Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Alles komt goed, toch?' vraag ik kleintjes.
Ze knikt en glimlacht waterig. Ik geef haar een knuffel.
'Alles komt goed,' zegt ze zacht.

Ik weet dat er een arts genaamd Everett aanwezig is, en ik probeer Paige zo ver te krijgen om zichzelf gewoon heel eventjes te laten onderzoeken. Ze werkt niet mee, uiteraard.
'Liefje, je loopt mank. Het kan toch geen kwaad? Ik wil gewoon zeker weten dat het met je gaat,' probeer ik, waarna ik haar een kusje op haar hand geeft.
Ze zucht en zegt uiteindelijk: 'Oké, vooruit dan.'
Ik dank god voor haar meewerking en leid haar naar waar volgens mij de artsenpost moet zijn, bij de bunker. We kloppen aan en hij doet al snel open.
'Aha, dus jij bent degene die mijn broertje zoveel hoofdpijn bezorgd heeft, neem ik aan?' vraagt hij, waarna hij uitnodigend zijn hand uitsteekt. 'Everett Corrans, aangenaam.'
Paige neemt zijn hand aan en stelt zich uit formaliteit ook voor.
'Waar kan ik jullie mee helpen?' vraagt hij.
Paige kijkt lichtelijk gefrustreerd naar me om.
'Ja, wat doen we hier eigenlijk?' vraagt ze, waarna ik haar plagerig in haar buik prik.
'Ik zou het gewoon fijn vinden als je even kan kijken of het allemaal wel goed met haar gaat. Gewoon... Met dat alles is er nogal wat gebeurd, en het viel me op dat ze iets moeilijk liep,' zeg ik dan.
'Oh ja, dat komt doordat er een motor op mijn been is gevallen,' legt Paige onverschillig uit.
Mijn mond valt open, en ook Everett lijkt een beetje van zijn stuk gebracht.
'Hoezo is er een motor op je been gevallen?' stoot ik uit.
'Hij viel om!' verdedigt Paige zich.
Ik zucht en haal een hand door mijn haar.
'Normaal gesproken vallen er geen motoren op iemands been? Wat heb je gedaan?' vraag ik.
Ze antwoordt niet.
'Ik zou je graag even fysiek willen onderzoeken. Daarvoor moet je mogelijk sommige kledingstukken uitdoen. Vind je dat goed? En wil je dat Nathan erbij blijft?' vraagt Everett.
'Is goed. En ik zou graag willen dat Nathan blijft, tenzij...?' antwoordt Paige, en ze kijkt me vragend aan. Ik knik ten teken dat ik graag zou willen blijven.
'Zou je je broek uit kunnen trekken? Dan kijk ik naar je been,' gebiedt Everett.
Paige knikt en stroopt de broek van haar benen. Haar hele linkerbeen is één grote beurse plek, met blauwe en paarse en gele vlekken. Mijn mond valt open van afschuw. Dat moet enorm veel pijn doen. Het kan niet anders.
Everett pakt voorzichtig haar been vast en duwt tegen een aantal plekjes aan, wat Paige overduidelijk pijn doet. Ze verschiet een beetje en maakt de eerste keer een zacht geluidje.
'Ik heb hier een kleine röntgenkamer. Ik zou zometeen graag even een foto willen maken. Natuurlijk is het duidelijk dat je been niet ernstig gebroken is of zo, maar ik wil toch even zeker kunnen weten dat er geen kleine haarscheurtjes ontstaan zijn,' legt hij uit en Paige knikt instemmend. 'Je mag je broek wel weer even aantrekken. En trek je shirt dan even uit, alsjeblieft.'
Paige doet wat hij zegt. Ik kan zien dat ze de afgelopen twee weken weer afgevallen is. Ik krijg er een krap gevoel van in mijn borstkas.
Everett luistert voor de zekerheid even naar haar hart en longen.
'Je hartslag en ademhaling lijkt goed,' zegt hij. 'Je hebt wel ondergewicht. Het is nog niet heel ernstig of zoiets, maar ik zou wel aanraden om te letten op wat je eet.'
Ze knikt stilletjes. Hij controleert nog even haar knie- en pupilreflexen, waarna hij vraagt of er nog iets is wat hij zou moeten weten. Paige antwoordt dat haar nu niets te binnen schiet en ze gaan naar het andere kamertje om de röntgenfoto te maken.
Ze komen even later terug en hij concludeert dat er geen haarscheurtjes in haar been zijn ontstaan, wat nogal wonderbaarlijk is, want het zag er echt uit als een slagveld.
'Is er nog iets anders wat ik moet weten?' vraagt hij, maar Paige zegt van niet.
Hij geeft haar nog wat pijnstillers en we lopen met z'n allen terug naar de eetzaal, want het is tijd voor het avondeten. Iedereen zit al braaf te wachten, en Charlie is er ook. Zodra hij Paige ziet, wordt hij helemaal gek. Hij rent jankend op haar af. Hij springt tegen haar op, waarbij hij zijn poten op haar pijnlijke been zet. Het lijkt haar niet te deren. Ze knielt neer en knuffelt hem uitgebreid. Hij blijft maar zachtjes piepen en probeert haar gezicht te likken. Ik zie dat ze tranen in haar ogen heeft, en ik realiseer me zelfs nog beter dan eerst dat deze situatie ook voor haar afschuwelijk is.
Er is al een bord eten voor haar klaargezet, naast die van mij, en we gaan zitten. Hoewel iedereen al weet wie ze is, stelt ze zich nog even voor. Ik zie dat ze zich niet op haar plaats voelt. Ze weet dat zij de reden is dat ze nu niet gewoon thuis met hun gezin zitten te eten. Ze ontvangen haar echter met open armen.
Aan de manier waarop ze het eten verslindt zie ik dat ze wel heel veel honger moet hebben gehad. Wanneer ik eigenlijk wel vol zit, geef ik de rest van mijn eten ook aan haar. Ze wil eerst weigeren, maar ik blijf aandringen en uiteindelijk eet ze het toch. Ze krijgt het niet helemaal op en ik neem dan zelf toch nog de laatste restjes.
Ze verbergt een gaap achter haar hand en zakt onbewust een beetje tegen me aan.
'Moe?' vraag ik, en ze knikt. 'Slecht geslapen, vannacht?'
Ze haalt haar schouders op.
'Soort van,' zegt ze, waardoor ik ineens heel zeker weet dat er meer achter zit.
'Paige?' vraag ik wanneer ik vermoed wat dit zou kunnen betekenen. 'Wanneer heb je voor het laatst geslapen?'
Ze ontwijkt het, maar ik dring aan. Uiteindelijk werpt ze toch een blik op de klok en geeft ze toe: 'Iets van twee dagen, bijna.'
Mijn mond zakt open.
'Kijk, als ik vraag "is er nog iets anders dat ik moet weten" valt een slaaptekort van twee dagen daar zeg maar wel onder,' zegt Everett, die ons blijkbaar gehoord heb.
'Ik had er gewoon geen tijd voor,' verdedigt ze zich.
'Ga onmiddellijk slapen. Het moet van de dokter,' zegt hij.
Hoewel Paige blijft beweren dat het allemaal wel meevalt, excuseren we ons en gaan we naar mijn kamer, zodat ze toch kan slapen. Meestal help ik met afruimen en afwassen, maar ik denk dat het me deze keer wel wordt vergeven.
We douchen samen, waarbij ik haar insmeer met doucheschuim. Ik was haar haren en voel haar ontspannen onder mijn aanrakingen. Ze poetst haar tanden met mijn tandenborstel en al snel gaan we slapen. Ze draagt alleen maar ondergoed en een shirt van mij, maar ze hield vol dat dat het enige was dat ze nodig had.
Ik kleed me ook om, en wanneer ik klaar ben staat ze naast het bed. Ik loop naar haar toe en kniel zachtjes voor haar neer. Ik sla mijn armen om haar heupen en geef een kus op haar buik, waarna ik mijn gezicht ertegen verberg en haar geur opsnuif.
'Wanneer dit afgelopen is, zal ik elke god die luisteren wil danken voor het feit dat ik je gewoon weer elke nacht in mijn armen kan houden,' murmel ik tegen het shirt.
Ze strijkt door mijn haar. Mijn schouders beginnen lichtjes te schokken, maar er zijn geen tranen meer. Ik buig me om vederlicht een van de blauwe plekken op haar been te kussen en kom dan overeind. Paige kijkt me droef aan.
Ik leg mijn handen op haar heupen en kus haar voorhoofd.
'Zullen we gaan slapen?' vraag ik, en ze knikt.
Ze gaat op haar rechterzij liggen, zodat haar gewonde linkerbeen nergens tegenaan drukt. Ik kom achter haar liggen en schuif mijn rechterarm onder het holletje van haar hals, zodat ik mijn linker gemakkelijk om haar middel heen kan slaan. Ze veegt haar haar zo weg dat het niet in mijn gezicht komt en ik geef een zachte kus bij haar schouder.
'Slaap lekker, lief,' murmel ik.
Ze zegt het terug, maar het valt me op dat ze niet meteen in slaap valt. Het lijkt zelfs nu alsof ze nog aan het piekeren is.
'Nathan?' vraagt ze na een tijdje, zo zacht dat ik het maar net versta.
Ik wrijf mijn neus in haar nek en maak een instemmend geluidje.
'Ja?' murmel ik.
Haar hand vindt de mijne, verstrengeld op haar buik.
'Je zou toch nog steeds van me houden als ik een aantal mensen zou hebben vermoord, toch?' vraagt ze, haar stem lichtjes trillend.
Oh.
'Ja. Ja, natuurlijk, liefste,' beloof ik, terwijl ik haar nog iets steviger vasthoud.
'En wat als het er wel iets meer zouden zijn dan een paar?' voegt ze eraan toe.
'Dan ook,' verzeker ik haar. 'Voor eeuwig en altijd.'
Ze knikt stilletjes. Ik kus haar nek, vlakbij haar haargrens.
'Ga maar slapen, liefste,' bemoedig ik haar. 'Alles is oké. Hier is alles oké.'
Ze knikt stilletjes en nestelt zich nog wat dichter tegen me aan, in mijn armen. Nu duurt het niet lang voordat ik haar ademhaling voel veranderen en weet dat ze in slaap is gevallen.
Ik wil niet in slaap vallen, doodsbang dat ze er niet meer zal zijn als ik wakker word. Ik wil haar lichaam tegen het mijne blijven voelen, wil haar ademhaling en hartslag voelen, haar geur ruiken. Het duurt echter niet heel lang voordat ik besef dat ik de strijd tegen de slaap begin te verliezen, en al gauw zak ik ook weg.

Paige is er nog, wanneer ik de volgende ochtend wakker wordt. Ze slaapt zelfs nog.
Ik blijf liggen en kijk naar haar, wetend dat ze weer weg zal moeten wanneer ze wakker wordt. Mijn vingertoppen vinden het nieuwe litteken op haar gezicht, en ik voel een krap gevoel in mijn maag ontstaan.
Het voelt alsof alles tussen mijn vingers wegglipt. Ik kan haar niet bij me houden. Ik ga haar nog een week of drie niet bij me kunnen houden. Ik kan haar niet beschermen tegen wat dan ook. En wie weet wat er in die drie weken wel niet op haar pad zal komen...
Na heel lang piekeren draait ze zich in haar slaap wat naar me om, waarna langzaam haar ogen opengaan. Ze glimlacht slaperig wanneer ze me ziet en ik buig om haar een kus op haar lippen te geven. Ze kruipt met een zucht tegen me aan.
'Blijf je voor ontbijt?' vraag ik zachtjes. Wanneer ze aarzelt voeg ik eraan toe: 'Alsjeblieft?'
Na een tijdje knikt ze.
Ik geef een kus op haar haar en sla een arm om haar heen.
'Ik hou zo veel van je,' zegt ze zachtjes, alsof ik er na dit alles nog aan zou kunnen twijfelen. 'Dat weet je, toch?'
Ik knik.
'Ik hou ook van jou,' antwoord ik een beetje schor.
We blijven nog even liggen, maar dan kleden we ons aan en gaan we naar de inmiddels verlaten ontbijtzaal. Charlie trippelt vrolijk met ons mee.
Het is al tien uur, zie ik, dus er is verder niemand meer. Er ligt nog wat ontbijt voor ons klaar, en ik overtuig Paige ervan om gewoon te pakken wat ze wil. Ze aarzelt even, want ze heeft overduidelijk het idee dat ze hier niet helemaal thuishoort, maar de honger wint het en ze eet toch vrij veel, zie ik.
Net wanneer we klaar zijn en er een steen genaamd "ze gaat nu elk moment weg" op mijn maag begint te drukken, gaat de deur ineens met een klap open. George Corrans komt binnen, met allerlei documenten in zijn armen. Hij ziet er gehaast uit.
'Gelukkig, je bent er nog,' zegt hij tegen Paige, nog voor we iets hebben kunnen vragen. 'Ik moet je spreken.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen