Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze bijt op haar lip, bijna in tranen. Ze doet haar mond op en om iets te zeggen, maar wordt onderbroken door de deur, die met een luide klap geopend wordt.

Een vrouw van ongeveer Paiges leeftijd stapt naar binnen alsof ze hier thuis is, met gerechte rug en opgeheven kin. Vanuit een paar andere deuren komen meteen allerlei agenten halsoverkop binnenvallen, gewapend en gespannen. Zodra de blik van de vrouw die van Paige gevonden heeft, laat ze hem niet meer los, ook niet wanneer er als in één beweging een stuk of tien geweren op haar gericht worden. Ik wil automatisch voor Paige gaan staan, maar ze houdt me tegen.
Agraishka,’ zegt de vrouw met kille stem. Het is een begroeting, verwijt en bedreiging ineen.
Paige geeft een klein knikje met haar hoofd terug en zegt als blijk van herkenning: ‘Karyna.’
Dan kijkt ze naar George Corrans, die er ook bij is, en gebiedt: ‘Niet vuren.’
Hij is duidelijk ontevreden met het bevel, maar nadat hij er even over heeft nagedacht maakt hij een gebaar naar de andere agenten. Ze laten hun geweren zakken, maar doen ze niet weg. Het is slechts een illusie van veiligheid. Als Karyna ook maar één verkeerde beweging maakt zal ze binnen een fractie van een seconde doorzeeft worden met kogels. Ik kan aan Karyna’s houding zien dat ze dat ook maar al te goed doorheeft.
Er volgt een gesprek in het Russisch. Paige klinkt heel rustig en kalm, ook al weet ik dat ze dat niet is, en Karyna’s stem trilt bij elk woord. Er ligt iets heel verwilderd over haar heen, iets wat haar er heel labiel uit laat zien.
Na een tijdje zegt Paige uit het niets, zodat we het allemaal kunnen verstaan: ‘Karyna gaat zometeen iets uit haar zak halen en op de grond leggen. Het is een pistool. Als iemand het in hun hoofd haalt om om die reden op haar te schieten, krijgen ze met mij te maken.’
Terwijl ze het zegt, blijft ze Karyna strak aankijken, maar niemand in de zaal hoeft haar blik te zien om te weten dat iedereen zich op glad ijs bevindt. Hoewel Paige geen staatsvijand is, is ze nog altijd getraind als de dochter van Vanir Ivanovic, en dat is niet iemand die je boos wil maken.
George Corrans knikt, maar ik zie dat iedereen, inclusief hijzelf, hun grip om hun wapens iets verstevigd.
Paige geeft een knikje naar Karyna, die een pistool - een 9 mm Luger - uit haar binnenzak haalt en voor haar op de grond neerlegt. Wanneer Paige een klein, veelbetekenend rukje met haar hoofd geeft, schopt Karyna het wapen gehoorzaam een stukje bij zich vandaan.
‘Kan ze Engels spreken?’ vraagt George dan.
‘Dat kan ze,’ antwoordt Karyna, met een vleugje venijn omdat er over haar gepraat wordt alsof ze er niet bij staat. Haar stem trilt en beeft nog altijd alsof ze elk moment uit haar voegen kan barsten, maar haar Russische accent is vrij licht en ze is prima verstaanbaar.
‘Spreek Engels zodat wij het kunnen verstaan,’ zegt hij bars.
Voor het eerst kijkt Paige weg van Karyna en richt ze haar blik op George Corrans. Ze is duidelijk niet blij met deze schending van haar privacy. Wanneer ze ziet dat hij onverbiddelijk is, geeft ze eraan toe en kijkt weer terug naar de vrouw voor haar.
‘Waarom heb je hen me niet onmiddellijk dood laten knallen toen ik de kamer binnenkwam?’ vraagt Karyna. Er ligt een afschuwelijke, dierlijke blik in haar ogen. Ik krijg er kippenvel van. Sommige mensen zijn gewoon geen mens meer.
‘Waarom zou ik?’ vraagt Paige schouderophalend.
‘Je haat me,’ antwoordt ze en het klinkt alsof ze dat net zo goed weet als haar eigen naam.
‘Ik haat je niet.’
‘Ik jou wel,’ stelt ze en het trillen van haar stem heeft zich verspreidt tot heel haar lichaam. Het geeft haar een lugubere uitstraling, die versterkt wordt door de felheid in haar blik. ‘Ik haat jou wel. Ik haat je omdat jij eten had en ik niet. Ik haat je omdat jij de enige persoon in de stad was die niet bang hoefde te zijn voor je vader. Ik haat je. Al mijn hele leven. Al vanaf dat moment dat Vadìm en jij die donderdagmiddag mijn moeders winkel binnenliepen.’
Heel even zie ik Paiges schouders inzakken bij de herinnering, en ik krijg meteen de behoefte om haar in mijn armen te sluiten en te beloven dat wat er die dag ook gebeurd is niet haar schuld is. Dan verstrakt ze weer en is het moment voorbij.
‘Ik begrijp het,’ zegt ze vlak, en ik weet dat het begrip haar pijn doet.
‘Je weet waarom ik hier gekomen ben.’ Het klinkt niet als een vraag.
‘Ja, dat weet ik. Je bent hier gekomen om me te vermoorden,’ zegt Paige, alsof dat heel logisch is.
Opnieuw worden alle geweren op de jonge vrouw gericht en automatisch tast mijn blik haar af, zoekend naar mogelijke andere wapens die ze bij zich draagt. Ik kan er geen vinden, maar ik sta mezelf niet toe om gerustgesteld te zijn. Er is een hoop wat ik niet kan zien.
Karyna trekt zich niks aan van het feit dat ze onder schot staat. Waarschijnlijk is ze opgegroeid met vuurwapens op zich gericht.
‘Vat het niet persoonlijk op. Ik ben hier niet omdat ik je haat,’ zegt ze. ‘Woede is voor kinderen. Ik ben hier om de rekening te vereffenen.’
Paige knikt wrang. Ik zie een bepaald begrip in de manier waarop ze de vrouw aankijkt. Ik vermoed dat het een van de regels is die Vanir hen beiden heeft geleerd, waarschijnlijk op een manier die ze nooit zullen vergeten.
‘Kaiden. Laritsja. Dmitri,’ somt Karyna met kille stem op. Ik zie dat Paige kippenvel op haar armen krijgt. ‘Vanir Ivanovics slaven blijven maar doodgaan, de laatste tijd.’
‘Paige is niet zijn slaaf!’ roep ik, mijn stem gevuld met weerzin. Het komt eruit voor ik het doorheb.
Voor het eerst kijkt Karyna mij aan. De blik die ik in haar ogen zie is dezelfde die ik ook wel eens in die van Paige zie. Ik krijg het er ijskoud van. Het is de blik van een Ivanovic, of die connectie nu door bloed of opvoeding ontstaan is.
‘Ik wel,’ zegt ze ademloos. En dan kijkt ze weer naar Paige. Haar hele lijf is aan het beven, maar ze blijft overeind staan. Het ziet er verschrikkelijk uit. ‘Ik wel. Want dat is wat er gebeurt als je moeder haar schuld niet kan afbetalen, of niet soms, Agraishka? Geld is niet het enige betaalmiddel. Bloed voldoet ook. En diensten. Hij vermoordt je vader en neemt de kinderen in beslag, want die zijn nog vervormbaar en zacht. En hij maakt ze tot wapens. Ik ben een wapen. Mijn broertje is aan dat lot ontsnapt. Je vader heeft hem hoogstpersoonlijk door zijn hoofd geschoten toen hij erachter kwam dat hij het niet in zich had om dit leven te leiden. Ik heb hem zien sterven. Ik heb hem dood zien bloeden. Ik heb gekrijst en gehuild en gerouwd en gehaten. Maar inmiddels begin ik te denken dat mijn broertje juist degene is die geluk heeft gehad. Wat denkt jij, принцесса? Is dit een leven waard om te leven?’
Paige antwoordt niet, maar ik zie hoe ze heel zachtjes haar hoofd schudt, zo subtiel dat ik niet zeker weet of ze het zelf wel doorheeft.
‘Je vader weet dat je hier bent, dat je hem verraden hebt. Hij heeft mij gestuurd om je om het leven te brengen. Het ziet ernaar uit dat dat niet gaat lukken,’ zegt ze eerlijk. Het lijkt haar niet veel te kunnen schelen. ‘Dat is hoe je vader ermee omgaat. Wil je weten hoe het met je broers gaat?’
Ik zie dat Paige onwillekeurig een stapje in haar richting zet. Er ligt wanhopige hebberigheid in de manier waarop ze naar haar kijkt. Toch houdt ze zich in en blijft ze op haar plaats staan. Dan knikt ze lichtjes.
‘Vadìm is nog steeds een puinhoop omdat hij de vrouw van zijn beste vriend neukte en ze nu allebei dood zijn. Hij maakt alles kapot wat hem ook maar een béétje irriteert. Vanir vindt hem inmiddels te labiel om zaken te doen tot hij een beetje hersteld is, en dat maakt hem boos. En dat maakt hem dan weer gevaarlijk. Hij gedraagt zich als een kind, maar wel een kind dat wapens tot zijn beschikking heeft,’ vertelt ze. ‘Dennis is nog steeds leeg vanbinnen en waarschijnlijk is hij een sociopaat, al denk ik niet dat iemand hem dat zal durven te vertellen. Hij is meestal degenen die mogelijke informanten martelt. Hij is er goed in en geniet ervan. Hij is gestoord, maar aangezien je de eerste dertien jaar van je leven met hem hebt doorgebracht, wist je dat waarschijnlijk al. Grigory is de enige die momenteel een beetje helder nadenkt. Hij maakt zich zorgen om zijn gezin. Hij weet dat je genoeg informatie en bewijs hebt om een hele hoop schade aan te richten. Hij is altijd al de redelijkste geweest van die drie.’
‘Kaiden,’ stoot Paige met een verkrampte gretigheid uit. ‘Kaiden. Heb je Kaiden gekend?’
Het enige dat ik nog op Karyna’s gezicht kan zien, is pijn. En ik ken die pijn.
‘Hem gekend?’ ze snuift. Ze heeft tranen in haar ogen. ‘Oh, Agraishka, ik heb van hem gehouden.’
Er valt een schrijnende stilte.
Paiges hand gaat naar haar keel, zoals ze wel vaker doet als ze zich ellendig voelt. Het lijkt onbewust te gaan. Tijdens het gehele gesprek wist ze zichzelf vrij sterk te houden, maar nu breekt de pijn door in haar steenharde houding.
‘Wist hij…’ Ze slikt. Haar stem beeft nu ook. ‘Karyna, wist hij dat ik…’
Ze knikt.
‘Ja, dat wist hij.’ Ze recht haar rug. ‘En ik ga niet langer jouw vaders slaaf zijn.’
Ik zie hoe Paige in een halve seconde verandert van verward naar verschrikkelijk bang. Wanneer Karyna een tweede pistool uit haar jas haalt, begrijp ik het. Aangezien ik niet zeker weet wat ze gaat doen en niet van plan ben om erachter te komen, laat ik Paige me deze keer niet tegenhouden wanneer ik voor haar ga staan. Ik sta met mijn rug naar Karyna toe, zodat ik Paige in de gaten kan houden. Ze probeert met een verstikte kreet langs me heen te komen, maar ik aarzel niet om haar te bodyblocken en trek haar dicht tegen me aan, mijn armen om haar heen. Achter me hoor ik allemaal schoten, zo hard dat het pijn doet aan mijn oren. Aangezien ik zelf niet geraakt word, kan ik wel raden dat Karyna in ieder geval niet meer overeind staat. Het duurt maar een paar seconden. Daarna is het akelig stil.
Ik waag het erop om een schichtige blik over mijn schouder te werpen en zie Karyna op de grond liggen, met allemaal kogelgaten in haar torso. Ik kan zien dat het niet de agenten zijn die haar gedood hebben, maar dat ze zich eerst zelf dood heeft geschoten. Haar pistool ligt nog in haar bebloede hand, bovenop wat ooit haar hoofd heeft moeten voorstellen.
Paige probeert zich los te maken, maar ik wil absoluut niet dat ze dit ziet en weiger haar los te laten.
’Nathan,’ zegt ze en ik hoor dat ze gebiedend wil klinken, maar het komt er maar ademloos en benauwd uit. ‘Nathan, laat me erlangs.’
Over mijn lijk.
Ik kijk om me heen en zoek naar de dichtstbijzijnde deur. Zodra ik die gevonden heb trek ik haar snel mee en sleur haar de ruimte uit. Snel leid ik haar naar mijn kamer en doe de deur achter me op slot. Eindelijk laat ik haar los en het ziet eruit alsof ze elk moment door haar benen kan zakken. Met ogen vol tranen en paniek kijkt ze me aan.
‘Nathan, ik…’ Ze stikt in haar woorden. ‘Nathan, laat me erlangs. I-Ik moet naar haar toe. Ik moet naar haar toe.’
Ze probeert naar de deur te lopen, maar ik houd haar weer tegen. Ze begint tegen te stribbelen, maar ik ben onverbiddelijk. Ik weet dat ik dit zal winnen, want ze zou me nooit echt pijn doen en ik ga haar echt niet loslaten. Na een tijdje geeft ze op en ze laat me haar in mijn armen nemen. Ik voel de paniek in haar broeien. Ik kan haar hart te snel voelen kloppen. Haar ademhaling is oppervlakkig en onregelmatig.
‘Ze heeft zichzelf door haar hoofd geschoten,’ fluister ik dan zachtjes. ‘Lieverd, het is voorbij. Ze heeft zichzelf door haar hoofd geschoten.’
Ze kermt een zachte "nee" en begint dan te snikken. Ik heb haar nooit over Karyna horen praten, en het klinkt alsof ze een nogal ingewikkelde relatie hebben, maar haar pijn en paniek voelt beangstigend oprecht. Er straalt een soort schuldgevoel van haar af, en ik zou willen dat ik die weg kon nemen, want ik weet nu al dat het nergens op slaat.
Ik wrijf over haar rug en probeer haar te troosten. Er komt een bijna dierlijk gekerm over haar lippen. Ik wil met een schepnetje al het verdriet uit haar filteren, maar ik ben volledig machteloos.
‘Ik vind het zo erg, liefje,’ zeg ik zachtjes.
Ze snikt weer, met schouders die zo hevig schokken dat het bijna zeker pijn moet doen.
‘Ik wil dit allemaal niet,’ kermt ze met gebroken stem. ‘Ik wil niet dat hij allemaal mensen blijft sturen die dan dood moeten. Ik wil dat mensen ophouden met doodgaan.’
‘Ik weet het, lief,’ zeg ik zachtjes.
Ik vraag me af wat ze allemaal gezien heeft, de afgelopen weken. Ik vraag me af of ik het wel zou aankunnen om het te weten, maar ik wil het weldegelijk weten. Ik wil een deel van haar last op mijn schouders laten rusten, een deel van haar pijn overnemen.
Ze heeft ongetwijfeld afschuwelijke dingen meegemaakt, de afgelopen tijd. En ik kan er niet voor zorgen dat die afschuwelijke dingen weggaan. Ik kan er niet eens voor zorgen dat ze die afschuwelijke dingen niet in haar eentje mee hoeft te maken. Ik kan alleen hopen dat ik ooit, als dit allemaal voorbij is, het wat makkelijker voor haar kan maken om die afschuwelijke dingen bij zich te dragen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen