‘Ik vind dat het oneerlijk is als Jonathan bij de meisjes gaat!’
Zo ging het steeds bij gym. Vaak wilden de jongens me alleen maar bij hun in het team zodat ze me alleen nog maar verder konden martelen. Ik kon niet inzien wat voor andere rede er zou zijn, aangezien op z’n minst de helft van de meisjes uit onze klas meer fysieke kracht hadden dan ik. Toch liet de gymleraar zich keer op keer weer overhalen om me over te leveren aan de jongens.
Deze les speelden we basketbal. Dat vond ik niet erg. Zie, basketbal was eigenlijk heel makkelijk als niemand je mocht en als iedereen wist dat je niet bij de jongens in het team zat omdat je sterker was dan de anderen. Ik hoefde alleen maar een beetje achter mijn team aan te hollen, maar omdat iedereen wist dat ik er niets van bakte, bleef het daar bij en werd de bal geen één keer naar mij gespeeld.
Iemand riep naar me, maar mijn trage reflexen lieten me in de steek, en voordat ik mijn handen uit kon strekken of kon zien waar de bal vandaan kwam, dreunde de klap van de bal door mijn hoofd en viel ik op mijn billen. Mijn neus was pijnlijk en … warm en nat. Shit, ik had een bloedneus.
Ik kon me niet meer herinneren of je nou juist je hoofd naar voren – of naar achteren moest kantelen als je een bloedneus had, dus hield ik alleen maar mijn hand er onder zodat het bloed niet over mijn kin of op mijn kleren zou druppen, terwijl ik onhandig met één hand omhoog krabbelde.
De jongen die de bal naar me hand gegooid keek me aan met een uitdrukking die verbazing, zowel als pret uitstraalde. Het was blijkbaar niet zijn doel geweest om me een bloedneus te bezorgen, maar de uitkomst leek hem niettemin aan te staan.
Een beetje in paniek zocht ik naar de gymleraar, die me ongeduldig naar de kleedkamer wees waar ik mezelf maar even moest gaan oplappen. Terwijl ik naar de kleedkamer liep met mijn ondertussen bebloede hand nog steeds onder mijn neus, klonken er voetstappen achter me die sneller dichterbij kwamen.
Ik keek om en zag dat één van mijn klasgenoten, een jongen wiens naam ik niet kende en wiens gezicht me maar vaag bekend voor kwam, naast me begon te lopen.
‘Hulp nodig?’
Ik vond het moeilijk om in te schatten of hij goede bedoelingen had of niet, dus zei maar ja, om niet onbeleefd te zijn. Hij volgde me zonder blikken of blozen de meisjeskleedkamer in.
‘Je mag hier eigenlijk niet zijn’, zei ik, waar ik meteen spijt van kreeg omdat ik een opmerking zoals: ”Jij hoort hier eigenlijk ook niet” al aan voelde komen. Maar hij zei niks, en haalde alleen zijn schouders op.
Terwijl hij wat wc papier afscheurde en onder de kraan hield, kwam zijn naam weer bij me omhoog. Hij heette Vince, en hij was als ik me niet vergiste de aanvoerder van het zwemteam van onze school.
Vince overhandigde me het natte propje wc papier.
‘Ik zag het gebeuren,’ zei hij, gebarend naar mijn neus die ik schoon aan het poetsen was, ‘en ik denk echt dat het een ongelukje was.’
‘Vast wel’, bromde ik.
Het was een tijdje stil terwijl ik met het bebloede propje wc papier de laatste vlekken op mijn gezicht wegpoetste, en het in de prullenbak mikte. ‘Je moet blij zijn dat ik je kom helpen,’ verbrak Vince de stilte ‘dat doe ik niet vaak.’
Ik wist niet hoe ik daar normaal op moest reageren, dus knikte ik alleen. Ik zag er niet veel voor om terug de gymzaal in te gaan, maar ik vond het nu een beetje ongemakkelijk worden met Vince.
‘Ik ga me alvast omkleden’, zei ik toen, met een hoofdknikje naar de deur om aan te geven dat ik wilde dat hij wegging.
‘Ah, ga je me niet laten meekijken?’ De manier waarop hij het zei maakte duidelijk dat hij een grapje maakte, al was er iets aan hem dat deed overkomen alsof het grapje ergens op een verlangen gebaseerd was, en dat hij niet zou protesteren als ik toe zou stemmen.
‘Eh, nee’, zei ik kortaf. Ik kon niet om het grapje lachen, al was hij nog zo knap.

‘Wat is er met je gezicht gebeurd?’
Ik was tijdens de pauze naast Ian gaan zitten, en blijkbaar had ik mijn gezicht nog niet goed genoeg schoon gemaakt in de kleedkamer, want hij wees naar mijn neus.
‘Ik had een bloedneus tijdens gym’, zei ik afwezig. Ik wist dat Ian verontwaardigd zou reageren als ik zou vertellen hoe het gebeurd was, en dat hij dan een speech zou geven die de hele pauze duurde, en daar had ik weinig trek in op dat moment. Dus focuste ik me op mijn lunch terwijl Ian voor zich uit babbelde.
‘Heb je zin om elkaar weer een keer na school te zien?’ vroeg hij toen. Ik had niet geheel gevolgd hoe hij bij dat gespreksonderwerp was aangekomen, dus was een beetje verbaasd door het voorstel.
‘Eh, ja, is goed,’ zei ik nadat ik mijn eten gauw had doorgeslikt ‘morgen bij mij thuis? Mijn moeder is dan in het ziekenhuis, dus we hebben het rijk alleen.’
Ian keek geschrokken. ‘Is je moeder ziek? Wat heeft ze?’
Ik grijnsde. ‘Ze heeft een parasiet in haar buik, die haar misselijk maakt en een deel van haar eten opeet.’ Na even genoten te hebben van Ians verschrikte gezicht voegde ik er aan toe: ‘Maar de meeste mensen noemen het gewoon een baby. Ze moet morgen naar het ziekenhuis voor een echo.’
Ian slaakte een zucht en deed alsof hij me wilde slaan.

Reacties (1)

  • aarsvogel

    De omschrijving van een baby is echt geweldig. Kon m’n lachen niet inhouden :')

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here