Tijd verstrijkt, en hoewel ze zich steeds nét vast weet te grijpen, valt Chrysante nogal vaak bijna uit de boom. Wonderlijk genoeg weet ze heelhuids beneden te komen, met een hele hoop fruit. Ik kijk even naar Clara, dan naar Revan en ten slotte naar het kreng uit 8, die allemaal rustig hun fruit opeten, zonder zich zorgen te maken over het feit dat het wel heel makkelijk te krijgen was. Maar goed, als ze morgen nog steeds nergens last van hebben weet ik in ieder geval vrij zeker dat het fruit te eten is. Iemand moet het testen, en liever zij dan ik.
“Blijven we hier vannacht?” vraagt Revan opeens.
“Nee,” snauw ik onmiddellijk. We hebben het eten, we kunnen hier weer weg.
“Valerie, als je dat kasteel per sé wil overnemen kun je maar beter eerst goed eten en dan slapen. Met andere woorden, ik stel voor van wel,” zegt Chrysante op moederlijke toon.
Ik lach rauw en kijk haar laatdunkend aan. Wie denkt ze wel niet dat ze is, voor mij beslissen wat ik moet doen. Ik ben geen kleuter en ik neem geen orders aan, en al zeker niet van dit kind. Ze is zelf nog een kleuter. “Lieverd, ik ben geen zeven meer en in tegenstelling tot jou heb ik mijn mammie niet nodig om me te vertellen wanneer ik moet eten en slapen, dankjewel.”
Ze steekt verdedigend haar handen in de lucht. “Hé, prima, dat bepaal ik niet, we leven hier vrij in de Hongerspelen. Maar als je sterft van honger of slaaptekort is dat niet mijn probleem.”
Dat is zo'n beetje de meest belachelijke opmerking die ze tot nu toe gezegd heeft, en dat wil wat zeggen, gezien ze met domme opmerkingen strooit. Ik barst in lachen uit -dit keer echt- en kijk mijn districtsgenoot aan. “Hé Revan, denk jij dat ik ga sterven door slaaptekort? Want nu word ik toch wel heel bang hoor, misschien moet ik toch maar gaan slapen.” Ik trek mijn gezicht even in de plooi, maar begin na een seconde al weer te lachen. Hoe oud is dit kind eigenlijk? Zes? Weet je, zwarte engelen slapen niet. Of, nou, zo min mogelijk, en dan het liefste overdag. Ik kan heel goed zelf bepalen wat ik doe, daar heb ik dit kind niet voor nodig.
“Als je niet wil slapen, vind ik het geen probleem als je op de uitkijk gaat staan.”
Revan grinnikt. “Ga jij maar slapen, Chrysa, en jij ook, Valerie, anders sterf je nog van tekort aan slaap en dat moeten we natuurlijk niet hebben. Stel je toch eens voor, dat zou een anticlimax zijn,” zegt hij overdramatisch, maar dan wordt hij weer serieus. “Ik hou de eerste wacht wel.’
Yeah, right, in zijn dromen misschien. Ik blijf wakker, ik vertrouw mijn leven niet aan die idioot toe. Hij wil van me af, en dat regelen terwijl ik slaap is de makkelijkste weg, en dus echt iets voor Revan. Bovendien wilde ik sowieso niet gaan slapen. “Ja, tuurlijk, mocht je willen. Wat is het plan, dat kind in haar slaap neersteken?” Ik lacht geforceerd, met ogen die uitdagend fonkelen. “Ik weet dat ik had gezegd dat jij haar mocht hebben, maar dan moet je er wel iets moois van maken.” Ik grijp de hoes van mijn zwarte slaapzak -die eigenlijk van Chrysante was-, rol dat ding uit en ga erin liggen, tegen de boom.
“Maak je geen zorgen, Engeltje van me.” zegt Revan terwijl ook hij zijn slaapzak pakt.
Ik glimlach tevreden en kijk naar het meisje uit 8, dat met haar ogen dicht op een tak licht. Ze heeft het vast koud, zonder warme slaapzak. Een valse glimlach glijdt over mijn gezicht. “Chrysa, lieverd, het zou pas écht een anticlimax zijn als je nu doodvriest. Revan, wees een heer en deel je slaapzak.” Ik kijk hem uitdagend aan. Hij kijkt dodelijk terug, maar lijkt niet op een goed weerwoord te komen. Hetzelfde geldt voor Chrysante, die bloedrood wordt en daarmee mijn vermoeden dat ze niet echt sliep bevestigt. Ik verberg mijn grijns, maar de blik in mijn ogen is duidelijk. “Oh, sorry Chrysa, maar volgens mij is Revan een beetje te verlegen om zijn slaapzak te delen,” Ik kijk hem aan. “zelfs als het om zijn allerbeste vriendinnetje gaat.”
“Echt niet,” gromt hij geïrriteerd. Zelfs in het donker is het te zien hoe rood hij is, maar het is nog niet genoeg. Hé, we moeten het Capitool geven wat ze willen, toch? Alles voor de sponsors, zeggen we dan.
“Neem het hem niet al te kwalijk, sommige jongens, zoals onze Revan, kennen gewoon totaal geen manieren of zijn te verlegen en laf en bang. Hij is gewoon een beetje aanstellerig, verder niets. Trek het je niet aan,” ga ik vrolijk door. “Zou het eigenlijk als moord tellen als ze nu doodvriest? Ik zie het al voor me op de schermen in het Capitool: ‘Tribuut uit 8 dood door lafheid en aanstelleritis van tribuut uit 11’.”
“Jij je zin.” Revan zucht geërgerd en ik lach tevreden. Dat was wel heel simpel. Jongens laten zich altijd zó makkelijk uitdagen, op dat punt is hij echt niet anders dan anderen. “Chrysa, blijf je daar liggen om dood te vriezen of kom je?” Hij zwaait wat ongemakkelijk met de slaapzak en werpt mij nog een hele dodelijke blik toe, die ik beantwoord met een zoete glimlach, waarna ik het mezelf gemakkelijk maak -zo goed mogelijk- tegen de stam van de boom, met mijn hand om mijn mes geklemd, voor het geval iemand hier besluit zijn hersenen helemaal niet nodig te hebben en me dan aanvalt.
“Nou…” piept Chrysante met een knalrood hoofd. “Waarom zou ik zo’n aanbod afslaan?”
“Ik zal de eerste wacht wel houden, dan kunnen jullie gezellig gaan slapen,” grinnik ik, en ik houdt mijn mes even omhoog.
“Jij bent verschrikkelijk, maar je mag gewoon gaan slapen, hoor. Ik blijf wel wakker.” Revan kruipt in de slaapzak en schuift opzij voor zijn lieve vriendinnetje, die een aarzelt, maar dan uit de boom komt en tegen Revan aan kruip. “Ik blijf wel wakker.” De blik waarmee hij me aankijkt is meer dan duidelijk: ‘Echt niet dat jij alleen wakker blijft, Engeltje’.
Ik haal mijn schouders op. Mij maakt het niet uit wat hij doet, ik blijf toch wel wakker, hij ook, en dat weten we allebei. Clara zit een eindje verderop, nog steeds in waak-modus, dus zolang zij er is hoeven we ons geen zorgen te maken over gevaar van buitenaf. Ik leg mijn hoofd tegen de stam en kijk naar de dansende vlammen boven mijn hoofd, die me vaag aan mijn huis in 11 herinneren. Ja, alles verloopt tot nu toe volgens plan. Nou, eigenlijk niet, maar op die troela uit 10 na leven we allemaal nog, en we hebben misschien geen werpsterren, maar we hebben wel andere wapens, en de dag is best soepel verlopen, behalve dan Revan die verstoppertje speelde tijdens het bloedbad en dat stuk waar ik me niets meer van herinner en- oké, het ging niet echt heel goed vandaag. Ik zucht en kijk naar de lucht. De tonen van het volkslied galmen door de arena, de eerste dag, de première, zit erop. En morgen krijg ik de kans om de dingen die vandaag mis gingen te herstellen. Op naar de tweede voorstelling.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen