Het was iets te lang stil, en dat bracht me van mijn stuk. Niemand wist wat ze moesten zeggen, en ik al helemaal niet. Mijn hart dat eerst stil had gestaan begon nu luid te kloppen, en ik voelde me plotseling alsof ik koorts had. Ik staarde intensief naar mijn rietje, om maar niet naar Ians vrienden te hoeven kijken. Ik was bang voor wat ik zou zien.
‘Sorry,’ zei Ian toen ‘dat had ik niet zomaar moeten zeggen. Ik ben een idioot.’
‘Ja’, zei ik zachtjes, luid genoeg om hoorbaar te zijn, zacht genoeg om niet al te boos te klinken.
‘Maakt mij niet uit,’ zei de donkere jongen met de roze trui, Nate, toen gauw ‘dat je transgender bent, bedoel ik, niet dat Ian het zomaar gezegd heeft. Ian praat wel vaker per ongeluk zijn mond voorbij.’
Mijn blik gleed even naar Ian, die beschaamd naar zijn schoot staarde.
‘Ik had het niet kunnen raden’, zei de jongen die zo op Ian leek wiens naam ik vergeten was. Typische opmerking: “Je ziet er niet transgender uit”. Ja, dat is de bedoeling ook. Ik wist dat mensen het goed bedoelden, dus wond ik me er altijd maar niet te erg over op, maar toch werd het na een tijdje een beetje irritant.
‘Ehm, dank je’, mompelde ik. Ik begon met de papieren verpakking van het rietje te friemelen.
Ik kreeg een paar vriendelijke blikken van de jongens, behalve de ruige jongen Seb die vanaf het begin onverschillig naar zijn telefoon had zitten staren en voor hoever ik wist geen een keer had opgekeken, voordat “Opa George” in zijn handen klapte en op stond. ‘Nou, zullen we maar gaan? Iedereen is klaar met eten, toch?’
Ik was hem dankbaar dat hij het gespreksonderwerp veranderde, en stemde gauw in. Toen ik mijn jack dichtritste merkte ik pas dat mijn handen nog steeds een beetje aan het trillen waren, ondanks dat de situatie een stuk minder dramatisch was verlopen dan ik had gevreesd.

Dankzij Ians wagenziekte liepen we naar huis, in de plaats van de bus te nemen.
‘Nou, gelukkig reageerden ze positief’, zuchtte Ian toen de anderen uit het zicht waren.
‘Jawel…’ zei ik aarzelend, twijfelend of ik hem nou niet of wel een standje moest geven.
‘Dus ben je misschien wel een beetje blij dat ik het per ongeluk gezegd heb?’
‘Nee’, zei ik meteen geprikkeld, maar ook gedecideerd. ‘dat ben ik niet. Ik weet dat je het niet expres hebt gedaan, dus ben ik niet boos op je, maar ik ben er niet blij mee. Ik bepaal zelf wie ik wil dat het weet, en ik vind het erg naar als ik opeens geen controle heb over wie er zo iets persoonlijks over mij weet. Het maakt niet uit of ze positief reageren of niet, het gaat er om dat dat niet zomaar iedereen aangaat.’
‘Sorry’, zei Ian snel. ‘Maar ik dacht dat iedereen uit jou klas het ook gewoon meteen op de eerste dag wist?’
‘Niet omdat ik dat wilde. Er was een… ongelukje gebeurd. Als het aan mij lag wist niemand uit mijn klas het.’
‘En ik?’
‘Wat?’
‘Als je zelf de keuze had gehad, had je het dan aan mij verteld?’
‘Misschien,’ gaf ik toe ‘als je niet zo’n flapuit was.’ Ik grijnsde naar hem, en hij gaf me een zachte duw.

Die volgende week werd het definitief dat Lucas van school was veranderd. Ik had geen tijd om opgelucht te kunnen zijn, want zodra het aangekondigd was door de leraar, voelde ik twintig paar ogen in mijn achterhoofd branden. Blijkbaar wist zowel iedereen over het feit dat ik er op de een of andere manier mee te maken had gehad, al leek niemand Amy het iets kwalijk te nemen ondanks dat zij degene was geweest die alles door had verteld. Het meisje die achter me zat gaf me een por in mijn rug met haar potlood en siste kwaad: ‘Ben je nou blij?’

Mijn klasgenoten lieten het verlies van Lucas niet zomaar gaan. Terwijl ik zoals gewoonlijk buiten mijn lunch zat te eten, trok er opeens iemand hard aan mijn vlecht.
‘Mooi gedaan hoor, mietje’, zei iemand ‘knap hoe je Lucas zo weg hebt kunnen jagen. Moeten wij nu ook bang zijn dat je iedereen die het niet eens is met je leefstijl van school gaat trappen?’
Ik propte mijn lunch terug in mijn rugzak en maakte aanstalten om weg te lopen. Toen ik opkeek zag ik pas dat zowat de hele klas er bij was. Ik struikelde geschrokken achteruit bij het zien van al die boze gezichten die me omcirkelden.
Een jongen kwam heel dichtbij, en ik zette angstig wat stappen naar achteren totdat ik met mijn rug tegen de muur stond. Hij greep me ruw bij de kraag en gaf me een klap vol in mijn gezicht.
‘Die is namens Lucas’, gromde hij. Met de achterkant van zijn hand sloeg hij me opnieuw in het gezicht. ‘En die is namens mij, vies manwijf.’
Ik probeerde mezelf los te rukken, maar de jongen was sterk en op z’n minst een halve kop groter dan ik.
‘Laat me alsjeblieft los’, piepte ik angstig, en voor het eerst kon ik de snik in mijn stem niet verbergen. Hiervoor waren het altijd kinderachtige opmerkingen geweest, mensen die ik gewoon kon afschudden als erg bekrompen en gemeen, maar het beangstigde me nu er opeens een hele groep mensen om me heen stond, allemaal razend kwaad op me voor iets wat ze me blijkbaar erg kwalijk namen.
‘Alles was prima voordat jij het kwam verpesten! We zijn je spelletje spuugzat, Jonathan. Je kunt niet zomaar een rokje aantrekken en je lulletje er af knippen en jezelf een wijf noemen! En nu er voor zorgen dat Lucas van school moest omdat hij het er toevallig niet mee eens was? Je bent ziek.’
‘Het is mijn schuld niet!’ ik probeerde zelfverzekerd te klinken, maar de snik in mijn stem was nu duidelijk. Ik begon me bijna werkelijk schuldig te voelen dat al deze mensen hun vriend kwijt waren.
Het leek uit het niets te komen hoe er plotseling een koude plens spul op me gegooid werd. Het was waarschijnlijk iemands melk, en het droop over mijn rokje.
‘Ieuw, Jonathan is klaargekomen!’ gierde iemand, en iedereen begon te schateren. ‘Getver Kevin, laat die homo los, anders krijg je nog aids!’

‘Wat is hier aan de hand?’
Terwijl sommige mensen nog aan het lachen waren, wrong onze gymleraar zich door het groepje leerlingen heen. ‘Wegwezen allemaal, anders wordt het nablijven!’ zei hij streng. Sommige leerlingen leken te willen protesteren, maar de anderen die geen zin hadden in nablijven sleurden ze al mee. Iemand riep nog iets lelijks na voordat ze in het gebouw verdwenen.
Zonder mij aan te kijken maakte de leraar aanstalten om weer te vertrekken.
‘Wacht eens even,’ zei iemand waarvan ik eerst niet had gezien dat hij er was. Het was Ian. ‘Ga je ze hier niet überhaupt voor straffen?’
De leraar keek even onverschillig naar mij en haalde toen zijn schouders op en liep weg. ‘Hij mankeert niks.’
Zij!’ riep Ian hem achterna.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here