Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Wanneer de tranen op zijn, leg ik mijn hoofd op haar borstkas. Ik speel afwezig wat met de stof van haar shirt en strijk slome, hypnotiserende patronen over haar ribben. Ik geef een zacht kusje op haar sleutelbeen, beloof haar nogmaals dat ik van haar hou, en val als een blok in slaap.

De volgende ochtend douche ik en trek ik iets schoons aan, zodat ik er goed uitzie wanneer Paige weer wakker wordt. Wanneer ik terugloop naar de kamer waar ze in coma ligt, zie ik dat ze niet alleen is.
Armando: de politieagent die een paar maanden geleden bij ons bureau is gaan werken, en in ons appartementencomplex is gaan wonen. De eerste keer dat ik hem ontmoette, was toen Paige net ontvoerd was door haar vader en die longontsteking had. 's Nachts had ze een nachtmerrie, waardoor ze zo hard schreeuwde dat hij kwam kijken naar wat er aan de hand was. Tijdens Paiges ziekteverlof heb ik wel eens met hem samengewerkt. En ik weet heel, heel zeker dat hij hier niets te zoeken heeft.
'Wat doe je hier?' vraag ik verbaasd. En dan begrijp ik het ineens. 'Wacht... ben... Jij bent ook FBI?'
Hij knikt een beetje beschaamd, alsof hij zich schuldig voelt om alle leugens.
'George Corrans heeft me in jullie appartementencomplex en bureau geplaatst om jullie in de gaten te houden. Het Ivanovic-onderzoek is al langer bezig dan je denkt,' legt hij uit.
'Wist Marco dit?' vraag ik. Ik weet niet eens of ik wil dat het antwoord ja of nee is.
Hij schudt zijn hoofd. 'Top secret.'
Ik knik stilletjes en ga weer naast Paiges bed zitten. Mijn hand vindt automatisch de hare weer.
'Ik vind het echt heel erg,' zegt hij, gebarend naar Paige. 'Ze verdiende beter dan dit.'
Verdiende. Verdiende. Verdiende.
Het woord galmt bijna een hele minuut voor mijn hoofd voordat ik volledig begrepen heb dat hij de verleden tijd heeft gebruikt. Alsof ze dood is.
Ik draai me in mijn stoel naar hem om en kijk hem aan. Ik weet niet precies welke blik er in mijn ogen ligt, maar hij aarzelt even en kondigt al snel zijn vertrek aan.
Ik wend me weer tot Paige. Ik geef een kus op haar slaap; en daarna een op het litteken op haar bovenlip, dat ze op heeft gelopen toen haar vader haar ervan probeerde te overtuigen dat ik dood was; en daarna een op het litteken op haar onderarm, dat ze gekregen heeft toen ze namens mij tegen Johanna loog toen die zich Blueberry niet meer kon herinneren.
Ik strijk weer zachtjes over haar hand en maak me gemakkelijk in mijn stoel.
'Het komt allemaal wel goed,' beloof ik haar zachtjes. 'Alles komt wel weer goed met ons.'
Er tikken weer een aantal uren voorbij. Marco en Hailey hebben het blijkbaar opgegeven, want het is alleen Everett die af en toe nog even binnenkomt om te kijken hoe het gaat.
De dagenlange periode van stress, slaaptekort en uithongering begint zijn tol te eisen. Mijn lichaam wil gewoon niet meer. Ik wil gewoon gaan slapen, net als Paige. Maar wat als ze dan wakker wordt en ik nog slaap?
Na lang piekeren besluit ik me maar gewoon over te geven aan mijn eigen lichaam.
Maar dan, net wanneer ik mezelf ertoe wil dwingen om achterover te gaan zitten in mijn stoel en wat te gaan slapen, fladderen haar ogen open. Ik voel de schok door mijn lichaam heen gaan, en struikelend spring ik overeind. Ik ben meteen klaarwakker.
‘Paige. Paige? Lieverd, ik ben het. Oh, liefje,’ breng ik uit terwijl ik mijn hand naar haar uitsteek, maar haar niet aan durf te raken.
Ze kijkt angstig in mijn richting. Ze ligt aan de beademing, en er zit een buisje in haar luchtpijp. Ze kan niet praten, en eigenlijk ook niet echt bewegen. Het is niet raar dat ze een beetje in paniek is.
Ik ram wel twintig keer op de noodknop, mijn handen bevend en onvast. Ik blijf haar naam maar zeggen, en om de zoveel tijd begin ik te snikken van verdriet of blijdschap of opluchting.
Everett en een aantal verpleegkundigen komen naar binnen rennen. Ze verwachten waarschijnlijk dat Paige een hartstilstand heeft gekregen of zo. Wanneer ze zien dat ze juist wakker is geworden, kunnen ze niet al hun verbazing even goed verbergen, maar ze blijven professioneel. Een van de verplegers draait haar morfine-infuus wat losser, en een ander begint te prutsen met de beademingsapparatuur. Iedereen is ineens druk bezig met van alles en nog wat, maar niemand let echt op Paige, die angstig en met wijd opengesperde ogen in bed ligt, zonder echt te weten wat er nou precies aan de hand is.
Pas wanneer ze een gedempt, pieperig geluidje maakt, in een poging om te spreken, lijken ze zich te realiseren hoe gedesoriënteerd en paniekerig ze is. Everett, die eerst vooral bezig was om de verplegers te instrueren en aan te sturen, loopt meteen naar haar toe.
‘Hallo, Paige. Goed dat je er weer bent. Je hebt ons mooi laten schrikken, de afgelopen dagen. Til je rechterhand een beetje op als je me kunt verstaan,’ zegt hij, en dat doet ze, ook al gaat het een beetje moeizaam. ‘Oké, ik ga je nu een serie van ja/nee-vragen stellen. Als het antwoord ja is, moet je me een signaaltje geven met je rechterhand, en als het antwoord nee is, moet je me een signaaltje geven met je linkerhand. Begrijp je dat?’
Haar rechterhand gaat weer een klein eindje de lucht in en Everett knikt.
‘Weet je wie je bent?’
Haar rechterhand gaat een stukje de lucht in.
‘Weet je wie wij zijn?’
Ook dat weet ze.
‘Kun je je herinneren wat er gebeurd is?’
Weer beweegt haar rechterhand.
Everett knikt instemmend en denkt even na. Paige maakt gebruik van de stilte door weer een poging te doen om te praten. Ze produceert een gepijnigd, verstomd geluidje en haar ogen schieten vol tranen, waarschijnlijk omdat het pijn doet om haar stembanden te gebruiken. Ze brengt haar hand omhoog naar haar mond alsof ze de beademing weg wil trekken, en ik leg mijn hand op de hare om haar tegen te houden.
Ze draait haar hoofd om mijn blik te ontmoeten en kijkt me smekend aan. Ze probeert weer wat te zeggen, ondanks de buis in haar keel, en nu herken ik een vervormde versie van mijn naam. Mijn hart breekt en ik strijk zachtjes over haar hand, om de infusen heen.
‘Probeer nog niet te praten,’ zegt Everett. ‘Dat kan pas weer wanneer we je van de beademing hebben gehaald, en zelfs dan zal het misschien nog eventjes duren.’
Ze kijkt hem wanhopig aan en brengt de hand die ik niet vasthoud naar haar gezicht om weer te proberen de beademing los te krijgen. Ik buig me voorover en houd haar weer tegen. Ze laat het toe, maar ze kan niet voorkomen dat haar schouders beginnen te schokken en er tranen over haar wangen beginnen te rollen.
‘Nee, nog even niet,’ zegt hij. ‘Eerst heb ik nog een paar vragen. En daarna gaan we kijken of je misschien zonder beademing kan. Oké?’
Ik laat aarzelend haar handen los, maar zorg ervoor dat ik nog wel klaar sta om haar tegen te houden als ze het weer probeert.
‘Kun je proberen je gezonde been te bewegen?’ vraagt hij haar, en na een korte aarzeling zie ik onder de dekens haar rechterbeen bewegen.
‘En je gewonde been? Je linker. Kun je die bewegen? Doe heel voorzichtig,’ vraagt hij door.
Ook haar linkerbeen beweegt een beetje, maar direct daarna gaat er een schok door haar heen en ze duwt haar hoofd achterover in het kussen.
‘Heb je pijn?’ vraagt hij.
Paiges rechterhand beweegt een beetje, waarop Everett zich tot een van de verplegers wendt en naar hem knikt. Het morfine-infuus wordt een klein beetje losser gedraaid.
‘Voel je je toevallig ook misselijk?’ vraagt hij.
Haar linkerhand gaat omhoog. Nee, misselijk is ze niet.
‘Hoofdpijn?’
Dat dan weer wel.
Ze draait haar hoofd weer in mijn richting, en ik merk dat ze me iets duidelijk probeert te maken, maar ik weet niet wat. Ondanks de vele waarschuwingen, probeert ze weer te praten, en de smekende blik in haar betraande ogen zorgt voor een krap gevoel in mijn borstkas. Ik buig me naar haar toe om een kus op haar voorhoofd te geven en zeg: ‘Doe maar rustig, lieverd. Ik kan je niet verstaan. Wacht gewoon maar even. Het komt allemaal wel goed.’
Ik druk nog een kus op haar voorhoofd en strijk dan voorzichtig de tranen van haar wangen.
‘Oké, we gaan nu de beademing losmaken, want dit gaat duidelijk niet werken, als je de hele tijd blijft proberen te praten,’ zegt Everett, en Paige staat met een schuldbewuste blik toe dat hij en een aantal verplegers beginnen met het loskoppelen van de beademingsapparatuur.
Ik kan niet ontkennen dat ik een beetje zenuwachtig ben. Straks kan ze niet zelfstandig ademhalen, of begint ze spontaan haar longen op te hoesten of zo. Ik bedoel… Het is ontzettend onwaarschijnlijk, maar wat moet ik anders denken? Ik ben geen dokter.
Het duurt niet lang voordat ze alles los hebben gekoppeld, en ik voel een enorme opluchting wanneer ik Paige weer zelfstandig adem hoor halen.
‘Oké, Paige, het is belangrijk dat je nu niet meteen gaat beginnen met pra-‘ begint Everett, maar Paige wendt zich meteen tot mij en onderbreekt hem.
‘Charlie. Is Charlie oké?’ vraagt ze, haar stem ontzettend zwak en hees. Op de achtergrond moppert Everett iets over dat ze nou niet één keer naar hem zou kunnen luisteren. Is dat nou teveel gevraagd?
Ik knik meteen en neem haar hand vast. ‘Hij is oké.’
Ze lijkt even te ontspannen, maar dan verstijft ze weer.
‘Hailey,’ brengt ze uit. ‘Marco.’
‘Zij zijn ook oké. Zij passen op Charlie, momenteel,' beloof ik haar. 'Probeer maar gewoon niet te veel te praten, oké?'
Ze snikt zachtjes, nauwelijks in staat om geluid uit te brengen, en ik geef een kus op haar voorhoofd.
Everett onderzoekt haar nog even en controleert of alles goed met haar gaat. Hij zegt dat hij wat eten en drinken voor haar zal gaan halen, zodat ze kunnen kijken of ze misschien al zelf iets in kan nemen, en dan vertrekt iedereen. Paige en ik blijven met z'n tweeën achter.
Ik ga op de rand van het bed zitten, wanhopig proberend alles beter te maken en alle zorgen weg te nemen.
'Hoe... Hoelang...?' vraagt ze dan.
'Drie dagen, ongeveer,' antwoord ik. 'En de hoorzitting is over vier dagen. Ik weet niet of je dan al...'
Ze reageert er niet op, maar kijkt me gewoon verbouwereerd aan, alsof het antwoord haar fysiek pijn heeft gedaan. Ze heeft tranen in haar ogen.
'Je bent zo afgevallen,' zegt ze ademloos.
Mijn schouders gaan hangen. Mijn mond valt open om te antwoorden, maar er komt uit het niets alleen maar gesnik uit. Hoewel ik eigenlijk degene zou moeten zijn die haar aan het troosten is, probeert ze me zo goed mogelijk te omhelzen en ik verberg mijn gezicht in haar hals. Ik blijf opnieuw en opnieuw mijn excuses aanbieden, maar ze beweert dat dat niet hoeft.
Ik was haar bijna kwijtgeraakt, en nu is ze wakker en blijf ik maar huilen. Haar vingers strijken zachtjes door mijn haar. Haar pogingen tot troost zijn zo lief dat het alleen maar moeilijker is om op te houden.
Ik herstel mezelf snel en ga weer in de stoel zitten, snel mijn tranen wegvegend. Ze kijkt me bezorgd aan, en een klein beetje hulpeloos.
'Gaat het, liefje?' vraagt ze voorzichtig, waardoor er meteen weer tranen in mijn ogen springen.
'I-Ik ben gewoon heel blij dat je weer wakker bent,' weet ik met moeite uit te brengen.
Bij gebrek aan beter knikt ze maar gewoon. Ik weet dat ze het er later nog wel even over zal willen hebben, maar eerst moet ze gewoon nog een beetje wakker worden.
Zometeen zal Everett weer terugkomen, met eten en wat water. Tot die tijd is het nog even gewoon ons twee. Hoewel ik zeer aangenaam verrast ben, ben ik nog steeds een beetje in shock. Mijn brein heeft nog niet helemaal begrepen dat ze echt wakker is, en dat dit heel, heel goed nieuws is.
‘Ik hou van je,’ zegt ze dan. ‘I-Ik was heel bang dat ik dat nooit meer tegen je zou kunnen zeggen.’
Ik herinner me haar wanhopige blik weer, vlak voordat haar ogen dichtvielen en ze in coma raakte. Ik krijg er buikpijn van.
Ik geef een kus op haar wang.
‘Ik hou ook van jou,‘ verzeker ik haar. ‘En ik zal alles doen wat ik kan om ervoor te zorgen dat we dat altijd nog tegen elkaar kunnen zeggen.’

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen