’Welcome to my crib’, zei ik dramatisch terwijl ik de voordeur van ons appartement opengooide. Ik wees Ian waar hij zijn schoenen neer kon zetten en waar hij zijn jas op kon hangen, en om beleefd te zijn bood ik hem iets te drinken aan. Blijkbaar vond hij dat grappig, want hij grinnikte terwijl hij het afwees.
‘Dus, je woont hier alleen met je moeder?’ vroeg hij terwijl hij rondkeek in de woonkamer.
‘Ja’, zei ik onnozel.
‘Waar is je pa?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Geen idee. Mijn moeder heeft het er niet graag over, maar ze was jong en ze kende hem amper. Ik ken hem ook niet.’
‘En de vader van het kind waarmee ze nu zwanger is?’
Ik zuchtte en plofte op de bank. ‘Zelfde verhaal, alleen is ze nu niet zo jong meer. Ze hebben een paar maanden verkering gehad, ik heb hem maar een paar keer gezien, en toen ze aankondigde dat ze zwanger was, maakte hij dat hij wegkwam.’
‘Heb je het er moeilijk mee?’ vroeg Ian voorzichtig.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Niet zoveel als wanneer ik mijn pa wel gekend had, en als ze middenin een of andere hectische scheiding zaten. Ma en ik kunnen altijd wel goed met elkaar overweg. En jou ouders?’
Ian haalde ook zijn schouders op, maar nonchalanter dan ik. ‘Gewoon gelukkig bij elkaar. Mag ik je kamer zien?’
Al leek hij wel eerlijk te zijn, was er iets aan de haast waarmee hij van onderwerp had veranderd dat me verwarde. Was er meer gaande dan wat hij door liet schemeren? Ik durfde er niet verder over te vragen.

Om de een of andere reden moest Ian lachen toen hij mijn kamer binnenliep.
‘Wat?’ vroeg ik quasi-beledigd.
‘Het is zo netjes,’ grinnikte hij ‘vergeleken met mijn kamer, in ieder geval.’
‘Het zou me niks verbazen als dat aan jou ligt’, bromde ik.
Na een beetje rondgekeken te hebben concludeerde Ian: ‘Het is erg… normaal.’ Ik kon niet goed uitmaken of dat iets positiefs of iets negatiefs was.
‘Wat had je verwacht? Een lijk in mijn kast?’
‘Nee, niks, ik weet het niet. Het is gewoon erg normaal, dat is alles.’
Ik sloeg mijn armen over elkaar. ‘Is er iets mis met normaal?’
Ian lachte. ‘Weet ik niet, ik ben het nooit geweest. Vertel jij me het maar.’ Er was iets vleiends aan het feit dat hij me normaal noemde, al vroeg ik me af of hij het meende.
‘Ik vind het fijn om normaal te zijn. Ik hoef niet op te vallen.’
‘Omdat je bang bent dat mensen je pesten als je opvalt? Jennie, je weet dat je gewoon jezelf mag zijn. Niemand heeft het recht om je daar op af te kraken.’
‘Nee,’ zei ik gedecideerd ‘ik vind het fijn om normaal te zijn omdat ik dat gewoon graag ben. Het voelt prettig om te weten dat je bij de grotere groep hoort, om te weten dat je veel gemeen hebt met de mensen om je heen. Ik ben toch al apart genoeg zonder dat ook nog op een uitgesproken manier te zijn…’
‘Ik vind het juist interessant als mensen anders durven te zijn,’ zei Ian. ‘Niet dat ik jou saai vind!’ voegde hij er gauw aan toe, ‘Maar ik vind dat in deze fase in ons leven iedereen zo veel waarde hecht aan “normaal” zijn dat het saai wordt, dat we allemaal iemand proberen te zijn waarvan we er later toch achter komen dat dat eigenlijk helemaal niet is wie we werkelijk zijn. Over een paar jaar maakt het toch allemaal niet meer uit of we er op de middelbare school “bij hebben gehoord” of niet. Er is niks mis met een beetje raar zijn.’
‘Maar er is ook niks mís met gewoon zijn.’
‘Natuurlijk niet, als het maar niet geforceerd is, als je ware zelf er maar niet onder hoeft te lijden.’
‘Het klinkt alsof je denkt dat ik niet anders durf te zijn.’
‘Niet echt. Ik denk dat je al een heel stuk unieker bent dan dat je zelf wilt toegeven.’
‘Ik weet dat je het hebt over het transgender zijn, en ja, dat is inderdaad niet gebruikelijk. Maar heeft het me tot nu toe íets positiefs gebracht?’ Dat kwam er een stuk geërgerder uit dan ik bedoeld had.
‘Als je mijn vriendschap niet als iets positiefs ziet…’ Ik kon aan Ian zien dat hij me wilde plagen, al leek hij het gesprek wel serieus te nemen.
‘Buiten dat om, dan. Zelfs als ik er niet om gepest zou worden is het niet… leuk. Het is niet hetzelfde als gewoon een beetje anders zijn, dan als ik bijvoorbeeld een lesbienne was geweest, of rood haar had gehad. Het is niet iets waar ik trots op ben. Ik schaam me er niet om, maar ik ben er ook niet blij mee.’
Voor het eerst leek Ian niets te weten wat hij er tegenin kon brengen. ‘Dat snap ik,’ zei hij toen, ‘ik zou het ook niet leuk hebben gevonden als ik in jou schoenen stond. Sorry als ik er ongevoelig over ben overgekomen.’
Ik wist niet wat ik moest zeggen of waar het gesprek naartoe ging, maar hoefde ook niks meer te zeggen, want we werden onderbroken door mijn telefoon die ging.
‘Ma?’
‘Hoi, lieverd. Ik heb goeds nieuws.’ Mijn moeder klonk alsof ze gehuild had, maar ze klonk niet verdrietig.
‘Oh?’
‘Je krijgt een zusje! Leuk hè?’
Mijn keel werd dik, en droog. Mijn hart voelde zwaar, alsof er een baksteen aan vast geknoopt was die er nu aan trok. ‘Ja, leuk’, zei ik zacht, misschien niet overtuigend genoeg, dus ik voegde er aan toe: ‘Dat is echt goed nieuws, mam. Wanneer komt ze?’
‘Ze denken over ongeveer twee maanden! Oh, ik ben zo opgewonden! Tot vanavond, lieverd!’
‘Tot vanavond…’
Toen mijn moeder ophing smeet ik de telefoon door de kamer, en staarde kwaad naar de grond. Ik hield mijn adem om niet in tranen uit te barsten.
‘Wat is er aan de hand? Slecht nieuws?’ vroeg Ian bezorgd. Ik voelde zijn hand heel lichtjes op mijn rug rusten.
Ik schudde mijn hoofd, maar de tranen prikten al in mijn ogen. ‘Het is een meisje’, zei ik toen, zacht, maar luid genoeg dat Ian kon horen hoe mijn stem brak, en hoe er een snik over mijn lippen rolde. Wetende dat ik het niet meer kon verbergen, barstte ik in tranen uit.
‘Wat… wat is daar mis mee? Is dat niet juist leuk?’ vroeg Ian verward terwijl hij troostend over mijn rug wreef.
Ik schudde alleen mijn hoofd, die zwaar en duizelig aanvoelde van het snikken.
‘Wat een marteling,’ snikte ik, ‘als ik straks dat kind moet gaan zien opgroeien op de manier waarover ik alleen maar kon fantaseren. Een échte dochter, een écht meisje. Zij zal met de poppen spelen waar ik vroeger alleen maar jaloers naar kon staren in de speelgoedwinkel. Zij zal wél een jurkje kunnen dragen op haar eerste schooldag. …Zij zal nooit bang hoeven te zijn wanneer ze het openbare toilet in stapt, of wanneer ze haar paspoort moet laten zien. …Zij zal er niks aan te hoeven doen om een prachtig meisje te worden, zij zal geen te grote voeten hebben, …of een te groot voorhoofd, …of een te grote neus, of een…’ Ik kon niet meer praten omdat mijn gejaagde ademhaling die steeds sneller en heftiger werd mijn keel dicht leek te knijpen. Ik voelde me zo kwaad, zo hopeloos dat ik bijna was vergeten dat Ian naast me zat en dat we lol hoorden te hebben.
‘Hee…’ suste Ian terwijl hij voorzichtig over mijn hoofd aaide. ‘Betekent het niet dat als jij straks haar grote zus kan zijn, dat dat je juist de gelegenheid geeft om er een beetje mee van te kunnen genieten? Ze zal toch willen dat jij als grote zus met haar mee speelt met de poppen, en dat jij ook een prinsessenjurk aantrekt? Je kunt leuke jurkjes voor haar uitzoeken, en mee helpen met de kinderkamer inrichten… Ik denk dat je juist een goed voorbeeld voor haar kan zijn, Jennie. Een sterke, mooie grote zus. Of had je liever soldaatje gespeeld met een klein broertje?’
Ik veegde mijn ogen af en staarde Ian verbaasd aan. ‘Zo had ik er nog helemaal niet over nagedacht…’ gaf ik toe. ‘Je hebt gelijk, ik moet een goede grote zus worden, niet haar alleen maar de dingen die ik nooit gehad heb misgunnen.’
‘Ik denk dat je een fantastische grote zus wordt’, zei Ian met een bemoedigende grijns.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here