Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik kan het niet helpen. Ik begin weer te huilen. Ik begraaf mijn gezicht in de lakens van haar bed en huil. En misschien, vertel ik mezelf, heel, héél misschien, kan ze het horen en weet ze dat ze moet vechten voor haar leven. Voor mij.

Het gaat slecht met Paige. En, op een bepaalde manier, nog slechter met mij. Everett kijkt naar Paige alsof ze een patiënt is, en naar mij alsof ik al dood ben. Ik wil niet eten, niet als Paige ook niet kan eten. Ik wil niet drinken. Niet slapen. Niet praten. Ik wil niks. Ik wil alleen dat Paige weer wakker wordt.
De minuten tikken ondraaglijk langzaam voorbij. Het voelt alsof ik volledig dissocieer, alsof ik met Paige in een luchtbel zit en de rest van de wereld niet meer bestaat.
Ik pak haar hand vast en houd hem tegen mijn mond om hem te kussen.
'Ik hou van je,' zeg ik zachtjes, hopend dat ze spontaan wakker zal worden om te antwoorden. 'Ik hou van je. Ik hou van je.'
Ik verlies totaal mijn besef van tijd. Zij is het enige dat nog bestaat. Ik heb me wel eerder zo gevoeld, als we bijvoorbeeld in bed liggen en ik alleen maar naar haar kan kijken alsof ze het middelpunt van het universum is, maar nu is het veel intenser, en veel, veel verschrikkelijker. Het is een soort kracht die me heel langzaam uiteenscheurt.
'Als je dit overleeft, dan kopen we een huis, oké?' beloof ik haar zachtjes, mijn stem hees door de lange stilte. 'Met een tuin. Met bomen. En dan maak ik een boomhut voor je. Een hele mooie. Met een matras en een mini-koelkast en een televisie. En dan kunnen we daar altijd naartoe als we willen ontsnappen, in de zomer. Ik beloof het, oké? Je hoeft alleen maar wakker te worden.'
Een paar maanden geleden, toen we het over onze jeugd hadden en de verschillen ertussen, merkte ze op nooit een boomhut te hebben gehad, zoals ze altijd in Amerikaanse films zag. Hoewel ik een vrij traditioneel Amerikaanse jeugd heb gehad, heb ik er zelf ook nooit een gehad. Dat was het moment waarop ik haar voor het eerst beloofde dat we een boomhut zouden maken, ooit. We hebben urenlang gepraat over hoe het eruit zou zien, tot in de kleinste details. Ik zou zonder twijfel een arm of been geven om terug te gaan naar die tijd.
Uren later komt Hailey binnen om te kijken hoe het met Paige - en mij - gaat. Ik kijk in stilte toe hoe ze van alles controleert.
‘Je hebt je eten niet op,’ zegt ze dan met een schuine blik op het volle, koude bord op het bijzettafeltje. Ik heb inderdaad geen hap genomen. Hoewel ik wel een paar slokjes water heb genomen, is het glas nog maar ongeveer halfleeg.
Ik haal mijn schouders op.
‘Je moet goed voor jezelf zorgen, oké? Dan kunnen we ons helemaal op Paige focussen,’ zegt ze, zo vriendelijk mogelijk.
‘Jullie doen helemaal niets,’ merk ik op.
Haar mond wordt een strakke, dunne streep. Ze weet dat ik gelijk heb.
Ze doen helemaal niets. Ze wachten alleen maar.
Hailey doet alsof ze het niet hoort en gaat weer verder met haar controlerondje.
Even later, wanneer ze achter me staat, legt ze haar handen op mijn schouders en wrijft ze er zachtjes overheen. Ik veer een beetje op van haar plotselinge aanraking, maar ik kan het niet opbrengen om naar haar om te kijken. Ik blijf maar naar Paige staren, die als een lijk in het bed ligt.
‘Nathan,’ zegt ze dan zachtjes, alsof ze bang is dat ze in tranen uit zal barsten als ze harder praat. ‘Ik denk dat je rekening moet gaan houden met de mogelijkheid dat Paige het niet overleeft.’
Eventjes ben ik stil. Ik voel haar woorden door mijn hoofd echoën. Dan schud ik mijn hoofd.
‘Nathan-‘ begint ze voorzichtig. Ik haat de toon in haar stem. Ze klinkt helemaal volwassen en redelijk, alsof ze elk moment kan gaan zeggen dat ze alleen maar het beste voor me wil.
‘Ga weg,’ zeg ik. Mijn stem klinkt rauw, dierlijk.
Ik wil alleen zijn met Paige. Ik wil nooit meer iemand anders zien. Ik haat iedereen die Paige niet is. Het voelt alsof ik de enige ben die nog gelooft in haar herstel. De rest heeft haar verraden. Ze hebben haar allemaal verraden en in de steek gelaten en ze hebben het recht niet om in dezelfde kamer te staan als zij, om dezelfde lucht in te ademen die ook haar longen heeft gevuld.
’Na-‘
‘Ik zei: ga weg!’ schreeuw ik, zo hard en plotseling dat ze terugdeinst. Haar handen verlaten mijn schouders.
Zonder nog iets te zeggen pakt ze mijn afgekoelde bord eten en loopt de kamer uit. Er branden tranen in mijn ogen, maar ik knipper ze weg en pak Paiges hand weer vast. Ik druk een paar zachte kusjes op haar knokkels.
'Ze geloven niet meer in je, maar ik wel, oké?' zeg ik zachtjes. 'Ik wel. Ik zal ze nooit de stekker eruit laten trekken.'
Ik blijf bij haar bed zitten, tot op het punt dat ik opnieuw en opnieuw in slaap dreig te vallen. Wanneer ik de deur achter me open hoor gaan, echter, schiet ik meteen overeind, klaarwakker.
Het is Marco. Ik kijk hem niet aan, terwijl hij voorzichtig de kamer binnenkomt. Waarschijnlijk wil hij met me praten over hoe het met me gaat, of over dat ik tegen Hailey geschreeuwd heb.
Het blijft echter afschuwelijk lang stil.
Hij reikt me een mueslireep toe. Ik kijk niet naar hem. Ik wil de smekende blik in zijn ogen niet zien. Ik neem het niet aan.
‘Je moet iets eten, Nathan,’ zegt hij, zo kalm mogelijk.
Ik antwoord niet. Ik blijf maar naar Paige staren.
Hij aarzelt even, maar legt de reep dan neer op het tafeltje naast me, zodat ik hem kan pakken wanneer ik dat wil. Maar dat wil ik niet.
‘Ik weet dat dit ontzettend moeilijk voor je is. Vergeet niet dat ik precies in jouw positie heb gezeten, toen Hailey ziek was,’ probeert hij. Hij wil een connectie met me leggen, wil ervoor zorgen dat ik me verbonden met hem voel, maar ik voel helemaal niets meer. ‘Het is belangrijk dat je voor jezelf blijft zorgen. Je weet dat dat is wat Paige zou willen.’
Ik wil hem toesnauwen dat hij het recht niet heeft om haar naam hardop uit te spreken, maar ik doe het toch maar niet.
‘Je moet realistisch blijven,’ zegt hij dan, en ik weet wat hij daarmee probeert te zeggen. Hij probeert te zeggen dat het in zijn ogen zo goed als zeker is dat Paige dood zal gaan, en dat ik dat moet accepteren, en dat ik haar los moet laten.
Klootzak.
Paige heeft wekenlang haar leven op het spel gezet om Marco, Hailey en mij te beschermen. Ze heeft er alles aan gedaan om onze veiligheid te garanderen. Dat deed ze allemaal voor ons. Voor hen. En dat heeft ertoe geleid dat ze nu in een coma ligt.
Voor het eerst kijk ik weg van Paige. Ik draai mijn hoofd naar hem om, zodat ik hem met bloeddoorlopen ogen aan kan kijken.
‘Ik zou willen dat ze jullie dood had laten gaan,’ zeg ik.
Hij doet zijn best om de schok op zijn gezicht te verbergen, maar het lukt net niet helemaal. Ik voel iets wat vaag lijkt op spijt, maar niet zoveel als ik normaal gesproken gevoeld zou hebben. Heel lang kijkt hij me gewoon in stilte aan. Dan zegt hij: ‘Ik zal je alleen laten.’
Hij begint naar de deur te lopen, en ik zeg, net hard genoeg dat hij me kan horen: ‘Ik ben niet alleen. Paige is bij me.’
Hij antwoordt niet. Hij loopt weg. Bij de deur stopt hij even.
‘Je doet het weer,’ merkt hij op.
Ik zeg niets en nu vertrekt hij wel echt.
Hij heeft gelijk. Hij heeft gelijk en ik weet het. Ik zorg niet meer voor mezelf. Ik duw anderen weg tot op het punt dat ik ze zonder reden haat. Als er drank in buurt was geweest, was ik het nu gaan drinken. Dit is precies zoals na Blueberry’s dood, en zelfs nog iets erger. Er is slechts één verschil, zo groot dat het alles verandert.
Over Blueberry’s dood ben ik heen gekomen, uiteindelijk. Een soort van. In ieder geval ben ik verdergegaan. Maar, nu, als Paige doodgaat, ga ik dat ook. Rouwen is niet een gevecht dat ik nog een keer aan durf te gaan. Als het over is met haar, is het over met mij. Ze is al heel lang de belangrijkste persoon in mijn leven, en momenteel is ze de enige persoon waar ik absoluut niet zonder zou kunnen.
Ik accepteer het verassend snel. Het is gewoon niet anders. Als Paige weg is, is het klaar met me. Ik weet het gewoon. Het is niet anders. Er bestaat geen leven zonder haar.
Ik heb Hailey niet nodig. En Marco ook niet. De enige persoon die ik nodig heb, is Paige. En als ik haar niet kan hebben, heb ik helemaal niemand meer nodig.

Die nacht slaap ik helemaal niet. Ik blijf maar in het donker naar Paige staren. Overdag doe ik ook geen oog dicht. Alles gaat gewoon in een waas aan me voorbij. Maar de daaropvolgende nacht, geplaagd door een slopende vermoeidheid, kruip ik naast Paige in bed, onder de dekens, dicht tegen haar aan. Ik verberg mijn gezicht tegen haar warme buik en huil. Wanneer de tranen op zijn, leg ik mijn hoofd op haar borstkas. Ik speel afwezig wat met de stof van haar shirt en strijk slome, hypnotiserende patronen over haar ribben. Ik geef een zacht kusje op haar sleutelbeen, beloof haar nogmaals dat ik van haar hou, en val als een blok in slaap.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Awhhhh neeeee laat haar alsjeblieft wakker worden!

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    Arme Nathan... en ook arme Haley en Marco, die moeten zich mega machteloos voelen

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen