Mijn excuses dat je zo'n acht maanden hebt moeten wachten op een nieuw hoofdstuk, maar bij deze is er dan toch hoofdstuk 15. Geniet ervan!
Hoofdstuk 16, for once, is coming soon!

5:13 PM 28 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Na binnen record tijd terug te hebben gereden naar D.C., rijdt ik de oprit op. De reis van New York naar D.C. heeft me de tijd gegeven om na te denken over wat Steve mij vertelt heeft. Desondanks weet ik nog steeds niet hoe ik dit met Clint moet delen. Met mijn hand op de deurklink en de sleutel in het slot blijf ik voor de deur staan. Ik adem diep in en draai de sleutel in en loop het huis binnen. Er komt zacht gedreun uit een van de kamers en het geklingel van pannen klinkt in de keuken. Stilletjes leg ik mijn rugzak in de hal neer en loop naar de keuken. In de keuken is Coulson druk bezig met het bereiden van eten. Op de tafel ligt Crowley, in slangenvorm, rustig toe te kijken hoe Coulson bezig is.
Zonder een geluid te maken ga ik bij Crowley op de tafel te zitten. Deze kraakt eventjes wanneer het extra gewicht erbij komt, maar Coulson reageert er niet op. In stilte kijken Crowley en ik toe, wachtend tot het eten klaar is.

Na ongeveer tien minuten zet Coulson een ovenschotel in de oven en draait zich om. Er klinkt een hoge gil en Coulson grijpt naar zijn hart.
‘Celeste! What the! Ooooh!’ Hij neemt een diepe zucht. ‘Hoe lang zit je daar al?’
‘Zo’n tien minuten. Je was zo vredig aan het werk, ik wilde je niet storen.’ Hij schudt zijn hoofd en schuift een stoel onder de tafel vandaan om op te zitten.
‘Hoe is het gegaan? Kwam hij met iets nuttigs voor je? Hoe is het met hem?’
‘Wow rustig aan man. Een vraag te gelijk.’ Lachend geef ik hem een duw tegen zijn schouder. ‘Het gaat goed met Steve. Hij begint eindelijk een beetje in deze tijd te passen. Hij heeft nog genoeg moeite met de elektronica, maar het gaat beter.’
Coulson glimlacht terwijl zijn ogen nog net de vorm van hartjes hebben gekregen. Na alle jaren en het feit dat Steve een relatie met Bucky heeft, heeft Coulson nog steeds een crush op Steve. Iets wat vaker uitgebuit moet worden nu ik er zo over na denk.
‘Het gesprek ging goed voor zover een gesprek goed kan gaan.’ Coulson knikt instemmend. ‘Hij kwam met belangrijke informatie. Informatie over dingen die jij waarschijnlijk toch al wist. Aangezien je de directeur van S.H.I.E.L.D. bent. Jij bent waarschijnlijk degene geweest die om het onderzoek gevraagd heeft.’ Coulson zijn blik is puur verwarring. Hij haalt een wenkbrauw omhoog. Zonder de vraag te stellen stelt hij de vraag.
‘Hij gaf me informatie over Clint. Over Clint en zijn familie.’ Crowley kruipt mijn schoot in en krult zich daar op. ‘Clint is.’ Ik adem een keer diep in. ‘Clint is mijn broer. Halfbroer om precies te zijn.’ Van mijn schoot klinkt een hoge piep. Crowley heeft zijn bek open en kijkt mij geshockeerd aan. Coulson daarentegen kijkt mij aan met een blik van medeleven. Nee medeleven is niet het juiste woord.
‘Je wist het. Je wist dit al de hele tijd.’ Het is geen vraag, ik constateer het. Hij reageert niet, maar werpt zijn blik naar beneden. Hij laat zijn schouders hangen en dat is alles wat hij hoeft te doen om mijn vraag te beantwoorden.
‘Ik had het kunnen weten. Hoe lang? Hoe lang wist je dit al?’ Weer krijg ik geen reactie van hem. ‘Waarom Phil, waarom heb je dit nooit verteld aan me?’
‘Het was noodzakelijk. Ik had geen andere keuze.’ Mompelt hij zachtjes, bijna onverstaanbaar. Zijn blik blijft naar de grond geworpen.
‘Pffft.’ Ik spring van de tafel op de grond. Met een zachte dreun valt Crowley ook op de grond. Ik verontschuldig mij naar de slang en pak hem op en loop kwaad de keuken uit.
‘Het spijt me Celeste maar ik had echt geen andere keuze.’ Roept Coulson mij nog na.
‘Laat maar zitten Coulson. Ik hoef je zielige excuses niet te horen.’ En met dat gezegd te hebben gooi ik de deur met een mep dicht.
Ik loop naar mijn “slaapkamer” en plof met Crowley op de bank neer. Mijn gehoorapparaat doe ik af en leg ik op de bijzettafel. Crowley besluit in mijn nek te kruipen en niet veel later is hij is slaap gevallen. Zelf volg ik niet veel later.


6:02 PM 28 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Ik word wakker van een lichtbron, die gecreëerd wordt door het openen van de deur. Voorzichtig, in de hoop Crowley niet wakker te maken, draai ik mij richting de deur en zie nog net hoe Coulson wegloopt uit de kamer. Op de grond staat een dienblad met het avondeten en wat te drinken. Rustig ga ik overeind zitten en pak Crowley van mijn schouder. Zachtjes leg ik hem neer op het deken. Crowley begint te bewegen en eventjes lijkt het alsof hij wakker gaat worden, maar hij krult zich alleen maar verder op. Een zacht gesis klinkt maar er gebeurt verder niks. Op de bank ligt nu een klein opgekruld hoopje slang. Opgekruld om zoveel mogelijk van de warmte te behouden nu de permanente warmtebron weg is. Met benen die nog niet helemaal communiceren met mijn hersenen loop ik om het dienblad te pakken. Wanneer ik door mijn knieën buig klinkt er een knak.

‘Hoor je dat Crowley, ik begin crispy te worden.’ Er klinkt gehist van de bank en ik begin te glimlachen. Zachtjes ga ik weer naast Crowley op de bank zitten, dienblad op schoot. Crowley gaat meteen weer tegen me aanliggen. Het avondeten bestaat uit soep, brood en een oversized pannenkoek. Ik pak de kom soep op en blaas erin. No way dat ik nog een keer mijn gehemelte verbrandt aan soep. Voorzichtig neem ik een slok van de soep, geen idee of Coulson zijn kook skills goed genoeg zijn. Maar ik wordt niet teleurgesteld, in tegenstelling de soep is heerlijk. Met een opgeluchte zucht neem ik nog een slok. Wanneer ik de kom terug zet op het dienblad, om een hap van het brood te kunnen nemen, kruipt Crowley dichter tegen mij aan. Zo dicht zelfs dat hij met zijn kop bij de soep kom kan. Nog voor ik iets kan zeggen zie ik hoe vluchtig zijn gevorkte tong in de soep steekt. Glimlachend schudt ik mijn hoofd.
‘Gekke slang.’ Fluister ik zachtjes. Crowley kijkt op van de kom, mij een vuil blik werpend.


10:44 PM 28 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Voorzichtig pak ik Crowley op, die nu weer opgekruld op de bank ligt te slapen, en breng hem naar een van de stoelen. Vervolgens loop ik terug naar de bank en strek mij daar lang op uit. Ik draai mij een paar keer om totdat ik het idee heb dat ik goed lig.
Eventjes zat ik deze avond te twijfelen of ik al met Clint zou gaan praten, maar ik merkte snel genoeg dat ik daar nog niet klaar voor was.
Er klinkt wat gestommel in de gang en er gaan wat deuren open. En dan is het weer stil. Buiten begint het zachtjes te regenen. Niet veel later klinkt er het gerommel van onweer. Met dat geluid val ik in slaap, denken aan alles wat er vandaag is gebeurt.


7:17 AM 28 October, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Ik word wakker met iets zachts in mijn armen. Verbaasd kijk ik naar beneden en zie, tot mijn verbazing, de teddybeer daar. De wetenschappelijke onverklaarbare teddybeer. De laatste keer dat ik het zag was op de boerderij toen Sherlock er was, denk ik. Zeker weet ik het niet.
‘Wat doe jij plotseling hier?’ Ondanks dat ik weet dat het niet zal antwoorden stel ik toch de vraag. ‘De laatste keer dat ik je zag was met Clint en Sherlock. En toen heb ik je weg geflikkerd. Ik had kunnen weten dat ik niet van je af zou kunnen komen.’
Zoals verwacht gebeurt er niks. Geen beweging, lichtflits of glitterwolk. De kamer blijft volledig stil. Lichtelijk teleurgesteld kijk ik naar de beer.
‘Dit was een geschikt moment om je identiteit te onthullen, you know.’ Met een diepe zucht ga ik rechtop zitten. Met de beer in mijn handen rek ik mijn armen uit. Er klinkt weer gekraak ergens uit mijn armen, maar ik ben te moe om er verder over na te denken. Ik draai mij om op de bank en zet mijn voeten op de grond neer, om ze vloekend meteen weer omhoog te trekken.
‘Volgende keer nemen we een huis met vloerverwarming.’ Mopper ik zachtjes terwijl ik op zoek ga naar de sokken, die ergens in de bank moeten zitten. Eenmaal de sokken gevonden zet ik opnieuw mijn voeten neer op de grond. Ditmaal voel ik nauwelijks iets van de koude vloer. In een soepele beweging doe ik mijn gehoorapparaat in en strompel ik naar de keuken voor een glaswater. Tot mijn opluchting is de keuken leeg en kan ik in alle rust wat drinken. Met glas in handen leun ik tegen het aanrecht aan terwijl ik in de tussentijd kijk op mijn mobiel of ik nog berichten heb gehad. Maar het scherm van mijn mobiel is, afgezien van mijn lockscreen-achtergrond leeg. Ik neem nog een slok van mijn glas, maar tot mijn verbazing is mijn glas al leeg. Zuchtend vul ik het glas weer op en loop met het glas terug naar de kamer. Er klinkt gemompel uit Coulson zijn kamer. Eventjes twijfel ik of ik naar binnen zal gaan, maar wanneer ik hem hoor vloeken besluit ik door te lopen naar “mijn” kamer.

In de kamer is het eerste wat ik zie Clint die plaats heeft genomen op mijn ‘bed’. Daar gaat mijn plan voor verder slapen denk ik.
‘Een beetje slaap kan je wel missen.’ Antwoord Clint en ik realiseer me dat ik dat hardop zei. Ik kijk hem aan en als antwoord draai ik met mijn ogen. Hij glimlacht en voor het eerst in een lange tijd lijkt de glimlach zijn ogen te bereiken. Nog niet zo sterk als dat het vroeger deed, maar meer dan dat het de afgelopen maand heeft gedaan. Ik glimlach terug terwijl ik naast hem op de bank neerplof.
Ik vraag hem of hij een beetje heeft kunnen slapen. Zoals de andere keren dat ik dit vroeg haalt hij zijn schouders op. Iets wat zijn standaard beweging is wanneer hij geen zin heeft om een gesprek (verder) te laten gaan. Ik mompel zachtjes wat, maar laat het verder voor wat het is, wetend dat wat ik ook bedenk ook geen flikker uit zal halen tot hij besluit te willen praten. Een paar minuten later probeer ik het nog een keer, maar het haalt niks uit. Met een diepe zucht sta ik op van de bank en mompel dat ik ga douchen. Besloten hebbend dat een gesprek het niet gaat worden en aangezien hij op mijn bed zit, is slapen ook geen optie meer.


7:36 AM 2 November, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Net zoals de afgelopen dagen loopt Clint om een uur of half zeven in de ochtend mijn kamer binnen. Er gaat een dag komen dat ik ga lijden onder al mijn gemiste slaap, voor zover ik dat nog niet doe. In de nacht, wanneer het weer goed is zit ik met Clint buiten, in de ochtend komt hij naar mijn kamer en als hij een slechte nacht heeft dan bevind ik mij om 4/5 uur in de nacht in zijn kamer om hem uit zijn bed te krijgen. Al met al slaap ik bij elkaar opgeteld zo’n 3 à 4 uur in totaal per nacht. Ik hou van Clint, maar damn ik mis mijn slaap. Wanneer hij in de ochtend binnenkomt zegt hij nauwelijks iets. Soms wenst hij mij een goede morgen, maar meestal bestaan zijn antwoorden uit ophalen van zijn schouders of zijn wenkbrauwen. De helft van de tijd zit hij voor zich uit te staren, wanneer hij dit niet doet is hij of aan het darten, iets te drinken aan het halen of een boek aan het lezen. Meestal gaat er rond een uur of negen een muziekje aan. Coulson en ik hebben besloten hem maar zijn gang te laten gaan en er niks van te zeggen. Behalve wanneer hij voor de zoveelste keer de soundtrack van Hamilton aanzet.

Crowley zijn vleugels gaat het nu ook beter mee. Beetje bij beetje beginnen ze te helen. Net zoals Clint vertikt Crowley het ook om mij iets concreets te vertellen over wat er gebeurt is. En nu ik over na begin te denken, Coulson verteld eigenlijk ook niks. Als hij al iets verteld is het zo ongeveer altijd iets cryptisch. Maar Coulson komt alleen tevoorschijn voor het avondeten. De rest van de tijd is hij in zijn kamer in meetings of het huis uit ergens bij een vergadering. Wat een fantastisch stel mensen zit ik mee opgescheept. Alhoewel ik hier een soort van vrijwillig ben.
Doordat ik diep in mijn gedachte ben hoor ik niet dat Clint zachtjes kucht. Pas wanneer ik een tik tegen mijn schouder voel realiseer ik me dat Clint mijn aandacht voor iets wilt hebben.
‘Sorry ik zat even te denken.’ Verontschuldig ik me. ‘Wat is er?’ vraag ik hem terwijl ik mij meer naar zijn kant toe draai. Hij kijkt me aan maar zegt niks. Ik geef hem een once-over en zie dat zijn knokkels helemaal wit zijn van het knijpen in zijn sweatpants. Zijn schouders zijn gespannen. Ik glimlach naar hem om hem gerust te proberen te stellen. Hij glimlacht ongemakkelijk terug en werpt zijn blik daarna naar zijn handen op zijn broek.
‘Clint?’ zachtjes praat ik tegen hem, in de hoop dat hij niet schrikt.
Hij bijt op zijn onderlip, maar blijft vooralsnog stil. Ik werp mijn blik naar de muur in afwachting van wat hij gaat zeggen, maar er klinkt niks. Het enige geluid in de kamer is het geluid van onze ademhaling, die van Clint iets onregelmatiger dan die van mij.
Nogmaals zeg ik zijn naam. Hij kijkt op van zijn schoot naar mijn gezicht. Ik wil hem aanraken en zeggend dat het goed komt, maar kan het niet over mijn hart verkrijgen dat te doen. Te bang voor zijn reactie, te bang voor het feit dat ondanks dat hij verzwakt is hij nog altijd meer dan 20 manieren weet om me te vermoorden.
‘Nee, laat maar. Er is niks.’ Mompelt hij plots. Verbaasd kijk ik hem aan. Net als ik iets wil zeggen klinkt er een geluid uit mijn telefoon. Vloekend haal ik de telefoon uit mijn broekzak. Zodra ik zie van wie ik een bericht heb ontvangen glimlach ik meteen. Clint staart mij aan, een blik van nieuwsgierigheid op zijn gezicht.
‘Het is Grover die foto’s van Lucky en de koeien stuurt.’ Antwoord ik zijn ongevraagde vraag. Hij beweegt met zijn hand naar de telefoon. Ik knik en geef hem de telefoon zodat hij de foto’s kan bekijken. Zodra hij de foto ziet klaart zijn gezicht meteen op. De glimlach bereikt deze keer echt zijn ogen te bereiken, en lijkt daar te blijven. Langzaam swiped hij door de foto’s heen. Bij elke foto neemt hij de tijd om te kijken naar wat er allemaal precies te zien is in de foto.

Terwijl Clint de foto’s aan het bekijken is besluit ik te gaan kijken waar Crowley precies uithangt. Voorzichtig, om Clint niet te laten schrikken, sta ik op van de bank en loop naar de kast waar ik Crowley voor het laatst gezien had. Zoals ik al dacht was Crowley nog geen centimeter opgeschoven. Hij ligt opgekruld in de kast vol boeken. Het is dat Clint mijn mobiel nu heeft anders had ik er een foto van gemaakt. Net als ik mij om wil draaien om weer terug te gaan naar de bank klinkt er zacht geluid. Eerst weet ik niet waar het vandaan kwam, maar wanneer ik het geluid nog een keer hoor moet ik tot mijn verbazing constateren dat het geluid uit Crowley komt. Mij vooroverbuigend kijk ik nog een keer goed naar Crowley en zie tot mijn verbazing dat hij niet zomaar opgekruld is maar dat hij zich deels om een boek heeft gewikkeld. Voorzichtig, om hem niet te storen, verschuif ik een deel van hem om te kunnen lezen welk boek het is. Het boek blijkt van de schrijver A. Fell te zijn. De schrijver ben ik bekend mee, veel boeken heeft hij niet uitgebracht, maar wat hij uit heeft gebracht is bijzonder goed. Het zijn voornamelijk boeken gebaseerd op echte gebeurtenissen in de afgelopen 6000 jaar.

Met boek en al til ik Crowley uit de boekenkast en loop terug naar de bank. Crowley word niet wakker wanneer ik hem oppak en ook niet wanneer ik neerplof op de bank. Clint geeft mij me telefoon terug, die ik voorzichtig in mijn broekzak probeer te stoppen om te voorkomen dat Crowley wakker wordt. In stilte zitten we op de bank.
‘Ga je me ooit vertellen waar deze slang vandaan komt?’ Klinkt ineens de stem van Clint naast me. Ik schrik zo erg van de plotselinge vraag dat ik met boek en al over de bankleuning heen donder. Crowley schiet meteen wakker en kijkt me aan met een geïrriteerd blik. Clint, daarentegen, kijkt over de bank heen met een grote grijns op zijn gezicht.
‘Ik wist niet dat die vraag zo shockerend zou zijn voor je.’ Hij steekt zijn hand uit om mij overeind te helpen. Dankbaar pak ik zijn hand aan en voor ik het weet sta ik weer met twee voeten stevig op de grond. Ik glimlach naar Clint, Crowley daarentegen kijkt gefrustreerd en een beetje kwaad naar mij en Clint. Ik haal mijn schouders op als een verontschuldiging. Crowley zijn antwoord is een staar.
‘Maar ik was serieus met mijn vraag.’ Herinnert Clint mij terwijl ik bezig ben de staarwedstrijd van Crowley te winnen. Crowley zijn blik wordt, na het horen van deze vraag, alleen maar agressiever. Alsof hij duidelijk probeert te maken dat als ik het waag iets te zeggen hij mij persoonlijk vermoord. Ik werp mijn blik van Crowley naar Clint en mompel iets van dat het een lang verhaal is. Crowley hist als waarschuwing, als antwoord werp ik hem een blik.

‘Om eerlijk te zijn heb ik ook geen flauw benul, afgezien van het feit dat hij gewond is en moet revalideren.’ Crowley kijkt me aan alsof hij op het punt staat mij te vermoorden. Ik glimlach naar Crowley, wat mijn zaak niet goed. Voor ik iets kan doen heeft Crowley zich al om mijn nek heen gewikkeld. Zijn grip wordt steeds strakker. Clint staat in bevroren te kijken naar het tafereel dat zich voor zijn neus afspeelt. Ik probeer tegen Crowley te praten, maar zijn grip is te strak en drukt mijn luchtpijp dicht. Clint ontdooit eindelijk en besluit Crowley los te trekken. Althans dat probeert hij, maar veel succes daarin heeft hij niet. Terwijl we proberen Crowley los te krijgen van mij probeer ik nog een keer tegen Crowley te praten. Dit lukt doordat hij besluit los te laten, of in ieder geval zijn grip op mijn nek te verminderen.
‘Crowley wij zijn er om je te helpen.’ Weet ik met een schorre stem en hoestend uit te brengen. Crowley lijkt deze opmerking in overweging te nemen. Gelukkig voor mij maakte hij de keuze om volledig los te laten. Terwijl Crowley van mijn nek afgleed om terug op de bank op te krullen pak ik de fles water van de tafel en drink deze in één keer leeg. Clint staat vol wantrouwen naast de bank. Het is duidelijk dat hij Crowley nog minder vertrouwd dan dat hij hiervoor al deed.

‘Crowley’ zeg ik om zijn aandacht te krijgen. ‘Als je wilt dat we je helpen dan moet je ons wel in vertrouwen nemen.’
‘En niet vermoorden.’ Voegt Clint daaraan toe. Hij verandert zijn houding naar iets wat nog intimiderender is, naar zijn mening. Maar om eerlijk te zijn ziet Clint er zo gebroken uit dat het niet uitmaakt hoe hij staat, heel intimiderend zal hij niet overkomen.
Crowley lijkt onze opmerkingen eventjes te overwegen om ons vervolgens te waarschuwen voordat hij van gedaante veranderd.
Op het moment dat Crowley er in zijn menselijke vorm staat klinkt er gevloek van Clint die uit schrik een stap, of drie, naar achteren doet en mij met zich mee probeert te trekken.
‘What the goose?’ Met mijn rechterarm duw ik zijn arm weg en maak ik een geruststellende beweging.
‘Het is oké Clint.’ Ondanks mijn geruststelling lijkt Clint mij niet te geloven. ‘Clint, ontmoet Crowley, voor jou bekend als de slang. Crowley dit is Clint. Hij is mijn … uh beste vriend.’ Bijna schoot ik in de fout, maar wist net op tijd mezelf te verbeteren.
De twee kijken elkaar aan, maar geen van beide begroeten de ander.
‘Verdomme, voor twee volwassenen gedragen jullie je echt als twee peuters.’ Beledigd kijken ze mij aan. ‘Nee ik neem het niet terug.’ Met een diepe zucht knikken ze elkaar gedag en accepteren ze elkaars aanwezigheid.
‘Nu we dat gehad hebben, kunnen we eindelijk gaan zitten? Mijn benen worden moe van dit alles. Daarnaast gaat luisteren en vertellen zittend een stuk beter.’ Beide knikken ze en gaan zitten. Voor de zekerheid plaats ik mij tussen hen in. Gewoon, voor het geval dat.
‘Wat ben je?’ Vraagt Clint, die zoals gewoonlijk straight to the point is.
‘Een Demoon.’ Nog voordat Clint kan onderbreken praat Crowley al weer verder. ‘Alhoewel Hell het daar niet mee eens is. Als ik al een Demoon volgens hen ben dan ben ik een slechte Demoon, als in dat ik niks kan.’
‘Uhuh.’ Meer komt er niet uit Clint zijn mond.
‘Ik heb misschien wat dingen gedaan zoals het einde van de wereld voorkomen.’ Clint probeert iets te zeggen, maar weet nog niet de juiste woorden te vinden, dus blijft het verder stil.
‘En ik ben heel misschien bevriend met een Engel. En toen ze achter dit alles kwamen, waren beide partijen niet zo blij.’ Crowley valt stil, zijn ogen vol tranen.
‘The Bastards, they killed my best friend.’ Schreeuwt hij plots terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Als bevroren zit ik op de bank, niet wetend wat ik kan doen. Een deel van mij wilt hem vasthouden, vertellen dat het goed komt. Maar hoe kan ik dat zeggen als ik weet dat het niet goed komt. Ik kijk naar Clint, maar wat ik daar zie verbluft mij. Clint zit naast me op de bank met tranen in zijn ogen. Ik geef Clint een kneep in zijn been, om hem te laten weten dat ik er voor hem ben. Hij glimlacht terug en grijpt mijn hand vast. Ik keer mij weer naar Crowley wiens ogen van verdriet naar woede zijn gegaan.
‘Ze hebben Aziraphale vermoord en ik kan niks doen. Als ik ook maar een miracle of iets dergelijks uitvoer weten ze waar ik ben.’ Huilend valt hij tegen mij aan. Ik verstijf, niet wetend wat ik het beste kan doen. Crowley blijft huilen dus ik werp een blik naar Clint om om hulp te vragen, maar die haalt simpel zijn schouders op. Ik besluit voorzichtig mijn linkerarm om Crowley heen te slaan en zachtjes te mompelen dat hij nu veilig is.

Natuurlijk was dit het moment waarop mijn neus begon te kriebelen. Beide handen in gebruik en om eerlijk te zijn heb ik geen behoefte om lenig te gaan te doen met mijn benen. Dus dan maar hopen dat de kriebel weg zal gaan.
Na vijf minuten zit mijn neus nog steeds te kriebelen en zit er niks anders op dan aan Clint te vragen of hij eventjes aan mijn neus wil krabben. Wat hij tot mijn verbazing ook doet. In de tussentijd is Crowley een beetje gekalmeerd. Ik pak het glas water van de tafel en geef het aan Crowley. Hij bedankt me en drinkt een slok 0. Ik glimlach om hem gerust te stellen. Na een paar minuten, als het glas leeg is spreekt Crowley weer.
‘Ik ben jullie erg dankbaar dat jullie me hier laat verblijven ondanks dat jullie me niet kennen.’
Zowel Clint als ik knikken instemmend.
‘Natuurlijk, het is niks voor niks een safe-house.’ Grap ik om de sfeer in de kamer te verlichten. ‘Alhoewel ik mij nu wel afvraag hoe je wist dat dit huis een veilige optie was, of wist je dat niet?’
Ineens kijkt Crowley zeer ongemakkelijk. Ik frons naar hem.
‘Ja uh daarover gesproken.’ Hij gaat rechtop zitten en zijn linkerarm gaat naar zijn nek. ‘Weet je nog dat je in Heathrow ging boarden? De persoon bij het loket was ik.’ Verward kijk ik hem aan, geen idee hebbend waar hij het over heeft. Ik kijk hem aan en hij mij, denk ik, want hij heeft zijn zonnebril op. Wanneer hij de bril afdoet herken ik hem.
‘Maar hoe wist je dat ik hier was?’ de wat snap ik nu, maar de hoe is mij onduidelijk.
‘Ik uh, heb wat “bronnen”.’ Antwoord hij beschaamd. Ik besluit het er maar bij te laten. Het is duidelijk dat hij iets achterhoudt, maar ik kan hem moeilijk dwingen het te vertellen. Hij heeft al genoeg gedeeld.


10:13 AM 2 November, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

‘Terwijl jullie twee elkaar beter leren kennen ga ik wat te drinken pakken. Mijn keel voelt aan als schuurpapier.’ Crowley en Clint kijken elkaar aan en vervolgens naar mij, beide met een blik van “laat me niet alleen”. Met een grote grijns sta ik op van de bank en loop ik de keuken in.
Als ik een paar minute later de kamer weer inloop met drinken zitten ze beide nog levend nog op de bank. Wat ik als een goed sein beschouw. Ik hoor Clint iets zeggen over het neersteken van iets of iemand en eventjes ben ik bang voor Crowley, maar nog geen seconde later hoor ik een harde lach uit Crowley komen. Gerustgesteld plof ik naast ze neer op de bank en geef ze beide een Capri-Sun pakje. Clint kijkt met een beduusd blik naar zijn pakje capri-sun. Ik leg hem uit dat Coulson de halve koelkast heeft leeggeroofd en dat de rest van de boodschappen gewoon op zijn. Hij knikt en steekt zijn rietje in de het pakje.
Plots klinkt Crowley zijn stem naast ons. ‘Ik denk niet dat ik ooit iemand neer zou kunnen steken’ Beide kijken we naar hem. ‘Ik bedoel, ik kan niet eens een rietje in het Capri-Sun pakje steken.’ Verklaart hij terwijl hij voor de zoveelste keer zijn rietje in het pakje probeert te steken, en voor de zoveelste keer mist.
‘Ik had dit nooit uit moeten vinden.’ Mompelt hij binnensmonds. Naast mij klinkt het geluid van Clint die zich in een slok verslikt. Met een paar stevige klappen op zijn rug weet Clint weer normaal te drinken.


2:07 PM 3 November, Washington D.C., MD VA, U.S.A.

Na één keer hard geklopt te hebben op de deur van Coulson loop ik meteen de deur door.
‘We moeten praten.’ Ik plof op het bed neer dat achter Coulson zijn bureau staat. De vering van het bed blijkt goed te zijn aangezien ik weer half omhoog veer. Misschien had ik toch wel een kamer moeten opeisen. Coulson kijkt verward op van zijn videomeeting met Tony Stark, zodra ik de kamer inloop.
‘Hey Tony, hoe is Pepper?’ vraag ik, wat ik niet had moeten doen want Tony begon meteen een heel verhaal. Halverwege onderbreekt Coulson hem en sluit zijn gesprek af. In een soepele beweging draait hij zijn stoel om, zodat we elkaar aan kunnen kijken.
‘Oké, waar wil je het over hebben?’ Hij kijkt een beetje gefrustreerd, alsof hij ergens een oplossing voor moet bedenken maar niets weet te bedenken. In plaats van hem antwoord te geven blijf ik hem aanstaren. Hij zegt niks terug en kijkt met een emotieloze blik terug, geen emoties vertonend.
Na een paar minuten kijkt hij weg met een diepe zucht.
‘Verdomme Celeste, ik kan geen gedachtelezen. Dus vertel gewoon wat je wilt en dan kunnen we beide weer verder.’ Gefrustreerd gaat hij verzitten op de stoel. Als antwoord trek ik een wenkbrauw omhoog, maar krijg afgezien van een zucht geen verdere reactie.
‘Ik ben nog altijd kwaad op je, en wil er nu niet verder over praten. Maar ik heb je hulp nodig.’ Hij geeft mij een blik om verder te praten. ‘Kunnen we Lucky hierheen krijgen? Ik heb het idee dat dit Clint kan helpen.’
Het blijft stil, er komt geen reactie van Coulson. Ik besluit op te staan en terug te gaan naar mijn kamer. Zodra ik bij de deur ben kijk ik nog een keer naar Coulson, die zijn blik naar de grond heeft.
‘Please Coulson, het zou hem echt helpen.’ Het lijkt er even op dat hij iets gaat zeggen, maar er gebeurt toch niks. Net als ik mij weg wil draaien knikt hij.
‘Oké.’ En met dat antwoord gehoord te hebben stap ik de kamer uit.

Reacties (1)

  • Hyacintho

    Thanks sweetie voor het hoofdstuk, het maakte me niets uit dat het zo lang geduurd heeft ^.^


    Na ongeveer tien minuten zet Coulson een ovenschotel in de oven en draait zich om. Er klinkt een hoge gil en Coulson grijpt naar zijn hart.

    Dit gebeurt bij mij thuis ook wel eens, roept me moeder me voor het eten terwijl ik allang beneden ben :')

    Na alle jaren en het feit dat Steve een relatie met Bucky heeft, heeft Coulson nog steeds een crush op Steve. Iets wat vaker uitgebuit moet worden nu ik er zo over na denk.

    LIke, wie niet?

    ‘Ik had het kunnen weten. Hoe lang? Hoe lang wist je dit al?’ Weer krijg ik geen reactie van hem. ‘Waarom Phil, waarom heb je dit nooit verteld aan me?’

    So we're going right into the feels huh.

    Wanneer ik door mijn knieën buig klinkt er een knak.

    Mood.

    Zo dicht zelfs dat hij met zijn kop bij de soep kom kan. Nog voor ik iets kan zeggen zie ik hoe vluchtig zijn gevorkte tong in de soep steekt. Glimlachend schudt ik mijn hoofd.
    ‘Gekke slang.’ Fluister ik zachtjes. Crowley kijkt op van de kom, mij een vuil blik werpend.

    Aww.

    Ik word wakker met iets zachts in mijn armen. Verbaasd kijk ik naar beneden en zie, tot mijn verbazing, de teddybeer daar. De wetenschappelijke onverklaarbare teddybeer.

    Ik weet vrijwel zeker dat dit ding interdimensionaal is, maar vraag me alsjeblieft niet hoe.

    ‘Volgende keer nemen we een huis met vloerverwarming.’

    Weet je wel hoeveel stof vloerverwarming aantrekt? No thanks.

    Maar het scherm van mijn mobiel is, afgezien van mijn lockscreen-achtergrond leeg.

    Je had hier de kans om mijn lockscreen iets obscuurs te maken dat een relevant onderdeel van mijn persoonlijkheid is. Sad!

    Hij glimlacht en voor het eerst in een lange tijd lijkt de glimlach zijn ogen te bereiken. Nog niet zo sterk als dat het vroeger deed, maar meer dan dat het de afgelopen maand heeft gedaan.

    Ik voel hierbij:)maar ook:(

    Meestal gaat er rond een uur of negen een muziekje aan. Coulson en ik hebben besloten hem maar zijn gang te laten gaan en er niks van te zeggen. Behalve wanneer hij voor de zoveelste keer de soundtrack van Hamilton aanzet.

    Heel moeilijk dat Clint hier doorheen gaat, maar de soundtrack van Hamilton gaat toch echt te ver inderdaad.

    Ik wil hem aanraken en zeggend dat het goed komt, maar kan het niet over mijn hart verkrijgen dat te doen. Te bang voor zijn reactie, te bang voor het feit dat ondanks dat hij verzwakt is hij nog altijd meer dan 20 manieren weet om me te vermoorden.
    ‘Nee, laat maar. Er is niks.’ Mompelt hij plots.

    Ik haat dit!! Praat verdorie, knuffel een eind weg, dat lucht op.

    Het boek blijkt van de schrijver A. Fell te zijn. De schrijver ben ik bekend mee, veel boeken heeft hij niet uitgebracht, maar wat hij uit heeft gebracht is bijzonder goed. Het zijn voornamelijk boeken gebaseerd op echte gebeurtenissen in de afgelopen 6000 jaar.

    Hmm klinkt bekend.

    Ik probeer tegen Crowley te praten, maar zijn grip is te strak en drukt mijn luchtpijp dicht.

    Niet mijn luchtwegen!

    ‘What the goose?’

    MOOD. Also, is dit somehow een verwijzing naar de kat van Carol?

    Ik heb misschien wat dingen gedaan zoals het einde van de wereld voorkomen.’ Clint probeert iets te zeggen, maar weet nog niet de juiste woorden te vinden, dus blijft het verder stil.
    ‘En ik ben heel misschien bevriend met een Engel. En toen ze achter dit alles kwamen, waren beide partijen niet zo blij.’ Crowley valt stil, zijn ogen vol tranen.
    ‘The Bastards, they killed my best friend.’ Schreeuwt hij plots terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Als bevroren zit ik op de bank, niet wetend wat ik kan doen. Een deel van mij wilt hem vasthouden, vertellen dat het goed komt. Maar hoe kan ik dat zeggen als ik weet dat het niet goed komt.

    Weer:(en gewoon bevriend? Sure.

    ‘Ja uh daarover gesproken.’ Hij gaat rechtop zitten en zijn linkerarm gaat naar zijn nek. ‘Weet je nog dat je in Heathrow ging boarden? De persoon bij het loket was ik.’ Verward kijk ik hem aan, geen idee hebbend waar hij het over heeft.

    Aha! En ik was dit trouwens ook een beetje vergeten.

    ‘Ik had dit nooit uit moeten vinden.’ Mompelt hij binnensmonds. Naast mij klinkt het geluid van Clint die zich in een slok verslikt. Met een paar stevige klappen op zijn rug weet Clint weer normaal te drinken.

    Natúúrlijk zijn die dingen door een demon uitgevonden.

    ‘Kunnen we Lucky hierheen krijgen? Ik heb het idee dat dit Clint kan helpen.’

    Ben ik helemaal mee eens!


    Dit voelde aan als een emotionele rollecoaster. Tof om te zien dat Clint een soort van vooruitgaat, maar alsnog een lange weg te gaan heeft. Ben benieuwd naar het volgende hoofdstuk!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen