Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
‘Wat... Wat is dit in godsnaam?’ weet ik na een eeuwigheid uit te brengen.
Het duurt eventjes voordat Nathan antwoordt.
‘Ik denk,’ zegt hij dan, ‘dat dit een hele belangrijke keuze is, die we moeten maken.’

Die andere politieagent - Chris Cassidy, heet hij - rijdt ons terug naar huis. Ik voel me helemaal niet bij hem op mijn gemak, zoals ik me dat wel bij Marco en Nathan voel. Als Dean niet bij me was geweest, was ik waarschijnlijk bang geweest.
Thuis aangekomen, valt er een last van mijn schouders. Ik voelde me zeker niet op mijn gemak, in die auto, en het ontging me niet dat Dean hem ook niet vertrouwde.
'Wat wil je doen, liefje? Moet je nog wat colleges voorbereiden voor morgen of zoiets?' vraagt hij terwijl we onze schoenen en jassen uittrekken.
Ik schud mijn hoofd. Tijdens het losmaken van mijn veters is er een pluk haar voor mijn gezicht gaan hangen, en ik strijk hem weg.
'Nee, ik... ik denk dat ik gewoon eventjes wat wil slapen. Mijn hoofd doet zo'n zeer,' zeg ik. 'Goed?'
Hij laat zijn armen om me heen glijden en ik laat mijn pijnlijke hoofd tegen zijn schouder rusten, volledig uitgeput.
'Natuurlijk, lieverd. Natuurlijk. Ik zal ervoor zorgen dat er wat eten klaarstaat wanneer je weer waker wordt,' belooft hij me, en daarna hoor ik wat woede in zijn stem ontstaan. 'Die fucking agenten. Je was er duidelijk niet aan toe om na je colleges nog helemaal naar het bureau te gaan. Ik had gewoon moeten zeggen dat ze weg moesten gaan. Sorry, schatje.'
Ik neem Marco en Nathan helemaal niets kwalijk, maar ik wil de discussie even niet aangaan.
Ik schrik wanneer Dean me ineens optilt.
'Liefje, ik kan wel lopen,' murmel ik.
'Weet ik. Maar ik ben gewoon bezorgd,' zegt hij, waarna hij me naar onze slaapkamer draagt en op het bed neerlegt. 'En ik wil gewoon dat je volledig kan ontspannen.'
Terwijl ik mezelf uitkleed, pakt hij mijn pyjama voor me en doet hij de gordijnen dicht. Wanneer ik uiteindelijk onder de dekens ga liggen, dekt hij me toe.
'Hailey?' vraagt hij dan, zijn stem zacht en zwaar, en ik weet dat er een moeilijk gesprek gaat komen.
Ik kijk in het donker naar hem op. 'Hm?'
De rug van zijn wijsvinger strijkt afwezig wat over mijn wang. Ik moet ervan rillen.
'Wat hebben die politieagenten aan je gevraagd?' vraagt hij dan.
Ik aarzel even.
'Ze hebben me gevraagd over die diefstal van gisteren, en dat hebben ze opgenomen,' antwoord ik dan.
Hij gaat iets verzitten, waardoor hij nu nog wat verder over me heen buigt. Het is donker, maar ik kan de blik in zijn ogen goed zien.
'En wat nog meer?' vraagt hij. Zijn tanden blikkeren in het kleine beetje licht dat langs de gordijnen dringt.
Ik voel een naar gevoel over mijn ruggengraat naar boven kruipen, en ik kan maar net voorkomen dat ik begin te huiveren.
‘Ze...’ Ik slik. ‘Ze hebben ook nog gevraagd naar... naar jou. Ze hebben gewoon een heel verkeerd beeld van je, en ze maken zich zorgen. Maar ik heb hen verteld dat ze het fout hebben. Ik houd van je. En ik weet dat je ook van mij houdt. Ze hoeven zich geen zorgen te maken. En ze kunnen ons niets doen, Dean, echt. Maak je alsjeblieft geen zorgen. Je doet niets verkeerd, en ze hebben bewijs nodig. Dat is er niet, want we houden van elkaar.’
Hij glimlacht lichtjes naar me, een klein beetje droevig.
‘Dank je wel, lieverd. Ik... Ik ben blij dat jij er ook zo in staat,’ zegt hij, waarna hij zijn voorhoofd even tegen de mijne rust. ‘Ik vind het idee om jou misschien kwijt te raken doodeng, en ik vind het fijn dat je dat ook niet wil laten gebeuren.’
Ik schud mijn hoofd.
‘Nooit,’ druk ik hem op het hart. Ik aarzel even, en dan vraag ik. ‘Wil je misschien even bij me blijven? Gewoon zodat ik ik slaap kan komen. Ik... Het hoeft niet.’
Weer die glimlach. Dan knikt hij.
‘Natuurlijk, schatje.’
Hij komt naast me liggen en neemt me in zijn armen. Zo kan ik proberen weg te kruipen in zijn omhelzing, alsof ik zo ook weg kan kruipen van de hoofdpijn. Terwijl hij zachtjes wat met mijn haar speelt, zak ik steeds verder weg, en uiteindelijk weet ik in mijn slaap te ontsnappen aan de pijn.

Wanneer ik wakker word, ligt hij natuurlijk niet meer naast me. De geur van eten vult langzaam mijn neus, en een blik op de klok vertelt me dat het zo onderhand wel etenstijd is.
Ik kleed me om en loop zachtjes de slaapkamer uit, richting de woonkamer en keuken. Daar zet Dean net het eten op tafel. Hij glimlacht wanneer hij me ziet.
Ik laat mijn armen om zijn middel glijden en geef hem een dankbare kus.
'Dank je wel voor het koken. Het ruikt heerlijk,' zeg ik.
'Geen probleem, schatje. Hoe voel je je? Doet je hoofd nog zeer?'
Ik haal mijn schouders op.
'Een beetje. Veel minder dan eerst. Na het eten neem ik misschien nog wel een pijnstiller.'
Hij knikt.
'Laten we dan maar snel gaan eten,' stelt hij voor.
Dat doen we, en daarna neem ik toch snel even een pijnstiller. We ruimen in stilte af.
‘Ik moet nog even wat studeren, goed?’ vraag ik.
Hij knikt en geeft me een kus op mijn wang.
‘Weet je zeker dat je dat aankan?’ vraagt hij toch nog voor de zekerheid.
Ik knik en verdwijn naar mijn kantoortje. Ik heb het gelukkig niet heel druk, dus ik kan vrij rustig aandoen in de tijd dat ik nog moet herstellen van mijn hersenschudding.
Het duurt ongeveer een halfuurtje voordat Dean mijn kamer binnen komt.
‘Hoi, kan ik iets voor je doen?’ vraag ik, niet opkijkend van mijn boeken.
Hij loopt naar me toe, en van het een op het andere moment schiet er kippenvel over mijn hele lichaam heen. Ik weet het eigenlijk al voordat hij het doet.
Hij komt achter me staan en duwt mij op de wieltjes van mijn bureaustoel naar voren. Hij drukt me net hard genoeg tegen mijn bureau aan om pijn te doen. Ik houd mijn adem in en verstijf.
Hij buigt zich naar me voorover, strijk mijn haar over mijn schouder, en brengt zijn mond vlakbij mijn oor.
Ik blijf stokstijf stil zitten terwijl hij zegt: ‘Ik wil niet dat jij nog in contact blijft met die agenten Kowalski en Darling. Begrijp je dat?’
Ik ben zo gespannen dat het eventjes duurt voordat ik kan knikken.
Hij geeft me een kusje vlak onder mijn oor.
‘Goed zo.’
En weg is hij, zo plotseling dat ik me eventjes afvraag of hij er wel echt is geweest.
Ik wrijf even over mijn pijnlijke middenrif, die tegen de rand van het bureau werd geduwd, en probeer mijn hartslag weer rustig te krijgen.
Heel lang zit ik daar voor me uit te staren, maar uiteindelijk slaag ik erin om weer verder te gaan met mijn studeerwerk. Toch merk ik dat ik mijn aandacht er iets minder goed bij kan houden dan normaal.
Mijn hoofd begint weer zeer te doen, en tegen de tijd dat ik mijn planning af heb begint het echt te bonken. Ik leg mijn boeken weg, aarzel even, en loop dan toch weer richting de woonkamer.
Dean ligt op zijn zij op de bank tv te kijken, met zijn hoofd in zijn hand en zijn elleboog steunend op de bankkussens. Hij glimlach zwakjes wanneer hij mij ziet en steekt uitnodigend zijn vrije arm naar me uit. Ik loop naar hem toe en kom bij hem liggen, met mijn rug tegen zijn borstkas. De arm glijdt om mijn middel. Ik vraag me af of hij kan voelen dat ik gespannen ben.
‘Hoe ging het?’ vraagt hij.
‘Goed. Mijn hoofd doet nu wel wat zeer, maar ik heb alles af.’
Hij begint niet over zijn plotse binnenval van net. Hij doet niet eens alsof het gebeurd is. Ik krijg er een vreemd gevoel van in mijn maag. Is het niet zo vreemd als ik dacht dat het was? Er schiet zelfs nog door me heen dat ik het me misschien gewoon verbeeld heb. Hersenschuddingen zijn immers rare dingen. Die gedachte zet ik al snel uit mijn hoofd. Ik weet zeker dat het gebeurd is. Ik vraag me echter af waarom.
Het duurt niet lang voordat ik besluit dat het de knoop in mijn maag niet waar is, en ik laat het los. Ik laat me maar gewoon in Deans omhelzing liggen, genietend van het contact. Al het andere doet er niet toe. De blauwe plekken doen geen pijn meer. Marco en Nathan vervagen uit mijn gedachten. Het is hij en ik tegen de rest van de wereld.
Ik ben naïef, en geloof volledig dat alles nu opgelost is. Ik geloof dat Marco en Nathan bij me uit de buurt zullen blijven, en dat Dean niet zo heftig zal reageren als ik hen toch een keertje spreek. Ik geloof dat Davis nergens meer een probleem van zal maken. Ik geloof dat al mijn problemen nu opgelost zullen zijn.
Oh, ik heb nog geen idee.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen