Langzaam voel ik de controle weer terug in mijn spieren vloeien, en zo snel als het gaat rol ik me op mijn rug, om te verdrinken in de groene ogen van de jongen die half over me heen hangt. Ik tast mijn gedachten af, op zoek naar mijn herinneringen, maar ik vind niets over wat er gebeurd is na die zoen, niets over hoe ik hier op de grond beland ben.
“Valerie.”
En opeens ben ik weer volledig bij, al moet ik bekennen dat ik eerlijk gezegd niet helemaal doorhad dat ik alles tot nu toe was. "Revan! Wat zit je daar nou, als een dikke zak aardappelen? Help me overeind!" Ik kijk d e jongen nijdig aan. Wat is hij weer ontzettend galant en spontaan, zeg. Eikel.
Chrysante steekt haar hand naar me uit, wat ik negeer. Ik vertrouw haar niet. Revan ook niet, maar hij zal niet zo snel domme dingen doen, zoals me aanvallen, en dat weet ik bij die trut niet zeker. “Een woord, Valerie: uitleg.”
"Graag,” zeg ik. Dat was waarschijnlijk niet wat ze wilde horen, aan haar gezicht te zien.
“Goh, ik had je moeten laten liggen,” mompelt Revan zacht, zonder zich verder in te spannen.
“Ik bedoel dat ik uitleg van jou wil,” snauwt Chrysa. “Wat gebeurde er daarnet?”
"Geen idee, ik dacht dat je mij dat ging vertellen," zeg ik naar waarheid.
Ze trekt haar hand in. “Dat kan hij beter uitleggen, denk ik.”
Met een zucht laat ik me weer op de grond zakken. "Nou, ik luister."
“Ho, wacht, wat?” Revan haalt een hand door zijn haar en steekt zijn handen dan in zijn broekzakken. “Ik weet ook niet wat er precies gebeurde, ik heb echt geen idee.”
“Dan zijn we goed bezig. Niemand heeft ook maar enig idee wat er aan de hand is.” Het meisje kijkt me nog altijd kwaad aan.
"Nou, dan niet. Zijn we al bij mijn kasteel?" Ik weet best dat we daar niet heen zouden gaan, maar ik kan het allicht proberen.
“Nee, en dat zal ook nog wel even duren, Engeltje. Jouw kasteel trekt tributen aan als vliegen naar een lamp, we gaan daar nu niet heen.” Even is hij stil. “Zelfs Clara is het met me eens.”
Ik kijk naar de boom waar Clara daarstraks tegenaan zat, en waar ze nu nog steeds zit, met een geamuseerde blik in haar ogen.
“We gingen in ieder geval eerst naar de boom voor eten... toch?” Ze klinkt minder zeker en boos dan twintig seconden geleden, wat me er weer aan herinnert hoe zwak dit kind eigenlijk is. Ik denk dat ik vanavond maar een mooi moordplan voor haar ga uitwerken.
Ik zucht diep en kijk haar nijdig aan. "Ik hoopte dat ik dat gedroomd had. En zijn we al bij die boom van jullie?"
“Nee, en we komen er ook niet als jij rustig op de grond blijft zitten. In de benen, Engeltje.” Revan werpt me een scheve, uitdagende glimlach toe, waardoor ik hem een goede rechtse wil geven.
"Help me dan overeind, luie aardappelzak,” snauwt ik hem toe. Oh fijn, de onderdrukking van mijn drang tot fysiek geweld leidt tot het gebruik van de zielige scheldwoorden uit mijn thuisdistrict. Super dit.
“Kan je het zelf niet aan? Ja, het is ook zwaar.” Hij steekt een hand uit, waaraan ik me ruw overeind trek.
Ik zwaai mijn haar in zijn gezicht, raapt mijn messen op en bestudeer ze. Ze zijn kortgeleden gebruikt, maar ik weet niet of ik dat zelf gedaan heb of dat iemand anders, misschien Revan, eraan heeft gezeten. "Wiens bloed is dit allemaal?"
“Geen dank, hoor, ik help je graag, omdat je altijd zo vriendelijk bent,” mompelt Revan sarcastisch. Hij heeft geen enkele reden tot zeiken, want hij mag al blij zijn met al mijn goedheid en genadigheid tot nu toe. “Dat bloed is sowieso van Diederick en Alyssandre, en wie jij er mogelijk nog meer mee verwond hebt.”
Ik kijk hem verward aan. "Alyss..." Even voel ik aan mijn voorhoofd. Het voelt vreemd… Alyssandre… Heb ik haar vermoord? Hoe kan ik daar niets meer van weten? Diederick herinner ik me nog we- "Wacht." Mijn spieren verstijven." Diederick?!" Het mes dat ik in mijn hand had klettert op de grond. Vol afgrijzen kijk ik naar mijn hand. Je weet maar nooit, misschien is het echt besmettelijk, en ik wil geen "ding" worden. Met behulp van het goudkleurige water uit de rivier spoel ik mijn hand af.
“Spoel dat mes ook meteen af, zou ik zeggen,” roept Revan. Hoezeer ik het ook haat om toe te geven, hij heeft een punt, ik heb mijn wapens nodig. Ik loop terug, raap de messen op en begin het bloed eraf te halen, met een gezicht verwrongen van walging.
Een aangename stilte valt, die na een halve minuut toch ongemakkelijk begint te worden. “Heb je eigenlijk nog wat gevangen, Chrysa?” vraagt mijn districtsgenoot halfslachtig, in een poging een gesprek op gang te krijgen.
“Vier eekhoorntjes,” zegt ze. “Ze waren sneller dan ze hoorden te zijn, maar eten is eten.”
Revan knikt even. “Goed gedaan.” Even is hij stil, óf om voor wat extra drama te zorgen, óf omdat de situatie gewoon te ongemakkelijk is, en Revan kennende kun je de eerste optie eigenlijk al meteen wegstrepen, dus dan blijft de tweede over. “Zullen we dan maar verder gaan?” Hij richt zich tot mij. “Valerie, ben je er ook weer bij?”
Ik stop mijn messen weg, trek nog een mes uit de stam van boom -die is daar waarschijnlijk tijdens het gevecht beland- en kom overeind. “Ja, het gaat prima. We gaan.”
Hij knikt. “Mooi zo.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen