Daar ben ik weer, terug van zomerkamp met een extra lang hoofdstuk, want eh zo kwam het toevallig uit

"Chris." Als Luna me op komt halen, staart ze een paar seconden naar mijn outfit, voor ze verder praat. "Wat zie je er verzorgd uit. Dat ben ik niet van je gewend." Ze glimlacht kleintjes en kijkt me uitdagend aan.

"Haha, grappig." Ik grimas en frunnik aan mijn handschoen. "Het zit irritant. En het schijnt door." Ik wijs op mijn blouse en zucht, maar Luna grinnikt.

"Je hebt het echt niet zo slecht getroffen," zegt ze. "Julius is niet de beste stylist ooit, maar hij doet zijn best. Ik heb ervoor gezorgd dat Minka - de styliste van mij en Ada - de leiding heeft gekregen. Je outfit is prima, en het gaat de indruk maken die je nodig hebt."

"Jij hebt makkelijk praten." Ik kijk naar haar lange, blauwe jurk en gekrulde, opgestoken haren. Als ik de glitters tussen haar krullen opmerk, verschijnt er een grijns op mijn gezicht. "Goh, wat zit je haar leuk," merk ik uitdagend op.

Maar Luna glimlacht en haalt haar schouders op. "'s Lands wijs, 's lands eer, zei je toch?" Ze gebaart dat ik haar moet volgen, en gaat me voor richting de opstaphal. "Ik weet tenminste hoe ik ze weer weg moet halen."

"Hé, dat weet ik ook," lieg ik, terwijl ik snel achter haar aan loop. Dat was een lage, gemene opmerking. "Dit is een bewuste keuze."

"Tuurlijk. Jij bent de expert." Ze haalt nogmaals haar schouders op en gebaart dan naar het einde van de gang. "Ik ga Ada zo halen en breng haar dan naar de kar, maar jij moet zorgen dat je daar wel een beetje in de buurt blijft, zodat je op tijd voor vertrek klaar staat. De andere tributen zullen ook al grotendeels aanwezig zijn. Dit is je eerste kans om sommigen van hen te spreken, en dus om een indruk achter te laten. Hou de andere tributen goed in de gaten en alsjeblieft, maak geen vijanden."

"Dat zou ik nooit doen," verdedig ik mezelf, maar het levert me alleen een erg sceptische blik op. Ik zucht en volg mijn zusje de zaal in, waar ik mijn ogen over de mensen, paarden en verschillende karren laat glijden.

De Beroeps staan grotendeels bij hun eigen kar, verbazingwekkend genoeg. Ergens had ik verwacht dat Aderyn inmiddels al bezig zou zijn om een ondood leger om zich heen te verzamelen, maar het meisje staat gewoon in een prinsessenjurk om zich heen te kijken, en lijkt lang niet meer zo'n groot gevaar als eerder, hoewel ze er door de witte jurk wel nóg bleker uitziet.

Mijn blik dwaalt af naar de jongen uit District 3, Parveen, die tijdens de Boete op zijn gezicht viel. De verwondingen die hij daaraan overgehouden had, lijken wonderbaarlijk genoeg bijna helemaal verdwenen te zijn, maar het valt me op dat hij zijn gewicht nadrukkelijk op één been geplaatst heeft. De wallen en de schrammen mogen dan weg zijn, de pijn in zijn voet is dat duidelijk nog niet.

De jongen die naast hem staat, zorgt ervoor dat Parveen er nog kleiner en ongemakkelijker uitziet. Hoewel hij deze keer geen klompen aan heeft, herken ik de grote jongen onmiddellijk als Florian, de mannelijke tribuut uit District 9. Zijn blouse heeft hij schijnbaar thuisgelaten, en met reden: zonder shirt zijn zijn spieren nog veel beter zichtbaar. "Uitslover," mompel ik, terwijl ik best weet dat hij er ook niets aan kan doen, maar de jongen lijkt niet eens zo ongemakkelijk zonder zijn shirt. Natuurlijk is hij niet ongemakkelijk - hij heeft daadwerkelijk iets om aan de wereld te laten zien. Ook al is zijn outfit bizar - iets met getekende graancirkels en een broek van gevlochten graan - ik durf te wedden dat heel het vrouwelijke deel van het Capitool meteen aan zijn voeten ligt, en waarschijnlijk een deel van de mannen ook. Ik kan het ze niet eens kwalijk nemen: het valt niet te ontkennen dat de blonde jongen knap is, en duidelijk erg sterk. Hij heeft de sponsors al binnen.

Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Flynn, de jongen uit District 8, die erg druk bezig is 'Alexandra' uit District 5 af te lebberen. Naast de grote, gespierde tribuut uit District 8, lijkt de 'vrouwelijke' tribuut nogal kwetsbaar, en een beetje in paniek. Waarschijnlijk haalt hij met een ongemakkelijke lach, een rood hoofd en zijn shirtloze bovenlichaam best wel wat sponsoren bij elkaar, maar als er beelden uitlekken van de twee tributen die eigenlijk een kamer zouden moeten zoeken, zijn mijn kansen op sponsoren helemaal verkeken. Een kostuum is leuk en aardig, maar geen enkel kostuum kan op tegen een gedoemd koppel, zeker niet als het een grote, stoere, gespierde jongen en waarschijnlijke winnaar betreft, samen met een kleinere, ongemakkelijke jongen gaat die sowieso al alle aandacht had na de blunder tijdens zijn Boete. Zelfs ik wil voor ze juichen, ook al zijn dit mensen die me volgende week waarschijnlijk maar wat graag de nek omdraaien. Het is niet echt een eerlijke strijd, zoals ik inmiddels wel gewend ben. Alweer een punt voor de wereld, en de score begint steeds lastiger bij te houden te worden.

Ik ga op zoek naar de jongen uit District 7, Daniel, maar vind zijn stormgrijze ogen en vrolijke grijns een stuk dichterbij dan verwacht. "Eh, hoi," zegt hij aarzelend, maar dan glimlacht hij. "Hoe gaat het?"

In mijn hoofd gaan de alarmbellen af. Deze jongen is mijn tegenstander, mijn vijand. Hij zal me net zo goed als de anderen de nek om willen draaien. Maar hij lacht naar mij, en naar Luna, alsof hij een oude vriend is. Ook al was zijn vraag duidelijk een beetje ongemakkelijk, zijn ogen twijfelen vrolijk. Misschien is het het licht, misschien de weerspiegeling van onze outfits, maar ineens lijken zijn ogen geen stormachtige, grijze massa meer. In plaats daarvan lijken ze groen, als een bladerdek, waarachter een donkere avondlucht vol sterren te zien is, als thuis. Het lijken niet de ogen van iemand die de hel al gezien heeft, en het lijken al helemaal niet de ogen van een moordenaar. Maar in tegenstelling tot Ada tijdens haar Boete, heeft deze jongen de dood niet om zich heen hangen. Hij is geen winnaar, zoveel is wel duidelijk. Maar hij is ook nog niet dood.

Ik werp een zijdelingse blik op Luna, die de jongen verdwaasd aanstaart, maar geen aanstalten maakt om hem weg te sturen. "Eh," begint ze aarzelend, "prima." Het is een leugen, maar ze tovert een kleine glimlach op haar gezicht en wendt haar blik even aarzelend af, voor ze de jongen toch weer aankijkt.

Daniel lijkt niet echt overtuigd, maar knikt naar haar. "Dat is goed om te horen," zegt hij, maar de bezorgdheid is in zijn stem terug te horen. "Het zal vast geen makkelijke periode voor je zijn." Deze jongen, waarschijnlijk een toekomstige moordenaar, toont nu al meer interesse in het welzijn van mijn zusje dan mijn vader in de afgelopen jaren bij elkaar heeft laten zien. Het is een vreemd idee, ongemakkelijk en prettig tegelijk. Ik word onrustig van zijn zachte toon, van zijn bezorgde blik en vriendelijke glimlach, en toch kan ik hem niet mijn rug toekeren, en op zoek gaan naar iemand anders om mee te praten.

Luna schudt haar hoofd, duidelijk net zo onrustig als ik, en ze haalt even diep adem. Als ze haar hand door haar haar haalt, zie ik dat die alweer trilt. "Niet bepaald, nee," zegt ze zacht, en dat is wél de waarheid. Zodra ze het uitspreekt, lijkt er iets van haar schouders af te vallen. Haar ademhaling vertraagt en ze schudt nogmaals haar hoofd. "Daniel, is het toch?"

De jongen knikt. "Ja, maar zeg maar Day. Zo noemt bijna iedereen me." Hij glimlacht, hoewel hij nog steeds bezorgd lijkt te zijn. "Ik had me betere omstandigheden kunnen voorstellen, maar aangenaam kennis te maken."

Day. De naam lijkt de jongen bijzonder goed te passen, alsof hij het daglicht is, de zonsopkomst, nieuwe kansen, maar toch besluit ik hem niet zo te noemen. Daniel klinkt te formeel, alsof we volwassenen zijn, op een zakenreis in het Capitool, alsof we allemaal beleefd en vriendelijk moeten doen, maar ik kan zijn bijnaam niet uitspreken zonder dat ik de zonsopkomst van District 11 zie. En ik wil niet denken aan thuis.

"Insgelijks." Luna schudt de jongen de hand, en maakt dan een vaag gebaar richting het correctiecentrum, waar Ada en Celese waarschijnlijk nog steeds rondhangen. "Ik zou graag nog even met je praten, maar ik heb helaas nog wat dingen te bespreken voor de openingsceremonie begint. Misschien dat er straks nog wat tijd is om rustig te praten, en anders later deze week vast wel."

"Succes." Day glimlacht naar haar, en de bezorgdheid lijkt eindelijk een klein beetje te verdwijnen.

"Bedankt." Luna lacht voorzichtig terug, en loopt dan terug richting het correctiecentrum. "Tot later, Daniel."

Zodra ze weg is, richt Day zich tot mij. "Leuke outfit," zegt hij, terwijl hij zijn blik over mijn kostuum laat glijden. "Christian, was het toch?"

"Zeg maar gewoon Chris," zeg ik meteen. Als ik 'Christian' genoemd wordt, betekent dat meetal óf dat de persoon in kwestie kwaad op me is, óf dat ik getrokken ben om aan de Hongerspelen mee te doen, en dat zijn allebei niet echt prettige associaties. Ik volg zijn blik naar mijn kleding en pruts weer even aan mijn handschoen - hoezo heb ik er eigenlijk überhaupt maar één? "Praktisch is anders." Dan laat ik mijn blik naar zijn outfit glijden, en hamer even. De tribuut heeft wel een blouse aan, maar het scheelt niet veel: de stof is nog veel doorschijnender dan die van mij, en laten een paar strengen klimop zien die om zijn borst heen gedraaid zijn. "Jij ziet er ook niet slecht uit," zeg ik met een brede grijns. Hij zit in ieder geval niet onder de glitters.

Day plukt aan zijn enorm doorschijnende blouse en trekt een ongemakkelijk gezicht. "Het is maar wie je het vraagt," zegt hij met een gek gezicht en nog steeds die twinkeling in zijn ogen, als zijn lach weer verschijnt.

"Ik vind dat het je leuk staat, hoor. We matchen zelfs een beetje." Ik lach naar hem, maak de bovenste paar knopen van mijn blouse los en steek mijn vingers onder mijn shirt, om te laten zien dat die van mij ook al doorschijnt. Het is vast een trend hier, net als al die kleuren. Misschien symboliseert het de eerlijkheid van mijn zusje, of iets in die richting. Capitoolmode is best te doorgronden, als je eenmaal weet hoe het werkt. "Je kunt er zo doorheen kijken."

"Toch nog iets goeds aan de outfit," zegt Dat met een toegeeflijke lach. "Maar ik denk dat ik best had willen ruilen."

"Hij zou mij waarschijnlijk een stuk minder goed staan, hoor." Er is veel wat me goed staat, maar shirtloos of semi-shirtloos zijn is niet een van die dingen, zeker niet als ik naast een meer gespierde jongen sta. "Jij kunt het best hebben. En ik kan het weten, want ik schijn dus een stijlicoon te zijn." Ik schud mijn hoofd. "Lang verhaal."

"Oh?" Day trekt geamuseerd een wenkbrauw op. "Ik kan niet wachten om dat verhaal te horen, maar ik denk dat we daar even mee moeten wachten tot na de Parade." Hij kijkt even over zijn schouder, naar zijn eigen kar. "Mijn mentor begint steeds meer nerveuze blikken deze kant op te werpen."

Ik zucht en knik toegeeflijk. Luna is nog niet terug, maar ze zal waarschijnlijk willen dat ik klaar sta als ze dat wel is. Bovendien maakt dit gesprek alles uiteindelijk alleen maar moeilijker. Day kan en mag geen bondgenoot worden, ik kan niet doodgaan omdat hij toevallig één gesprek lang vriendelijk tegen me was. "Ik denk niet dat ik zo'n kar in zou kunnen halen als die eenmaal rijdt, dus we moeten wel zorgen dat we op tijd op onze kar staan," zeg ik dus maar met een grijns. "Hoewel het misschien wel indruk zou maken. Dat valt meer op dan een kostuum, hoe leuk die ook is."

De jongen grijnst terug. "Denk je? Ik zou zeggen dat een seksueel getinte klimplant een enorme indruk achterlaat." Hij trekt nogmaals hoofdschuddend aan zijn blouse en lacht. "Je moet er wat voor over hebben, hè?"

"Heel veel," antwoord ik met een grimas. "Ik moet klef handjes vasthouden met mijn districtgenote en hopen dat ze het niet als een kans ziet om me van de wagen af te gooien. Alles voor een blij publiek, hè."

"Ach, gelukkig rijdt er maar één kar achter jullie, voor het geval dat." Day grinnikt. "Ik spreek je later nog wel, Chris." Hij steekt zijn hand op, en begint zich terug naar zijn eigen kar te begeven.

Ik zwaai hem na. "Tot later, Danny!" Geen Daniel, want die naam voelt niet juist. Geen Day, want die naam krijg ik niet over mijn lippen zonder aan alles wat ik kwijt ben te denken. Ik noem de jongen, met zijn grijsgroene ogen en vrolijke grijns 'Danny', alsof er nooit een andere optie geweest is.

Heel even kijkt hij verbaasd over zijn schouder, maar dan glimlacht hij naar me en loopt verder. Tot nu toe lijkt het 'geen vijanden maken' gedeelte van mijn overlevingsplan redelijk te slagen. Pak aan, wereld. Ik ga mijn comeback maken, en laat me daarin niet stoppen door shirtloze en semi-shirtloze jongens.

Reacties (1)

  • Incidium

    DAY! onze favoriete seksueel getinte klimplant (Capitool trademark). We stan Day en zijn Mary Sue van kleur veranderende ogen. Chris stop met je poezie your disaster gay is showing.

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Jaa ik geniet van Day hier
      Zijn ogen waren oorspronkelijk grijs maar Ilse en ik kwamen tot de conclusie dat ze in onze hoofden altijd al groen waren dus nu zijn ze grijsgroen en heeft Chris een excuus om er iedere keer naar te kijken oeps
      En ja Chris is basically aan het kwijlen en blozen en is like hmm laat ik mijn blouse open knopen en letterlijk iedereen merkt het behalve hijzelf en Day

      1 jaar geleden
    • Duendes

      Ohnee Chris gaat straks nog haiku's schrijven over Day alles gaat mis, the inner gay is showing

      1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Ik ga niet eens meer proberen om subtiel te zijn

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen