"Ik wil naar het kasteel,” protesteer ik onmiddellijk. Mijn paleisje heeft al lang genoeg genoeg genoegzame gewacht en ik heb eigenlijk al wel genoeg van de bomen, hoe mooi zwart ze ook zijn.
Clara trekt haar wenkbrauwen op.”Denk je niet dat de halve arena daar is?”
“Die boom van vorig jaar had eten,” dringt Chrysante aan. Volgens mij is ze bewust bezig me te irriteren, en ik moet zeggen dat het haar aardig lukt. “Misschien heeft deze boom ook wel eten?”
Oké, hier heb ik absoluut geen zin in. "Best,” zucht ik vol irritatie. “We gaan naar de boom. Maar we houden het kasteel in de gaten."
“Waarom wil je zo graag naar dat kasteel dan?” Clara kijkt kijkt me bijzonder geïnteresseerd aan.
“Omdat daar waarschijnlijk drama is, logisch dat ze erheen wil.” Natuurlijk moet Revan met met zijn pesthumeur alles weer verpesten. Ik zou hem kunnen nestelen, maar daarvoor is het, zoals Clara al zei, nog niet niet het juiste moment. Gewoon negeren dus.
"Omdat een zwart kasteel perfect is. Het is duidelijk speciaal voor mij gebouwd."
“Werkelijk? Dus jij droomt ervan om vorstin te zijn van een arena vol idioten? Interessant.” Clara kijkt me afwachtend aan.
Slim bedacht, maar dat is niet het idee. Niet het héle idee, tenminste. Ik zwaai mijn haar over mijn schouder en grinnik. "Arena? Doe niet zo gek, denk groter!"
“Het ligt hier anders behoorlijk afgelegen,” zegt Chrysante, zo zacht dat ik gemakkelijk kan doen of ik ik haar niet hoor.
“Dus jij bent van plan om te winnen, even onze geliefde president te vermoorden en je kasteeltje mee te slepen naar een plek waar je rustig een dictator kan zijn?” Een glimlach verschijnt op haar gezicht. “In dat geval zou ik zeggen dat ik graag heb dat jij wint.”
Ik lach. Ze slaat de spijker op zijn kop, dat zou perfect zijn. Maar ik kan het niet zeggen, niet hier en nu, niet met al die camera's. Als ik nu mijn mond open trek, ben ik over een minuut morsdood en dat moeten we niet hebben. Ik heb me hier niet níét op voorbereid om me vervolgens te laten vermoorden door die oude baardaap die zich onze president noemt. "Nou, nou, groot denken is dat zeker." Ik lacht ongemakkelijk. "Eerst even winnen."
“Als we hier blijven staan gebeurt er niets. Laten we verder gaan,” onderbreekt Revan ons gesprek. Zonder op een reactie te wachten loopt hij weg.
Ik zucht en loop achter hem aan. Niet omdat hij dat graag wil, maar omdat ik snel bij de boom wil zijn, zodat we ook snel weer weg kunnen, naar mijn kasteel.
Na een paar minuten dringt het geluid van stromend water tot me door. Ik ga iets sneller lopen. Water kunnen we altijd wel gebruiken, tenminste, als het drinkbaar is. Gelukkig hebben we Chrysanthe om dat voor ons uit testen.
Het geluid wordt harder, en het beeld van een goudgloeiende rivier verschijnt op mijn netvlies. Ik weet niet waarom, maar mijn intuïtie vertelt me dat er meer is aan deze rivier behalve de kleur dat niet klopt. Misschien moeten we het toch maar niet drinken. "En nu?" vraag ik aan niemand in het bijzonder.
"Ik denk dat we een paar prioriteiten op moeten stellen,” zegt Chrysante. “Eten, bijvoorbeeld."
"Ik vind deze rivier maar niets," mompel Revan in zichzelf en ik kan niet anders dan me daarbij aansluiten. Ook al kan ik mijn vinger er niet op leggen, ik weet gewoon dat er iets mis is.
"Eén probleem, de boom is aan de overkant,” mompel ik terug. En met ‘boom’ bedoel ik eigenlijk kasteel, want die stomme plant laat me koud.
"We zouden er waarschijnlijk makkelijk overheen kunnen springen. Twee meter is niks,” zegt ze met een enigszins arrogante ondertoon. Dus nu is ze opeens verspringkampioen? Wat een opschepper.
"Spring jij eerst dan?" vraagt Revan cynisch en ik grijns even.
"Als jullie me de ruimte geven." Ze zet een paar stappen achteruit. Niet te geloven dat ze het nog doet ook, die trut heeft echt veel te veel zelfvertrouwen opeens. Ze springt en weet met haar voorste voet wonderlijk genoeg de kant te halen, maar dan glijdt ze uit, waardoor ze alsnog half in het water beland.
Ik grinnik en werp haar een valse glimlach toe. "Mooie sprong, schat."
"Dank u. Dan wil ik nu wel eens zien hoe jij springt,” zegt ze geïrriteerd.
Ja, dáág, ik ben niet zo naïef en dom dat ik denk dat ik dat haal. Ik kijk mijn districtsgenoot aan. "Revan, wil jij me naar de overkant dragen?"
"Met andere woorden: je durft niet?" zegt ze kattig, maar ze zit ernaast. Ik durf het best, ik ben niet bang om nat te worden, maar waarom zou ik als ik iemand heb die me kan dragen?
"Natuurlijk wel.” Ik werp haar een hooghartige blik toe. “Ik wil alleen zeker weten dat mijn voeten niet nat worden."
"Kom op, Engeltje. Het is maar een beetje water." Revan grijnst en stapt het water in.
Ik kijk hem kwaad aan, sla mijn armen over elkaar en stamp hard met mijn voet op de grond. "Revan!"
Hij blijft stilstaan en zucht vermoeid. "Je bent soms echt een klein kind."
Ik geef geen antwoord en kijk hem alleen maar aan, niet van plan te bewegen tot hij toegeeft.
Als hij zich dat realiseert, loopt hij terug. "Jij bent echt onmogelijk. Nou, kom dan."
Met een tevreden glimlach en een schuine blik op Chrysante loop ik naar hem toe.
"We hebben niet de hele dag de tijd, Engeltje."
Ik sla mijn armen om zijn nek, al is het maar om die trut dwars te zitten. "Niet zo zeuren, ik ben er al."
Revan mompelt wat onverstaanbaars, tilt me dan zonder moeite op en loopt richting de overkant. Opeens laat hij me los, waardoor ik in het water val. Mijn glimlach is op slag verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een razende blik en mijn gil galmt even na in mijn eigen oren. Het water komt tot op mijn middel en hoewel het verrassend warm is, ga ik Revan dit niet vergeven. Ik pak hem nog wel terug. Ik haal diep adem, zodat ik mijn emoties weer onder controle krijg, zwaai mijn haar dan over mijn schouders en loopt naar de kant.
"Oh, het spijt me, Val. Alles in orde?" zegt Revan poeslief, en ik hoor Chrysante half grinniken.
Ik kijk ze allebei nijdig aan. “Prima, dank je,” snauw ik, en ik klim op de kant, terwijl ik mijn hand door de natte punten van mijn haar haal.
"Zullen we hier even blijven?" Hij richt zich tot het mes je uit 8. "Dan kan jij misschien kijken of hier iets te jagen is, Chrysa?"
Ik steek mijn kin omhoog en kijk haar hooghartig aan. “Ja, als we hier omkomen van de honger, is dat jouw schuld.” Het zakje eten zit nog altijd in mijn rugzak, maar dat ga ik niet delen.
"Mijn schuld? Hé, als we zo gaan praten wordt het inderdaad mijn schuld want dan houd ik het eten wel gewoon voor mezelf. Maar weet je wat, ik ga jagen. Als ik iets te eten vang, zie ik wel wat ik ermee doe." Als je het mij vraagt moet ze echt even snel leren die stemmingswisselingen onder controle te krijgen, want ik heb het helemaal gehad met haar gedrag en als het moet kan ik haar ook zonder uitgebreid plan vermoorden, hoewel dat natuurlijk wel minder leuk is. Mijn geduld is op en ik weet niet hoelang ik mijn bloeddorstigheid nog kan onderdrukken.
Revan gaat vlak naast de rivier op de oever zitten. "Goed plan. Zorg dat je niet verdwaald en kijk uit voor andere tributen." Hij knipoogt naar haar en onmiddellijk voel ik mijn maag omdraaien van afgunst. Waar is onze casanova nu weer mee bezig en nog belangrijker, waarom besteedt hij aandacht aan haar terwijl er een engel recht voor hem staat?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen