“Welk shirt?” De jongen kijkt omlaag. “Oh.”

Samuel zucht. Wow. Misschien was het geen zoen waar Samuel tegen zijn zin in toeschouwer van was. Misschien was het een nieuwe manier van hersenen verwijderen via mond-op-mond. “Je bent tóch niet gestikt daar in die lift? Ik ben onder de indruk.”

“Nee,” antwoordt hij. Moedig kijkt hij Samuel aan. “Ik kreeg tenminste wat actie, jij stond daar maar.”

Dat was bijna een punt. Samuel is onder de indruk. Hij snuift, “Het is maar wat je actie noemt. Wie verpest er nou energie als je toch niet allebei het einde van het jaar haalt.”

“Nou ja, je kunt beter je laatste momenten mooi maken,” zegt hij. Hij lijkt het nog te geloven ook.

“Dat ligt er maar net aan of je het wel of niet verwacht te overleven,” zegt Samuel zelfingenomen.

“Ik heb een kleine kans. Heel klein, als je naar mij kijkt.” zegt de jongen. Het zijn de eerste woorden uit zijn mond waar Samuel het geheel mee eens is. Dan verpest hij het met hoop. “Maar er is een kans.”

“Een optimist?” Samuel grinnikt. “Schattig. In ieder geval weet je dat je het waarschijnlijk niet haalt.”

“Als jij zo doorgaat, haal jij het ook niet,” zegt hij. Was dat een dreigement? “Ik. Ben. Niet. Schattig.” vervolgt hij, alsof Samuel slechthorend is.

Met moeite houdt Samuel zijn lach in. “Oh? Die meid in die lift,” zegt hij vrolijk, “vond anders overduidelijk van wel. En sinds wanneer ben jij de Hongerspelen-expert?”

“Zij is anders,” zegt de jongen meteen. “En ik ben geen expert.” Inderdaad, denkt Samuel. Experts dragen geen lampjesbroek en verder niks. “Ik weet niet meer dan ik gezien heb, maar dat is al genoeg.”

Er is een gezegde dat hoe minder je weet, hoe beter je denkt dat je voorbereid bent. Nog nooit heeft Samuel het zo in praktijk gezien. “Oh? En je baseert je mening op die paar minuten in de lift? If geloof niet dat je veel aandacht over had voor mij.”

Bob—het wordt vervelend aan hem te denken als ‘jongen’, besluit Samuel. Vanaf nu is hij ‘Bob’—bloost heftig en plotseling. De rode kleur loopt van Bob’s oren via zijn voorhoofd richting zijn ribben. Stamelend weet hij “Dus?” uit te brengen.

“Dus jij weet niks over mij,” vult Samuel aan. Hij bootste de toon na waarmee bejaarde kleuterjuf hem lang geleden uitlegde dat ‘ik houd alles zelf’ niet het juiste antwoord is op ‘je hebt zeven appels en geeft er vier weg’. “En ook niet over mijn kansen in de arena, die, laat ik je even helpen, beter zijn dan de jouwe.”

Samuel glimlacht naar Bob zoals de juf naar vijf-jarige Samuel lachte. Hij ontwikkelt een nieuw begrip voor haar kleinerende gedrag. Bob verdient het om verbaal te worden aangevallen, het is niet Samuel’s schuld.

“Als je het aan mij vraagt, is ze niet verliefd op je. Ze wil iets van je. Of ja, dat zou ik denken als jij iets kon. Tja. Vrouwen.” Samuel zucht diep.

“Nee,” zegt Bob, “Ze wil niks van me, ze vindt me aardig, omdat ík niet gemeen doe tegen iedereen die ik tegenkom.”

Dat is oneerlijk, denkt Samuel. Hij is niet gemeen tegen iedereen die hij tegenkomt. Alleen tegen tributen uit District 5 of daarboven. En mensen die het verdienen. Bob past in de beide categorieën. “Waarom zou ik lief zijn? je gaat waarschijnlijk toch dood.” Samuel glimlacht opnieuw gemeen. Zijn gezichtsspieren beginnen pijn te doen. Even is hij Minalo dankbaar dat zijn outfit om een ernstige gezichtsuitdrukking vraagt. “Wat kun je eigenlijk wél? Nog geheime talenten?”

“Nou..” antwoordt Bob met hoop in zijn stem, “Ik kan koken?”

“Ah,” Samuel knikt uitvoerig. “dus toch wél geheime talenten. In de arena geef ik je een mes, dan kun je misschien vingersoep maken van je eigen handen als je geen eten kan vinden.”

“Ik gebruik liever die van jou” slaat Bob terug.

Samuel’s blik valt op Pubert. De begeleider zwaait wild naar hem vanaf de District 2-wagen. Prima, denkt Samuel. Hij en Bob raken toch uitgespeeld. “Ja, maar ik herinner je er even aan: Ik ben bezig met het winnen van de Hongerspelen. Geen tijd voor vingersoep. Nog veel plezier met je gerechten. Doei.”

Samuel draait zich om en loopt weg. Als hij aankomt bij zijn kar, geeft Pubert hem een bredere glimlach dan Samuel dat hele gesprek aan Bob gegeven heeft. Het ergste is, hij is oprecht. Pubert pakt Samuel bij zijn schouders en bestudeert hem van boven naar beneden, en weer terug. Hij knikt.

“Het wit maakt je eng,” zegt Pubert goedkeurend, “Heel dreigend. Ik zou je niet tegen willen komen in een donker steegje, dat is zeker.”

“Dankje,” zegt Samuel, “Dat is vast waar Milano voor ging.”

“Ik ben zo’n fan van zijn werk,” gaat Pubert door, “En van dat van Eryn, Naeve’s stylist. Precies dezelfde outfit voor de twee tributen? Dat is gedurfd. I love it.”

Naeve draagt inderdaad precies eenzelfde wit pak, lichtgrijze laarzen, rood shirt en rechthoekig geweer. Haar haar is op agressieve wijze gevlochten. Samuel voelt zijn eigen hoofd. Geen vlechten, alleen veel gel. Zijn haar is gesculpteerd tot een vorm die vast veelzeggend is voor mensen met verstand van kapsels. Voor zover Samuel weet, zijn het drie stroken haar met daartussen twee scheidingen.

Zijn exploratie van zijn kapsel wordt onderbroken door een fluittoon: het is tijd om op de kar te gaan staan. Met Naeve links van hem staart Samuel naar de donkere hoofden van District 1.

Pubert begint een uitgebreid afscheid. “Nou, tot ziens dan, hè? Maak er iets moois van. Breek een been! Maar niet echt, natuurlijk. Mogen de sterren zich verbergen uit schaamte, want ze kunnen niet feller schitteren dan jullie! Ik zal jullie missen.”

Naeve rolt met haar ogen. “Houdt die imbeciel dan nooit zijn mond?” mompelt ze.

“Ehh, tot zo, Pubert,” zegt Samuel.

“Natuurlijk! Ik zal voor jullie duimen. Kijk, ik begin nu al.” Pubert begint—in stilte, iemand zij dank—met zijn duimen te draaien. Samuel staart, tot de paarden in beweging komen en hem uit zijn verwarring schokken. De uitgang van de hangar nadert. Daarachter wacht Samuel’s eerste live publiek.

“Vergeet de glitter niet!” schreeuwt Pubert de kar na.

Samuel werpt een laatste blik op de kubus. Het geweer is nog steeds wit, vierkant, en lijkt nog steeds niet op een geweer. Hij hoopt maar dat het apparaat het goed maakt met effectiviteit. Samuel kan zijn fans niet teleurstellen.

Reacties (2)

  • Duendes

    Alex is zo'n kneus maar Samuel ook en ohhemel

    Also Pubert is een schat wat een supportive vent en awh Samuel reageert ook supportive wat een bromance

    1 maand geleden
    • Incidium

      Pubert is de ware held van het verhaal, hij maakt elke scene beter

      1 maand geleden
  • Samanthablaze

    Bob—het wordt vervelend aan hem te denken als ‘jongen’, besluit Samuel. Vanaf nu is hij ‘Bob’—bloost heftig en plotseling. De rode kleur loopt van Bob’s oren via zijn voorhoofd richting zijn ribben. Stamelend weet hij “Dus?” uit te brengen.
    Dit is gewoon prachtig

    Mogen de sterren zich verbergen uit schaamte, want ze kunnen niet feller schitteren dan jullie! Ik zal jullie missen.”
    We houden van Pubert

    2 maanden geleden
    • Incidium

      ik denk dat ik sanne mijn excuses schuldig ben maaaar zolang ze dit niet ziet zeg ik niks xd
      ikr ik was best wel trots op die line:D

      2 maanden geleden
    • Samanthablaze

      Ja fair

      2 maanden geleden
    • Duendes

      DIE IS OOK ECHT GOED

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen