Na een tijdje komen we tot stilstand, ergens midden in het bos. Ik leun verveeld tegen een van de zwarte bomen aan, die onheilspellende kraakgeluiden maakt. Het is geen echte boom, weet ik vrij zeker, dus ik denk niet dat ik bang hoef te zijn dat ik val.
“Wat hebben jullie gepakt bij de hoorn?” Revan kijkt ons om beurten aan.
“Een boog. Pijlen. Een slaapzak. En... volgens mij was dat het.” Chrysa kijkt even naar de boog in haar hand. Niet slecht voor zo'n hopeloos kind.
Ik kom overeind en kijk naar mijn spullen. “Messen, rugzak, en-” Mijn oog valt op de zak tussen Revans spullen. Ik gris hem van de grond en hou hem stevig vast. “-een slaapzak.” Voor Revan hem weer kan afpakken maak ik de hoes open. Mijn gezicht betrekt meteen. “Een witte,” gruwel ik. Van alle kleuren moet het net een witte zijn. Eigenlijk is het niet eens een kleur. Het is een blijk van gebrek aan creativiteit en stijl. Ik bedoel, wit is zó afgelopen winter. Daarnaast weerkaatst het licht, waardoor dat nog feller lijkt, en bovendien is het gewoon niet mooi.
“Hè, wat? Val!” Revan, die eindelijk door heeft wat er aan de hand is, grijpt naar de slaapzak,maar ik zet doodsimpel een stap opzij.
“Oh, ik vind... wit juist wel mooi,” mompelt Chrysanthe terwijl ze haar zak openmaakt. “Volgens mij was de mijne… zwart, ja.”
"Deal,” antwoord ik op het onuitgesproken voorstel. Ik wissel de slaapzakken en werp mijn districtsgenoot nog een valse glimlach toe over mijn schouder, alvorens verder te lopen.
“Oh hemel, Val.” De extreme irritatie druipt van zijn stem af.
Ik sta stil, zucht en kijk hem aan. "Oh, hel, zul je bedoelen. Kijk om je heen." Ik krijg een dosis stilte en een dodelijke blik toegeworpen, waarop ik glimlach. "Niet naar mij, schat, ik ben een engel. Om je heen."
“Gedraag je dan ook eens als een engel,” bromt hij, en hij grijpt nogmaals naar de slaapzak.
Mijn glimlach wordt breder terwijl ik hem sierlijk ontwijk. Wat een gezeik allemaal. "Revy, dit zijn de Hongerspelen. Het ideale toneel voor een zwarte engel."
“Je- je mag de mijne anders wel hebben.” De trillende stem herinnert me eraan dat dat kind ook nog bestaat. “Hij was immers van jou.”
Mijn lieve districtsgenootje werpt me nogmaals een dodelijke blik toe en glimlacht dan scheef naar Chrysante. “Bedankt,” mompelt hij, terwijl hij de slaapzak gretig uit haar handen grist.
“Oh, geen probleem.” Niet te geloven dat ze hem dat ding gewoon geeft. Nou ja, als ze dood vriest of iets in die richting, is dat dus wel degelijk een probleem, maar niet het mijne. Wat een geslijm. Ze is vast op mijn sponsors uit. Ze denkt waarschijnlijk dat ze daadwerkelijk partij voor me is. Waarschijnlijk is ze nog veel naïver dan ik al dacht. Die glimlach, die ‘onschuld’... Nee, gaat niet gebeuren. Ze gaat mijn podium niet stelen, daar komt niets van in. Ik snap sowieso niet waarom mensen haar boven mij zouden verkiezen. Haar hele lieve, aardige, sociale en onschuldige karakter laat me bijna kotsen. Ik haat haar, ik haat haar vanuit het diepste van mijn ziel, ik haat haar met passie. Ze gaat neer. Ze gaat zo hard neer dat haar familie het over honderd jaar nog zal voelen. Ze zal nooit meer proberen mijn podium te stelen. Tijd voor… wraak.
"Hé, Chrysa, hoor je dat?" vraag ik, nadat ik na een minuut of tien lopen opeens een ‘geluid hoor’. Met wat hulp van Clara zou ik haar zo óf heel gemakkelijk kunnen vermoorden, óf op z'n minst heel erg laten schrikken.
“Wat?” het meisje kijkt geschrokken op, maar ziet -vanzelfsprekend- niets.
"Dat geluid." Ik leg mijn hand op een van mijn messen en doe alsof ik heel goed om me heen kijk.
“Welk geluid?” Met een schichtige, zenuwachtige blik kijkt ze om zich heen, terwijl ze haar boog steviger beetpakt.
"Clara, jij hoort het toch ook?" vraag ik het meisje uit 1.
Ze blijft even stilstaan en knikt dan. “Jazeker.”
Ik knik en weet met moeite mijn grijns te onderdrukken. Perfect, dit gaat werken.
“Zijn jullie zeker? Ik hoor niks.” Haar stem is nog zenuwachtiger dan daarnet en ze lijkt echt bang te worden.
"Sst, stil dan."
Roerloos blijft ze staan, met in haar ene hand een pijl en in de andere haar boog, klaar voor actie.
Revan steekt zijn handen in zijn zakken en zucht overdreven. Op hem hoef ik niet te rekenen. Niet dat ik dat deed, maar het was mooi geweest als hij zou helpen. Helaas lijkt hij betoverd te zijn door de onschuld van dit kind. Ja, dat is het, ze heeft hem vast betoverd, of gehypnotiseerd, of iets anders duivels. Waarom zou hij anders ook maar één seconde naar zo'n lelijk wicht kijken, terwijl er een engel recht voor hem staat?
Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Clara haar pas versnelt en haar mes trekt. Opeens staat ze stil en grijpt ze de arm van het zielige 8’je vast. De vlakke kant van het mes raakt haar arm, het gezicht van die trut verstart verstart. “CHRYSANTE!” gilt Clara, waarop ik in lachen uitbarst. Ik hoop dat de camera's draaien, want Chrysante’s gezicht is iets wat ik heel graag in slowmotion terug wil zien zodra ik weer in het Capitool ben.
En dan gaat het opeens heel snel. Die beweging, die ik herken van haar trainingen, waarmee ze snel de boog op haar ‘aanvaller’ richt. Reflexen van van een vlieg, een arrogante strontvlieg. Ja, dat dat is precies wat ze is. Zodra ze ziet dat het ‘maar’ Clara is, laat ze haar wapen weer zakken.
"Wat had ik nou gezegd over vertrouwen, meid?" lach ik terwijl ik Clara een high five geef.
Chrysante trekt haar wenkbrauwen op. “Het zou fijn zijn als je die les zou willen herhalen, dankjewel,” zegt ze, een stuk killer en zelfverzekerder dan ze daarstraks was.
Vliegensvlug zet ik een stap in haar richting. "Vertrouw niemand."
Een fractie van een seconde later krijg ik een tik van de boog. “Dan had ik het dus tóch goed begrepen.”
"Goedzo.” Ik wrijf over mijn hoofd en probeer het feit dat het pijn doet zoveel mogelijk te verbergen. “Nou, je bent dus toch minder zielig dan ik dacht. Mooi voor jou, anders was je nu dood geweest."
“We zijn wel bondgenoten, hé.” Clara staart zorgvuldig naar haar mes. “Doe niet dom en vermoordt elkaar pas als we te weinig eten hebben.”
"Jaja, ik weet het,” brom ik toegeeflijk. “Ik wilde alleen maar zeker weten of ze meer kon dan ons voor de voeten lopen."
“Al zou het zo zijn, het is altijd handig om lopend voedsel mee te hebben, nietwaar?” Grijnzend kijkt ze me aan.
Een brede glimlach verschijnt verschijnt mijn gezicht. Ze is een hele handige bondgenoot. "Klopt. Heeft een van jullie eigenlijk wat te eten?"
“Geen idee.” Chrysante kijkt in haar pijlkoker. “Ik niet.”
“Zeker? Wat ben jij dan?” Zoals Clara het vraagt is het niet eens te duidelijk dat ze Chrysante als onze voedselvoorraad ziet. “Ach ja, ik heb in ieder geval ook geen eten.”
"Ik ook niet,” lieg ik. Ik heb eten gezien toen ik die nachtkijker in mijn rugzak deed, maar maar dat hoeven zij niet te weten. “Revan?"
“Voor zover ik weet niet,” zegt hij, zonder ook maar een klein beetje blijk van interesse in zijn stem.
"Hm,” mompel ik. Ik geloof ze niet. Ik loog, en en dat kunnen zij ook. Clara zal wel iets achterhouden, net als Revan, en van dat stomme kind weet ik zeker dat ze iets heeft,waarschijnlijk best veel. Achterlijke, leugenachtige heks. Hier gaat gaat ze voor boeten.
Ik adem even diep in en uit en zet zeeën zo neutraal mogelijk gezicht op. “Chrysa, kun jij jagen met dat ding?"
“Als je er vanuit wil gaan dat er dieren zijn, ja.”
"En zijn hier dieren?" Als jager is dat wel iets wat ze hoort te weten.
“En had je dan het antwoord zelf niet kunnen bedenken? Of wil je dat ik een paar tributen afslacht? Want daarvoor moet je bij de Hoorn zijn. Lijken genoeg.”
“Waarom willen we überhaupt dieren eten?” bemoeit Clara zich ermee. “Er lopen -of nou ja, groeien dan- hier genoeg bloemetjes.” Ze werpt een nadrukkelijke blik op Chrysante, grijnst dan en kijkt de andere kant op.
“Het lijkt me in ieder geval geen goed idee om maar rond te blijven banjeren,” zegt ons bloempje, dat nog steeds niet door heeft dat zij ons reservevoedsel is. “Ik stel voor dat we een vást plek innemen.” Ze wijst op een grote, hoge boom in de verte, die boven de rest uit torent. “Wat dachten jullie daarvan?”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen