Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ze heeft ongetwijfeld afschuwelijke dingen meegemaakt, de afgelopen tijd. En ik kan er niet voor zorgen dat die afschuwelijke dingen weggaan. Ik kan er niet eens voor zorgen dat ze die afschuwelijke dingen niet in haar eentje mee hoeft te maken. Ik kan alleen hopen dat ik ooit, als dit allemaal voorbij is, het wat makkelijker voor haar kan maken om die afschuwelijke dingen bij zich te dragen.

Beetje bij beetje kalmeert ze weer wat. Ik geef een kus op haar voorhoofd en laat haar op bed zitten.
'Wil je me vertellen wie Karyna is?' vraag ik.
Ze aarzelt even, maar knikt dan stilletjes. Ik blijf troostend over haar rug wrijven. Het lukt haar niet om me aan te kijken.
'I-Ik... Haar ouders hadden schulden aan mijn vader die ze niet terug konden betalen,' begint ze met dichtgeknepen keel. 'En... En dat... dat is nogal gevaarlijk. Mijn vader doet... verschrikkelijke dingen met mensen die hem geld verschuldigd zijn.'
Ze doet haar ogen even dicht, niet in staat om verder te praten. Ik geef een kus op haar slaap en wacht geduldig tot ze weer verder kan praten. Wanneer haar ogen weer opengaan, staan die vol tranen.
'Op één dag... het was een donderdag, weet ik nog... kreeg Vadìm van vader de opdracht om naar het huis van Karyna's familie te gaan en een laatste waarschuwing te geven. Ik was tien, ongeveer, en ik moest mee, om te "oefenen". Haar familie was de bakker van het dorp, dus Vadìm en ik gingen naar de bakkerij. Ik wilde niet mee, maar... Ik... Ik ging mee. We liepen de bakkerij binnen. Vadìm had een honkbalknuppel. De hele familie was er. Karyna was even oud als ik, en haar kleine broertje drie jaar jonger, ongeveer. Terwijl hun ouders ons aan het smeken waren om niets te doen, zaten zij in een hoekje achter de toonbank opgekruld. Ik weet nog dat we heel even oogcontact maakten. Ik heb nog nooit zoveel haat gezien. Ondertussen was Vadìm bezig om met zijn honkbalknuppel alles kapot te slaan. De vitrines, de kassa, de ramen... Het was zo luid, allemaal. Ik stond er maar stilletjes bij. Uiteindelijk gaven ze ons al het geld dat ze nog hadden en gingen we weer terug.' Ze bijt even op haar lip. 'Het was niet genoeg. Vader heeft de volgende dag iemand anders laten sturen om de vader te vermoorden en de kinderen te ontvoeren. De moeder bleef alleen achter. Dat deed hij wel vaker bij mensen die hem geld verschuldigd waren. Hij rekruteert dan de kinderen en aan de ene overgebleven ouders blijft hij nog geld vragen. Hij zegt dat de behandeling die hun kinderen krijgen afhangt van hoeveel geld ze aan hem geven, zodat hij zeker weet dat hij elke cent krijgt. In werkelijkheid is dat niet echt zo. Hij behandelt alle kinderen gewoon afschuwelijk. Ik heb Karyna sindsdien nog maar een paar keer gezien. Ze werd op een andere plek getraind dan ik. Het is logisch dat ze me haatte.'
Ik sta even met mijn mond vol tanden. Toen ik negen was ging ik picknicken en zo.
Ik trek haar wat dichter naar me toe en omhels haar, zachtjes haar wang kussend.
'Ik vind het echt heel erg voor je, liefje,' zeg ik zachtjes.
Ze schudt haar hoofd en haalt moedeloos haar schouders op.
'Ik leef in ieder geval nog,' zegt ze. Het doet pijn om te realiseren dat dat inderdaad een prestatie is, in dit leven.
Niet wetend hoe ik haar moet vertellen dat ze toch een beetje sympathie verdient, houd ik haar maar gewoon stevig vast.
'Ik zou willen dat je een betere jeugd had gedaan,' murmel ik zachtjes.
Ik weet zeker dat ze weer zou willen huilen, als ze dat zou kunnen. De tranen hebben echter ruimte gemaakt voor een afschuwelijke, lege verdoving.
Na minuten van stilte wordt er op de deur geklopt.
‘Binnen,’ zeg ik, nadat ik Paige een vragende blik toe heb geworpen.
De deur gaat open. Charlie rent naar binnen, gevolgd door George Corrans. De hond springt meteen op bed en klimt op Paiges schoot. Hij duwt zich dicht tegen haar aan en ze aait hem.
George blijft een beetje ongemakkelijk in de deuropening staan, alsof hij niet zo goed weet wat hij moet zeggen. Waarschijnlijk kwam hij vooral even om Charlie te brengen en te kijken of ze oké is.
Paige kijkt naar hem op, een harde blik in haar ogen. Ze zit nog steeds, maar het lijkt alsof ze boven de hele wereld uittorent.
‘Als de rechtszaak op niets uitloopt,’ zegt ze dan, ‘vermoord ik mijn vader eigenhandig.’
Hij knikt stilletjes.
'Weet jij hoe zij binnen is gekomen?' vraagt hij dan.
Ik had daar nog niet eens aan gedacht. Hoe kan Karyna zomaar een zwaarbeveiligde faciliteit ingedrongen zijn?
'Een van de agenten is een mol. Waarschijnlijk wordt zijn of haar familie bedreigd. Ze hebben geen keus. Er is niets wat je eraan kunt doen, denk ik,' antwoordt Paige, alsof ze allang tot die conclusie was gekomen. 'Gebrekkige beveiliging is beter dan geen beveiliging. Maar ik wil wel dat Nathan nu zelf ook een wapen krijgt, gewoon voor het geval dat. Een pistool, graag.'
Hij knikt weer, duidelijk diep in gedachten. Zijn hand ligt nog steeds op de deurklink.
'Oké, ik zal het regelen,' zegt hij. 'Is er nog iets wat ik voor jullie kan doen?'
Ik schud mijn hoofd. Paige doet hetzelfde. Hij vertrekt weer.
Paige laat zich onderuitzakken op het bed en trekt Charlie tegen zich aan. De hond likt haar kin en duwt daarna zijn neus in haar hals, zachtjes piepend. Een van de ergste dingen van de afgelopen paar weken vind ik nog dat het vrij slecht met Charlie gaat. Hij mist Paige, en hij merkt dat ik de hele tijd gestrest ben. Er wordt heel goed voor hem gezorgd, zowel door mij als door alle agenten, maar hij begrijpt dat er iets aan de hand is, en dat maakt hem nerveus. Hij lijkt echter weer wat rustiger te worden nu Paige hem weer kan knuffelen en ook ik laat mijn vingers een paar keer door zijn vacht glijden.
Wanneer hij klaar is met knuffelen, springt hij van het bed af, schudt hij zich even uit, en begint weer aan de deur te krabben. Hij loopt eigenlijk altijd vrij rond door het gebouw. Iedereen laat hem altijd naar binnen en weer naar buiten wanneer hij met zijn poot tegen de deur gaat. Blijkbaar wil hij nu ook weer even op onderzoek uit. Ik sta op en doe de deur voor hem open, waarna ik me weer naast Paige bovenop de dekens ga liggen. Ik laat mijn armen om haar heen glijden en trek haar dicht tegen me aan. Ze verbergt haar gezicht in mijn hals en zucht.
'Corrans is niet bereid om te pleiten voor een verlaagde straf voor Grigory,' zegt ze dan, alsof ze het eigenlijk al veel eerder had willen zeggen.
Ik maak een vragend geluidje.
'Je weet... Je weet hoe Grigory is. Je hebt hem ontmoet. Hij is net zo erg een slachtoffer als Kaiden en Karyna en ik. Dat weet jij ook. Hij... Hij moet wel. Hij moet zijn gezin beschermen. Hij doet alles wat mijn vader hem vertelt, gewoon zodat zijn kinderen schone handen kunnen houden. Ik weet zeker dat hij afschuwelijke dingen heeft gedaan, maar... maar het was niet vrijwillig. Snap je wat ik bedoel?' legt ze uit.
Ik knik.
'Corrans wil de doodstraf voor mijn hele familie,' zegt ze dan, waarna ze op de binnenkant van mijn wang bijt. 'Ik... Ik zou gewoon willen dat Grigory niet... Je weet wel...'
Ik knik stilletjes en geef een kus op haar hoofd.
Ze maakt zich van me los en bijt op haar lip. Ik merk al dat ze iets wil gaan zeggen, maar dat ze eerst haar gedachten even probeert te organiseren. Ik wacht geduldig af.
Uiteindelijk begint ze toch te vertellen.
‘Ik heb een keer eerder geprobeerd te ontsnappen van mijn vader. Toen ik elf was. Samen met Kaiden. Het was zomer, en ik was van plan om samen met hem weg te vluchten en door de wildernis te trekken tot we bij een ander dorpje kwamen. Het was… Het was dom. Het zou nooit hebben gewerkt. De bossen in Rusland zijn gevaarlijk, en ik wist hoe ik moest overleven, maar het zou nooit hebben gewerkt,’ vertelt ze. Ze valt even stil, en nu zie ik dat ze bang wordt. Haar stem begint een beetje te trillen, en het ontgaat me niet dat er tranen in haar ogen parelen. ‘Na het ontbijt had ik Kaiden zich al laten verstoppen in het bos, in een grot een kilometer of twee van ons huis. Ik zou een paar uur later komen. Maar… Maar Dennis had Kaiden en mij er blijkbaar al over horen praten. En hij had het aan onze vader verteld. En… En die had Vadìm de opdracht gegeven om me terug te halen. Dus, toen ik net vijf minuten onderweg was, hoorde ik opeens dat iemand achter me aan kwam rennen. En ik keek achterom en ik zag dat hij het was en ik… ik begon ook te rennen, maar…’ Ze bijt even op haar knokkel, maar dat weerhoudt de tranen er niet van om over haar wangen te rollen. Ik wrijf zachtjes over haar rug, met een krap gevoel in mijn borstkas, en ze praat verder. ‘Hij was toen al eenentwintig, en veel sneller en sterker dan ik was. H-Hij haalde me in. En hij greep me bij mijn haren vast en ik viel op de grond, met mijn rug op een of andere scherpe steen die mijn huid openhaalde. Hij gaf me een trap in mijn ribben en ging toen bovenop me zitten. Ik… Hij was al ruim negentig kilo, en hij plette me bijna onder zijn gewicht. Ik… Nathan, ik was nog zo klein. En zo breekbaar. Hij bleef maar tegen me schreeuwen. Ik weet nog dat ik heel hard huilde. Harder dan ik in tijden had gedaan. Echt met gesnik en gierende uithalen. Hij schreeuwde dat ik te stom voor woorden was en spuugde me in mijn gezicht, en ik hield maar niet op met huilen. Hij was… Hij was echt heel boos. Hij pakte zijn pistool en duwde die in mijn mond, tegen mijn gehemelte. Hij drukte zo hard dat mijn mond begon te bloeden, en ik weet nog dat ik die metaalsmaak kon proeven. Hij sloeg me in mijn gezicht, tegen mijn wang. En toen ging hij weer staan en sleurde hij me aan mijn haren omhoog. Net op dat moment kwam Grigory naar ons toe lopen. Hij had Kaiden gevonden, en hij trok hem aan zijn arm mee. Zodra hij zag hoe erg Vadìm me had toegetakeld, zei hij dat hij mij wel mee zou nemen en dat Vadìm maar beter met Kaiden naar huis zou kunnen gaan.’
Ze trekt het nu echt niet meer en barst in tranen uit. Ik neem haar meteen in mijn armen en trek haar troostend tegen me aan. Snikkend verbergt ze haar gezicht tegen mijn schouder, en ik streel zachtjes over haar haar.
Een paar minuten lang zitten we zo, en ik doe op een gegeven moment mijn ogen dicht, maar dan zie ik voor me hoe een elfjarige, tengere Paige huilend en kronkelend onder een schreeuwende Vadìm ligt, en ik doe ze meteen weer open.
Na een tijdje praat ze verder, met een hele kleine, schorre stem: ‘Ik kon niet zelf naar huis lopen, want tijdens mijn val had ik mijn enkel verstuikt. En zelfs als dat niet zo was, denk ik niet dat ik zelfstandig had kunnen staan. Dus, nadat hij gecontroleerd had of ik niet dodelijk gewond was of zo, tilde Grigory me op en droeg hij me richting huis. Ik was al bijna buiten bewustzijn, maar ik bleef maar huilen, en ik klampte me aan hem vast alsof hij alles goed kon maken. Vadìm en Kaiden waren al ietsje eerder vertrokken, en ik kon ze in de verte nog zien. Ik was half bewusteloos, maar zelfs toen kon ik nog voelen dat Grigory heel boos was. Eerst dat ik dat hij boos was op mij, omdat ik had geprobeerd te vluchten, maar toen zei hij: “Hij had je niet mogen slaan.” Ik herinner me nog dat zijn stem rauw klonk van de woede, terwijl hij meestal juist zo beheerst bleef. Daarna raakte ik buiten bewustzijn. Toen ik wakker werd, lag ik in bed. Mijn enkel was ingetapet en ik had verband rond mijn middel, voor mijn gekneusde ribben. De enige andere persoon in de slaapkamer was Kaiden, en hij had ook een blauw oog. Even later kwam ik erachter dat Vadìm dat had gedaan. Blijkbaar was vader er ook niet al te blij mee wat Vadìm had gedaan, want de eerstvolgende keer dat ik hem weer zag, was hij ook flink toegetakeld. Maar ik… ik weet nog dat ik Kaiden daar zag, met dat blauwe oog. En ik… ik had hem alleen maar willen redden. Hij was nog maar negen, en ik wilde niet dat papa hem hem zou doen wat hij ook met zijn andere kinderen gedaan had. Ik trok hem tegen me aan en begon te huilen. Het deed ontzettend veel pijn aan mijn ribben, maar ik kon het niet helpen. Ik heb geen idee hoe lang ik daar gelegen heb, met hem als een teddybeer tegen me aan geklemd. Ik bleef maar snikken dat het me speet, dat het me zoveel speet. En… En het… Ik… Ik had hem alleen maar geprobeerd te redden.’
Ik weet niet of ze nog meer wilde vertellen, maar ze begint weer te huilen en ik doe weer een poging om haar te troosten.
'Sorry,' zegt ze zachtjes. 'Ik ben gewoon even heel emotioneel.'
'Geen sorry zeggen,' prevel ik. 'Als er iemand op aarde is die geen sorry zou hoeven zeggen omdat ze emotioneel is, ben jij het wel.'
Ze knikt stilletjes en kruipt weg in mijn omhelzing.
Een paar weken geleden, toen dit allemaal begon, was ik degene die er helemaal kapot van was en was Paige de sterke. Nu zij heel begrijpelijk even instort, ben ik even degene die sterk moet zijn. Ik ben al weken geobsedeerd met het idee dat ik haar niet kan beschermen, dat ik haar niet kan redden als ze in gevaar is. Waar ik echter niet over na heb gedacht, is dat ze dat misschien helemaal niet nodig heeft. Ik kan haar niet beschermen, maar ik kan haar wel troosten op momenten als deze. Ik kan haar niet redden, maar ik kan wel van haar houden. En misschien is dat precies wat ze nu nodig heeft.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen