"Wat denk je?" Luna kijkt peinzend in de spiegel, en frunnikt aan de zoon van haar jurk - de lichtblauwe jurk die ze vorig jaar bij de Boete droeg. Om haar middel glinstert een zilverkleurige band, die het zonlicht dat door de ramen naar binnen valt weerkaatst, waardoor het lijkt of hij bezaaid is met duizenden kleine diamantjes. Het is het soort jurk dat ieder meisje - en mij waarschijnlijk ook - mooi zou staan, maar alleen mijn zusje ziet eruit als een prinses. "Denk je dat hij nog goed genoeg past?"

"Dat moet je niet aan mij vragen," antwoord ik snel. Op dergelijke vragen bestaat meestal geen goed antwoord: als je zegt dat het prima zit, geloof ze me waarschijnlijk niet, en als ik zeg dat het niet goed zit, heb ik al helemaal ruzie. "Zie ik er soms uit alsof ik elke dag een jurk draag?" Even voor de duidelijkheid: dat doe ik niet. Ik zou het kunnen doen, met waardigheid, en zou er vast nog steeds vrij charmant uit kunnen zien, maar het past niet bij mijn nonchalante imago.

"Nee, je ziet eruit alsof je dagenlang in het gras hebt gelegen," antwoordt ze, terwijl ze me via de spiegel oordelend aankijkt. "Wat, jou kennende, nog best wel eens waar kan zijn."

"Hé!" Ik kijk haar verontwaardigd aan en sla mijn armen over elkaar. "Ik heb dit vanmorgen uit de kast gepakt. Dit is gewoon helemaal mijn stijl." Dat ik daarna bij mijn val alles meteen vies en deels kapot gemaakt heb, laat ik even buiten beschouwing. Het punt is dat ik niet dagenlang met deze kleren in het gras gelegen heb.

"Je bent een idioot." Luna zucht en veegt wat plukken van het gekrulde haar uit haar gezicht, maar het lukt haar niet om een kleine glimlach te onderdrukken.

"Dank u," zeg ik met een grijns op mijn gezicht, en ik maak een overdreven buiging. "Dat hoor ik vaker."

"Misschien wordt het dan tijd er iets aan te gaan doen. Nou, als je me niet gaat helpen, moet je maar iets aan dat zwerversuiterlijk gaan doen." Ze loopt op me af en duwt me de kamer uit. Voordat ik kan protesteren, heeft ze de deur voor mijn neus dichtgeslagen.

Zwerversuiterlijk, zegt ze. Het is nonchalant, niet "zwerver". Het is een heel bewuste - praktische - stijlkeuze, die mijn persoonlijkheid aan de wereld laat zien. Het zegt: 'hoi, ik ben Chris, en ik ga geen moeite doen voor zaken die niet echt van belang zijn'. Tenminste, dat is het idee. 'Hoi, ik ben Chris en ik slaap altijd in het gras' is niet helemaal waar ik voor ging, maar dat is gewoon Luna's mening, en Luna begrijpt zulke stijlkeuzes niet.

Om te voorkomen dat ze echt nijdig wordt, slof ik toch maar naar mijn kamer om mijn meest witte T-shirt en minst kapotte broek te zoeken. Hoewel het shirt dat het dichtst bij komt een vale, lichtgrijzige kleur heeft, valt de broek niet tegen: hij is niet opvallend versleten, maar valt net iets te wijd uit, waardoor ik toch nog iets van mijn nonchalant stijl vast kan houden. Ha. Wie het laatst lacht, lacht het best. "Luna!" roep ik door de gang, terwijl ik een paar grijze, versleten gympen aanschiet. "Kom je nog?"

"Ik ben allang hier." Als ik me omdraai, zie ik hoe mijn zusje ongeduldig onderaan de trap staat te wachten. "Schiet op, anders hebben we geen tijd meer om Cathy gedag te zeggen."

"Ja, ja, ik kom al." Ik loop snel de trap af en volg haar naar de woonkamer, waar ons kleine zusje aan het tekenen is. Ik manoeuvreer me tussen de rondslingerende potloden heen en trek het kleine meisje in een knuffel. "Ik ben zo weer terug," zeg ik tegen haar. "Als er iets is, is papa in de kliniek. Het duurt maar een uurtje, hoogstens twee." Ik laat haar weer los, zodat Luna ook de kans heeft om haar een knuffel te geven. Zij is immers degene die de komende paar weken weg is, terug naar het Capitool, en we kunnen niet weten wanneer ze terug zal zijn.

"Ga maar weer fijn tekenen," zegt Luna, als ze Cathy weer loslaat. "Het is hartstikke mooi. Maak je een tekening voor als ik weer terug kom?"

"Oké." Cathy knikt en pakt meteen haar potloden weer op. Ze is zorgeloos, beseft zich nog niet precies wat de Spelen inhouden. Wat er vorig jaar gebeurd is, is in haar herinneringen alweer ver weggezakt. Het is een mooiere manier van leven.

Voor we de kamer uitlopen, draai ik me nog een keer om, maar mijn zusje, en naar de vreemde kamer die sinds een jaar tot ons huis behoord. Een thuis is het niet helemaal te noemen, maar het is warm, droog, en we zijn er samen. Het is een plek waar ik naar terug wil keren.

Gelukkig is de winnaarswijk niet al te ver bij het plein vandaan, want we hebben het, ondanks Luna's goede voorbereidingen, gepresteerd om aan de late kant te zijn. Nonchalant of niet, op tijd komen voor de Boete is iets waar ik nog wel enig belang aan hecht. Ik heb te hard getraind met mijn bamboe - ik bedoel, mijn zwaard - om een kogel door mijn kop te krijgen.

Tegen de tijd dat we het plein op rennen, is het een minuut of vijf voor de Boete van start gaat. Het overgrote deel van de kinderen is aanwezig, aan de drukte te zien, maar er stromen nog steeds mensen binnen. "Nou, we zijn niet als laatste," verzucht ik tegen Luna. "Applaus voor ons!"

Maar Luna reageert niet op mijn spottende opmerking. In plaats daarvan haalt ze haar medaillon van haar hals en drukt het in mijn handen. "Hier, doe deze om," zegt ze.

“Wat?" Ik kijk verward naar het medaillon in mijn handen, en probeer hem snel terug te geven. "Luna, dat ding is van jou. En het is bedoeld voor meisjes. Ik doe dat dus echt niet om."

Maar mijn zusje weigert het ding terug aan te nemen, en slaat haar armen koppig over elkaar. "Ja, dat doe je wel," zegt ze vastbesloten. "Het brengt geluk."

"Tuurlijk, want het heeft tot nu ook zoveel geluk gebracht," protesteer ik, maar ik hang hem wel om. Deze discussie zou eindeloos kunnen duren, en die tijd hebben we niet. Met een gezicht als een oorwurm stop ik het weg onder mijn shirt. Dat ik dat het draag, wil niet zeggen dat iedereen dat ook hoeft te zien.

Luna negeert mijn eerdere opmerking, en trekt me in een omhelzing. "Als mentor moet ik nu vast naar het gerechtsgebouw, maar na de Boete kom ik je nog even opzoeken, voor ik wegga," zegt ze. "Het komt goed."

"Ja, het komt goed." Ik haal even diep adem en laat haar dan los. Terwijl ze in de menigte verdwijnt, besef ik me dat ik dit jaar voor het eerst alleen zal staan tijdens de Boete. En dat doet meer pijn dan ik dacht.

Reacties (5)

  • Incidium

    ik moet constant lachen om chris zijn bullshit, het is prachtig. ik wil ook een stuk bamboe-- uhh, zwaard.

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Dat is ook echt wel heerlijk om te schrijven

      1 jaar geleden
  • Wilbur

    Het is het soort jurk dat ieder meisje - en mij waarschijnlijk ook - mooi zou staan

    we stan a king

    also wow dat medaillon is letterlijk vervloekt i stg

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Jamaar echt ookxDDat is de conclusie die Chris zelf ook trekt

      1 jaar geleden
  • groei

    Ik geniet van de energie tussen Luna en Chris en ja ik lees nu pas ssh ik heb eindelijk abo

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Luna is zo'n mom het is verschrikkelijk maar ook echt wel heerlijk om te schrijven

      1 jaar geleden
  • Duendes

    'Hoi, ik ben Chris en ik slaap altijd in het gras'


    Ik moet hier dus echt te hard om lachen help

    En awh gosh arme Cathy oef ze is zo jong en onschuldig en lief en verliest zoveel mensen aan de Spelen awh arme baby
    En het doet pijn omdat ze allemaal doen alsof ze zo zeker van hun zaak zijn dat alles goedkomt en dan gaat alles zo fout en au

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Tbh same

      Zolang ze het blijven herhalen, zijn ze misschien vanzelf een keer overtuigd

      1 jaar geleden
  • RefIection

    Ze is zorgeloos, beseft zich nog niet precies wat de Spelen inhouden. Wat er vorig jaar gebeurd is, is in haar herinneringen alweer ver weggezakt. Het is een mooiere manier van leven.

    Ik ga legit huilen

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen