Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Ik ben naïef, en geloof volledig dat alles nu opgelost is. Ik geloof dat Marco en Nathan bij me uit de buurt zullen blijven, en dat Dean niet zo heftig zou reageren als ik hen toch een keertje spreek. Ik geloof dat Davis nergens meer een probleem van zal maken. Ik geloof dat al mijn problemen nu opgelost zullen zijn.
Oh, ik heb nog geen idee.

‘Hoe gaat het de laatste tijd met de nachtmerries?’
Ik ga verzitten, alsof de situatie dan ook kan veranderen, en krab met mijn duim aan een los pluisje op de bank.
‘Elke nacht,’ antwoord ik dan. ‘Soms meerdere keren per nacht. De dagen dat de littekens meer zeer doen, zijn er vaak meer dromen.’
Dokter Torres maakt even een korte aantekening en kijkt me dan weer aan, met een kalme blik in haar ogen.
‘En gaat het nog altijd over hem?’ vraagt ze, haar pen al klaar om aantekeningen te maken.
Ik knik, maar niet geheel overtuigd.
‘Meestal, denk ik. Het heeft over het algemeen tenminste wel met hem te maken, op de een of andere manier,’ zeg ik. Ik zwijg even. ‘Ik... Ik herinner me minder dan dat ik erover droom, dus dat betekent dat ik een hele hoop zelf heb bedacht of verdraaid, denk ik. Ik kan het onderscheid niet maken tussen echte herinneringen en zelfbedachte beelden.’
Ze knikt en schrijft even iets op.
‘Tijdens onze vorige sessie heb je verteld dat Daniël weet van wat er gebeurd is. Hebben jullie het er wel eens over gehad?’ vraagt ze.
Ik schud mijn hoofd. Daniël is het pseudoniem dat ik Nathan gegeven heb om zijn privacy te beschermen tijdens mijn therapiesessies, gewoon voor de zekerheid.
‘Ik... We waren heel erg dronken, toen ik het hem vertelde. Ik word niet vaak dronken, hoor. Echt niet,’ zeg ik snel, en ze knikt geruststellend. ‘Het is nu... twee jaar geleden, dat ik het hem verteld heb? Drie? Ik weet dat hij het zich herinnert, want hij heeft er wel eens iets over gezegd, maar ik... ik heb er nooit met hem over willen praten. Ik praat er niet graag over.’
‘Je praat erover met mij,’ merkt ze op.
Ik maak een halfslachtig handgebaar.
‘Maar dat is anders. En bovendien doe ik dat ook niet graag.’ Ik slik even, en voeg er dan moeizaam aan toe: ‘Het is... moeilijk. Ik vind het moeilijk.’
Ze glimlacht lichtjes. Het is een professionele, kalme glimlach.
‘Dat is echt heel begrijpelijk. En het is heel knap dat je ervoor gekozen hebt om weer in therapie te gaan. Als ik het goed begrepen heb ben je namelijk in je jeugd ook al in therapie geweest, toch?’ controleer ze.
Ik knik.
‘Toen mijn moeder erachter kwam dat ik me meer herinnerde dan ze in eerste instantie dacht, heeft ze me in therapie laten gaan, ja. Dat is gestopt toen ik volwassen werd, eigenlijk. Maar nu ben ik uit mezelf weer begonnen,’ leg ik uit.
Ze knikt en gaat wat verzitten.
‘Tijdens een van onze eerste sessies heb je aangegeven dat je bang was dat je verleden in de weg zou zitten van je carrière als politieagent - dat je bang was dat het trauma ervoor zou zorgen dat je niet goed zou kunnen oordelen. Hoe ervaar je dat nu, nadat je al een paar maanden gewerkt hebt?’ vraagt ze.
Ik voel mezelf verbleken, en denk weer terug aan Hailey May, en Dean, en de blauwe plekken op haar gezicht.
Blijkbaar ben ik te lang stil, want dr. Torres vraagt met een licht bezorgde stem: ‘Marco?’
Ik breek los van mijn trance en schraap mijn keel.
‘Er... Ik denk niet dat dit er echt iets mee te maken heeft, en ik weet niet of het relevant is, maar er... er is wel iets waar ik mee zit, de afgelopen tijd. Via werk... Na-Daniël en ik zijn een vrouw tegengekomen. Ze heet Ha...nna. Hanna, heet ze. En...’
Even aarzel ik, maar dan vertel ik haar alles. Ik vertel zelfs over commissaris Morris’ bedreiging van gisteren.
‘En ik... ik weet niet wat ik moet doen. Ik weet niet wat ik kan doen. Ik wil haar helpen, maar ik weet niet hoe,’ zeg ik moedeloos. ‘Ik... Ik heb het idee dat er meer aan de hand is dan ik ooit te weten zal komen. Er wordt een heel gevaarlijk spelletje gespeeld, en ik... ik weet dat ik daarbij betrokken zal raken, als ik er toch voor kies om Hanna te gaan helpen.’
Dokter Torres knikt en klikt even wat met haar pen; een teken dat ze nerveus is. Als therapeut is ze altijd kalm en gereserveerd, maar ik zou me ook niet gerust voelen, als ik net had ontdekt dat de politie in je stad corrupt is.
‘Maar je wilt wel helpen?’ vraagt ze.
Ik aarzel. Die vraag heeft meer betekenis dan op het eerste opzicht lijkt.
De woorden blijven even in de lucht hangen. Dan knik ik.
‘Ja,’ antwoord ik. ‘Ja, ik wil haar helpen.’

Na mijn therapiesessie doe ik wat boodschappen en rijd ik naar Nathans appartement. Met behulp van de reservesleutel die hij mij gegeven heeft, loop ik naar binnen. Het gesprek met de commissaris was gisteren. Vandaag hebben we vrij, en ik heb al de hele dag niks van hem gehoord, ook al is het al bijna avond.
‘Nathan?!’ roep ik. ‘Ik heb eten mee. Daar houd je zo van.’
Denkend dat hij misschien slaapt, loop ik maar gewoon de keuken in en verwarm de oven voor. Soms doen we ons best om gezond en gevarieerd te eten. Soms niet. En vandaag heb ik diepvriespizza’s.
Het duurt niet lang voordat Nathan zelf ook de keuken binnen komt lopen, nog maar half aangekleed.
‘Oh, hoi. Dank je,’ zegt hij, zijn vingers door zijn haar kammend. ‘Ik kom er zo aan. Ik moet nog even iets afmaken.’
Ik knik.
Terwijl hij terug de slaapkamer in loop, rommel ik wat door de kastjes om te kijken wat hij allemaal in huis heeft. De conclusie is dat hij vooral heel veel alcohol bezit, en totaal niet voor zichzelf kan zorgen.
Ik bevries wanneer ik uit het niets een nogal onverwachts geluid uit de slaapkamer hoor komen. De vrouw - ik heb geen idee wie Nathan deze keer weer mee naar huis heeft genomen - kreunt steeds harder, alsof het het laatste is wat ze ooit nog zal doen. Nadat het gekreun - en waarschijnlijk de vrouw zelf ook - zijn climax heeft bereikt, volgt er nog een paar minuten van wat gegiechel en gerommel.
Ik stop de diepvriespizza's in de voorverwarmde ovens en hoor wat deuren opengaan. Nathan neemt afscheid van ene Melanie en loopt daarna weer naar de keuken. Nu heeft hij alleen nog een onderbroek aan.
'Ik... uhm... is het goed als ik even ga douchen?' vraagt hij.
Ik hoef hem niet lang te onderzoeken om te zien dat hij helemaal bezweet en plakkerig is.
'Ja. God, alsjeblieft, ga douchen,' zeg ik.
Tegen de tijd dat hij weer terugkomt, gedoucht en gekleed, heb ik de tafel al gedekt en zet ik net de pizza's neer.
Hij pakt de pizzasnijder en ploft voor me neer op tafel. Al snel zitten we stilletjes te eten, peinzend over van alles en nog wat.
‘Ik wist niet dat je bezoek had,’ zeg ik.
Hij haalt zijn schouders op.
‘Mijn carrière gaat naar de klote. Dan kan ik net zo goed even ontstressen,’ zegt hij.
Ik knik en neem nog een hap pizza.
‘Dus jij wil tegen de commissaris ingaan en contact met Hailey behouden?’ vraag ik.
Hij knikt. ‘Jij niet?’
Ik aarzel even. Ik weet het antwoord wel, maar het voelt toch gevaarlijk definitief om hardop te zeggen.
‘Ik ook,’ zeg ik. ‘Ik wil haar ook helpen.’
Hij neemt nog een hap pizza.
‘Nou, ons leven is dus mooi klote,’ verzucht hij.
Ik haal mijn schouders op.
‘We zien wel hoe het gaat,’ zeg ik, waarna ik een glimlachje forceer, ‘In ieder geval heb jij het buiten werk om wel naar je zin.’
Hij lacht.
'Is ze...' Ik aarzel even. 'Is ze... iemand die je... vaker ziet?'
Zijn glimlach vervaagt.
'Je weet dat dat niet zo is,' zegt hij. 'Er zijn wel een aantal vrouwen die ik meer dan eens... zie. Maar het is niets meer dan iets fysieks. Ik... Ik wil geen vriendin. Nooit en nooit en nooit. Dat wil ik niemand aandoen.'
Ik rol met mijn ogen, ook al weet ik dat hij geen grapje maakt. Niet echt.
'Nathan, als ik op mannen viel, zou ik je doen. Je bent niet iets wat je een ander "aandoet". Op een dag zul je dat zelf ook inzien. Je hebt nog een jaar of vijftig.'
Hij haalt zijn schouders op en knabbelt aan een korstje pizza. Zijn stem klinkt zachter, en veel gevoeliger, wanneer hij zegt: 'Ik... Als ik een relatie zou hebben, zou dat zijn met iemand waar ik van hou. En iemand waar ik van hou, zou ik geen pijn willen doen door in hun leven te zijn. Het... Het is al erg genoeg dat ik jou...'
Ik voel mijn schouders inzakken en kijk hem wanhopig aan, smekend om iets van gezond verstand. Net wanneer ik iets wil gaan zeggen, gaat de deurbel.
Ik bijt op mijn tong en laat Nathan naar de voordeur lopen. Ik hoor hen elkaar begroeten, en ik hoor ook dat het de vrouw is waarmee Nathan net het bed gedeeld heeft.
'Hi, ik was mijn telefoonoplader vergeten. Is het goed als ik...?' vraagt ze, half giechelend.
'Ja, natuurlijk. Help yourself,' zegt hij, waarna ik de deur dicht hoor gaan.
Terwijl Nathan terug de eetkamer in komt lopen, gaat het tweede paar voetstappen naar de slaapkamer. Even later komt de vrouw weer naar buiten, een telefoonoplader in haar handen, en loopt naar ons toe. Ze kruipt bijna bij Nathan op schoot, haar handen in zijn nek, en kust hem.
'Dank je, Natey,' zegt ze. 'Ik zie je nog wel een keer, oké?'
Nathan knikt en ze zoenen elkaar eventjes. Ik voel me verplicht om een beetje ongemakkelijk weg te kijken, naar mijn pizza.
Wanneer ze eindelijk klaar zijn, wendt ze zich tot mij, met een sluwe glimlach op haar gezicht.
'En wie is deze knappe jongeman?' vraagt ze, terwijl ze naar me toeloopt en tegen de tafel leunt. 'Komt hij de volgende keer meedoen?'
'Nee,' antwoord ik snel, bijna bot. Ik zie een gekwetste onzekerheid over haar gezicht kruipen en haal even diep adem. 'Nee. Nee, dank je.'
Ze knikt en neemt een hapje van Nathans pizza.
'Is goed,' zegt ze, waarna ze zich nog een laatste keer tot Nathan wendt. 'Ik zie je nog wel een keertje.'
Hij neemt afscheid en de vrouw vertrekt. Ik zie op zijn gezicht dat hij een beetje ontnuchterd is. Ik weet waar hij aan denkt. Ik denk er ook aan. Ik weet dat hij de wirwar van littekens op mijn rug weer voor zich ziet, en ik doe hetzelfde.
Hij mag dan zelf wel klagen hoe hij emotioneel geen relatie aankan, maar ik ben nog altijd degene die mentaal niet eens in staat is om seks te hebben.
'Hoe... Hoe gaat het in therapie?' vraagt hij dan.
Ik haal mijn schouders op.
'Therapeutisch,' antwoord ik. Na een korte aarzeling voeg ik eraan toe. 'Het... Het voelt niet alsof ik echt vooruitgang maak.'
In de gespannen stilte tussen ons in eet ik nog de rest van mijn pizza op. We ruimen af, en ik help hem wat met alle achterstallige klusjes die hij de afgelopen tijd heeft laten gaan. Wanneer ik weer op het punt sta naar mijn eigen appartement te vertrekken, omhelst hij me.
'Een wijze man heeft me ooit verteld dat het wel goedkomt,' zegt hij, en hij probeert te glimlachen.
Ik bedank hem, maar deze keer ben ik degene die er niets van gelooft.

Reacties (1)

  • Sunnyrainbow

    Je omschrijft hun vriendschap echt heel mooi!

    4 weken geleden
    • BethGoes

      Precies dit!!

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen