"Zo is het wel genoeg geweest, denk ik." Day stapt tussen mij en Aderyn in, en duwt voorzichtig het zwaard aan de kant.

Zodra de punt van het zwaard niet meer op mijn keel ligt, laat ik een opgeluchte zucht ontsnappen, maar mijn hart klopt nog steeds in mijn keel. Aderyn mocht me niet vermoorden, niet voor we in de arena zijn - dat was misschien wel haar eigen dood geworden -, maar ze had het wel kunnen doen. Ze heeft me verslagen, haar zwaard op mijn keel gelegd. Ik was één beweging verwijderd van de dood.

Ik heb mensen zien doodgaan. Niet heel vaak, maar vaak genoeg om te weten dat het niet altijd hetzelfde is. Ik heb mensen zien wegdrijven. Oude mensen, die steeds rustiger gaan ademhalen, tot je ineens beseft dat het ademen compleet gestopt zijn. Bij die mensen is het net alsof ze slapen. Alles is vredig en alles is goed.

Ik heb ook mensen zien loslaten. Zieke mensen, gewonde mensen, die gewoon niet meer verder kunnen vechten. Bij hen vertellen we hun familie hoe dapper ze gestreden hadden, en hoe moe ze waren. Men is gefrustreerd en van streek, soms boos dat hun geliefde niet nog even doorgegaan is, maar uiteindelijk komt het er altijd op neer dat diegene nu rust heeft, en dat dat oké is. Ze lieten los, en omarmden het einde.

Maar ik heb ook angst gezien. Gewonde mensen, die zich uit alle macht vastklampen aan het leven, niet van plan om het ooit te laten gaan, totdat hun lichaam het begeeft. Het zijn de mensen die in een ongeluk terecht zijn gekomen, de mensen die door bloedzoekers gestoken zijn, of de mensen die zoveel zweepslagen gehad hebben dat ze eraan sterven. Meestal zijn zij niet bij bewustzijn als ze hun laatste adem uitblazen, maar als ze dat wel zijn, smeken hun ogen om hulp. Ze weten dat ze gaan sterven, en dat is het laatste wat ze willen. Ze denken aan wat er wel of niet gaat komen, ze denken aan wat ze achterlaten, en smeken alle goden om te mogen blijven leven, maar ze krijgen nooit gehoor.

Het was altijd een vreemd iets, doodsangst. Ik zag het, en hoewel ik medelijden voelde, kon ik het nooit begrijpen. De verwilderde blik in de ogen van de patiënten die geen kans meer maakten, in al hun angst en pijn, was altijd iets wat anderen overkwam. Het gebeurde met patiënten, en het gebeurde tijdens de Spelen, maar ik was altijd de persoon die toekeek. Maar hoewel Aderyn een
stukje achteruit gestapt is, kan ik het koude metaal van haar zwaard nog altijd op mijn huid voelen en schiet er nog steeds één gedachte als een mantra door mijn hoofd: alsjeblieft, laat me leven.

Day glimlacht naar de Beroepstribuut. "Je bent een goede zwaardvechter, Adey," zegt hij, nonchalant haar naam afkortend, waar ze niet zoveel op tegen lijkt te hebben. Waarom zou ze ook - zij is degene die de complimenten krijgt. Ze heeft me verslagen, en daarmee zijn mijn kansen om mezelf te bewijzen als mogelijk nuttige bondgenoot wel verkeken. Als Day zijn overlevingskansen wil vergroten, sluit hij zich wel bij haar aan. Maar dan steekt hij zijn hand naar me uit, die ik een beetje verdwaasd aanpak, en ik laat me door hem overeind helpen. Pas als door zijn sterke greep mijn handen gedwongen worden om te stoppen met trillen, realiseer ik me dat ik al de hele tijd op de grond aan het beven moet zijn geweest, en dat het me niet lukt om daar helemaal mee te stoppen. Mijn instincten schreeuwen nog altijd dat ik weg moet rennen, dat ik me klein moet maken, dat ik me moet verstoppen, maar het lukt me nog altijd niet goed om te bewegen, en dus blijf ik naast Day staan, terwijl ik uit alle macht probeer om Aderyns spottende blik te ontwijken.

"Ik weet het," antwoordt de Beroepstribuut op Days compliment, terwijl ze nonchalant met haar zwaard zwaait. "Succes met trainen, Daniel. See ya." Ze kijkt me nog even na, duidelijk neerbuigend, en loopt dan richting een van de andere onderdelen.

Ik zet mijn zwaard in het rek en ben even stil, voordat ik me weer naar Day omdraai. "Zou je het geloven als ik zou zeggen dat ik haar liet winnen?" vraag ik hem. Oké, oké, het is duidelijk niet waar, maar ik moest het op zijn minst proberen, aangezien het zo'n beetje het enige is wat ervoor kan zorgen dat ik toch nog overkom als iemand met vaardigheden.

"Als je het heel overtuigend weet te brengen, misschien." Day glimlacht naar me, maar achter die lach schuilt duidelijk een bezorgde blik, wat verraad dat er geen schijn van kans is dat hij me gelooft als ik beweer dat ik niet alles heb gegeven in mijn gevecht tegen Aderyn - Adey, zoals Day haar noemde, en ik moet toegeven dat dat oneindig veel makkelijker is. "Alles in orde?" vraagt hij.

"Ja, het gaat prima," antwoord ik, maar mijn gezicht betrekt tot een chagrijnige grimas als ik me besef dat dat een erg duidelijke leugen was. De plekken waar Aderyns - Adeys - zwaard me geraakt heeft, doen zeer en mijn hele lichaam trilt nog steeds. Ik weet dat ze me niet had kunnen - mogen - doden, maar dat neemt de paniek in mijn hoofd niet helemaal weg. Zonder de beschermende kleding, die ervoor zorgde dat de klappen gedempt werden en ze geen daadwerkelijke steek- en slagwonden achter kon laten op mijn lichaam, was ik er veel erger aan toe geweest, maar deze situatie vraagt hoe dan ook om wat aandacht, en iets kouds, voordat de plekken dik kunnen worden. In tegenstelling tot de jongen uit District 8, weet ik immers wél wat je moet doen als je klappen gehad hebt. Ik klop mijn kleren af en plak dan een grijns op mijn gezicht, als ik denk aan Adeys verwondingen. Dat mogen er dan niet zoveel zijn als bij mij, maar waar ik haar geraakt was, heb ik haar goed geraakt. Zonder de beschermende kleding - en als ik misschien iets harder gestopt had, wat ze in ieder geval verdiend had - had ze misschien zelfs levensbedreigende schade op kunnen lopen, als ik haar maag had weten te beschadigen. En zelfs nu dat niet het geval is, weet ik in ieder geval vrij zeker dat ze er last van heeft. Ik heb een Beroeps geraakt, en hé, dat is een prestatie waar ik best trots op mag zijn. "Ze gaat wel nog even last hebben van haar maag, denk ik."

Day lacht hoofdschuddend naar me, maar zijn bezorgdheid heeft plaats gemaakt voor een uitdrukking die ik al de hele ochtend hoop te zien: bewondering, ook al is het maar een klein beetje. "Ik moet toegeven dat het best indrukwekkend was. Knap gedaan, Chris."

Hoe ver ik ook achter mag staan - op Adey en op de wereld - schijnbaar is dat ene punt wat ik heb weten te scoren toch genoeg geweest om Day te overtuigen dat ik geen volslagen idioot ben. Dat wil best wat zeggen, want inmiddels ben zelfs ik aan het twijfelen of ik wel echt geen volslagen idioot ben. Ik heb dan misschien een groot risico genomen door Adey te bevechten en het is niet echt uitgepakt zoals ik gehoopt had, maar ik heb wel het gewenste resultaat behaald, bizar genoeg: Day vond mijn slag best indrukwekkend. Day vind dat ik best goed kan vechten. En dat betekent dat Day mij als bondgenoot zal overwegen. "Bedankt." Ik maak een stootbeweging met mijn vuist, om mijn actie van eerder uit te beelden, ook al heeft deze beweging in feite weinig overeenkomsten met mijn beweging van eerder. Het ziet er gewoon cool uit - tenminste, dat hoop ik. "Die zag ze niet aankomen."

De jongen grinnikt, en knikt dan instemmend, voordat zijn blik weer wat ernstiger wordt. "Maar misschien moet je de komende dagen niet meer gevechten met de Beroeps opzoeken - je moet ze niet alle coole moves laten zien."

Ik doe mijn mond al open om te zeggen dat het wel goed komt, maar realiseer me dan dat hij gelijk heeft. Een groot deel van het feit dat mijn actie werkte, is waarschijnlijk dat de Beroepstribuut het niet verwacht had. "Maar ze daagde me uit," verdedig ik me, maar het heeft weinig zin. Day is slim en oplettend, en hij heeft gelijk.

"En jij hapt snel," reageert hij op een plagende toon - een toon die Luna vroeger veel tegen me gebruikte - maar ondanks het feit dat zijn opmerking niet helemaal serieus is, moet ik wederom toegeven dat hij gelijk heeft. "Maar dat geeft niet. Je deed het goed."

"De volgende keer doe ik het beter. Dan versla ik haar." Ik zucht en rek me even uit, maar realiseer me, tot mijn ongenoegen, dat ik nog altijd beef als een niet-zo-stoer rietje. Met een frons kijk ik in de richting van Adey. Er gaat een volgende keer komen, daar twijfel ik niet aan, maar bij de gedachte alleen al wordt mijn ademhaling zwaarder en hervat het mantra in mijn hoofd zich. Alsjeblieft, laat me leven.

"Probeer die keer dan te bewaren voor in de Arena, oké?" Days stem trekt me weer terug uit mijn paniek, voor ik er te ver in kan verdwalen.

"Dan hangt er wel meteen een stuk meer vanaf," antwoord ik. Misschien is dat wel precies wat ik nodig heb: een situatie waarin iedere seconde telt, een situatie van leven of dood, en een flinke golf adrenaline.

"Goed punt, dat geeft misschien wel veel prestatiedruk," antwoordt Day, die duidelijk een minder groot fan is van die gedachte.

"Gelukkig presteer ik juist beter onder druk." Ik lach naar hem. "Er is niets zo motiverend als de gedachte dat iemands leven afhangt van iedere beweging die je maakt." Voor ik dat eruit geflapt heb, duikt het gezicht van mijn vader alweer in mijn gedachten op, samen met het beeld van de kliniek, de patiënten en alle verwachtingsvolle blikken. Ik duw het snel weer weg. Dat ik functioneer onder druk, wil niet meteen zeggen dat ik arts zou moeten zijn. Ik ben die mensen niets verschuldigd.

Days gezicht betrekt tot een verwarde frons. "Klinkt stressvol," zegt hij, maar alles aan zijn blik is vragend - ik weet alleen niet echt wat zijn vraag is.

"Een beetje adrenaline is goed." Ik haal mijn schouders naar hem op, waarmee ik toch nog iets van mijn steeds verder vervagende nonchalante houding probeer terug te krijgen. "Dat kan ik wel aan."

"Het feit dat het klinkt alsof je er ervaring mee hebt, vind ik toch enigszins zorgwekkend." Day blik wordt alleen maar verwarder, en dan realiseer ik me ineens waarom: in tegenstelling tot de mensen thuis, weten de meeste mensen hier waarschijnlijk niets van onze kliniek af. Ze weten niet wie men denkt dat ik ben, in District 11. Ik had een kans om mijn tijd hier door te brengen met mensen die me niet zien als de jongen die mijn vader zo graag aan de wereld presenteert. Maar nu ben ik Day een uitleg verschuldigd, om niet als een crimineel of moordenaar over te komen.

"Mijn familie heeft een dokterspraktijk," zeg ik alleen maar. Mijn woorden zijn duidelijk, zodat ik ze niet hoef te herhalen, maar zacht genoeg om te zorgen dat niemand anders ze hoort. Ik had een kans om gewoon Chris, de tribuut, te zijn, in plaats van Christian Swan, de arts in opleiding, en die heb ik zojuist verpest. De wereld lijkt echt vastbesloten om me terug te pakken na mijn net gescoorde punt.

"Oh, dat is waar ook." Luna heeft vorig jaar in haar interviews wel eens over onze thuissituatie gepraat, en het is duidelijk dat hij zich die woorden nu weer herinnert. Hij weet meer dan ik prettig vind, maar gelukkig vraagt hij niet door.

Ik kijk om me heen, op zoek naar een ander onderwerp, zonder succes. Over de zwaarden wil ik het eigenlijk even niet meer hebben, en eigenlijk zijn de Spelen sowieso even geen favoriet onderwerp, maar mijn thuissituatie is dat nog minder. "Dus wat nu?"

"Ik vind het wel een goed moment om te gaan lunchen." Day glimlacht scheef. "Trainen kan daarna wel weer."

"Dat klinkt als een goed plan." Ik werp nog een blik over mijn schouder en loop dan richting de lift, weg van hier. "Ik heb wel even genoeg zwaarden gezien." Ik probeer mijn handen te dwingen om te stoppen met trillen, maar met minder succes dan ik graag zou willen.

De jongen uit District 7 lijkt het niet te merken. Hij grijnst en loopt ook naar de lift. "Ik ook."

"En even voor de duidelijkheid, ik had haar kunnen verslaan als ik dat gewild had." Ik zeg het zo overtuigend mogelijk, want hé, het is het proberen waard, en hoewel het me een glimlach oplevert, is het wel duidelijk dat Day er niets van gelooft. En terecht, want het is ook heel duidelijk een leugen.

"Uiteraard." Day kijkt me over zijn schouder aan, en wil dan de lift inlopen, waar Samuel al in staat, maar ook een meisje wiens naam ik niet echt onthouden heb. Volgens mij komt ze uit District 8, maar het zou ook District 9 of 10 kunnen zijn.

Ik hou mijn pas in als ik de Beroepstribuut zie. Heel even kan ik het metaal op mijn huid weer voelen, het koude ijzer van haar zwaard tegen mijn keel. Alsjeblieft, laat me leven. Maar dit is Samuel, niet Aderyn. Dit is de jongen waarvan ik gezien heb dat hij door zijn medeberoeps en bondgenoot is ingemaakt. Ik ben niet bang - niet voor hem - en dat zal ik bewijzen. Ik dwing mezelf om weer controle over mijn ledematen te krijgen, succesvol deze keer, en stap met nieuwe moed de lift in. "Ik heb in ieder geval minder hard verloren dan hij." De woorden hebben mijn mond nog niet verlaten, of mijn ogen ontmoeten die van Samuel, en die staan - zacht uitgedrukt - niet erg vrolijk. Oh. Volgens mij heb ik net Luna's advies weer in de wind geslagen.

Reacties (2)

  • Incidium

    Maar misschien moet je de komende dagen niet meer gevechten met de Beroeps opzoeken
    goed advies Day, Chris zal het vast in zijn achterhoofd houden:D
    Oh. Volgens mij heb ik net Luna's advies weer in de wind geslagen.
    Luna verdient een broer die naar haar luistert, Chris ben eens niet zo impulsief XD
    Ik kijk uit naar het volgende hoofdstuk^^

    1 maand geleden
  • Duendes

    Ohgosh Chris jij ongelofelijke idioot :')
    Hij is letterlijk het hele hoofdstuk duidelijk van slag en well aan het trillen als een niet-zo-stoer (love that) rietje en zodra hij Samuel ziet dan herpakt hij zichzelf om te zijn van ha laat ik alles erger maken woohooo

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Tja, hij heeft heel erg de neiging om te bewijzen hoe stoer hij wel niet is. En als Samuel hem een kans geeft grijpt hij die natuurlijk aan. Het enige probleem is dat "kans" en "probleem" voor Chris niet echt te onderscheiden zijn

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen