Alternatieve titel: Chris probeert een date te krijgen maar weet niet hoe hij genoeg indruk op zijn crush kan maken

Die zwaarden blijken, net als de districtgenoot, flink tegen te vallen. Niet alleen zijn ze niet echt mooi - er is niet eens geprobeerd om een cool gevest te ontwerpen - ze blijken ook nog eens erg zwaar te zijn. Voor het belangrijkste trainingscentrum in de grootste stad van Panem, zijn de faciliteiten behoorlijk teleurstellend. Gelukkig compenseert het lekkere eten hier voor de wapens en de mensen, die eigenlijk vooral heel jammer blijken te zijn.

Ik zoek een zwaard uit, en nadat ik met een half oor naar de instructie geluisterd heb, begin ik het uit te testen. Het gevest voelt vreemd tussen mijn vingers, en het verschil in gewicht met de stokken en dweilen die ik gewend ben, wordt pijnlijk duidelijk als ik wat kleine bewegingen probeer te maken. Het zwaard lijkt me omlaag te trekken, alsof de wereld heeft besloten om me zelfs dit niet te gunnen en het zwaard met behulp van de zwaartekracht uit mijn handen probeert te rukken.

Gelukkig blijken mijn technieken ondanks de onhandige zwaarden niet helemaal onuitvoerbaar te zijn gewonnen, en na een paar minuten met het zwaard gezwaaid te hebben, beginnen mijn bewegingen toch weer ergens op te lijken. Niet helemaal zoals ik zou willen, maar ik lijk in ieder geval geen totale idioot meer.

Als ik uithaal met mijn zwaard, kruist mijn blik ineens die van Day, die mijn slag niet had zien aankomen en geschrokken achteruit stapt, terwijl mijn zwaard hem op een paar centimeter afstand mist. Ik had hem bijna geraakt. Ik had bijna de jongen die ik als bondgenoot wil aan mijn zwaard geregen, en ik denk niet dat ik dat had kunnen goedpraten. Heel even kijk ik de jongen net zo geschrokken aan, maar dan tover ik een grijns op mijn gezicht, terwijl ik uit alle macht probeer mijn hartslag weer tot bedaren te brengen. Met een nonchalante grijns op mijn gezicht, probeer ik de jongen te overtuigen dat dat wel degelijk de bedoeling was, en dat ik weet wat ik doe. Ik kan zwaardvechten, en als ik hem had willen raken, had ik dat ook gedaan, maar dat deed ik niet. Dat is een heel wat betere boodschap voor een potentiële bondgenoot dan 'oeps, ik zag je niet en ben niet aan dit lelijke, stomme, zware zwaard gewend, dus was je bijna gespiest, sorry'. "Hey, Danny," zeg ik tegen hem. Mijn stem trilt en is hoger dan normaal, en mijn ademhaling is gejaagd, maar ik heb de jongen pas één keer eerder gesproken, dus hopelijk merkt hij er niets van. "Kijk je een beetje uit?"

Day staart nog even geschrokken naar het zwaard, waarvan ik de punt maar snel op de grond richt, maar dan verschijnt er weer een brede lach op zijn gezicht. "Ik was nog niet voorbereid op zo'n vroege aanval," grinnikt hij, waarna hij vragend van het wapen naar mij kijkt. "Lukt het met dat zwaard?"

"Helemaal," antwoord ik meteen, terwijl ik op de automatische piloot het zwaard op de grond laat rusten. Als ik er vervolgens op probeer te leunen, zoals bij de bamboe thuis altijd prima werkte, verlies ik mijn evenwicht en wankel om overeind te blijven. Het zwaard dat ik uitgekozen heb, is ook nog eens aanzienlijk korter dan wat ik gewend ben, concludeer ik terwijl ik mijn balans weer probeer te vinden. Het lijkt wel alsof ze er hier alles aan gedaan hebben om te zorgen dat ik geen degelijk wapen kan hebben, of misschien heeft Aderyn, die een stukje verderop met een zwaard om zich heen aan het slaan is, het enige goede zwaard wel te pakken gekregen. Misschien heeft ze de instructeur wel gehypnotiseerd met haar vampierkrachten, en ervoor gezorgd dat hij niemand anders een degelijk wapen geeft. Het is hoe dan ook een punt voor de wereld, ook al was het bepaalt geen mooie zet. De jongen die ik als bondgenoot wil, heb ik niet alleen bijna vermoord, hij heeft ook nog eens gezien hoe ik probeerde te leunen op een zwaard, waardoor ik bijna onderuit ging, omdat je schijnbaar niet echt op zwaarden kunt leunen. Niet bepaald de indruk die ik wilde maken. "Ik, eh, moet nog even wennen aan deze zwaarden," zeg ik snel, terwijl ik het bloed naar mijn wangen voel stijgen - dat kan er ook nog wel bij. "Ze voelen anders." Ik kijk even naar mijn zwaard en zucht zacht. 'Anders' is een understatement, maar de enige manier om uit te leggen dat ik geen incapabele,levensgevaarlijke sukkel ben, zonder ook meteen uit te leggen dat dit mijn eerste keer trainen met een echt zwaard is. Mijn kans om hem als bondgenoot te krijgen, is waarschijnlijk aanzienlijk groter als hij weet dat ik enige ervaring met wapens heb, maar de afgelopen paar seconden hebben zeker niet dat signaal afgegeven.

Er verschijnt een grijns op zijn gezicht - dezelfde lach als die van tijdens zijn Boete - maar die maakt snel weer plaats voor een nieuwsgierige blik. "Anders dan wat?"

Even sta ik met mijn mond vol tanden, terwijl ik in mijn hoofd mijn opties afweeg. Ik had deze vraag kunnen verwachten, maar dat deed ik niet, en nu kan ik niet meer echt terug. Ik kan hem ook niet vertellen dat ik thuis met bamboe trainde, want hoe efficiënt dat ook was en hoeveel fijner die stokken ook waren dan die stomme, zware zwaarden hier, het klinkt behoorlijk sullig. "Mijn oefenzwaarden, thuis," zeg ik dus snel. Het is geen leugen, maar het zegt ook niet veel. Hopelijk laat hij het erbij. "Die waren wat lichter."

"Is er geen lichter zwaard dan?" Hij kijkt naar het wapen in mijn hand, en steekt zijn hand uit om het van me over te nemen. "Deze lijkt inderdaad een beetje zwaar voor je."

"Hé, ik kan het best aan." Ik kijk hem verontwaardigd aan, en maak snel een paar hopelijk soort van indrukwekkend uitziende bewegingen, voordat ik hem het zwaard aangeef. "Ik weet wat ik doe."

Als hij het zwaard aanpakt, zie ik de verbazing over zijn gezicht glijden. In zijn sterke handen, lijkt mijn zwaard ineens niet veel meer dan een satéprikker: het lijkt alsof zelfs een papiersnee zou gevaarlijker zijn dan de schade die dit wapen aan zou kunnen richten. Maar de jongen tovert al snel weer een scheve grijns op zijn gezicht, en laat het zwaard in zijn handen draaien. "Ik kan sowieso niets met zwaarden, dus je doet het beter dan ik."

"Wat is jouw specialiteit dan, als ik vragen mag?" Voor ik besluit dat ik Day als mijn bondgenoot wil, moet ik weten wat hij allemaal kan. Luna's verhaaltje was leuk en aardig, en ik verwacht ook dat ze best gelijk heeft over een aantal dingen, maar ik trek liever mijn eigen conclusies - en het gewoon vragen is dan de makkelijkste weg.

Day haalt zijn schouders op. Zijn grijns vervaagd, en ongemakkelijke blik neemt zijn plaats in. "Ik weet het niet-" mompelt hij, en hij wendt zijn blik af. "Ik kan goed omgaan met een bijl en een mes, maar dat is alleen voor werk en niet om-" De jongen valt even stil en schudt zijn hoofd. Niet om te moorden. Maar dan is de glimlach weer terug, alsof de jongen stopt met leven zodra hij ooit stopt met lachen. Ook al heb ik hem gisteravond pas ontmoet, ik kan hem me al niet meer voorstellen zonder die lach, zonder die twinkeling in zijn ogen, die er nu weer uitzien als een stormachtige hemel. "En ik kan redelijk goed overweg met stenen," zegt hij luchtig. Als het nog niet zeker was, is het dat nu wel. Daniel Ethan Hale gooide die steen. Hij kwam in opstand tegen het Capitool, riskeerde alles en eindigde hier, maar hij blijft grijnzen. Dat deed hij toen, op het podium, en dat doet hij nu nog steeds. Ik hoop dat het niet verdwijnt. Zijn lach lijkt iets stabiels, in een wereld waar zelfs Luna's handen trillen.

Ik lach met hem mee en knik. Ik moet toegeven dat die actie misschien wel het krachtigste is wat ik ooit iemand heb zien doen. Niemand gaat tegen het Capitool in. We klappen wanneer we horen te klappen, we zwijgen wanneer we horen te zwijgen, en we doen nooit iets om te zorgen dat we de aandacht van het Capitool trekken. En we gooien al helemaal geen stenen naar de Boetebollen. Van die ongeschreven regels, trekt deze jongen zich echter niets aan. "Dat was indrukwekkend," zeg ik, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer mijn gezicht betrekt, "maar wel heel erg riskant. En als je het niet gedaan had, had je hier misschien niet gestaan."

"Ik weet het, het was niet het beste plan ooit, dus ik hoop dat het niet voor grote problemen zal zorgen." Day haalt een hand door zijn haren en haalt zijn schouders op, maar ondanks het nonchalante gebaar maakt hij zich duidelijk zorgen om de gevolgen van zijn daden. "Maar de kans dat ik getrokken zou worden, was sowieso erg groot. Het zou me niet verbazen als minstens de helft van die bol vol zat met mijn briefjes, na al die bonnen." Hij lacht weer, maar dit keer schitteren zijn ogen niet mee. De tributen die in de arena belanden, komen zelden uit kleine, gelukkige, rijke gezinnen - zeker niet als ze getrokken zijn.

"Grote familie?" gok ik. De kinderen uit grote, arme gezinnen, die zich voor hun hele familie inschrijven voor de bonnen, zijn meestal de kinderen die getrokken worden. Het zijn zelden rijke kinderen uit kleine, fortuinlijke families. Het zijn zelden kinderen zoals Luna en ik, het zijn zelden mensen die genoeg te eten hadden. Alleen mensen die wanhopig zijn, schrijven zich in voor de bonnen. Luna en ik hebben het in de voorgaande jaren ook wel eens gedaan - door de hoge kosten van de medicijnen is arts zijn niet de best betalende baan - maar we komen nog altijd uit een klein gezin. Wij hadden nooit veel briefjes in die bollen zitten.

Day wel. Ik kijk snel even naar het lichaam van de jongen, en hoewel het grotendeels verborgen wordt door het feit dat hij vrij lang en gespierd is, valt het me op dat hij mager is. Deze jongen komt uit zo'n groot, arm gezin, dat altijd op het randje van de dood balanceert. Het zijn de sterfgevallen waar we niets aan kunnen doen. Bloedzoekerssteken, verwondingen en ziektes kunnen bestreden worden, maar het enige wat we tegen hongersnood kunnen doen, is hopen dat ons district de Spelen wint - en zelfs dat blijkt uiteindelijk minder te helpen dan zou moeten. Deze jongen heeft een familie die zijn inkomen en Boetebonnen nodig heeft, maar niet alleen dat. Ze hebben ook de glimlach van hun broer en zoon nodig, zoals ik de stabiele handen van Luna nodig heb. Als Day sterft in de arena, sterft zijn familie met hem - zelfs als ze het fysiek wel overleven. En toch blijft de jongen lachen, en knikt hij naar me. "Heel gezellig, maar niet altijd even gemakkelijk. Het is al een mond minder te voeden sinds mijn zus op zichzelf woont, maar het is nog steeds best veel."

"Dit is… heel erg moeilijk voor hen." Ik bijt op mijn lip en wend mijn blik af. Het wachten is het ergst. Het niets weten, het nadenken over alles wat er zou kunnen gebeuren. Niet zeker weten of je teveel of juist te weinig vertrouwen hebt. Blijven nadenken, blijven piekeren, maar nooit iets kunnen doen."Ook voor ons natuurlijk," voeg ik er dan snel aan toe, terwijl ik mezelf dwing om de herinneringen aan die dagen en nachten voor de televisie weg te duwen. "Dat hele moorden en doodgaan ding zuigt behoorlijk, maar voor hen is het ook slopend."

Day slikt duidelijk, maar knikt dan. "Ik maak me zelfs nu nog meer zorgen om hen dan om mezelf," zegt hij dan zacht. Hoewel zijn glimlach niet verdwenen is, is hij droevig, en aarzelt hij voor hij me weer aankijkt. "Het moet zwaar zijn geweest om eerst alleen maar toe te kunnen kijken en nu zelf..."

Dit is misschien nog wel erger dan vijanden maken: ik heb mijn mogelijke bondgenoot van streek gemaakt, laten denken aan zijn familie, en ervoor gezorgd dat hij gaat nadenken over wat zij doormaken, terwijl hij degene is die de arena in moet. Ja, want dat zorgt er vast voor dat hij me als een prettige gesprekspartner herinnert: de jongen die stond te klunzen met een veel te licht zwaard en vervolgens je er even op wijst dat je familie ergens om je aan het huilen is. Zelfs ik zou mezelf niet meer als bondgenoot willen, na de afgelopen vijf minuten. Gelukkig dat Parveen me wel lijkt te mogen - dan heb ik in ieder geval iemand die me misschien niet zonder aarzeling neer zou steken.

De gedachte aan Parveen brengt me op een laatste wanhopige poging om het gesprek en daarmee mijn kansen op een bondgenootschap te redden: slechte humor. Uiteraard schieten me niet toevallig wat leuke moppen te binnen, maar gelukkig ben ik zelf één grote grap. "Ik red me wel," zeg ik dus maar, met een ongemakkelijke grijns. "Ik ben een sterke jongen, hoor." Ik laat hem mijn spierballen zien, maar besef me dan pas dat mijn 'spierballen' een nog grotere grap zijn dan ik zelf - zeker naast die van Day. Ik laat snel mijn armen weer zakken en wend ongemakkelijk mijn blik af, die ik maar op het zwaard in Days handen laat rusten.

Tot mijn grote opluchting heeft het in ieder geval het gewenste effect, want de tribuut schiet in de lach. "Dat geloof ik meteen," zegt hij, en hij volgt mijn blik naar het wapen in zijn handen, dat hij me dan weer aanreikt. "Ik laat het zwaard maar aan jou over, denk ik zo."

Ik pak het wapen aan, en aarzel even. Als ik nu niets zeg, loopt hij waarschijnlijk weg. Hij zal zijn eigen ding gaan doen, iets met bijlen ofzo, misschien de andere tributen leren kennen, andere ideeën voor bondgenoten krijgen. Dit is misschien mijn enige kans. Ik pak het gevest van mijn wapen stevig beet en haal diep adem, en kijk Day dan recht aan. "We zouden ook samen kunnen trainen, als je wilt."

Reacties (3)

  • Duendes

    Dit hoofdstuk is echt wel adorable Chris is zo zenuwachtig en AWH i cant wat een cutie

    1 maand geleden
  • Incidium

    Misschien heeft ze de instructeur wel gehypnotiseerd met haar vampierkrachten, en ervoor gezorgd dat hij niemand anders een degelijk wapen geeft
    chris heeft geheel gelijk natuurlijk, dit is precies hoe het zit 100%
    maar gelukkig ben ik zelf één grote grap
    chris nee je bent alleen af en toe een idioot en een ramp, generally speaking doe je het prima!
    Chris kan dus echt niet flirten zie ik? Also de mood hier:
    Day: is mager
    Chris: merkt eerst op dat Day talk dark & handsome en gespierd is en bedenkt dan, mmm hij kan wel een goede maaltijd gebruiken

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Precies. Anders hadden hij en Samuel Adey makkelijk aan gekund

      De gay panic slaat toe en zorgt voor zelfspot, whoops, en het zorgt er ook voor dat hij nogal is afgeleid van het feit dat Day eigenlijk heel mager is

      1 maand geleden
  • Megaeraaa

    Die zwaarden blijken, net als de districtgenoot, flink tegen te vallen.
    De beste openingszin ooit!
    Niet alleen zijn ze niet echt mooi
    Gaat dit nog steeds over Ada?
    ze blijken ook nog eens erg zwaar te zijn.
    STALKER!! Hoezo weet hij hoe veel Ada weegt? Dit is eng
    Gelukkig compenseert het lekkere eten hier
    Tyler?
    Ik ga alleen commentaar geven op de eerste alinea want als ik zo doorga wordt dit veel te lang

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Nou, ja, het gaat over de zwaarden maar het is net zo goed van toepassing op Ada

      En... Dat gaat gewoon over de zwaarden, uiteraard

      Je mag zoveel commentaar geven als je wil, hoor

      1 maand geleden
    • Megaeraaa

      Vreemd hoeveel Ada op een zwaard lijkt...

      Dat weet ik, maar het is zo vermoeiend.

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Dat kan ik me voorstellen

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen