Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Een paar weken geleden kon ik alleen maar van deze situatie dromen, maar nu pas begrijp ik dat mijn problemen nog lang niet allemaal weg zijn.

Die ochtend, in het ziekenhuis, wordt Paige uitgebreid onderzocht. Hoewel ze nog echt geen lange afstanden mag lopen, heeft ze krukken meegekregen, voor binnenshuis. Toch zal ze nog het grootste deel van de tijd in haar rolstoel door moeten brengen.
Na de checkup halen we wat voorgeschreven medicijnen - pijnstillers, vooral - op bij de apotheek en rijden daarna door naar Hailey en Marco's huis. Ik help Paige weer in haar rolstoel en rijd haar naar het huis. Ze begint er inmiddels wel aan te wennen dat ze nu even niet meer zo zelfstandig is als vroeger, en ze lijkt zich niet meer zo te schamen. Toch vindt ze het nog altijd moeilijk om me recht in de ogen aan te kijken, als ik haar optil om haar op de rolstoel te helpen.
Ik bel aan en hoor meteen Charlie blaffen. Dan: voetstappen, en al snel zie ik onze twee vrienden de deur openen.
Charlie weet haast niet hoe snel hij zich langs Hailey en Marco moet wringen om op ons af te kunnen rennen, maar ik ga beschermend voor Paige staan. Hij is enthousiast, en dat kan ertoe leiden dat hij misschien tegen de beenwond aan stoot en haar nogal kan bezeren. Uiteindelijk probeert hij tussen mijn benen door te kruipen en moet ik mijn knieën tegen elkaar drukken om hem op zijn plaats te houden. Hij laat even een hartverscheurend gejank horen, zijn ziel gebroken omdat ik hem niet naar Paige toe laat.
'Nou, ik ben ook blij om jou te zien,' brom ik.
'Laat hem maar gaan,' zegt Paige, wat betekent dat ze waarschijnlijk schrap staat om de hond op te vangen voor hij haar kan verwonden.
Ik ontspan mijn knieën en draai me om. Paige zit voorovergebogen in haar rolstoel en houdt Charlie op een kort afstandje, ook al kan ze het niet laten om hem toch te aaien.
Gerustgesteld over eventuele hondenpoten op eventuele steekwonden, wend ik me tot Hailey en Marco.
‘Hoi,’ zeg ik, met een zwakke glimlach. ‘We wilden graag Charlie op komen halen, als dat zou kunnen.’
Marco knikt en Hailey zegt: ‘Is goed. Kom maar even binnen. Dan verzamelen we al zijn spullen even.’
Ik knik en draai me weer ik naar Paige, maar ik zie dat zij zelf het heft in handen neemt en naar binnen rijdt. Charlie trippelt met haar mee en ik loop ook snel naar binnen. Ik krimp nog steeds een paar keer ineen wanneer ik bang ben dat de enthousiaste hond haar been zal raken, maar het gaat gelukkig allemaal goed.
'Willen jullie wat drinken?' stelt Marco voor.
'Paige moet veel drinken,' benadrukt Hailey.
De Paige in kwestie zucht en klaagt: 'Kan je even niet zo dokterig doen?'
Hailey kijkt zo ernstig mogelijk, maar ik zie dat het gespeeld is. Met geacteerde serieusheid zegt ze: 'Melk. Paige heeft een glas melk nodig. Goed voor je botten.'
Ik vraag zelf gewoon om een kopje koffie.
Terwijl Hailey de keuken in verdwijnt, gaan Marco, Paige en ik naar de woonkamer. Ze vindt het moeilijk om geholpen te worden wanneer er anderen bij zijn - ook als die anderen zo vriendschappelijk zijn als Marco - maar toch laat ze me haar ondersteunen wanneer ze vanaf de rolstoel op de bank wil gaan zitten. Ik ga naast haar zitten en Charlie vlijt zich direct neer bij onze voeten.
'Gaat het?' vraag ik op fluistertoon aan Paige. Het is me niet ontgaan dat ze nu alweer vrij moe lijkt.
Ze zegt dat het prima gaat. Voordat ik de tijd heb om haar te geloven of in twijfel te trekken, komt Hailey alweer terug met een dienblad. Op het dienblad staan drie kopjes koffie, en... een glas melk. Paige kijkt Hailey licht verbijsterd aan, maar geeft zich dan toch gewonnen en neemt het glas aan.
Ik neem mijn koffie in ontvangst. Hailey en Marco gaan aan de andere kant van de salontafel zitten, met hun eigen drankjes.
We praten eigenlijk alleen maar over Charlie, en over hoe het de afgelopen dagen met hem gegaan is. We vermijden serieuze onderwerpen. Dat kunnen we nog niet aan. Af en toe laat ik Paige wat van mijn koffie nippen, maar ze drinkt ook braaf haar melk op.
'Misschien kunnen we maar beter Charlies spullen in de auto gaan laden,' stel ik voor, wanneer iedereen hun drinken opheeft.
Hailey en Marco knikken, waarna ik me tot Paige wend: 'Vind... Vind je het heel erg om even te wachten? Het lijkt me handiger als je gewoon even wacht tot we alle spullen verplaatst hebben.'
Ze knikt, maar ik zie in haar ogen dat het pijn doet om geconfronteerd te worden met het feit dat ze niet kan helpen. Bovendien snapt ze dat Hailey, Marco en ik elkaar even onder zes ogen moeten spreken. Ze is niet dom, en het is haar ongetwijfeld opgevallen dat de sfeer tussen ons drieën gespannen is, sinds ze uit haar coma ontwaakt is. Ooit zal ik haar moeten vertellen over de verwijten die ik naar onze vrienden gesmeten heb, maar niet nu. Ik wil haar hier niet bij betrekken, nu ze al zo veel problemen heeft om te verwerken.
Met onze armen vol manden, voer- en drinkbakken, speeltjes en zakken voer lopen Hailey, Marco en ik naar mijn auto. We leggen de mand in de kofferbak, zodat Charlie daar in kan gaan liggen op de terugweg. De rest van de spullen stoppen we in de achterbank, waar toch niemand zal zitten.
Ik aarzel en denk aan alle dingen die ik voorbereid had om te zeggen. De woorden blijven in mijn keel steken en uiteindelijk zeg ik alleen maar: 'Het spijt me.'
'Dat weten we,' verzekert Hailey me.
'Je maakte iets verschrikkelijks mee. Echt, echt iets verschrikkelijks. Het is heel begrijpelijk dat je dingen hebt gezegd die je niet meende,' probeert Marco me gerust te stellen.
'Ik meende het wel,' stoot ik dan uit, en ik zie dat ze proberen te verbergen dat dat hen pijn doet. 'Ik meen het nu niet, maar ik meende het wel. Toen ik het zei, meende ik het. En dat spijt me, want dat verdienden jullie niet.'
'In dat geval,' zegt Marco, 'is het heel begrijpelijk dat je dingen hebt gezegd die je nu niet meer meent, maar toen wel.'
Ik forceer een zwakke glimlach, en ze beantwoorden die.
'Bedankt dat jullie op Charlie hebben gepast,' zeg ik, en het is duidelijk dat ik niet alleen tijdens de rechtszaak bedoel. Toen Paige in coma lag, hebben ze ook op de hond gepast. Ik was totaal niet in staat om voor mezelf te zorgen, laat staan voor een hond.
'Geen probleem,' drukt Marco me op het hart.
Ik knik en zeg: 'Ik zal Paige dan maar gaan halen, voordat ze het in haar hoofd haalt om zelf op avontuur te gaan.'

Thuis aangekomen nestelt Charlie zich weer op zijn gebruikelijke plekje. Ik help Paige om naar de wc te gaan, waarna ik wat eten bestel voor de lunch. Ik geef Charlie wat te eten en vul zijn water bij. Daarna kijk ik weer naar Paige, net haar rug wat aan het strekken is een haar (goede) rechterbeen wat beweegt.
'Gaat het?' vraag ik, zo nonchalant mogelijk.
Ze zucht.
'Het is zo ontzettend irritant om de hele tijd te moeten zitten. Straks groei ik nog vast aan die rolstoel. Ik zou gewoon een keer willen staan of zo,' verzucht ze.
Ik denk even na, en opper dan: 'Nou, dan ga je toch gewoon even staan?'
Ze kijkt me verbaasd aan, en daarna bijna beledigd en beschaamd. Ze weet duidelijk niet hoe ze dit moet interpreteren.
'Ik bedoel... ik help je wel even. Dan ga je gewoon even staan, en dan houd je je goed aan me vast, en houd je al je gewicht op je rechterbeen,' zeg ik. 'En daarna kunnen we misschien oefenen met die krukken die je gekregen hebt.'
Ze glimlacht lichtjes en knikt.
Ik kom bij haar staan en laat haar mijn schouders vastpakken. Ze komt overeind en ik pak haar bij haar taille vast om haar te helpen. Ze verdeelt haar gewicht over mij en haar rechtervoet. Ik sla zelfs nog mijn armen om haar heen, zodat ze zich zo veilig mogelijk voelt om tegen me aan te leunen.
Ik geef haar een zachte kus en laat haar dan haar voorhoofd tegen mijn wang rusten. Ik wrijf even over haar rug en geniet van de stilte.
'Nathan?' zegt Paige uiteindelijk, haar stem zacht en hees. 'Ik... Ik denk nog steeds niet dat ik nog politieagent kan zijn, hierna.'
Het lijkt jaren geleden, maar ongeveer een paar weken geleden, voor de rechtszaak en voor Paige gewond raakte, hebben we een gesprek gehad waarin we allebei toegaven dat we na dit alles niet meer bij de politie wilde werken. We waren allebei wel een beetje klaar met al dat gevaar. Sindsdien hebben we het er nooit meer over gehad.
'Ik ook,' geef ik dan toe.
'Wat moeten we nu dan gaan doen?' vraagt ze, een beetje angstig.
Ik haal mijn schouders op, voor zover ik dat kan zonder haar uit balans te brengen.
'Wat wil je doen?' vraag ik simpelweg.
'Ik wil...' Ze aarzelt. 'Ik wil wachten tot mijn been weer genezen is, en daarna wil ik kijken wat ik nog kan.'
Ik frons.
'Liefje, de artsen hebben gezegd dat ze zeker weten dat je been weer volledig zal herstellen. Je zult weer alles kunnen wat je voorheen ook kon,' help ik haar herinneren.
Ze is weer even stil, alsof ze niet weet of ze dit moet zeggen.
'Ik... Ik wil weten wat mijn hoofd nog kan,' verduidelijkt ze, wat voor een verkrampt gevoel in mijn borstkas zorgt.
Ik heb me zoveel zorgen gemaakt over haar fysieke situatie - zeker toen ze in dat coma lag - dat ik niet voldoende stil heb gestaan bij het feit dat ze ontzettend afschuwelijke dingen meegemaakt heeft.
Haar mentale littekens zijn talrijker dan haar fysieke. Waarschijnlijk zullen we over een tijdje weer in therapie gaan, aangezien dat voorheen zo goed werkte, maar ze zal altijd last hebben van wat de afgelopen maanden gebeurd is. Ze kan het verwerken, en ze kan het een plekje geven, maar het is overduidelijk dat ze toch getekend is voor het leven. En hetzelfde geldt voor mij.
'Ik... Ik denk dat ik me er gewoon nog even geen zorgen om wil maken,' geeft ze dan toe.
Ik knik lichtjes.
'Dan hoeft dat ook niet,' verzeker ik haar. Na nog een korte stilte zeg ik: 'Wil je proberen te lopen?'
Ze knikt.
'Ga dan maar weer heel even zitten. Dan haal ik je krukken,' zeg ik, waarna ik haar achterlaat op de bankleuning en even later terugkeer met twee elleboogkrukken.
Ik help haar om ze goed vast te pakken en waarschuw haar dan nog: 'Zet geen gewicht op je linkerbeen.'
Ze werpt me een vuile blik toe, waarmee ze me vertelt dat ze beledigd is om mijn overbodige waarschuwing. Daarna begint ze dan toch voorzichtig te lopen.
Ik sta er gespannen bij, elk moment klaar om haar vast te grijpen als ze valt. Charlie voelt mijn onrust en komt er ook bij staan, nerveus kwispelend.
Paige werpt me een voorzichtige glimlach toe. Er glinstert iets in haar ogen wat me vertelt dat ze heel blij is om weer te kunnen lopen.
'Je mag niet te ver lopen,' verpest ik haar moment van glorie. 'De arts zei dat het alleen voor binnenshuis is, voor nu. En niet te lang achter elkaar.'
Ze zucht, maar knikt dan.
'Oké, je hebt gelijk,' geeft ze toe, terwijl ze weer naar de bank strompelt en gaat zitten.
Ik hurk voor haar neer en zeg: 'Ik wil even Charlie uit gaan laten en boodschappen doen. Vind je dat goed?'
Ze knikt en buigt zich voorover om me een zachte, net-wat-langer-dan-normale kus te geven.
'Is goed, liefje.'
'Misschien moet jij dan maar eventjes gaan slapen. Gewoon een klein middagdutje. Je moet veel rusten.'
Ze zucht, maar knikt dan.
'Wil je op de bank liggen of in bed?' vraag ik.
'Op de bank, graag,' zegt ze.
Ik pak een fleecedekentje voor haar en doe Charlie dan aan de lijn. Ik geef haar nog een laatste kus en zeg dat ze het rustig aan moet doen.
Voordat ik wegga, doe ik alle gordijnen nog even dicht, zodat het donker genoeg is om te slapen.
'Vanavond, wanneer ik weer met Charlie ga lopen, kun je misschien mee. Wel in je rolstoel, natuurlijk, maar je snapt wat ik bedoel. Lijkt je dat leuk?' vraag ik, achteromkijkend naar de bank.
Er verschijnt een opgestoken duim van onder de dekens vandaan en ik glimlach lichtjes. Ze redt zich wel.

Reacties (2)

  • BethGoes

    Ik ben benieuwd wat ze nu gaan doen. Misschien kan Paige psycholoog worden?

    1 maand geleden
  • Sunnyrainbow

    “Ze redt zich wel”, mooie zin zo aan het einde van het hoofdstuk!

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen