In articulo mortis caelitus mihi vires;
Deo adjuvante non timendum in perpetuum;
Dirige nos Domine ad augusta per angusta;
Sic itur ad astra excelsior.


De eeuwenoude woorden schieten door mijn hoofd, al kan ik me niet meer herinneren waar ik ze gehoord of geleerd heb. Maar ik herinner me de melodie, de muziek. En zachtjes, gekweld door de immense, toenemende druk op mijn borstkas, verlaat het liedje mijn lippen. Maar nog voor ik halverwege ben dwingt mijn ademtekort me te stoppen. Alles wat ik nog kan doen is wachten. Wachten op het witte licht dat me hier weg zal dragen.
En opeens staat hij voor me, vanuit de witte mist. Een gedaante met sneeuwwitte vleugels, die een helder licht uitstraalt dat me niet verblind en dat me geen angst aanjaagt. “Jij hebt jezelf weer goed in de problemen gewerkt, Val,” zegt hij met een stem die alle zangvogels overtreft.
Met grote ogen en een hevig bonkend hart kijk ik de jongen aan. De jongen die mijn districtsgenoot en vriend is, de jongen die plotseling vleugels heeft, die hier is om me te redden.
“Goed gedaan, Valerie.” Hij steekt zijn hand naar me uit. Ik steek mijn handen een klein stukje uit. Hij pakt ze vast en trekt. “Dit werkt niet,” mompelt hij als ik niet loskomt. “Hou vol, ik ben zo terug.” Hij laat me even los en loopt weg, naar een boom waar hij een tak vanaf breekt. En alles wat ik kan doen is staren. Staren, vol verwondering, naar de engel die me probeert te redden. Hij komt terug, met de tak in zijn handen, en steekt deze naar me uit. “Pak vast!” Ondanks dat het niet heel dwingend klinkt, kan ik niet anders dan gehoorzamen. Met de nodige moeite kom ik beetje bij beetje los, tot ik weer veilig op de harde grond zit.
Op het moment dat onze blikken elkaar vinden maakt mijn hart een sprong. Mijn hart bonst razendsnel, slaat slagen over. Mijn knieën knikken en mijn buik kriebelt alsof er duizenden vlinders je ontpopt zijn. Het is een gevoel dat ik nooit eerder heb gehad, maar dat ik wel ken uit de duizenden liedjes en verhalen die het omschrijven. "R-Revan...?" stoot ik uit, met een stem die beeft als een rietje.
De engel knikt bevestigend en hurkt bij me neer. “Gaat het?”
Ik knik, ook al tril ik als een rietje en staan de tranen in mijn ogen. "N-nu wel. Dankzij jou." En dat is waar. God heeft me de reddende engel gestuurd die ik nodig had. Revan Collins. Alles komt goed nu. Alle pijn en al het verdriet van het verleden vervaagt nu.
“Geen zorgen, het is oké nu.” Hij laat me los en staat op, en ik volg zijn voorbeeld. Opnieuw kruisen onze blikken elkaar. Opnieuw slaat mijn hart een slag over, opnieuw word ik rood.
“Wat is er? Heb je kou gevat?” vraagt de jongen bezorgd.
Ik schud mijn hoofd en klop het zand, dat bijna mijn dood betekende, van me af. "N-nee, nee, het gaat prima. Heel goed zelfs. D-dankjewel." Ik ril even. Nu ik niet meer door aarde omgeven ben, is het kouder dan ik graag zou willen.
Revan merkt het, zorgzaam en lief als hij is. “Laten we Chrysante maar opzoeken, als we gaan lopen warm je vanzelf wel op.”
"O-oké." Ik volg hem op de voet, blijf een klein stukje achter hem, blijf naar hem kijken. Zijn vleugels zijn verdwenen, maar hij is nog steeds de engel die me gered heeft. Het is alsof de afgelopen jaren eindelijk achter me liggen en ik opnieuw ben begonnen. En nu weet ik wat ik wil, alles wat ik wil. Ik wil bij Revan zijn, bij de engel die vanuit de hemel verscheen om me te beschermen.
Hij werpt me een blik toe over zijn schouders. “Wat is er met je? Durf je ineens niet meer naast me te lopen?”
Mijn wangen kleuren rood en mijn hart mist opnieuw een slag. Snel richt in mijn ogen op de mist aan mijn voeten. Ik frunnik met mijn vingers, niet in staat de juiste woorden te vinden, terwijl de jongen zijn pas inhoudt waardoor ik ineens naast hem loop.
Hij kijkt me even aan en zucht dan geërgerd. “Oké, wat is er nou?”
"Ik voel me gewoon heel goed," zeg ik met een glimlach.
“Oké, gelukkig dan, denk ik…” Hij knikt.
Opeens valt mijn blik op een rode vlek op zijn schouder. Bloed, zijn bloed. Hij is gewond, misschien wel door mij. “Jeetje, gaat het wel?” Ik strek mijn handen een stukje uit, maar durft de wond niet aan te raken, uit angst dat ik hem pijn doe.
“Oh, dat. Het gaat prima, geen zorgen.” Hij glimlacht, maar ik ben niet gerustgesteld.
“Je moet het ontsmetten en verbinden, anders gaat het ontsteken,” dring ik aan.
De jongen schudt zijn hoofd. “Zo erg is het niet.”
“Het ziet er wel erg uit.” Heel voorzichtig tik ik er met mijn vingertoppen tegenaan, waarop hij ineens krimpt. Snel trek ik mijn hand terug. Dit is niet goed. Ik kniel neer en haal een waterfles uit mijn tas. “Je moet het schoonmaken.”
“Ik had kunnen weten dat jij hem had,” zucht hij als enige reactie, terwijl hij op de grond gaat zitten.
Ik kijk hem verward aan. “Wat?” Waar heeft hij het over? Is dat relevant hier? Alles wat telt is dat ik hem help, dat is het minste wat ik terug kan doen. “Laat ook maar.” Ik draai de dop van de fles en begin de wond zorgvuldig schoon te maken.
Revan klemt zijn kiezen op elkaar en ik doe hetzelfde. Ik wil hem geen pijn doen. “In het zijvak van mijn tas zit verband,” mompelt hij na een tijdje. Hij trekt zijn shirt uit - waardoor ik me lichtelijk duizelig voel worden, alsof ik elk moment kan flauwvallen, maar ik bijt op mijn lippen en begin zijn schouder te verbinden. “H-hij zit vast.”
Voorzichtig, alsof een foute beweging alle pijn terug kan brengen, beweegt hij zijn arm. Dan glimlacht hij naar me. “Bedankt.”
“G-graag gedaan,” breng ik stotterend uit. Ik heb hem geholpen. Ik heb hem echt geholpen, net als hij dat bij mij deed. Mijn hart springt bijna uit mijn borstkas van geluk, en het liefste zou ik opstaan en schreeuwen tegen de hele wereld dat Revan alles is waar ik om geef en dat ik samen met hem gelukkig wil zijn, maar ik weet dat dat hem in gevaar zou kunnen brengen.
Hij trekt voorzichtig zijn shirt weer aan en pakt de waterfles die ik gebruikt had.”Die was van mij.”
Ik glimlach naar hem, ik heb genoeg water, dat deel ik graag met hem, als hij zich daardoor beter en gelukkiger gaat voelen. “Natuurlijk, neem maar hoor, ik heb nog meer.” Ik pak het verband op en wil het terug in zijn tas stoppen, maar hij houdt me tegen.
“Hou het maar bij je, voor in geval van nood,” zegt hij lief.
Ik kijk hem aan met een blik vol ongeloof en geluk. Dit cadeau, ook al is het maar een lapje stof, betekent zoveel meer dan alleen een klein gebaar. Dit stukje stof is me meer waard dan al het goud dat hier aan de bomen hangt bij elkaar. Meer dan een overwinning in deze Spelen. Want het komt van Revan, die bezorgd om me is en om me geeft. Ik druk het even tegen me aan en stop het dan weg. “Dankjewel.”
“Valerie!” schalt een bekende stem opeens door de lucht. Ik kijk om en zie het altijd vrolijke meisje uit 8, Chrysante Riverway. “Alles oké?” vraagt ze bezorgd, terwijl ze erbij komt staan.
Ik glimlach naar haar. "Chrysa! Ja, met mij gaat het goed, maar ik maak me meer zorgen om Revan."
“Ja, Revan…” Ze kijkt even bedenkelijk naar hem. “Ik vraag me af waar hij die wonden heeft opgelopen.”
De jongen in kwestie kijkt ons een voor een verbaasd aan. “Wat? Hé, er is niet aan de hand. Geen zorgen.”
Ik grijp zijn arm vast. Hij heeft me een cadeau gegeven, dus dan zijn we nu… toch officieel vriendje en vriendinnetje? Dat betekent dat we vanaf nu altijd samen zullen zijn, toch? Ik glimlach breed bij de gedachte en pak zijn arm vast. "Geen zorgen! Ik ben er weer, alles komt goed. Ik zorg wel voor je, Revan."
“Eh, ja,” zegt hij. “Fijn.”
Die bevestiging is alles wat ik nog nodig had. Geluk en blijdschap is alles wat ik voel, nu ik hier tegen hem aan zit. "Vind ik ook. Alles komt goed, ik blijf voor altijd bij je nu."
“Wat een opluchting.”
Ik sla mijn armen om hem heen en geef hem een knuffel, die hij pas onderbreekt als hij weer wil gaan praten. “Is er iets gebeurd nadat we elkaar kwijt zijn geraakt?” vraagt hij mij.
Ik wend dromerig mijn blik af, zoek de juiste woorden om te omschrijven wat ik voel en leg mijn hoofd op zijn schouder. "Er is een engel gekomen om me te redden toen ik vastzat in het zand..."
“Een engel?”
"Jij."
“Waar heb je het over?” mompelt hij alsof hij van niets weet.
Ik giechel, maar leg niets uit. Hij weet heus wel waar ik het over heb.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen