dit spel. “Daar begint het probleem al,” zeg ik. “Ik wil en kan niemand pijn doen. Ik ben gewoon een kant en klaar slachtoffer voor de Beroeps." Expres maak ik met het woord ‘slachtoffer’ een verwijzing naar haar thuisdistrict, naar vee. Het lijkt haar compleet te ontgaan. Dom kind.
“Zolang ze je niet als bedreiging zien zullen ze wachten tot er nog maar weinig mensen over zijn.”
Dat is ook waar, dat geeft me een voordeel. Het geeft me een grotere kans om de club der zieligheid -Rosalie, Tyler, Jace en die twee uit twee- te verrassen en te elimineren. "Nou, dan heb ik in ieder geval nog een paar dagen te leven. Als ik door het bloedbad heen kom, tenminste."
“Als je niet kan vechten, moet je rennen. Ze gaan je niet achterna denk ik.”
Ik glimlach. "Ik kan het proberen."
Ze glimlacht terug, en dan klinkt haar naam door de zaal. “Oh, ik moet gaan, succes straks!”
"Dankjewel, jij ook succes!"
Ze staat op en verdwijnt door de deur. Zo, daar zijn we ook weer vanaf.
Nog ongeveer een half uur -kan ook meer zijn- aan verveling verstrijkt, en dan wordt mijn naam genoemd.
Met opgeheven hoofd loop ik de zaal binnen. Dit is mijn moment. Showtime. Tijd om een onvoldoende te halen. Ik werp een blik op de onderdelen. Ik zou gemakkelijk een tien kunnen halen, zeker als je je bedenkt dat Luna een acht haalde en zij kon echt he-le-maal niets. Maar dat is niet het plan. Een lief, onschuldig meisje uit 11 dat een tien haalt, dat gaat niemand geloven. Ik heb al teveel mensen mijn ware zelf laten zien, ik moet me echt beter leren beheersen.
Ik zucht en loop naar het camouflageonderdeel, meng wat verf tot ik een bloedrode kleur krijg en begin met schilderen. Niet op mezelf, maar op de vloer. Bloemen. Bloedrode bloemen, in een patroon dat steeds herhaald wordt. Misschien dat ze het herkennen. Er was ooit een meisje dat dit soort bloemen tekende in de arena, met het bloed van haar slachtoffers. Als een soort handtekening. En dat is precies wat ik ga doen. Ik betwijfel of iemand het zich herinnerd. Het is jaren geleden, en bovendien was het maar een klein kind, en nu is ze morsdood.
Mijn handen zijn helemaal rood en de tijd begint te dringen. Ik werp een blik op de spelmakers. Ik weet niet zeker of ze weten dat ik er ben. Goede kans dat ze te dronken zijn. Irritant publiek. Daar weet ik wel iets op. Ik schilder de laatste paar bloemen en schrijf mijn naam en district eronder, alvorens te wachten op het moment dat ze zeggen dat ik kan gaan. Dat moment komt al snel. Ik glimlach zoet naar de spelmakers, waarvan er nog steeds maar enkele helder genoeg zijn om op te letten. Ik zucht. Dan moet ik maar even hun aandacht trekken. Ik draai me om, alsof ik het resultaat van mijn werk nog even wil bekijken, en loop dat achteruit tegen een rek met wapens aan. Een aantal zwaarder kletteren op de grond, en het geluid van metaal op metaal galmt door de ruimte. Zonder af te wachten of het effect heeft gehad loop ik de kamer uit.

Reacties (1)

  • RefIection

    Er was ooit een meisje dat dit soort bloemen tekende in de arena, met het bloed van haar slachtoffers. Als een soort handtekening. En dat is precies wat ik ga doen. Ik betwijfel of iemand het zich herinnerd. Het is jaren geleden, en bovendien was het maar een klein kind, en nu is ze morsdood.


    OH MY GOD MEY
    DIT WAS ME DE EERSTE KEER ECHT COMPLEET ONTGAAN WOW

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Ik weet niet in welke volgorde het bedacht is maar JA I DID THAT

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen