Ik deed mijn ogen pas weer open toen Ians vader me op de schouder tikte en zei dat het klaar was. Ik had op z’n minst een halfuur met mijn ogen dichtgeknepen op de kappersstoel gezeten. Niemand had iets gezegd, of enig geluid gemaakt, dus het enige geluid dat er had geklonken was het knippen van de schaar. Ik kon door de mantel die Ians vader om mijn schouders had gelegd mijn haren niet naar beneden voelen vallen, en daar was ik blij mee geweest. De spanning van hoe het er uit zou zien was me bijna te veel geworden.
Toen ik mijn reflectie in de spiegel zag zuchtte ik opgelucht. Ik zag er nog als een meisje uit. Het model van mijn kortgeknipte haren, of het feit dat al het vervaagde roze er nu uit geknipt was viel me amper op. Ik staarde alleen maar naar mijn gezicht en knipperde een paar keer met mijn ogen, zoekend naar iets wat dit nieuwe kapsel van me zou kunnen verraden. Maar er was niets. Ik was nog steeds gewoon Jennie, maar nu met haar dat tot net onder mijn kin reikte in plaats van mijn gebruikelijke vlechten.
Ik kon nog net een bedankje over mijn lippen krijgen. Mijn benen voelden trillerig en zwak aan toen ik op stond en in een gewoonte mijn hand door mijn haar haalde. De kortgeknipte uiteindes voelden vreemd.
‘Je ziet er nog steeds mooi uit’, verzekerde Ians vader me. Ik glimlachte zwakjes.
Toen ontmoetten Ians ogen die van mij. Hij zag er niet blij uit. Sterker nog, hij keek zo ernstig dat zijn mondhoeken zowat in zijn broekzakken hingen. Ik durfde zijn blik niet nog langer vast te houden, dus keek ik gauw weg terwijl ik onhandig mijn lege zakken aftastte naar een portemonnee.
Ians andere vader leek door te hebben waar ik naar op zoek was, en slaakte een kort lachje uit. ‘Je bent hopelijk toch niet van plan om ons te betalen?’ vroeg hij een beetje plagend, maar wel met een vriendelijke glimlach.
De achterkant van mijn nek werd heet, en mijn blik gleed verlegen naar mijn voeten.
‘Laten we daar maar niet eens over beginnen,’ zei de kapper, ‘Ian, neem je vriendin eens mee naar boven. Ze kan denk ik wel een glaasje water gebruiken, na alle schrik.’

Ik keek Ian nog steeds niet aan terwijl ik hem een deur door en een trap op naar zijn huis volgde. Ondanks dat het niet ongepast was in de situatie, stond Ians ongelukkige, kwade gezicht me helemaal niet aan. Het voelde verkeerd, het paste niet op zijn gelaat.
Zonder iets te zeggen leidde Ian me mee naar de keuken van het appartement, waar hij een oranje plastic beker uit een kast pakte en die onder de kraan hield. Toen hij de kraan weer dicht had gedraaid en het bekertje in mijn handen had gedrukt, sprak hij tegen me. ‘Jennie?’
‘Ja?’ antwoordde ik met een onheilspellend gevoel in mijn maag.
‘Wil je wraak?’
‘Wat?’ Ik snapte even totaal zijn gedachtegang niet.
‘Wraak,’ herhaalde hij, ‘voor wat die rotzakken je aan hebben gedaan. Dit is al veel te lang aan de gang, vind je niet? Vind jij dan ook niet dat het tijd is om er iets tegen te doen?’
‘Ik was al van plan om naar mijn mentor te stappen.’
Ian lachte vreugdeloos, en het was geen mooi geluid. ‘Naar de mentor stappen? Meen je die nou? Hoe vaak heb je dat nu al wel niet gedaan? Vier, vijf, keer? Ik heb het hier over iets ingrijpendere plannen.’ Hij benadrukte zijn woorden door nors in de wasbak te spugen, zoals mensen dat op de grond deden in cowboy films.
‘Wat dan?’
Ian balde zijn vuist en drukte die tegen zijn vlakke hand zodat het een krakend geluid maakte. Het was komisch geweest als ik niet wist dat hij zichzelf op dat moment bloedserieus nam.
‘Ian!’ zei ik geschrokken, ‘jij gaat met niemand vechten, hoor je dat?’
‘Ik heb vrienden,’ zei hij, en het klonk alsof hij de woorden uitspuugde, ‘ik zou die rottige snotneuzen best graag willen toetakelen, en ik weet dat als ik Nate, of Seb, of Ted vraag, zij daar gerust mee willen helpen. En die Vince al helemaal!’ even zou het me niets verbazen als Ian op dat moment vuur zou gaan spugen, zo kwaad leek hij plotseling, ‘Als ik met die verspilling van zuurstof klaar ben, mag hij blij zijn als hij nog kan lopen.’
‘Ian!’ riep ik opnieuw geschrokken uit, en even klonk ik als een verontwaardigde moeder die haar kind betrapte op kattenkwaad uithalen. Het was niet alleen dat ik totaal geen voorstander van het hele “wraak” idee was, en helemaal niet wilde dat er mensen in elkaar geslagen zouden worden, maar ook vreesde ik voor Ians veiligheid. Hij was misschien kwaad, en in die woede zou hij misschien wel een paar neuzen kunnen breken, maar hij was ook lang niet zo gespierd als zijn vader, en ook niet als sommige van mijn pestkoppen. Als hij echt van plan was om een gevecht op te zoeken, zou de kans groter zijn dat híj opgelucht moest zijn als hij erna nog kon lopen. Ik wilde niet dat hij in zijn woede domme dingen ging doen.
‘Jij óf jou vrienden gaan helemaal niks doms doen, hoor je me?’ Ik greep zijn schouder beet en schudde die in een poging om door het verwrongen masker heen te breken en hem weer de oude Ian te maken. ‘Je zult mij alleen maar ongelukkiger ermee maken. Ik wil helemaal niet dat er wraak geuit wordt, of dat er mensen pijn gedaan gaan worden. Ik wil gewoon-‘ mijn stem brak en plotseling zat er een brok in mijn keel, ‘ik wil gewoon met rust gelaten worden. Ik wil gewoon rustig naar school kunnen.’
Mijn lip beefde, en ik wreef verwoed de tranen uit mijn ogen voordat ze over mijn wangen konden glijden.

Dat leek Ian eindelijk te ontdooien. Hij maakte een geschrokken geluidje, pakte de beker water uit mijn handen, greep me bij mijn schouders en leidde me voorzichtig naar zijn slaapkamer waar hij me op het bed zette. Hij ging naast me zitten en liet me tegen zijn schouder aan huilen.
‘Het spijt me,’ fluisterde hij, ‘geen wraakplannen; begrepen. Ik zal het niet meer doen, ik beloof het. Maar we zullen iets verzinnen, zodat ze je met rust zullen laten.’

Terwijl ik aan het kalmeren was wreef Ian troostend over mijn arm. In de plaats van met zijn vlakke hand te aaien, streek hij alleen met zijn vingertoppen over mijn huid, en dat gaf me kippenvel. Zijn hand was opmerkelijk warm, ondanks dat het buiten koud was en was begonnen met regenen. Ik begreep niet goed waarom het zo fijn voelde, en het bracht me van mijn stuk.
Toen ik eindelijk weer een beetje gekalmeerd was, wilde ik het even niet meer over school hebben, dus begon ik over iets anders.
‘Ik wist niet dat je twee vaders had’, zei ik.
Ian haalde nuchter zijn schouders op. ‘No big deal, toch?’
Dat vond ik wel. ‘Is dat waarom je altijd zo… accepterend bent geweest? Over mij, bedoel ik, over het transgender zijn.’
‘Nee,’ zei Ian gedecideerd, en even kwam die serieuze blik weer terug, ‘dat is omdat ik fatsoenlijk ben opgevoed.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen