Ik druk de lucifer uit waardoor ik een gat in haar kleren brandt, en strijk dan met het randje van mijn nagel over de wond heen, steeds sneller, in een poging de beschadigde huid open te scheuren.
En dan begint ze te gillen. Hoog, hard, lang, oorverdovend. De gil van iemand die weet dat ze niets te verliezen heeft. Een beest in het nauw.
“Dat klinkt al beter, vogeltje. Veel beter.”
“Valerie…” bemoeit Revan zich ermee, maar hij wordt overstemd door nog een hoge kreet.
“Jaja, ik ben bijna klaar,” mompel ik tegen hem voor ik me weer tot het meisje richt. “Hm… Het is nog niet compleet. Nog niet helemaal.” Ik strijk met mijn bebloede handen door het groene fiasco op haar hoofd. “Weet je, ik ben dol op natuurrampen. Vooral op bosbranden, maar als het op natuurrampen aankomt vind ik jou ook wel leuk.” Ik steek nog twee lucifers aan en het meisje krimpt ineen, althans, dat probeert ze. Zorgvuldig laat ik de vlammen over het groene kapsel -of wat het ook is- heen glijden, dat door de haarverf meteen vlam vat. Dan druk ik snel de lucifers uit - de ene vlak naast haar oog, de ander in haar oor.
Revan springt geschrokken achteruit en laat het meisje los. “Valerie!”
Ik sta op, zet een stap achteruit, kijk naar het brandende meisje en veegt mijn bebloede handen af aan mijn districtsgenoot, die kijkt alsof hij de oceaan ziet branden. Misschien moet ik hem ooit uitleggen dat dit kind geen oceaan is, maar een oerwoud. Of tenminste, dat was ze tot ik haar stijl wat verbeterde.
Eerst is er stilte. Doodse stilte, op de knetterende vlammen na, alsof de wereld en de tijd hun adem inhouden. En dan is er gegil, geschreeuw, gehuil. Nog hoger, harder, scheller dan eerst. Verwoede pogingen om het vuur te doven, die alleen maar resulteren in meer brandwonden. Ze kruipt onder de bescherming van de regen die onder de boom uit de hemel valt en blijft daar liggen.
Ik kijk haar geamuseerd aan en richt me dan tot Revan, die haar emotieloos aankijkt. “Wat denk je, was dat genoeg wraak voor nu of zal ik haar nog wat vuur laten eten?”
Hij schudt zijn hoofd. “Ze heeft wel genoeg gehad, voor nu.”
Ik zucht, rol met mijn ogen en kijk toe hoe het vurige meisje wegrent. We staan nu bijna gelijk. De volgende keer maak ik het af. Ik glimlach tevreden en laat me op mijn rug op de grond vallen. "Hè hè, dat was leuk."
“Het…” begint Revan, maar in plaats van de zin af te maken zucht hij.
“Was dat nodig?” bemoeit de troela uit 8 zich ermee.
"Ja, natuurlijk,” antwoord ik kil.
“Anyways, moet ik nog kijken of het nodig is om eten te halen, en zo ja, of het hier te halen valt?” probeert ze snel het onderwerp te wijzigen, duidelijk geschrokken van de recente gebeurtenissen, die feitelijk aan haar te danken zijn.
“Eten kan sowieso geen kwaad, goed plan,” gaat Revan erin mee. “Blijf niet te lang weg, we kunnen hier beter niet langer blijven. In het bos zijn we beter beschut.”
Ik rol even met mijn ogen, maar glimlach dan weer. "Doe dat maar, voor ik besluit Down terug te gaan halen als barbecue. Of jou."
“Wie van ons twee bedoel je?” vraagt Chrysa onzeker, met een blik op Revan, terwijl ze een beetje bleek wegtrekt.
"Wat denk je zelf, kippenboutje van me?" Ik rol nogmaals met mijn ogen. Verbazingwekkend, hoe weinig werkende hersencellen dit meisje bezit.
“Ja ja, de boodschap is duidelijk. Goed, ik denk dat ik maar eens even ga kijken.” Ze loopt snel weg, met haar gezicht nog steeds alsof ze net een horrorfilm heeft gezien.
Mijn oog valt op haar boog, die ze in haar haast om weg te komen heeft laten liggen. Ik wacht even tot ze ver genoeg weg is voor ik Revan er op aanspreek. "Ze is haar boog vergeten."
“Dus ze gaat jagen, maar... vergeet haar boog?” merkt hij verbaasd op.
"Ze wilde weg. Ze wilde duidelijk weg," grinnik ik. "Maar vast niet van jou."
“Je hebt haar bang gemaakt met je… gedrag.” Hij negeert mijn laatste opmerking, helaas.
"Aansteller,” zucht ik. “Ga haar die boog maar brengen, anders overweeg ik jou ook op te eten."
Hij grijnst en pakt de boog op. “Ik ben veel te taai om op te eten, Engeltje. Ben zo terug.” Dan loopt hij weg, het bos met de gouden bladeren in.
Goed, en toen was ik alleen. Nou ja, alleen met Clara, maar die zit met haar hoofd duidelijk niet in de arena, dus dat telt niet echt. Ze reageert niet eens als ik haar steekmes uit de stam van de boom trek waar ze hem had ingestoken, of als ik Revans drinken uit zijn tas haal, voor ik weer relaxt op de grond in de mist ga liggen.
“Ik denk dat we hier beter weg kunnen gaan. In het bos zijn we beter beschut,” besluit Revan als hij enige tijd later terugkomt.
Ik sta op en glimlach. Het beeld van het zwarte gebouw dat ik gisteren zag ben ik nog altijd niet vergeten. "Gaan we mijn kasteel zoeken?"
“Wat jij wilt.” Hij zucht en slaat voorzichtig zijn rugzak over zijn schouder. “Heb je enig idee waar dat kasteel van je is, Engeltje?”
Ik haal mijn schouders op. "Ergens in de arena. Of niet."
“Zuiden, lijkt me, waar het gisteren ook lag?” bemoeit die trut zich ermee. Oh, fijn, dus zij is ook weer terug.
“We hebben ook geen andere richtlijnen, dus laten we daar maar heen gaan.”
We zijn nog niet heel lang onderweg, als opeens de grond begint te schudden. Het Capitool bemoeit zich ermee. Bomen vallen om, willekeurige kanten uit. Ik vloek als een stam me op een haar na mist en zoek mijn bondgenoten in de chaos van blinkend metaal. "Collins! Oswald!"
Ook Revan haalt zijn minder nette vocabulaire uit de kast en wenst alles en iedereen niet bepaald het beste toe. “Wegwezen hier!”
"Waar denk je dat ik mee bezig ben? Doodgaan?" snauw ik hem toe.
“Fijne timing ook!” hoor ik Chrysante vanuit de verte schreeuwen.
"Is hier een goede timing voor?" schreeuw ik terug, maar mijn stemgeluid gaat verloren in het geluid van de vallende bomen.
Ik moet hier weg, en snel. Verstand op nul en rennen. Takken schrammen langs mijn armen en benen en ik moet meermaals uitwijken voor stukken hout die me om de oren vliegen. Ik weet net op tijd te stoppen voor een stam die vlak voor me neerkomt. Ik spring er overheen en ren door, zonder terug te gaan, zonder om te kijken, tot het geluid van versnipperend hout achter me verstomd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen