De korte stilte, die fractie van een seconde die iedereen nodig heeft om zijn lot in de ogen te kijken, klinkt als muziek, als een engelenkoortje in mijn oren. En als je het mij vraagt is het gewoon wat afgrijselijk gekweel. Ik sluit mijn ogen, leg mijn hand op mijn borstkas en luister naar de bastonen van mijn hartslag. Een laag geluid, normaal zo kalm, maar nu gejaagd door de adrenaline die door mijn bloed stroomt.
Een minuutje. Eén klein minuutje maar, tot ik iedereen eindelijk kan laten zien dat zielige, zwakke, bange Valerie niet zo zielig, zwak en bang is als al die naïeve idioten denken. Nog even moet ik volhouden wat mijn tweede naam, Angel, me voorschrijft, totdat straks, op het moment dat de gong gaat, de diepe, zwarte duisternis dat lieve kleine engeltje compleet verzwelgt, het masker valt en de echte show begint. Het donker grijpt om zich heen, infecteert iedereen met angst en pijn, met vrees voor de schaduwen waar ik me schuilhoud. Hun paradijselijke wereld valt, al het licht, alle hoop en alle dromen verdwijnen. Het koninkrijk van de nacht zal komen en ik zal de koningin, nee, godin van die wereld zijn. De vlag op de hoogste toren van mijn paleis zal rood zijn van het bloed van iedereen die niet voor me buigt -en een paar anderen, gewoon omdat ze me irriteren, omdat ze niet mooi of perfect genoeg zijn voor mijn wereld.
Een stem galmt door de arena, het standaard praatje. Ik zou willen dat ze dat gewoon een keer over zouden slaan. Het duurt zo alleen maar langer tot we kunnen beginnen -tenminste, zo voelt het in ieder geval- en bovendien wordt er niets gezegd wat we nog niet weten en waar we iets aan hebben.
Ik kijk om me heen. We bevinden ons op een rond platform, begroeid met gras, bloemen en kruiden -vraag me niet wat voor gras, bloemen en kruiden, want daar op gaan letten zou slechts nutteloze invulling van deze minuut zijn- en in het midden staat de glimmende, gouden Hoorn des Overvloeds. Voorbij de Hoorn wordt het zonlicht helderder. Ben ik even blij dat ik daar niet sta. Nee, dit zwakke licht bevalt me prima.
Rechts naast me staat Fester, de jongen uit 7, die zich aanbood voor zijn broertje. Hoe nobel. Ik schat dat hij vanavond dood is.
Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Tyler uit 4, die naast hem staat. Ja, hij is gewoon weer de volgende typische wannabe-beroeps in het rijtje.
Naast Tyler staat Chrysante, het irritante meisje uit 8 dat Revan zonodig als bondgenoot wil. Als ze een boog en pijlen weet te krijgen zal ik overwegen het even met haar uit te houden, en zo niet, kan ik haar altijd gewoon neersteken, en Revan ook als hij daar niet zo blij mee is.
Ik vestig mijn blik op de personen naast haar. Felix uit 3 en Esmea uit 12. Die zijn mijn aandacht niet eens waard, ik ga mijn briljante hersenen niet belasten met onzin over twee zielige kindertjes die over een minuut of drie toch dood zijn.
Aan de andere kant naast me staat mijn favoriete zwakkeling, Sterran. Mijn blik is genoeg om angst te zaaien in zijn hele lichaam en geest en ik moet toegeven dat ik stiekem hoop dat hij het lang genoeg overleefd om een speciale, pijnlijke dood te krijgen. Door mij, vanzelfsprekend.
Naast hem staan Aurora uit 2 -dat kan nog een interessante tegenstandster worden- en Gido uit 10, die waarschijnlijk een prima aanvulling op dat team hopeloos, of, zoals ze het zelf noemen, de Beroeps,zou zijn. Dit kan nog lachen worden.
Aan Gido’s linkerkant zie ik ons favoriete 5’je, Andrea. Met moeite -en de gedachte aan haar bloed in mijn achterhoofd- weet ik mijn grijns te verbergen. Van alle moorden die ik straks op mijn geweten zal hebben, zal ik van de hare waarschijnlijk het meeste genieten, al kijk ik ook erg uit naar de dood van ons half-regenboogkleurige Roosje.
Eén platform verder staat Sophie uit 6. Die is mijn aandacht ook niet waard. Ik bedoel, kom nou zeg, District 6, dat zegt toch genoeg? Die zijn al jaren hopeloos. Meestal zijn ze dood voor het spel goed en wel begonnen. Drie jaar geleden kwam een meisje het door de eerste dag, wonder boven wonder, en donderde toen in een ravijn. Ja, de tributen uit 9 zijn ronduit hopeloos - de enige reden dat die miezerige graankorrel van vorig jaar won was dat de vrouwelijke Beroeps hun emoties niet onder controle konden houden. Die waren oh zo verliefd en nu zijn ze oh zo dood- maar de kinderen uit 6 zijn misschien nog wel erger. Over haar hoef ik me in ieder geval geen zorgen te maken.
De plaats naast haar wordt ingenomen door de intimiderende gestalte van Jace uit 1. Misschien is het verstandig als ik niet recht op hem af ren, want van alle ‘Beroeps’ lijken hij en Zack uit 2 het meest dodelijk. Ze zijn natuurlijk geen partij voor mij,maar een groots duel tijdens het bloedbad is misschien niet het beste idee.
Revan is nergens te zien, net als Clara. Ze zullen wel in het lichtere deel staan, verscholen achter de Hoorn. Holly zie ik nog net wel, maar met haar heb ik geen deal en ik heb niet echt een reden om haar onder mijn vleugels te nemen, dus als ze het overleeft en ze zich bij ons wil voegen vind ik dat prima, en als ze dood gaat, boeit dat me eigenlijk helemaal niets.
Het geluid van vallend water -correctie: het geluid van een vallende vloeistof- dringt tot me door. Ik werp een blik over mijn schouder, naar het toekomstige slagveld achter me. We staan op een groot platform, dat boven de arena lijkt te zweven. Net over de rand zie ik een rode vloeistof opspatten, vermoedelijk een waterval van iets dat op bloed lijkt. Ik hoop eigenlijk dat het écht bloed is, dat zou nog eens mooi zijn. Dan zou ik het dus een bloedval kunnen noemen. Ja, bloedval, dat klinkt wel goed.
Beneden, in de verte, ligt een uitgestrekt bos. Het ziet er een beetje uit als mijn ideale District 11: stil, verlaten, dor en doods. Als ik het ooit voor het zeggen krijg, zorg ik denk ik dat heel Panem er zo uit komt te zien.
Een heel eind weg, ik gok aan de rand van de arena, wordt het bos onderbroken door een drietal open plekken, met op een van die leegten een groot, zwart kasteel. Bingo. Daar moeten we zijn.
Ik kijk weer naar de Hoorn. Voor wapens moet ik daar zijn. De rest van de spullen liggen eromheen. Pakken wat ik pakken kan, neersteken wie ik neer kan steken en dan wegwezen.
De stem die de seconden tot de voorstelling aftelt is ondertussen bij twintig aanbeland. In mijn hoofd tel ik mee, terwijl ik mijn plan nog eens doorneem. Zo snel mogelijk naar de Hoorn. Wapens pakken. Andere spullen pakken. Een van die rugzakken zou me vast van pas komen. En wat te eten en te drinken natuurlijk. Dan de rest van mijn team zoeken -als ze niet allemaal dood zijn- en snel van dit zwevende ding af, naar het kasteel. En iedereen die me voor de voeten loopt, zal dat niet na kunnen vertellen. Klinkt als een plan.
Stilte valt, de stem stopt met aftellen. Nog tien seconden. Adem in, adem uit.
Negen. Ik laat mijn blik nog snel over de tributen glijden. De zenuwen stralen er vanaf, en ik zal niet ontkennen dat ik niet zenuwachtig ben.
Acht. Wacht, toch wel. Dat zijn geen zenuwen, dat is gezonde spanning. Iemand zo talentvol als ik heeft geen reden om zenuwen te voelen.
Zeven. Goed. Rustig ademen, Valerie. Je kan dit. Je werkt hier al zo lang naar toe, dit is jouw moment.
Zes. Hoorn; wapens; overige spullen; team verzamelen; kasteel, in die volgorde, met tussendoor wat moord en doodslag. Simpel.
Vijf. Ik span mijn spieren aan, ga klaar staan op mijn platform. Mijn hart klopt in mijn keel en de spanning is te snijden. Bijna.
Vier. Om me heen zie ik de andere tributen hetzelfde doen, met een gefocuste of angstige blik in hun ogen.
Drie. Dit is mijn moment, mijn show, en niemand pakt me dit nog af. Nog enkele seconden tot ik weer mezelf kan zijn. Het is zover. Eindelijk.
Twee. Ik laat alle twijfel en spanning varen en richt me op mijn doel. Het is showtime.
Eén. Game on.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen