De weg naar het podium voelt als een dodenmars, met de geweren van vredebewakers op me gericht, recht op mijn einde af. De hele weg hou ik mijn blik op die van Luna gericht, en ons oogcontact is het enige wat ervoor zorgt dat we allebei niet in tranen uitbarsten. Met mijn ogen probeer ik haar moed in te spreken, en zij doet hetzelfde bij mij. Met stevige passen loop ik het podium op, en pas daar verbreek ik ons oogcontact, om mijn district aan te kijken. Een plein vol kinderen, en ieder van hen had op dat briefje kunnen staan, maar toch ben ik degene op het podium.

In mijn hoofd zie ik lijken, wapens, de Spelen van vorig jaar, en het lukt me niet om die gedachten weg te drukken. Ik heb hiervoor getraind, in tegenstelling tot Luna. Het hele afgelopen jaar is voor deze mogelijkheid geweest. Maar hoezeer ik mezelf ook van mijn kansen probeer te overtuigen, beelden van de Beroeps blijven zich aan me opdringen. Ik klem mijn kaken stevig op elkaar en til mijn kin een stukje de lucht in. Het spel is al begonnen, en dus mag ik niet laten zien dat ik de dood als een zwaard van Damocles boven me voel hangen. In plaats daarvan, focus ik me op de woede die in me borrelt. De kansen waren klein, maar schijnbaar heeft de wereld geen grotere kansen nodig. Als dat is hoe het is, dan heb ik ook weinig kansen nodig om het spel weer om te draaien. Misschien dat ik niet kan winnen, maar overleven kan ik wel. Dat is waarvoor ik getraind heb.

"Dames en heren, de tributen van district 11, Ada en Christian!" roept Celese, zodra ik naast Ada sta. Zelfs zij klinkt een beetje ontdaan door mijn trekking, maar ze verhult het met een brede glimlach.

Ik werp een blik over mijn schouder, naar Luna. Mijn zusje knikt naar me, alsof ze "We gaan dit overleven" wil zeggen. Ik weet dat ik op haar kan rekenen. Ik richt me weer tot de menigte, die plichtmatig klapt, en even is het alsof ik de kroon al op mijn hoofd heb staan. Ik sluit mijn ogen en breng mijn hart zoveel mogelijk tot bedaren, voor ik me door de vredebewakers naar het gerechtsgebouw laat leiden. Maar voor ik door de zware deuren naar binnen stap, draai ik me om, naar de zon, naar de warmte en het licht van thuis. De Hongerspelen zijn geen hartaanval: ik krijg een kans om te vechten, en die zal ik grijpen. Overleven of strijdend ten onder: ik zal het de wereld nooit gunnen om gewoon te gaan liggen en leeg te bloeden.

Zodra ik op de bank in mijn afscheidskamer zit, gaat de deur open, en voor ik op kan kijken, heeft Luna haar armen om me heen geslagen. Zodra ze me weer loslaat, zie ik dat haar ogen rood zijn, en dat ze uit alle macht probeert niet te huilen. "Chris," begint ze, maar haar stem trilt, en ik onderbreek haar snel, in de wetenschap dat wat ze gaat zeggen me gaat laten huilen. Hoe graag ik ook zou willen toegeven aan die bonkende emotie, ik slik het weg. Ik wil dat District 11 me herinnert met mijn opgeheven hoofd, met trots en kracht, als de jongen die ze kennen voor altijd vertrekt. Mensen zijn minder knap met rode ogen en onder de tranen en snot. Ik kan veel hebben, maar er zijn grenzen, en ik heb vandaag al wel genoeg grenzen overschreden.

"Het is oké," probeer ik haar gerust te stellen. "Ik heb getraind." Het is geen garantie om te overleven, maar het is alles wat ik nu kan bieden. Als ik mezelf wat meer bij elkaar geraapt zou hebben, had ik er misschien een grijns en een knipoog bij gekund, maar nu was zelfs dat teveel gevraagd. Het is alsof mijn cijfer - vanmorgen toch echt nog minstens een zeven, toch? - er alleen maar op achteruit gaat, en ik ben er geen fan van.

Luna haalt diep adem en knippert haar tranen weg. "Swans zijn overlevers," zegt ze dan. "Ik ga alles doen wat ik kan. We komen hier doorheen." Ze knijpt even in mijn hand. "Ik mag hier eigenlijk helemaal niet zijn, als mentor, dus ik moet weer weg voor ze doorhebben dat ik hier ben. Ik zie je in de trein." Ze haakt haar vingers nog even in de mijne en kijkt me aan, voor ze zich omdraait en de kamer uit loopt.

Met de herinnering van haar hand in de mijne, haar steun, laat ik me op de bank zakken. Alleen zijn is moeilijker. Verschillende gedachten schreeuwen in de stilte om mijn aandacht, en houden alleen maar op als ik doe wat ik heb leren doen tijdens Luna's Spelen: ogen sluiten, ademhalen, en alleen maar daaraan denken. Beelden van lijken verdwijnen naar de achtergrond, terwijl ik de koele lucht van de airconditioning in de kamer langzaam uitblaas. Gewoon blijven ademhalen, en alles komt goed.

Ik open mijn ogen pas weer als de deur weer open gaat, na wat voelt als een fractie van een seconde en een eeuwigheid tegelijkertijd. "Cathy." Ik kijk verwonderd naar mijn kleine zusje, en dan naar Nate, die de deur achter zich dicht doet en de kamer rond kijkt, voor hij naast me komt zitten.

"Ik ben haar meteen gaan halen," legt hij uit. Zijn blik schiet echter nog steeds door de kamer en zijn lip trilt. Hij is hier vorig jaar ook geweest, voor zijn broertje, en toen bleek het een definitief afscheid te zijn. Hij schudt zijn hoofd. "Ik heb het je vader verteld, maar ik weet niet of… nou ja." Hij maakt een vaag handgebaar en haalt zijn schouders op. Hij heeft geen idee of mijn vader komt, en ik om eerlijk te zijn ook niet.

"Dat geeft niet," zeg ik snel. "Heel erg bedankt." Ik trek mijn kleine zusje bij me op schoot en strijk zachtjes door haar haren. "Ik moet even weg," fluister ik tegen haar. "Ik moet met Luna mee."

Ze kijkt me even verbaasd aan, maar knikt dan. "Als je weer terugkomt, gaan we dan weer verhuizen?" vraagt ze zachtjes.

"Ik weet het niet," geef ik toe. Ik weet niet eens zeker of ik überhaupt een echte kans maak om terug te komen, maar dat zeg ik niet. Swans zijn overlevers - dat geldt voor mij, maar ook voor Cathy. Heel even sluit ik mijn ogen, en beeld ik me in hoe ze zou zijn als volwassen vrouw, voor het geval dat ik het nooit te zien krijg. Dan trek ik het kleine meisje op mijn schoot in een knuffel, terwijl ik besluit dat de gedachte alleen niet genoeg is. Ik wil de vrouw zien die mijn zusje zal worden. Ik wil haar zien opgroeien.

"Al die grappen die we gemaakt hebben." Nate ontwijkt mijn blik, en staart voor zich uit. "Alle keren dat we erom gelachen hebben. Dat zwaaien met die bamboe. En we zijn gewoon weer hier." Zijn woorden zijn een onsamenhangend gemompel, maar ik begrijp wat hij bedoelt. Het is alsof het hele afgelopen jaar niets veranderd heeft. Het is een jaar later, maar we zijn op dezelfde plek, met hetzelfde bange gevoel. Het enige verschil is dat we allebei nog iets meer gebarsten zijn dan voorheen.

"Ik kom terug," verzeker ik hem, en tegelijkertijd mezelf. Het uitspreken helpt. Diep ademhalen ook. Alles komt goed. Ik tover een voorzichtige lach op mijn gezicht. "En trouwens, het is niet zomaar gezwaai," zeg ik met een verontwaardigde blik zijn kant op. "Dat is zeer serieuze training. Ik ben een ware professional."

Maar Nate reageert niet op mijn opmerking. In plaats daarvan laat hij zijn hoofd hangen. "Jaden overleefde het nog geen uur." Zijn stem is een rauwe fluistering, en hij bijt hard op zijn lip. "Terwijl hij ook gezegd had dat hij terug zou komen." Hij huilt niet, maar balt zijn handen tot vuisten.

"Nate." Ik leg mijn hand even op de zijne en wacht tot hij me eindelijk aankijkt. Zijn ogen zijn betraand, en ik weet dat waarschijnlijk voor de mijne hetzelfde geldt. "Ik kom echt terug." Ik grijns, zodat we geen van beiden echt gaan huilen. "Ik heb vrij weinig keuze. De andere optie staat me niet aan, dus ik moet wel gewoon terugkomen. Er zit niets anders op."

"Waarom zou je niet terugkomen?" vraagt Cathy. Ze kijkt op, en slaat haar armen dan stevig om me heen. "Ik ga een tekening maken. Dan moet je terugkomen."

"Natuurlijk," antwoord ik zachtjes. "Het is niets. Ga maar snel beginnen straks." Ik kijk op naar Nate, die zichzelf overeind weet te krijgen. "Let op haar." Mijn stem is niet meer dan een fluistering, maar het is hard genoeg. "Alsjeblieft. Zorg voor haar tot Luna terugkomt."

De jongen knikt naar me, en pakt het kleine meisje bij de hand. Voor hij de kamer uitloopt, houdt hij zijn pas in, en kijkt me nog één keer recht aan. "Succes, Chris," zegt hij. Het volgende moment valt de deur dicht, en opnieuw ben ik alleen met mijn gedachten en mijn ademhaling.

Mijn moment van afscheid is voorbij. Hij komt niet. En dat is beter zo. De wereld mag dan denken dat dit me zal raken, maar het maakt alles alleen maar gemakkelijker. Mijn vader komt niet.

Adem in. Adem uit. Alles komt goed.

Reacties (4)

  • Incidium

    ik heb medelijden met nate die arme jongen
    cathys tekening is vast prachtig en heel effectief, right?

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Nate is ook een tragische puinhoop en tbh zijn leven is probably het meest tragisch van iedereen in dit verhaal
      Maar Cathys tekeningen helpen

      1 jaar geleden
  • groei

    Kleine kinderen die niet snappen wat doodgaan is + ik = instant janken

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Cathy verdiende echt een meer levende familie yikes

      Het is sad

      1 jaar geleden
    • groei

      EEN MEER LEVENDE FAMILIE I'M-

      1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Sorry

      1 jaar geleden
  • Megaeraaa

    Aw! Dit is zo mooi, maar ok zo triest(huil)

    1 jaar geleden
  • Duendes

    De Hongerspelen zijn geen hartaanval: ik krijg een kans om te vechten, en die zal ik grijpen. Overleven of strijdend ten onder: ik zal het de wereld nooit gunnen om gewoon te gaan liggen en leeg te bloeden.


    Dit maakt me zo sad en tegelijkertijd zo blij door onze aanpassingen en nu klopt het enzo, dit is Chris, GO JONGEN

    En ik geniet echt van zijn stomme opmerkingen tussendoor nog wat een heerlijk figuur zeg :')

    En awh gosh Cathy en Nate... au oef Cathy snapt zo niet wat er gebeurt en het is zo oef ehhh

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Ik weet het, dit is zoveel meer Chris

      En ja same dat maakt dit hoofdstuk ook om te schrijven een beetje dragelijk want boehoe snik snik

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen