Van zodra ik op het podium klom, voelde ik me een stuk zelfverzekerder. Hier was ik voor geboren, dus waarom zou ik stress hebben? Het enige dat nu nog mis kon gaan was dat de reus van twee meter die achter in de menigte stond, zich aan zou melden. Normaal gezien ben ik niet bang voor een jongen, en de andere tribuut zou ook wat spieren mogen hebben om ons district in ere te houden, maar als die moordmachine mee zou doen, zouden mijn kansen toch aanzienlijk verkleinen. Ik herken altijd onmiddellijk de blik van een beroeps die van plan is zich aan te melden. Gelukig is er door de spanning van het moment en de dreigementen van de andere kandidaat-tributen een grote kans dat iemand op het laatste moment dat idee uit zijn hoofd haalt. Roger stelt me een paar vragen, maar aangezien het capitool het leven van hun winnaars meestal tot op de bodem bestudeert, is hij me op de meeste vragen voor. Hij kent het antwoord zelf al. Ik hoef alleen maar te knikken en te glimlachen en sympathiek over te komen. En dan, uiteindelijk, is het moment daar. Ik zie dat een stuk of vijf jongens in de menigte overwegen om naar de spelen te gaan, maar de reus kijkt het zelfzekerst van iedereen. Nu pas herken ik hem. Hij heet Bob en iedereen in het district weet dat hij gewoonweg gemaakt is voor de spelen. Bob is niet bepaalt charmant en zou dus ook geen publieksfavorietje worden, maar het is overduidelijk dat hij de spelen zelfs ongewapend zou kunnen winnen. Ik vraag me af hoe ik dat kon vergeten. Misschien ging ik zo op in mijn eigen training, dat ik er niet over nadacht wie mijn districtgenoot zou worden. Bovendien heeft papa het waarschijnlijk expres verzwegen, om mij niet bang te maken. Hij vertrouwt er wel op dat ik met de andere beroeps zou samenzweren om hem uit de weg te ruimen. Ik zit zo in mijn gedachten verzonken, dat ik pas opschrik wanneer een jongen van dertien jaar het podium ophuppelt en al zwaaiend en buigend mijn hand vastpakt. Hij geniet blijkbaar met volle teugen van de aandacht. Nu pas besef ik dat ik niet eens merkte dat de tweede naam getrokken werd. 'Zo, Twinkel,' zegt Roger tegen de jongen. 'Jij hebt kennelijk veel zin om naar de spelen te gaan, hè?' De jongen knikt enthiousiast. Het is een mager ventje, dus het maakt niet veel indruk wanneer hij zijn spierballen aan de menigte laat zien. 'Ik sla ze allemaal tot moes,' piept hij strijdlustig in de micro. Dit vinden ze in het capitool misschien ware heldenmoed, maar iedereen op het districtsplein weet dat de jongen nog geen vijf minuten op dat podium zal blijven staan. Roger buigt zich naar de jongen toe en speelt dat hij teleurgesteld is. 'Helaas, Twinkel, zal ik eerst nog moeten vragen of er vrijwilligers zijn. Het spijt me, maar dat zijn de regels.' De schouders van de jongen zakken tien centimeter naar beneden. 'Ja, wat jammer,' zucht hij. 'Alhoewel...' Roger denkt tien seconden lang overdreven diep na. 'Misschien dat we dit jaar wel een uitzondering kunnen maken.' De jongen kleurt onmiddellijk lijkbleek en schud zijn hoofd. 'O, nee hoor,' stottert hij, 'dat hoeft echt niet.' Roger schatert het uit. Niemand in het publiek lacht mee. We hebben genoeg onzin gezien nu. We willen alleen maar dat de boete wat opschiet. Nu mijn begeleider merkt dat zijn humor niet in de smaak valt, schraapt hij zijn keel en vraagt hij of er nog vrijwilligers zijn. De vraag komt zo snel, dat de meeste kandidaten verrast worden. Meestal maakt de presentator wat meer show van die vraag. Ik zie hoe de reus deze nieuwe informatie nog aan het verwerken is, terwijl de snelste van de bende onmiddellijk antwoort. 'Ik,' zegt hij. Een jongen van achtien komt naar voren en springt behendig op het podium. Hij heeft blond haar en blauwe ogen en lijkt me best wel sterk. Een gemiddelde beroeps dus. Hij is niet opvallend sterk, en ook niet al te populair, want wanneer hij buigend naar me toe loopt, klappen maar een stuk of tien mensen voor hem. Een matig aplaus voor een matige beroeps. 'En jij bent?' vraagt Roger, die een beetje in verwarring is gebracht doordat de jongen gewoonweg "ik" geschreeuwd heeft. 'Pracht,' stelt hij zich voor. 'Ik ben Pracht Evans.' Hij balanceert op het randje van het podium, waardoor ik vooral zijn rug zie. Ik weet precies op welke plek ik het mes er in zou moeten duwen. Niet dat ik hem niet gewoon kan wurgen, natuurlijk, maar mijn vader zegt altijd dat je nooit moet proberen om met fysieke kracht te winnen. Dan is het toch veel beter om op een avond het eten te vergiftigen. Vijf vliegen in een klap.

Ten slotte worden we van het podium naar het stadhuis geleid. Elke spelen wordt het gebouw een paar seconden in beeld gebracht, omdat het een van de indrukwekkendste bouwwerken buiten het capitool is. Dat is heel anders dan district elf en twaalf, waar doorgaans zo weinig mogelijk in beeld wordt gebracht. Mijn moeder zegt elk jaar, wanneer we naar de boetes kijken, dat het capitool wel een tv met geur zou kunnen uitvinden, als ze zouden willen, maar dat je de walm van de strontdistricten nog een jaar lang in je huis zou hebben hangen. Dat ben ik wel met haar eens. Ik word meestal al misselijk door de beelden alleen.

Reacties (1)

  • Samanthablaze

    Mijn moeder zegt elk jaar, wanneer we naar de boetes kijken, dat het capitool wel een tv met geur zou kunnen uitvinden, als ze zouden willen, maar dat je de walm van de strontdistricten nog een jaar lang in je huis zou hebben hangen. Dat ben ik wel met haar eens. Ik word meestal al misselijk door de beelden alleen.

    En als ze zouden stoppen met werken, zou de helft van Panem, waaronder District 1, omkomen van de honger. Dus eh, proletariërs aller districten, verenigt u?

    1 maand geleden
    • Tijgerbloed

      Dat is het leukste aan een beroeps schrijven: dat je geen respect moet hebben voor de armere districten. Ik denk dat er deze spelen nog een heleboel van dit soort opmerkingen komen, want Zilver voelt zich ver verheven boven de niet-beroeps.

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Dat hoort niet per se. Niet iedereen uit een bepaald gebied is automatisch racistisch

      1 maand geleden
    • Tijgerbloed

      Nee, maar sommigen zijn dat wel en Zilver is een van die mensen. Ik vind het gewoon grappig om een arrogant personage te hebben.

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Ieder zijn ding. Ik heb het een keer geprobeerd, maar ik merkte al heel snel dat ik een hekel aan haar kreeg. Psychopaten schrijven vind ik oké, maar racisten zijn mij een stap te ver

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen