Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Het gaat heel lang duren voordat ik weer oké ben,' zegt ze, zacht en schor en verdrietig.
Ik leun mijn wang tegen haar haren en wrijf even over haar smalle rug, met daarop het eerste litteken dat ze heeft gekregen om te overleven.
'Weet ik,' prevel ik. 'Maar dat is ook helemaal niet erg. We hebben alle tijd.'

Die middag heeft Paige nog een doktersafspraak. Het verband mag er inmiddels vanaf. Wanneer ik de wond zo zie, valt het me op dat het vrij snel dichtgegroeid is. Het ziet er nog steeds onprettig uit, maar het is vrij goed - en snel - aan het herstellen. De arts waarschuwt haar nog wel om niet te lang achter elkaar te lopen, en de rolstoel en krukken te gebruiken als het teveel pijn doet.
We gaan terug naar huis, met een verlaagde dosis pijnstillers. Het valt me op dat ze die dosisverlaging al binnen een paar uur begint te voelen. Haar gezicht vertrekt als ze een te plotse beweging maakt, en ze voorkomt dat ze op hoeft te staan van de bank.
Het doet me genoegen dat mijn vader het ook ziet, en hij doet zijn best om haar zoveel mogelijk te ontlasten. Ineens ben ik niet meer de enige die haar steeds vraagt of ze misschien iets wil eten of drinken, of dat ze misschien een dekentje of kussentje wil.
Charlie is ook bezorgd, op zijn eigen manier. Hij ligt de hele tijd naast de bank, waar Paige ook is, ook al ligt zijn mand tegen de muur bij de piano. Als ze in slaapt valt en haar hand over de rand van de bank hangt, geeft hij er een paar likjes aan.
Rond een uur of vijf 's middags, wanneer mijn vader boodschappen aan het doen is, wordt ze weer wakker. Ik hurk bezorgd voor haar neer. Charlie duwt meteen zijn hoofd tegen mijn elleboog en ik aai hem een paar keer.
'Paige, je zou niet zoveel pijn moeten hebben,' merk ik op, terwijl ik haar indringend aankijk.
Ze gaat rechtovereind zitten en zwaait haar benen over de rand. Haar voeten missen Charlie maar met een paar centimeter.
'Het gaat wel. Ik moet er gewoon een beetje aan wennen,' zegt ze. Haar stem is nog hees van het slapen.
Ik schud mijn hoofd.
'Het hoort niet zoveel pijn te doen,' houd ik vol.
Ze schudt haar hoofd weer.
'Ik... Ik moet er gewoon een beetje aan wennen,' herhaalt ze. 'Het valt wel mee.'
'Het valt wel mee? Oké, prima,' zeg ik, waarna ik naar de eettafel wijs. 'Als het allemaal wel meevalt, sta dan maar op en loop naar de tafel.'
Heel lang kijken we elkaar aan. Uiteindelijk wendt ze haar blik af, en ik weet dat betekent.
Ik geef een zachte kus op haar voorhoofd.
'Ik zal je dokter even bellen om te vragen wat we moeten doen, oké?' stel ik voor.
Ze knikt en rust haar hoofd even in mijn hals. Ze hoeft niet te huilen, maar het scheelt niet veel.
'Ik ben zo terug,' zeg ik zachtjes, waarna ik naar de gang loop en het nummer van de arts intoets.
Ik overleg even met hem en hij is het ermee eens dat dit niet de bedoeling is. Hij geeft me instructies voor een nieuwe, wat hogere dosering, die ik snel even ergens opschrijf.
Ik loop snel terug naar Paige en geef haar de nieuwe dosering. Hoewel het onmogelijk is dat ze nu al verschil voelt, haalt ze opgelucht adem. Ik kom bij haar op de bank zitten en ze zakt tegen me aan, vermoeid van alle pijn, die ze nog steeds voelt.
Wanneer ze uiteindelijk weer in slaap valt, leg ik haar voorzichtig neer. Eerst denk ik dat ze weer wakker is geworden, maar het is me al snel duidelijk dat ze niet echt bij bewustzijn is.
'Nathan?' murmelt ze, de woorden zo slepend uitgesproken dat het bijna onverstaanbaar is.
'Hmm?' vraag ik.
Haar hand beweegt iets, alsof ze ergens naar zoekt.
'Dekentje,' bromt ze dan. Als ik haar stem niet zo goed kende, had ik haar niet verstaan.
Het lukt me niet om een lichte glimlach te onderdrukken. In haar slaap vindt ze het altijd veel makkelijker om om hulp te vragen.
Ik leg het dekentje over haar heen en dek haar toe. Hoewel ze al - nog steeds - slaapt, kan ik het niet laten om haar een kus op haar slaap te geven. Nog eventjes blijf ik zitten om over haar haar te strijken, maar uiteindelijk sta ik dan toch weer op.
Ik kan alleen maar hopen dat de pijn minder is, wanneer ze weer wakker wordt.

De pijn zakt inderdaad, en de volgende dag voelt ze zich weer goed genoeg om het huis uit te gaan.
Ondanks dat ik misschien iets te emotioneel om achter het stuur te zitten, ben ik degene die rijdt. Het is te risicovol om Paige te laten rijden, met haar been. Mijn vader, die op de achterbank zit, lijkt me ook erg geëmotioneerd. Aangekomen bij het kerkhof parkeer ik de auto vrij dichtbij de ingang, en ik controleer nog even of ik mijn moeders auto nergens zie staan.
We stappen uit en ik wil Paige bij de hand nemen om samen verder te lopen, maar ze legt haar handen in me nek en kijkt me met een verontschuldigende blik aan.
‘Ik wacht wel in de auto. Ik denk dat dit iets is wat je met je vader moet doen. Oké?’ zegt ze.
Als ik het per se zou willen, zou ze toch met me meegaan, maar ergens heeft ze wel een punt. Toch voel ik me doodsbang, en ik krimp een beetje ineen.
‘I-Ik weet niet of ik dat kan,’ zeg ik zachtjes. ‘Paige, ik…’
Mijn stem sterft weg en ik kijk haar wanhopig aan, maar dan laat ik een zucht horen en knik ik.
‘Oké, je hebt waarschijnlijk gelijk,’ geef ik toe.
‘Ik wil dat je het zeker weet. Als je echt wil dat ik met je mee ga, doe ik dat.’
Ik schud van nee.
‘Het gaat wel lukken.’
Ze glimlacht droevig en gaat op haar tenen staan om mijn voorhoofd te kussen, waarna ze me een bemoedigende knuffel geef.
‘Je kan dit,’ belooft ze me, en ik knik stilletjes, mijn gezicht verborgen in haar hals.
Ik trek me terug, geef haar nog een zachte kus, en wend me tot mijn vader, die geduldig staat te wachten en ons wat privacy gunt.
‘Paige wacht even hier,’ leg ik uit. ‘Het leek haar beter als we dit even samen doen.’
Hij knikt, zonder iets hardop te kunnen zeggen. Dit moet voor hem ook ontzettend moeilijk zijn.
Terwijl Paige weer in de auto gaat zitten, lopen mijn vader en ik bijna schoorvoetend naar Blueberry’s graf. Ik voel een steen in mijn maag, die bij elke stap groter lijkt te worden. We beginnen allebei steeds langzamer te lopen, maar uiteindelijk komen we toch bij het graf aan. We zeggen niets. Ik bijt heel hard op mijn knokkel en probeer niet te huilen.
Ineens herinner ik me een nacht, een paar maanden geleden, toen Paige volledig hysterisch wakker werd van een nachtmerrie. Het was veel erger dan normaal, en de herinnering verkilt me nog altijd tot op het bod. Ik weet niet precies waar de droom over ging - meestal vertelt ze me er niet al te veel over en heb ik alleen maar vage vermoedens - maar ik herinner me nog heel goed wat ze zei, snikkend en bevend in de kou van de winternacht. Ze greep me bij mijn armen vast, haar handen klauwend om het trillen te laten stoppen. Ze keek me met een verwilderde, indringende blik aan, haar gezicht nat van de tranen.
‘Overal zijn monster,’ zei ze, op een manier die me bijna deed vrezen dat haar geestelijke gezondheid gewoon echt definitief gebroken was. De tranen stroomden non-stop uit haar ogen, en toch verliet haar blik de mijne geen moment, alsof ze niet los kon laten. ‘Nathan, we leven in een wereld van monsters.’
Ik denk aan de monsters. En dan denk ik aan mij, en aan mijn moeder. En weer aan de monsters.
Ik durf niet opzij te kijken, naar mijn vader.
Wanneer hij een arm om mijn schouders slaat, breek ik en beginnen de tranen over mijn wangen te rollen, en ik snik zachtjes.
‘Het spijt me zo, papa,’ kerm ik dan. ‘Het was niet mijn bedoeling om… Ik wilde echt niet dat ze…’
‘Ik weet het, lieverd. Ik weet het,’ zegt hij, en ik hoor dat hij ook moet huilen. ‘Het is niet jouw schuld. Het is nooit jouw schuld geweest. Ik heb dat ook nooit gedacht, en ik… ik had er voor je moeten zijn toen je moeder begon dat wel te denken.’
Ik bijt mijn kaken op elkaar. Het voelt alsof ik nooit meer op ga houden met beven.
'Maar...' stoot ik uit. 'M-Maar...'
Hij trekt me in een omhelzing en ik verberg mijn gezicht tegen zijn schouder, ook al verschillen we niet zo heel veel in lengte.
'Geen gemaar,' zegt hij met trillende stem. 'Het is niet jouw schuld.'
Ik snik en hoor een piepend geluidje uit mijn keel komen.
Wanneer ik eindelijk weer wat gekalmeerd ben, gaan we even voor het graf zitten, in de aarde. Ik zit in kleermakerszit, met mijn ellebogen op mijn knieën. Mijn vader zit met zijn benen languit, zijn handen op de grond achter zijn heupen om in evenwicht te blijven.
Ik houd mijn hoofd even in mijn handen, badend in de eindeloze stilte. Uiteindelijk hef ik mijn hoofd weer, en ik werp een schuchtere blik op mijn vader. Hij forceert een zwakke glimlach.
‘Pap, ik… ik ben ook een soort van een kind kwijtgeraakt. Denk ik. Het… Het is heel anders eigenlijk, maar… Wacht, laat maar,’ stamel ik.
Hij kijkt me bedroefd aan, alsof hij nu al met me meeleeft.
‘Nee, vertel maar. Wat is er gebeurd?’ dringt hij zachtjes aan.
Ik bijt even op mijn lip en probeer mijn gedachten te organiseren.
‘Ik… uh… Afgelopen oktober, ongeveer… Paige heeft zeg maar altijd last gehad van best wel pijnlijke menstruaties, waardoor ze nu ook aan de pil is om dat te verhelpen. En… En een keer was het zeg maar nog veel erger dan normaal, waardoor ze… Ze was er echt gewoon ziek van, pap. Heel erg ziek. Dus ik… ik spoorde haar aan om naar de huisarts te gaan, wat ze uiteindelijk ook deed. En toen… toen bleek dat ze zeg maar niet ongesteld was geweest, maar een miskraam had gehad. Ze… Ze is onvruchtbaar, eigenlijk. Haar lichaam kan gewoon niet… En als ze ooit nog een keer zwanger wordt - die kans is eigenlijk verwaarloosbaar klein, maar toch - zou dat zelfs fataal voor haar kunnen zijn. En… Ik weet niet eens of we de baby wel hadden gehouden, als ze gewoon zwanger was geweest, maar toch… het is zo’n raar idee…'
Ineens begin ik weer zachtjes te huilen. Ik heb nog niet echt gehuild om de miskraam. Ik had er eigenlijk niet zo heel veel moeite mee, net zoals dat ik het niet erg vind dat Paige onvruchtbaar is.
Hij schuift wat dichter naar me toe en wrijft over mijn rug.
'Ik vind het echt heel erg voor je, jongen. En ook voor Paige. Dit verdienen jullie niet.'
Ik bijt op mijn lip.
'Het... Het is gewoon een heel raar idee dat ik vader had kunnen zijn. Of... Of in ieder geval... dat ze nu best wel heel erg zwanger zou zijn geweest. Of in ieder geval... de baby had dat gedoe met haar familie en de rechtszaak nooit kunnen overleven, maar... Je snapt wat ik bedoel,' zeg ik, mijn gedachten één grote warboel.
Hij knikt stilletjes.
'Willen jullie allebei kinderen? Staat Paige open voor adoptie?' vraagt hij.
Ik knik.
'Ja, maar... Paige vindt het heel moeilijk. Het voelt voor haar alsof ze voor mij tekortkomt, wat - vermoed ik - door haar opvoeding komt. Ik denk dat we uiteindelijk misschien wel kinderen zullen adopteren, maar ze moet het eerst nog een beetje verwerken. Een tijdje geleden hoopte ze nog dat we misschien ivf zouden kunnen proberen, ook al zou een zwangerschap voor haar misschien wel gelijk kunnen staan aan de dood,' leg ik uit. 'Maar ik denk dat ze uiteindelijk wel bijtrekt.'
Hij knikt en geeft me nog een klopje op de rug.
We staan moeizaam op. Ik werp nog een laatste blik op het graf, op Blueberry, en trek dan een madeliefje vlakbij het pad uit de grond. Ik leg het vlak voor de steen neer, zeg haar in gedachten nog even gedag, en loop dan samen met mijn vader terug.
Paige zit in de passagiersstoel van de auto, haar benen naar buiten bungelend en de deur open. Wanneer ze me ziet, glimlacht ze droevig.
Ik beantwoord de glimlach een beetje beverig en loop naar haar toe. Ik buig me naar haar voorover om haar een kus te geven, waarna ze haar armen om me heen slaat. Ik verberg mijn gezicht in haar hals. Ik dacht dat ik er inmiddels wel overheen was, maar ik voel toch nog wat tranen uit mijn ogen lekken, wanneer ze troostend over mijn haar en rug strijkt.
'Kun je rijden?' vraagt ze zachtjes.
Ik knik en houd haar nog even vast.
'Zeker?' vraagt ze. 'Anders kan ik wel rijden.'
Ze kan het waarschijnlijk wel, maar vanwege de toestand met haar been, is er geen haar op mijn hoofd die eraan denkt.
Ik schud mijn hoofd. 'Ik rijd.'
Ze knikt en laat de autosleutels in mijn hand glijden. Ze geeft me nog een laatste kus op mijn voorhoofd, en daarna ga ik achter het stuur zitten.
Ik rijd weg, vrijwel helemaal gekalmeerd. Toch lukt het me pas om weer helemaal te ontspannen wanneer ik Paiges troostende hand op mijn been voel. Ze knijpt er zachtjes in en in mijn ooghoek zie ik dat ze me een glimlach schenkt, die ik met alle oprechtheid beantwoord.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Awh wat fijn dat hij de band met zijn vader aan het opbouwen is!

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen