soms ben ik nog oprecht verbaasd dat chrysa dingen kan, want... wow.

Dawn koos ook voor de boog, en hing de pijlenkoker om zich heen. Kort na elkaar schoten lieten we de aangelegde pijlen los - zij net naast de roos, ik erin.
      “Niet goed?” vroeg ik verbaasd toen Dawn sarcastisch in haar handen klapte. “Wil je iets anders zien?” Ik ging voor de schietschijf staan en ving de twee aankomende pijlen op mijn boog op. Ja, al die jaren steentjes naar mijn hoofd gegooid krijgen hadden me absoluut geholpen. “Doe wat je niet laten kan.”
      Hoewel ze weer klapte maakte ik uit haar verraste uitdrukking op dat ik nu wel echt indruk op haar had gemaakt. “Je hebt wel sterke reflexen. Het enige waar ik in slaag is pijlen vlak voor gezichten van tributen langs laten vliegen.”
      “Dan moet je snel zijn,” lachte ik. “Schrik is een goede afleiding - sommigen gebruiken het zelfs als wapen. Of nou ja, noem het maar geen schrik. Noem het maar eerder verrassing. Sluit een bondgenootschap met iemand, en haal een mes tevoorschijn. Doe je zwak voor, haal een Twee voor je Privésessie en vermoord vervolgens de halve arena. Zorg dat iemand verrast is. Dan heb je meer tijd en ruimte om je keuze te maken: moord je of vlucht je?”
      “Kan. Zou jij dat kunnen?”
      “Moorden?” In mijn stem schemerde al door dat het idee me niet aanstond. “Nee. Nooit van mijn leven. Verrassing is mijn vluchtmiddel - ik ben liever een lafaard dan een monster.”
      “Dat dacht ik al.” Ze zuchtte. “Ik weet niet wat ik zou kiezen.”
      “Ik hou niet van verandering, ik hou mezelf graag zoals ik ben.”
      “Ik heb geen flauw idee wat ik moet doen.” Ze pakte bruusk een pijl en schoot hem vlak naast de mijne.
      Ik liep rustig naar het bord toe, en trok de pijlen uit het bord. “Die was recht in de roos, zag je dat?” zei ik bemoedigend.
      “Nee.”
      Ik lachte om hoe kortaf en chagrijnig dit meisje was. “Nou, dan weet je het nu.”
      We legden beiden weer onze pijl aan, maar ik besloot even te wachten met aanspannen tot Dawn geschoten had. “Nou meid, je begint het te leren, zie ik,” merkte ik op toen ze een oefenpop recht in het hart schoot, vlak voordat ik losliet.
      “Hoe heb jij eigenlijk zo goed leren schieten?”
      Oh nee. Ik wist dat ze het uit nieuwsgierigheid vroeg, zoals iedereen, maar toch voelde ik me nooit op mijn gemakt met die vraag, omdat het me terugnam naar Acht, een plek die ik nooit meer terug zou zien. “Ik heb leren schieten op mijn vijfde…” Meer dan dat kwam er niet uit.
      “Ben je er toen mee doorgegaan? Dat moet haast wel. Hoe oud ben je nu eigenlijk?”
      “Ja, ik ben ermee doorgegaan. En ik ben vijftien.”
      “Het is echt fantastisch.”
      Het compliment dat me plots uit mijn weggedwaalde gedachten trok bracht me in verlegenheid, en ik bracht uit: “Het is één van de weinige dingen die ik echt goed kan.”
      “Dat is niet verbazend ofzo,” lachte ze, waarover ik twijfelde wat ze daar precies mee bedoelde.
      “En jij?” vroeg ik dus maar. “Is er iets waar jij écht heel goed in bent?”
      Dawn zuchtte. “Niet echt. Misschien mensen irriteren, ik weet het niet.”
      “In de arena is dat misschien een talent,” opperde ik. “Als je mensen nou onopvallend gaat irriteren, worden ze gemakkelijk roekeloos.”
      “Wie weet.” Ik vond mijn advies nog best behulpzaam, maar ze klonk niet alsof ze me erg serieus nam.
      “Ach ja, zolang je de roos maar raakt is het oké.” Met het woord roos moest ik plots uit het meisje uit Vier denken, Rose. “In de arena is er maar één. Een redelijk grote.”
      “Bedoel je…?”
      “Misschien wel. Ik bedoel, na wat er allemaal zichtbaar gebeurd is denk ik wel dat je dat wil.”
      “Weet je het? Van dag één?” Haar gezicht betrok.
      “Of ik het weet? Ik let meestal op.” Ik had links en rechts het één en ander over Rose gehoord, waaronder het feit dat ze graag vocht met andere tributen. Dawn scheen een niet bepaald succesvol gevecht met het meisje te hebben gehad. “Dus, ja.”
      “Dat was niet bepaald het meest glorieuze moment in mijn leven.”
      “Dat begrijp ik.”
      Ze grinnikte. “Het is nu al gebeurd. Ik zie in de Arena wel wat ik doe. Misschien niets. Misschien wel iets.”
      Lekker vaag, lekker onheilspellend. Ik grinnikte met haar mee. “Niks doen lijkt me stug, rennen is een beter idee.”
      “Ik denk het ook,” stemde Dawn in. “Of een pijl schieten. Zolang het maar geen sable is.”
      “Pijlen schieten, dat is een goed idee! Ik hoop dat de arena dit jaar oké is.”
      “Ik ook. Maar als er een boog is, mag jij hem hebben. Op voorwaarde dat je niet op mij mikt.”
      “Dat beloof ik.” Ik glimlachte smal, maar ik meende wat ik zei. “Maar misschien moet ik proberen bogen te leren maken, dan kunnen we er allebei één krijgen.”
      “Dat zou wel zo fijn zijn, maar zie jij hier een onderdeel waar je dat kunt doen?”
      “We kunnen iets proberen. Misschien is het handig als je met messen om kan gaan.”
      “Dat kan ik. Zolang ik ze maar niet hoef te gooien.” Om eerlijk te zijn was ik redelijk benieuwd naar het verhaal daarachter.
      Ik lachte. “Nou, ik dus niet. Ik houd het maar op pijlen.”
      Dawn grijnsde hoofdschuddend. “Maar een boog is toch echt meer dan een gebogen stuk hout met een touw. Ik denk niet dat bogen maken gaat lukken.”
      “Nou ja, dat zien we dan wel weer,” besloot ik maar.

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Sluit een bondgenootschap met iemand, en haal een mes tevoorschijn. Doe je zwak voor, haal een Twee voor je Privésessie en vermoord vervolgens de halve arena.

    Dit herken ik van ergens...
    Ongelooflijk hoe naïf Chrysa is. Ze bedenkt dit zelf maar trapt er nog steeds in!

    1 jaar geleden
  • Samanthablaze

    “Ach ja, zolang je de roos maar raakt is het oké.” Met het woord roos moest ik plots uit het meisje uit Vier denken, Rose. “In de arena is er maar één. Een redelijk grote.”
    Dit is prachtig tho

    1 jaar geleden
  • Wilbur

    oh ik geniet hoe we rose shaden tho

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen